270 doden en 1400 vermisten na bizarre en verwoestende vloedgolf Nepal
Nepal telt inmiddels bijna 1400 vermisten na de verwoestende watermassa die dit weekend delen van Nepal en Tibet overspoelde. Het officiële dodental staat in Nepal op 270, maar hulpdiensten gaan ervan uit dat dit aantal de komende dagen verder oploopt. De zoektocht naar slachtoffers is maandag op gang gekomen, maar wordt zwaar bemoeilijkt door de enorme schade aan infrastructuur en communicatie.
Volgens de autoriteiten gelden in Nepal 826 mensen als vermist, in het aangrenzende Tibet nog eens 558. Een politiewoordvoerder verwacht dat het aantal doden verder stijgt nu reddingswerkers diepere lagen modder en puin bereiken. In het rampgebied zijn toegangswegen en communicatielijnen weggeslagen, waardoor het lastig is om zicht te krijgen op de situatie van de lokale bevolking.
Onder de vermisten zijn opvallend veel buitenlanders, vooral toeristen en pelgrims die door hun overheden of reisorganisaties zijn opgegeven. In Nepal gaat het om 517 buitenlanders, in Tibet om 260. Het betreft onder meer een groep van 133 Indiërs op pelgrimstocht naar een heilige berg in Tibet, en daarnaast tientallen Maleisiërs, Amerikanen, Australiërs en Britten met wie sinds de ramp geen contact meer is geweest.
Nepal meldt ook twee vermiste Nederlanders. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt meerdere verontruste meldingen te hebben gekregen en houdt rekening met "enkele Nederlandse vermisten". Volgens een woordvoerder is het nog te vroeg om een volledig beeld te schetsen, zolang de communicatie met het rampgebied zo lastig blijft.
In het getroffen gebied is een groot reddings- en hulpoffensief op gang gekomen. Nepal heeft 5000 militairen ingezet, terwijl helikopters gewonden naar ziekenhuizen buiten het rampgebied vliegen. China heeft in Tibet ongeveer duizend reddingswerkers aan het werk gezet en stuurt rijen bulldozers en graafmachines om wegen vrij te maken; op sommige plekken moeten slachtoffers op de rug van reddingswerkers naar hoger gelegen terrein worden gedragen.
Hulporganisaties brengen tegelijk noodhulp naar naar schatting 10.000 getroffen huishoudens, onder meer voedsel, drinkwater, tenten en medicijnen. De Wereldgezondheidsorganisatie en het Rode Kruis stellen middelen en geld beschikbaar, terwijl landen als Zuid-Korea reddingsteams sturen en de Verenigde Staten een eerste bijdrage van een half miljoen dollar hebben toegezegd. Hulpverleners beschrijven het gebied langs de rivier Trishuli als volledig verwoest, met dorpen die zijn "verzwolgen" en gebouwen die "gewoon weg" zijn.
Wetenschappers onderzoeken intussen wat de vloedgolf precies heeft veroorzaakt. Waarschijnlijk brak een enorm deel van een steile rotswand af en stortte honderden meters naar beneden in de rivier, wat door de Amerikaanse geologische dienst rond 08.00 uur lokale tijd werd geregistreerd als een seismische schok met een kracht van 5,2. Geologen schatten dat een massa ijs en rots van zo’n 800 meter breed het water over tientallen kilometers tot wel 9 meter hoger dan normaal opstuwde, met een vernietigende muur van modder en water als gevolg.