Home   2026-10-22 19:56:51

←

Het debat in de Tweede Kamer over de coronamaatregelen ‘deed er niet meer toe’, zegt Fleur Agema

Original article

Terug naar de krant

Geen enkele GGD in Nederland was goed voorbereid op de coronacrisis. Infectieziektebestrijding – zoals bron- en contactonderzoek – stond altijd „op een waakvlam”, zei Anja Schreijer donderdagochtend tijdens haar openbare verhoor voor de coronacommissie. „Preventie was altijd een sluitpost op de begroting, een beetje een ondergeschoven kindje.” Schreijer was tijdens de coronaperiode hoofd infectieziektebestrijding van de GGD Amsterdam en lid van het Outbreak Management Team (OMT).

Voor de coronacrisis handelden één arts en twee of drie verpleegkundigen bij de Amsterdamse GGD dagelijks alle meldingen af over infectieziektes, bijvoorbeeld kinkhoest of hepatitis A. Met de komst van corona moest „in no time worden opgeschaald”, zei Schreijer. „Op de piek hadden we zeshonderd tot zevenhonderd mensen voor ons bron- en contactonderzoek.” Ook moesten allerlei ict-systemen worden aangepast. Schreijer: „We kwamen niet fit en goed aan de start.”

Het verhoor van Schreijer was het laatste openbare verhoor van de parlementaire enquêtecommissie Corona. De komende maanden gaan de commissieleden hun eindrapport schrijven, dat in het eerste kwartaal 2027 moet verschijnen.

Schreijer was als OMT-lid ook betrokken bij het adviseren over de coronamaatregelen. Het naleven van maatregelen bleek lastiger dan gedacht. „We zijn naïef geweest in het idee dat mensen de maatregelen nog wel even zouden volhouden”, zei Schreijer. „Beter gezegd: ‘dat hadden we gehoopt’. In de eerste golf had iedereen zoiets van ‘de schouders eronder’, later zag je dat de maatschappij meer ruimte nodig had. We zagen overal feestjes, mensen wilden zich niet laten testen of niet meedoen aan bron- en contactonderzoek. Dat hadden we beter in moeten schatten.”

De experts in het OMT waren geen gedragswetenschappers, zei Schreijer. Er was „geen goed adviessysteem” dat het effect van de maatregelen kon inschatten. Bijvoorbeeld wat de scholensluiting zou betekenen voor leerachterstanden en de mentale gezondheid. Pas laat in de coronacrisis werd het Maatschappelijk Impact Team (MIT) opgericht. Dat is tegenwoordig ondergebracht bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. 

De GGD’s speelden een belangrijke rol bij het vaccineren vanaf begin 2021. De aanloop naar die vaccinatiecampagne was rommelig, zei Schreijer. „We hikten er tegenaan.” De GGD’s gingen ook de wijken in om te vaccineren, maar er is „geen directe of indirecte druk uitgeoefend op mensen om zich te laten vaccineren.”

DEN HAAG – Anja Schreijer tijdens het verhoor door de Parlementaire Enquêtecommissie Corona. BART MAAT

DEN HAAG – Anja Schreijer tijdens het verhoor door de Parlementaire Enquêtecommissie Corona. BART MAAT

DEN HAAG – Anja Schreijer tijdens het verhoor door de Parlementaire Enquêtecommissie Corona. BART MAAT

In een moment van reflectie verwijst Ernst Kuipers naar de actualiteit. De oud-ziekenhuisbestuurder en oud-minister van Volksgezondheid (D66) in het kabinet-Rutte IV: „Als ik de PISA-resultaten zie, hoe sterk de leesvaardigheid onder jongeren is gedaald, en deskundigen koppelen die ontwikkeling aan de coronatijd, besef ik opnieuw hoe ingrijpend de maatregelen zijn geweest. We hebben nog jaren nodig om te begrijpen welke effecten de lockdowns hebben gehad.”

Kuipers werd woensdag als een van de laatste betrokkenen gehoord door de Parlementaire Enquêtecommissie Corona. Als „beddenbaas”, zoals De Telegraaf hem destijds noemde, richtte hij het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding op dat de ernstigste coronapatiënten over alle ziekenhuizen in het land verdeelde.

Ergernissen

Hij heeft, zoals meer van de hoofdrolspelers in deze enquête, geen kritiek op het toenmalig kabinet of het Outbreak Management Team. Wel koestert hij lichte ergernissen die in de loop van de pandemie sterker werden: zo hadden de ziekenhuizen, waar hij verantwoordelijk voor was geworden, „niks” aan de modellen van het RIVM die voorspelden hoeveel besmettingen tot zieke coronapatiënten zouden leiden. „Het was heel knap maar er zat altijd een bandbreedte in – misschien zóveel besmettingen, misschien zóveel – en wij ziekenhuizen hadden zekerheid, precisie, nodig.”

Want ze konden niet, zegt Kuipers, ad hoc alles gereedmaken voor „ongeveer zoveel” patiënten. Intensivecarezorg optuigen en uitbreiden, is een hele klus, legde hij uit. Er moet genoeg opgeleid personeel voor zijn, beademingsapparatuur, infusen. En er moeten andere operaties in het ziekenhuis voor worden afgezegd – want die hebben op hun beurt óók IC-capaciteit nodig. „Wij moesten dus vrij exact weten of een regio 20 procent moest opschalen of 50 procent.”

Twee jaar lang zouden de ziekenhuizen, onder leiding van Kuipers, de (besmettelijke) coronapatiënten onderling verdelen. Eerst, in maart 2020, belden de tien ‘acute zorg’-regio’s alle ziekenhuizen in het land om de capaciteit te inventariseren. „Maar al snel hadden we eigen ict die continu, realtime, zicht gaf op hoeveel coronapatiënten er binnenkwamen, hoeveel naar de IC moesten en hoeveel capaciteit er in elk ziekenhuis was.” Kuipers had geen macht over die andere ziekenhuizen, het spreiden van patiënten werd mogelijk gemaakt doordat iedereen meewerkte, „uit collegialiteit”. In de eerste week van de eerste golf verplaatste ambulancepersoneel 685 patiënten uit Limburg en Brabant naar andere provincies.

Als ze [kabinet en OMT] géén maatregelen hadden genomen, was er nog veel meer polarisatie geweest.

Heeft Nederland ooit ‘code zwart’ afgekondigd – waarbij artsen zieke mensen de deur moeten wijzen? Nee, zegt Kuipers, er was altijd net genoeg capaciteit. „Maar als je vraagt of we zorg gaven zoals we dat willen? Dan zaten we heel lang in code zwart.”

‘Meer IC-bedden maakt weinig uit’

De Nederlandse ziekenhuizen hadden begin 2020 standaard 900 IC-bedden operationeel. In de pandemie waren soms 1.750 IC-bedden nodig, waardoor patiënten naar Duitse IC’s moesten worden vervoerd. Duitsland houdt standaard meer IC’s per hoofd van de bevolking open, waardoor critici zich afvroegen of Nederland voortaan niet méér bedden kon openhouden en zo mínder lockdowns kon opleggen. Volgens Kuipers maakt dat uiteindelijk weinig uit. Wanneer een ernstig virus zich exponentieel verspreidt, zullen zonder lockdowns vroeg of laat zó veel mensen ziek worden dat zelfs in landen met relatief veel IC’s alle bedden bezet zijn.

Stonden het kabinet en het OMT genoeg stil bij de andere gevolgen die de coronamaatregelen zouden hebben, vroeg een lid van de commissie. Ja, zegt Kuipers. „Maar het was voortdurend balanceren. Voor sommigen gingen de maatregelen niet ver genoeg. Voor anderen waren ze véél te inperkend.” Werkten de maatregelen van kabinet en OMT „polariserend”? Kuipers: „Als ze géén maatregelen hadden genomen, was er nog veel meer polarisatie geweest.”

Over de zorg die uitgesteld moest worden doordat de ziekenhuizen werden overweldigd, is Kuipers kort. „Daarom gingen we covidpatiënten zo goed mogelijk spreiden. Zodat andere zorg ook kon doorgaan.” Wel stopten bijvoorbeeld de bevolkingsonderzoeken waardoor in een jaar 4.000 kankerdiagnoses níét zijn gesteld. En veel operaties werden uitgesteld waardoor ná de crisis wachtlijsten moesten worden afgewerkt. Maar in Engeland, zegt Kuipers, bleek na de pandemie acht keer meer zorg te zijn uitgesteld dan hier.

Voormalig minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid tijdens het verhoor van de Parlementaire Enquêtecommissie Corona, woensdag.

Voormalig minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid tijdens het verhoor van de Parlementaire Enquêtecommissie Corona, woensdag.

Foto Bart Maat

In de allerlaatste week van negen weken van verhoren door de parlementaire enquêtecommissie Corona is ‘beddenbaas’ en oud-minister Ernst Kuipers aan de beurt. Woensdagochtend verschijnt hij voor de commissie, die in de laatste twee weken vooral met (lokale) politici spreekt over het thema ‘reflecteren en vooruitkijken: besturen tijdens een pandemie’.

Kuipers was aan het begin van de pandemie in 2020 bestuurder bij het Erasmus MC in Rotterdam (en maag-darm-lever-arts) en voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ). Hij richtte het Landelijk Coördinatiecentrum van Patiëntenspreiding (LCPS) op, dat tijdens de coronacrisis de spreiding van patiënten over ic-bedden organiseerde. Samen met Diederik Gommers, de Nederlandse Vereniging van Intensive Care en RIVM-directeur Jaap van Dissel had Kuipers tijdens overleggen in het Catshuis met premier Mark Rutte veel invloed op het coronabeleid.

Als deskundige was Kuipers vaak kritisch op het kabinetsbeleid. Hij vroeg regelmatig om maatregelen nog weken voordat het kabinet daadwerkelijk ingreep – vooral op basis van de aantallen beschikbare ic-bedden. Het vaccineren had „veel sneller” moeten gaan. En Nederland moest vooruit kijken, zich voorbereiden op nieuwe besmettingsgolven en niet pas in actie komen als de golf er al was.

Vanaf januari 2022 werd Kuipers namens D66 minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het kabinet Rutte IV. Daarmee verschoof zijn rol. „In mijn vorige rol was de focus heel specifiek op het ziekenhuis, op de beddencapaciteit”, zei hij in februari 2022 tegen NRC. „Nu is het meer op afstand, anderen moeten het regelen.”

Zijn ministerschap begon in een periode waarin het kabinet vooral coronamaatregelen versoepelde. De scholen gingen weer open, sporten mocht weer, mensen konden weer restaurants, concertzalen en theaters bezoeken. Tegelijkertijd wilde Kuipers voorkomen dat ziekenhuizen een nieuwe Covid-19-golf in het najaar niet aan zouden kunnen en dat reguliere zorg opnieuw zou moeten worden uitgesteld.

Daarvoor rekende hij als minister op een groot verantwoordelijkheidsgevoel in de samenleving. „We willen geen minister meer die zegt: hier heb je deze maatregelen, succes”, zei hij in een interview met NRC. „Maar dan zullen we het wel met z’n allen moeten aanpakken.” De verantwoordelijkheid voor de bestrijding van het virus „ís van de samenleving”, zei Kuipers. „Het kan niet meer alleen iets van het kabinet of de minister van Volksgezondheid zijn.”

In januari 2024, twee jaar nadat hij was begonnen, diende Kuipers zijn ontslag in als inmiddels demissionair minister van Volksgezondheid – hij had een baan bij een universiteit in Singapore aangenomen. Later werd hij aangesteld als voorzitter van de Raad van Toezicht bij de TU Delft.

Lees ook
Kuipers begon met hoge verwachtingen, maar stuitte als zorgminister op weerstand en taaie dossiers
Ernst Kuipers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, D66) kondigde woensdag aan per direct ontslag te nemen als demissionair minister.
Minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer over de toekomstige organisatie van de hartzorg.

Minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer over de toekomstige organisatie van de hartzorg.

Foto Sem van der Wal/ANP

Oud-premier Mark Rutte (VVD) is ”best een beetje geïrriteerd” over dat de enquêtecommissie naar het coronabeleid vorige week appjes uit de coronatijd heeft geopenbaard, waarin oud-ministers Hugo de Jonge en Ferd Grapperhaus (beiden CDA) toenmalige collega-politici beledigden.

„Mensen werken onder hoge druk. Het is een manier van stoom afblazen”, zei Rutte maandagochtend toen hij voor de tweede keer werd verhoord door de commissie. „Het is niet per se kwaad bedoeld. Maar het komt op tafel en dan is de hele samenleving er een paar dagen mee bezig. Het is niet fraai, maar het zegt helemaal niks.”

De beledigende apps kwamen volgens Rutte voort uit de ‘bonhomie’ tussen Grapperhaus en De Jonge

Grapperhaus noemde onder meer toenmalig minister Arie Slob (CU) een „soepjurkje” en een „jankerd”, De Jonge omschreef collega Kajsa Ollongren (D66) als „een bak grind in de machine van ieder besluitvormingsproces”. Ook noemde De Jonge een Kamerdebat „ruk” en schreef hij dat Kamerleden „gestraft worden in het hiernamaals”, omdat ze het kabinet van het werk hielden.

Bewindslieden zullen openhartige appjes niet meer uitwisselen als de mogelijkheid bestaat dat ze openbaar worden gemaakt, meent Rutte: „De volgende keer zullen ze het niet sturen, maar zullen ze het zeggen.” De apps kwamen volgens hem voort uit de „bonhomie” tussen Grapperhaus en De Jonge.

‘Onvermijdelijk,’ zegt Rutte steeds

De enquêtecommissie verhoort deze week voor het laatst betrokkenen uit de coronatijd, met als thema ‘reflecteren en vooruitkijken’. Zelf reflecteerde Rutte de afgelopen tijd uitvoerig op de crisis, waarbij hij als premier twee jaar lang de leiding had, zo verklaarde hij maandag. De conclusie die hij trok, valt in één woord samen te vatten: „Onvermijdelijk.” Al tijdens het eerste halfuur van dit tweede verhoor nam Rutte dat woord ruim tien keer in de mond.

De huidige NAVO-baas bleef herhalen: dat het kabinetsbeleid zich vanaf maart 2020 voornamelijk richtte op besmettingen terugdringen – om een ‘code zwart’ in de ziekenhuizen te voorkomen – was onvermijdelijk. Evenals dat andere belangen, zoals de economie of het mentale welzijn van jongeren, op de tweede plaats kwamen.

Het is niet zo dat we de luxe hadden maatregelen niet te nemen

Veel andere betrokkenen waren tijdens hun verhoor kritisch op die aanpak. Maar, zo benadrukte Rutte telkens: het kabinet kon niet anders. „Het is niet zo dat we de luxe hadden om maatregelen niet te nemen.” Dat voor zulke besluiten vooral werd geleund op de virusexperts in het Outbreak Management Team, was daarom volgens Rutte ook onvermijdelijk.

Sterker: „Als je stuurt op [het voorkomen van] code zwart dan is het onvermijdelijk dat je oplopende maatregelen neemt”, zei Rutte. „Als alle andere maatregelen zijn genomen dan kom je uit op een scholensluiting en een avondklok. En dat gaat de volgende keer weer gebeuren.”

De commissie probeerde Rutte soms van zijn boodschap af te brengen, maar dat lukte geenszins. De oud-premier herhaalde zijn stelling zo vaak dat commissielid Songül Mutluer (Pro) opmerkte: „Ik ga mezelf herhalen om te kijken of u misschien een ander antwoord geeft.” Dat gebeurde niet.

Ouderen apart zetten

Het kabinet had alléén tot andere afwegingen kunnen komen als de politiek het voorkomen van besmettingen niet als hoofddoel had genomen, betoogde de oud-premier. „Je had ook een andere indicator kunnen kiezen, zoals: we isoleren mensen met een zwakke gezondheid en zetten ouderen meer apart. Je kunt ook zeggen: we accepteren meer mensen die ernstig ziek zijn.”

Volgens Rutte vragen zulke afwegingen om een „maatschappelijke discussie” waarvoor tijdens de gezondheidscrisis nu eenmaal geen ruimte was. „Ik voorspel u: als er weer zo’n crisis komt en die discussie is niet gevoerd, dan gaat er weer een scholensluiting komen, weer een avondklok. Dat is onvermijdelijk.”

Wat een kabinet in een volgende crisis wél beter zou kunnen doen, volgens Rutte, is elke zes tot acht weken „reflectiemomenten” inlassen, ”met de benen op tafel” en „zonder de druk van besluitvorming” om te kijken of het beleid nog werkt. „Dat is een van de lessen die ik zou trekken. Maar ik denk niet dat het bij mij tot heel andere conclusies zou leiden.”

Lees ook
Hoe ondervraag je oud-premier Mark Rutte? ‘Hou hem bij de les’ en laat je niet met complimentjes inpakken
Mark Rutte staat in 2020 de natie te woord ten tijde van de coronacrisis.

Oud-premier Mark Rutte, tijdens een verhoor van de Parlementaire Enquetecommissie Corona.

Oud-premier Mark Rutte, tijdens een verhoor van de Parlementaire Enquetecommissie Corona.

BART MAAT

Na drie uur spreken boog Mark Rutte zich half juni een laatste maal naar de microfoon: „Dank”, en, benadrukte de oud-premier (VVD); „tot het vólgende gesprek”. Hij stond op, schoof zijn stoel aan, en liep achter de bode aan naar de deur van de met houten latten beklede zaal.

Maandag om 10.00 uur keert Mark Rutte terug naar de zaal van de parlementaire enquêtecommissie Corona, in het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Als premier in coronatijd gaf hij leiding aan een kabinet dat verregaande maatregelen trof, zoals de schoolsluitingen en de avondklok. En dus heeft de commissie aan Rutte „heel veel te vragen”, stelde commissievoorzitter Daan de Kort (VVD) al bij aanvang van het eerste verhoor.

Daarin sprak Rutte onder meer over hoe Nederland „door het oog van de naald kroop” in de eerste weken van de pandemie. Plaatsgebrek op de ic-afdelingen van ziekenhuizen, een ‘code zwart’, was volgens Rutte dichtbij. Patiënten zouden dan buiten het ziekenhuis sterven. Het ging ook over de ‘Catshuissessies’, waar bewindspersonen samen kwamen om nieuwe coronamaatregelen te bespreken. Daar was ook ruimte voor „extreme” ideeën, zei Rutte, „bijvoorbeeld het voorrang geven aan allerlei groepen bij vaccinaties”.

Rutte ging ook in op de kritiek dat het kabinet te veel luisterde naar het Outbreak Management Team (OMT) en te weinig naar andere experts. Het kabinet was „constant bezig met de worsteling” tussen maatregelen om het virus te bestrijden en de gevolgen daarvan op de maatschappij. Rutte: „Het is niet zo dat het kabinet afstempelde wat het OMT adviseerde.”

Waar het bij het eerste verhoor vooral ging om terugblikken op de crisis zelf, dient het tweede verhoor vooral te gaan om „vooruitkijken” en de vraag hoe je bestuurt tijdens een volgende pandemie. Verderop in deze negende en laatste verhoorweek komt ook Ernst Kuipers (maag-darm-leverarts en later minister) een tweede keer langs. Donderdag is het laatste verhoor, van OMT-lid en toenmalig hoofd infectieziektebestrijding bij GGD Amsterdam Anja Schreijer.

Correctie (7 september 2026 om 15.18 uur): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Ernst Kuipers IC-arts was, dat moest zijn: maag-darm-leverarts. Ook stond er dat de commissie vrijdag Anja Schreijer verhoort, dat moet donderdag zijn. Beide punten zijn hierboven aangepast.
Lees ook
Nederland kroop ‘door het oog van de naald’ aan het begin van de coronacrisis, zegt oud-premier Rutte
Oud-premier Mark Rutte (VVD) voorafgaand aan het verhoor door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

DEN HAAG – Oud-premier Mark Rutte, tijdens een verhoor van de Parlementaire Enquetecommissie Corona. BART MAAT

DEN HAAG – Oud-premier Mark Rutte, tijdens een verhoor van de Parlementaire Enquetecommissie Corona. BART MAAT

DEN HAAG – Oud-premier Mark Rutte, tijdens een verhoor van de Parlementaire Enquetecommissie Corona. BART MAAT

Het kabinet heeft soms te gedetailleerde vragen aan het Outbreak Management Team (OMT) gesteld. „Een beetje outsourcend, terwijl het ging over besluiten die het kabinet zelf moest nemen.” Dat zei oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) donderdagmiddag in zijn tweede verhoor voor de enquêtecommissie Corona.

Hij gaf als voorbeeld de vraag van het kabinet of het OMT het een goed idee vond dat de nachthoreca open zou zijn tussen 23.00 en 6.00 uur met het geluid op maximaal 23 decibel.

Intensivist Diederik Gommers zei eerder dat hij niet gelukkig was met specifieke vragen van het kabinet. De Jonge zei dat departementen graag „goedkeuring wilden hebben op dingen die ze zelf wilden”. Volgens hem ging het OMT daar goed mee om; dat adviesorgaan beantwoordde dergelijke vragen niet of legde de bal terug bij het kabinet. „Ze waren erg rolvast en zullen weleens gedacht hebben: kabinet, doe je eigen werk.”

Volgens De Jonge waren OMT-adviezen „ongekend belangrijk. We hadden een kompas nodig waar we op konden varen.” Maar het kabinet verschool zich er niet achter, vond De Jonge. Wel werd er vaak naar die adviezen verwezen. „Je zoekt een autoriteit om je koers op te bepalen.”

Later kwamen daar adviezen van planbureaus bij om ook niet medische-epidemiologische gevolgen in de samenleving mee te wegen in de besluitvorming. Volgens De Jonge is het luisteren naar die perspectieven in de loop van de crisis steeds beter gegaan. Of het even zwaar is gewogen bij de besluitvorming? „Dat is een moeilijk punt”, zei De Jonge. „Doel was kwetsbare mensen beschermen en overbelasting van de zorg voorkomen. Hoe ingrijpend het voor jongeren of ondernemers ook was, je kon niet zeggen: ‘laat maar meer mensen doodgaan’. Leven en dood wegen altijd zwaarder. Dat is onvermijdelijk.”

We hebben meer eigen productiecapaciteit nodig

De Jonge vertelde ook dat Nederland niet goed was voorbereid op de coronacrisis. Al is dat niet zo gek „als je de omvang van de crisis in ogenschouw neemt. Ik denk dat in geen enkel land de zorgsector echt was voorbereid.”

Wel kende het zorgstelsel toen – en nu nog steeds – kwetsbaarheden. De Jonge noemde het gebrek aan mogelijkheden tot „centrale sturing” (meer invloed voor de minister om in te grijpen bij zorgorganisaties), de beperkte opschaalbaarheid van IC-capaciteit en de afhankelijkheid van het buitenland bij vaccinaties en geneesmiddelen. „We hebben meer eigen productiecapaciteit nodig. Alles wat je nodig hebt in een crisis, zou je zelf moeten kunnen maken.”

Steun brokkelde af

De Jonge zei donderdag dat het kabinet erop rekende dat er een meerderheid voor de maatregelen zou zijn als de argumenten daarvoor goed genoeg waren. Voor De Jonge stond die politieke steun gelijk aan draagvlak in de samenleving, zei hij. (Oud-)Kamerleden stelden eerder in hun verhoor dat ze nauwelijks tijd hadden voor een goede voorbereiding op de coronadebatten omdat ze pas laat – diep in de nacht – informatie over de nieuwe maatregelen kregen.

De steun van de Kamerleden brokkelde af gedurende de crisis. Dat kwam door „coronamoeheid bij de Kamerleden”, zei De Jonge. Ook werden de debatten steeds politieker. De Jonge: „Maar de parlementaire controle is in deze periode ten volle overeind gebleven.” Volgens hem heeft de Tweede Kamer „heel vaak” aanpassingen aan het beleid kunnen doen. De Jonge kon in Europa „geen enkel voorbeeld” bedenken waarbij het parlement „zo intens betrokken is geweest bij het maatregelenpakket”.

Ooit zullen ze hiervoor gestraft worden in het hiernamaals, en misschien ook wel eerder

Daarop confronteerde de commissie De Jonge met audioberichten aan toenmalig minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA), in aanloop naar een debat in de Eerste Kamer, die juist weinig vleiend waren voor de Eerste en Tweede Kamer. „Het debat van straks is ruk”, citeerde de commissie uit het audiobericht. „Ooit zullen ze hiervoor gestraft worden in het hiernamaals, en misschien ook wel eerder. Dat eindelijk een keer het verhaal verteld gaat worden van hoe de Kamer de brandweer van zijn werk heeft gehouden deze crisis.” In een bericht aan dezelfde minister Grapperhaus noemde De Jonge zijn collega-minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) in een WhatsApp-bericht „een bak grind in de machine van ieders besluitvormingsproces”. De Jonge noemde een andere minister „vermoeiend” en „niet te nassen”.

De Jonge sprak donderdag over een „misplaatste woordkeuze”, maar verdedigde zich door de „hoge intensiteit” en „hoge werkdruk”, met de vele coronadebatten in de Eerste en Tweede Kamer. „Dat was ondoenlijk.” Hij noemde zijn woorden „frustratie”.

Grapperhaus was zelf ook niet vies van beledigende opmerkingen, bleek woensdag tijdens zijn verhoor. Hij zei onder meer over de Eerste Kamer „diepe minachting” te hebben „voor deze geriatrische beunhazerij”.

Hugo de Jonge tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Hugo de Jonge tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto REMKO DE WAAL / ANP

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft vanaf het begin gewaarschuwd dat corona „een meervoudige crisis” was en niet alleen een gezondheidscrisis. Ze zou ook veel gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de leefomgeving, maatschappij en economie. Dat zei Kim Putters, oud-directeur van het SCP, donderdagochtend tijdens het verhoor door de parlementaire enquêtecommissie Corona.

Toch mocht Putters slechts af en toe aanschuiven bij het wekelijkse Catshuis-overleg. „Het was verstandiger geweest als we er elke keer bij hadden gezeten.” Pas vanaf 2021 mocht het SCP reageren op concept-coronamaatregelen. Putters schetste dat het SCP heel veel informatie had die makkelijk was te ontsluiten, bijvoorbeeld over eenzaamheid of hoeveel mensen goed kunnen thuiswerken. „Het SCP heeft veel kennis over hoe mensen denken, zich voelen en over verschillende groepen.”

Eenzaamheidscijfers zijn geen dagkoersen

Maar de epidemiologische data van het RIVM waren harder, constateerde Putters. „Van Dissel [oud-RIVM-directeur] kon dagelijks besmettingscijfers delen.” Het SCP had weliswaar geen actuele informatie en moest zich vaak beroepen op literatuur over eerdere crises, maar: „Als ouderen vandaag eenzaam zijn, is dat morgen niet ineens anders. Eenzaamheidscijfers zijn geen dagkoersen.”

Putters waarschuwde onder meer dat na een crisis zoals de coronapandemie meer mensen met mentale problemen zouden kampen en dat vaker een beroep zou worden gedaan op de geestelijke gezondheidszorg. Maar, zei hij, „men vond het lastig met deze informatie iets te doen. Het kabinet was er wel ontvankelijk voor, maar er was weinig handelingsperspectief.”

Kim Putters in 2020 – toen directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau – op het Binnenhof in Den Haag.

Foto Peter Hilz / ANP

Aziaten, jongeren en antivaxxers

Bij een volgende pandemie moet daarom gelijk rekening worden gehouden met de langetermijneffecten, zei de oud-SCP-directeur. „Wat gaat er allemaal gebeuren als deze acute crisis voorbij is?” Tijdens corona gebeurde dat maar „stap voor stap”.

Putters zei ook al „vanaf dag één” te hebben gewaarschuwd voor stigmatisering van bevolkingsgroepen, niet alleen door de overheid maar ook door de media. „In het begin kregen Aziatische mensen de schuld van het virus, later werden jongeren in de hoek gedrukt toen de samenleving weer wat meer openging, nog later ging het om mensen die zich niet lieten vaccineren.”

Putters waarschuwde verder voor de navolging van de coronamaatregelen. Bij een grote gezondheidsdreiging volgen mensen eerst netjes de maatregelen, zei hij, maar al vrij snel kunnen óf willen ze dat niet meer. „Ze twijfelen over de effectiviteit, of ze zien dat andere mensen wel iets mogen wat zij niet mogen.” Die boodschap heeft Putters geregeld in het Catshuis afgegeven, zei hij. „Wij hebben vrij veel herhaald.”

Als maatregelen niet gedragen worden door de samenleving, leidt dat tot onmacht, verzet of wantrouwen

Ook moet een volgende keer informatie bij de doelgroepen zelf worden opgehaald, om draagvlak te creëren. Putters: „Je moet bij jongeren nagaan: hoe kunnen jullie wél onderwijs genieten? Hoe kunnen we stages in het mbo wel door laten gaan? Wat vinden jongeren zelf verantwoord?” Zijn conclusie: „Als maatregelen niet gedragen worden door de samenleving, leidt dat tot onmacht, verzet of wantrouwen.”

Putters zei verder dat de politiek beter moet communiceren over de dilemma’s van maatregelen. Bijvoorbeeld als gekozen moet worden tussen de mentale gevolgen voor jongeren en besmettingsrisico’s. „Die dilemma’s moet je […] bij voortduring goed en helder uitleggen aan de samenleving, en daarna moet je als politiek achter die keuze gaan staan. Duidelijke argumentatie. Je moet de samenleving meenemen.”

Hij wees ook op de avondklok: „Een zware maatregel die lang gaat doorwerken in het vertrouwen in de overheid. Het is een politieke weging. Het is cruciaal die met de samenleving te delen.”

Ook de inhoudelijke communicatie over de maatregelen zelf moet beter. „Het was voor mensen soms lastig te volgen.”

Correctie (7 september 2026 om 22.45 uur): In een eerdere versie van dit artikel stond de parlementaire enquêtecommissie Corona genoemd als de parlementaire enquêtecommissie Coronabeleid. Dat is hierboven aangepast.
Kim Putters neemt plaats voor het verhoor door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Kim Putters neemt plaats voor het verhoor door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto Remko de Waal / ANP

Oud-minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) heeft zijn ambtenaren laten uitzoeken hoe hij kon ingrijpen bij gemeenten die de coronamaatregelen niet handhaafden. Grapperhaus zei zich niet meer te kunnen herinneren wat de uitkomst van dat onderzoek was en wat er met die analyse is gebeurd. Het was woensdagmiddag Grapperhaus’ tweede openbare verhoor bij de Coronacommissie. De verantwoordelijkheid voor de openbare orde en lokale handhaving ligt wettelijk bij de burgemeester en de gemeente, ministers kunnen niet zomaar ingrijpen.

De commissie legde Grapperhaus meerdere voorbeelden voor waar hij toch probeerde invloed uit te oefenen. Zo was Grapperhaus onaangenaam verrast door burgemeester Femke Halsema van Amsterdam, die in een kranteninterview liet weten het gebruik van het coronatoegangsbewijs alleen te zullen handhaven bij excessen. Grapperhaus belde daarop boos met de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls, voorzitter van het Veiligheidsberaad waarin burgemeesters uit 25 veiligheidsregio’s zitten. Grapperhaus zei de boodschap van Halsema „wel te begrijpen als inwoner van Amsterdam”, omdat die stad heel veel jonge inwoners kent. „Maar ik baalde er ook van dat je dat als burgemeester zo expliciet in de media uitdraagt.”

Grapperhaus kwam in de coronaperiode vaker in conflict met Halsema. Volgens Halsema legde het kabinet maatregelen te zeer „van bovenaf” op en luisterde het te weinig naar sentimenten in de samenleving, zo zei ze in haar verhoor eind juni bij de commissie. In juni 2020 ruziede Grapperhaus met Halsema via WhatsApp over een drukbezochte Black Lives Matter-demonstratie op de Dam. Halsema voelde zich toen „in de kou gezet”, nadat Grapperhaus het in de media „pijnlijk” had genoemd dat de demonstratie doorging.

‘Onverstandig’ telefoontje naar Enschede

Grapperhaus belde in de zomer van 2021 ook met de burgemeester van Enschede, Onno van Veldhuizen, nadat in discotheek Aspen Valley zo’n 180 van de 600 bezoekers besmet raakten met het coronavirus. De oud-minister vermoedde dat de horecaondernemer de coronatoegangsbewijzen niet goed had gecontroleerd en vroeg in een telefoontje aan de burgemeester om Aspen Valley te sluiten. Niet alleen klopte het idee van Grapperhaus niet (er was hoogstwaarschijnlijk één bezoeker die heel veel mensen besmette), hij begaf zich ook op het terrein van de burgemeester, die zelf over de lokale handhaving gaat. Woensdag noemde Grapperhaus het „pijnlijk” en „onverstandig” dat „de grondslag” van zijn telefoontje niet klopte.

Volgens Grapperhaus kon burgemeester van Nijmegen ‘de ziekte krijgen’ en was minister Slob ‘een jankerd’

Grapperhaus zei zich vaker te hebben bemoeid met gemeenten. „Ik heb een paar keer een goed gesprek gehad met burgemeesters over handhaving, en af en toe een clash. In goede bestuurlijke verhoudingen kan je soms eens wat aandrang plegen. Je moet contact met elkaar kunnen opnemen als je ergens ontevreden over bent. Dat gebeurde andersom ook, burgemeesters belden mij ook.” Grapperhaus erkende wel dat er soms ook ergernis was over burgemeesters in het Veiligheidsberaad, omdat die de discussies over de maatregelen over zouden willen doen. In een van de stukken van de commissie beschuldigde hij de burgemeesters ervan „ministerraadje te willen spelen”.

Grapperhaus vertelde ook over discussies met toenmalig premier Mark Rutte (VVD) en partijgenoot en zorgminister Hugo de Jonge. Zo noemde Grapperhaus de leiderschapsstijl van Rutte in een WhatsAppje „autocratisch”. Andersom sprak Rutte Grapperhaus ook weleens „stevig toe”. Grapperhaus zei ook tegen minister De Jonge dat hij „te veel naar zich toe trok”, ook dingen die beter bij het departement van Grapperhaus pasten. Aan collega-minister Eric Wiebes (Economische Zaken) stuurde hij een berichtje: „Ze luisteren niet.”

De commissie citeerde ook uit berichtenverkeer van Grapperhaus waarin derden werden beledigd. Zo noemde hij toenmalig minister Slob een „soepjurkje” en „jankerd”, de burgemeester van Nijmegen kon „de ziekte krijgen”, de burgemeester van Breda had „geen ruggengraat” en de burgemeester van Amsterdam „zeurt”. Voor de Eerste Kamer had Grapperhaus „diepe minachting voor deze geriatrische beunhazerij”.

Volgens Grapperhaus drukte hij zich „af en toe wat fors uit. Het is niet netjes. Het groeide me af en toe boven het hoofd.” Volgens de commissie kwamen dergelijke kwalificaties veelvuldig voor. Volgens Grapperhaus was dat alleen voor binnenskamers bedoeld: „Het was een uitlaatklep.”

Grapperhaus kwam ook nog even terug op de eerste scholensluiting in maart 2020, die tegen het advies van het Outbreak Management Team (OMT) in werd afgekondigd. Vooral leraren en de Federatie Medisch Specialisten drongen daar op aan. „We hebben onze oren toen te veel naar de branche laten hangen”, zei Grapperhaus woensdag. „Dat hadden we niet hoeven doen. Er was veel druk dus we dachten: we moeten dat toch maar volgen, anders krijgen we maatschappelijke onrust.” Eerder zei oud-minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob al dat er door de druk „geen houden meer aan was”.

DEN HAAG – Ferd Grapperhaus, voormalig minister van Veiligheid en Justitie, tijdens het verhoor voor de Parlementaire Enquetecommissie Corona. BART MAAT

DEN HAAG – Ferd Grapperhaus, voormalig minister van Veiligheid en Justitie, tijdens het verhoor voor de Parlementaire Enquetecommissie Corona. BART MAAT

DEN HAAG – Ferd Grapperhaus, voormalig minister van Veiligheid en Justitie, tijdens het verhoor voor de Parlementaire Enquetecommissie Corona. BART MAAT

Bij alle coronamaatregelen is de schending van de grondrechten „continu meegewogen”. De maatregelen konden „een enorme impact hebben” op die grondrechten. Dat zei oud-vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) woensdagochtend tijdens haar openbare verhoor bij de parlementaire enquêtecommissie Corona.

In het begin van de pandemie stond het recht op leven – bevordering van de gezondheid – bovenaan. Daarom koos het kabinet voor „allerlei inbreuken op de grondrechten”, zoals sluiting van scholen, een bezoekverbod in verpleeghuizen en het dichtgooien van onder meer winkels en horeca.

In de loop van de tijd veranderde die weging, zei Ollongren. „Bijvoorbeeld het sluiten van onderwijs, en de gevolgen daarvan voor kinderen, is later zwaarder meegewogen.” Toch gingen de scholen tot driemaal toe dicht. Ollongren: „Daar hebben we heel lang en heel intensief over gesproken. We wilden het niet, we wilden het vermijden, maar het kon niet anders door het virus.”

De scholensluiting had enorme gevolgen, zei Ollongren. Niet alleen ging die ten koste van het leren, het was ook slecht voor de sociale ontwikkeling van kinderen. Ook de impact op ouders was groot; ze konden niet of nauwelijks werken omdat hun kinderen thuis waren.

De invoering van de avondklok lag net zo gevoelig, zei Ollongren. „Het was een enorme inbreuk op grondrechten, en gevoelsmatig was het ook heel lastig: ‘je mag niet meer naar buiten’. De vraag was ook of het zou werken. Ik had principiële en praktische bezwaren.”

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken verlaat overleg met het kabinet over nieuwe maatregelen om het coronavirus terug te dringen, oktober 2020.

Foto Phil Nijhuis/ANP

De avondklok kwam in september 2020 voor het eerst langs in een advies van het Outbreak Management Team (OMT), als antwoord op de vele feestjes van jongeren. De maatregel werd daarna nog een paar keer besproken, maar pas in januari 2021 ingevoerd. „We zagen geen andere mogelijkheden meer”, zei Ollongren. „We stonden met de rug tegen de muur. Alle instrumenten waren al ingezet.” Alternatieve maatregelen, zoals een verplichte thuiswerkplicht, zijn ook besproken, maar zouden te weinig effect hebben.

Live
Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Oud-minister van Binnenlandse Zaken en voormalig vicepremier Kajsa Ollongren wordt verhoord door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Tweede kamer

Vijfmaal verlengd, ondanks rellen

Ollongren WhatsAppte in die tijd naar haar medebewindslieden dat „er een sfeer wordt gecreëerd dat je een landverrader bent als je tegen een avondklok bent”, zo hield de commissie haar voor. Zelf herinnert Ollongren zich dat niet meer, zei ze. De commissie legde Ollongren nog meer kritische uitspraken van haar over de avondklok voor – het is „een geloofsartikel”; ze draaien „zich vast in een doelredenering” – maar die kon Ollongren zich evenmin goed herinneren. Uiteindelijk stemde ze „met frisse tegenzin” in met de avondklok, zo zei ze woensdag.

De avondklok leidde tot rellen, maar werd desondanks vijf keer verlengd. Er werd voor gekozen eerst andere maatregelen te versoepelen, zoals heropening van het onderwijs, toestaan van contactberoepen en buitensport, en winkels kregen meer mogelijkheden klanten te bedienen. Wat meespeelde, zei Ollongren, is dat het heel moeilijk zou zijn de avondklok af te schaffen en dan later opnieuw in te voeren. „Dat had niet gekund.”

Over de invoering van het coronatoegangsbewijs (3G, alleen toegang indien gevaccineerd, genezen of getest) adviseerden ambtenaren van Binnenlandse Zaken negatief. Ollongren was echter voorstander, omdat het bijvoorbeeld fysiek onderwijs weer mogelijk zou maken. Ook over de uitbreiding naar 2G (gevaccineerd of genezen) adviseerden haar ambtenaren negatief, maar ook hiervan was Ollongren – in „specifieke omstandigheden, zoals uitgaansgelegenheden”– voorstander. Het zou volgens haar vooral jongeren meer mogelijkheden moeten geven, het was niet bedoeld om de vaccinatiegraad te verhogen. „Ik vond het verdedigbaar, ook al sluit je daarmee sommige mensen uit.”

Wet coronamaatregelen ‘was laat’

Het kabinet regeerde aanvankelijk via noodverordeningen. Daarin werd het wegen van grondrechten nooit expliciet benoemd. Toch gebeurde dat wel, zei Ollongren. Pas in december 2020 werd de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 vastgesteld, die de de coronamaatregelen een juridische basis gaf. Eerder dat jaar, in mei, lag er al een conceptwetsvoorstel. Dat de definitieve invoering nog meer dan een half jaar duurde, „was laat”, aldus Ollongren woensdag. „Het was beter als we dat eerder hadden geregeld.”

Ze zei dat ze aanvankelijk tijdens het zomerreces verder wilde met de wetsbehandeling, maar dat het virus zich toen rustiger hield. „De hoop was dat het virus onder controle was. We gingen wat uit de crisismodus, zowel kabinet als Tweede Kamer. We zagen de urgentie niet meer om de wet snel te behandelen.”

Oud-minister van Binnenlandse Zaken en voormalig vicepremier Kajsa Ollongren wordt verhoord door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Oud-minister van Binnenlandse Zaken en voormalig vicepremier Kajsa Ollongren wordt verhoord door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto Remko de Waal/ANP

Woensdag om 10.00 uur verhoort de parlementaire enquêtecommissie Corona oud-vicepremier en minister Kajsa Ollongren (D66). Ten tijde van het uitbreken van de coronacrisis was zij minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Rutte III. Om 14.00 uur is het de beurt aan haar collega-minister in dat kabinet Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA).

Het is de tweede keer dat de commissie Grapperhaus verhoort over zijn rol in de aanpak van de coronacrisis. In zijn eerste verhoor op 1 juli ging het onder meer over zijn eigen overtreding van de coronaregels tijdens zijn huwelijk. Op foto’s van het huwelijksfeest was te zien hoe hij zijn schoonmoeder knuffelde, hoe iemand een arm op zijn schouder legde en hoe mensen samendrongen voor een familieportret.

Ook ging het over de ingrijpende avondklok die meermaals werd ingevoerd. Grapperhaus zei opvallend genoeg dat er begin 2021 grote onenigheid binnen het kabinet bestond over de invoering van die avondklok. Hij zei dat meerdere ministers, onder wie Ollongren, ernstige bezwaren tegen de invoering ervan hadden.

Het was Ollongren die bezwaren zou hebben ingebracht over „de beperking van grondrechten”, aldus Grapperhaus destijds. Welke bewindslieden tijdens overleggen in het Catshuis wél voor invoering van de avondklok waren, weigerde Grapperhaus toen te zeggen.

Grapperhaus zelf twijfelde of de avondklok wel door de politie te handhaven zou zijn. De Tweede Kamer besloot vervolgens in januari 2021 tot invoering van de avondklok, een maatregel die uiteindelijk vijf keer werd verlengd en ruim drie maanden duurde.

Ollongren zal door velen vooral worden herinnerd als verkenner die de kabinetsformatie van Rutte IV voorbereidde. In die rol moest ze, vanwege een positieve coronatest, gehaast de verkennende gesprekken verlaten. Dat deed ze met haar aantekeningen deels zichtbaar voor de pers ter plaatse. Op foto’s was onder meer de tekst „positie Omtzigt, functie elders” te lezen, wat leidde tot grote ophef. Ollongren en medeverkenner Annemarie Jorritsma traden dezelfde dag nog terug als verkenners.

Tijdens de coronacrisis werd tegen Ollongren als minister van Binnenlandse Zaken een zeldzame motie van afkeuring aangenomen door de Eerste Kamer. Dat gebeurde omdat zij de huurprijzen niet wilde bevriezen. Daar had de eerste Kamer tot twee keer toe wel voor gestemd, omdat duizenden huurders door de coronacrisis in de financiële problemen kwamen.

Toenmalig ministers Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (D66) en Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.

Toenmalig ministers Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (D66) en Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.

Foto PHIL NIJHUIS / ANP

Was de Tweede Kamer een „verlengstuk” van het kabinet Rutte III tijdens de coronacrisis of een controlerende macht die de vrijheidsbeperkende maatregelen van dat kabinet kon tegenhouden? Die vraag stond centraal tijdens het verhoor van oud-fractievoorzitter Kees van der Staaij (SGP) maandagmiddag in de parlementaire corona-enquête.

Eén aanleiding voor die vraag aan Van der Staaij was dat toenmalig minister van Justitie, Ferdinand Grapperhaus, de SGP-voorman vroeg een persbericht te schrijven voor het Reformatorisch Dagblad, dat veel wordt gelezen in SGP-kringen. (De minister van Justitie is ook belast met de portefeuille eredienst en moet daarom contact onderhouden met religieuze genootschappen.) Wegens zijn achtergrond kent Van der Staaij die kerkelijke gemeenschap goed en hij zou hun vragen en zorgen beter begrijpen dan Grapperhaus zelf, was het idee. Achteraf zegt Van der Staaij dat de minister dat persbericht beter zelfstandig had kunnen schrijven.

We wilden juist níét dat de vrijheid-inperkende maatregelen verder gingen dan nodig

Van der Staaij probeerde wel degelijk de controlerende taak van de Kamer in stand te houden, vertelde hij. Zo vroegen hij en toenmalig Kamerlid Rob Jetten (D66) in april 2020, een maand nadat de eerste lockdown inging, via een motie om de Raad van State naar de grondrechtelijke gevolgen van de beperkende maatregelen te laten kijken.

Het kabinet werkte op dat moment met een noodverordening, die vervangen zou moeten worden door een wet. Uiteindelijk werd die wet pas op 1 december 2020 ingevoerd, toen er al negen maanden voorbij waren. „Critici zeiden, en er was steeds meer onrust in de samenleving, dat de wet de maatregelen mogelijk maakte. Maar wij wilden juist dat die wet alle maatregelen fatsoenlijk regelde. We wilden juist níét dat de vrijheid-inperkende maatregelen verder gingen dan nodig.”

‘Proportionaliteit ingrepen was lastig’

Er botsten verschillende grondrechten tijdens de coronapandemie. Zo botste het grondrecht op leven en gezondheid – en dus op overheidsmaatregelen om dat te beschermen – op dat van de vrijheid van vergadering voor geloofsgemeenschappen. Zeker de grote kerken, die soms wel 2.800 stoelen hebben en nog maar dertig mensen mochten toelaten, hadden er last van, zei Van der Staaij. „En zelfs dát, dertig mensen, wilden ze op een goed moment schrappen. Het was erg lastig om de proportionaliteit van dit soort ingrepen te zien.” Andere kerken, zegt hij, hadden minder moeite met online kerkdiensten houden als alternatief voor fysieke bijeenkomsten.

Had de Tweede Kamer echt invloed op het beleid van het kabinet? Ja en nee, zei Van der Staaij. Invoering van zogeheten 2G-beleid – waarbij mensen naar cafes en het theater zouden kunnen als ze hersteld waren van een Covid-besmetting of waren gevaccineerd – is in het voorjaar van 2022 tegengehouden door de Tweede Kamer. „Wij herkennen de waarde van vaccins, maar hechten ook aan de vrijheid om níet te vaccineren. 2G ging ook voor ons te ver.”

Maar de Kamer, zei Van der Staaij maandag, vroeg óók om invoering van een Impact Management Team dat naast het Outbreak Management Team waar met name medici in zaten, zou functioneren en gelijkwaardig zou zijn. Want de gevolgen van de maatregelen voor de maatschappij op de lange termijn – toenemende eenzaamheid, wantrouwen en frustratie bij veel burgers – werden steeds zichtbaarder. Van der Staaij: „Ja, men vond het wel een ‘goed punt’ maar er gebeurde weinig mee. Dat is ons niet gelukt. De gehele periode bleef de insteek van het kabinet hetzelfde.”

Lees ook
Kees van der Staaij: ‘Ons tweekamerstelsel is een buffer tegen al te abrupte veranderingen’
Kees van der Staaij, voormalig fractievoorzitter van de SGP, tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Kees van der Staaij, voormalig fractievoorzitter van de SGP, tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto Robin Utrecht/ ANP

Angst voor ‘code zwart’, het scenario waarin de intensive cares de vraag niet meer zouden aankunnen, domineerde tijdens de coronapandemie alle besluitvorming in het kabinet-Rutte III. De korte termijn – het aantal besmettingen en de bijkomstige drukte in de ziekenhuizen – woog zwaarder dan de lange termijn: de groeiende eenzaamheid onder jongeren en ouderen, de zorgen voor ondernemers die failliet gingen.

Dit bleek maandagochtend tijdens het verhoor van oud-vicepremier Carola Schouten (ChristenUnie) in de parlementaire corona-enquête. Telkens was de ruimte „minimaal” om de angst van het kabinet voor een ‘Bergamo-scenario’ – waarin de ziekenhuizen in Noord-Italië aan het begin van de crisis overstroomden en patiënten op de gangen lagen – niet als leidraad te nemen.

„Er wás wel discussie in het Catshuis over de sluiting van scholen, bijvoorbeeld, maar de uitkomst was dat het wel beheersbaar moest blijven in de zorg”, aldus Schouten, destijds minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. „We moesten kiezen: accepteren dat mensen overlijden of niet? Acuut gaat dan vóór lange termijn, dat is de eerlijkheid.”

Live
Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Openbaar verhoor Carola Schouten

TWEEDE KAMER

Voortaan ook eenzaamheid meewegen

Daardoor nam het kabinet, op basis van RIVM-modellen, telkens weer ingrijpende maatregelen zoals de sluiting van scholen, sportverenigingen, winkels en verpleeghuizen, een avondklok en later invoering van de ‘coronapas’, wat het wantrouwen van burgers tegenover de overheid deed groeien. Schouten stak maandag de hand in eigen boezem en zei dat ze daar zelf „scherper op had moeten zijn”.

Zou opnieuw een pandemie uitbreken, dan moeten „vanaf dag één” de minder tastbare gevolgen, zoals eenzaamheid en wantrouwen, worden meegenomen in de besluitvorming, vindt Schouten. „De ziekenhuizen hadden harde data: zo veel besmettingen, zo veel bedden, zo veel personeel. Maar eenzaamheid kon je niet tellen.”

Critici werden soms te veel over één kam geschoren

Soms verbaasde ze zich over de stelligheid van de modelleurs die per maatregel zeiden te weten hoeveel besmettingen dat zou voorkomen. „Ik dacht vaak: hoe realistisch zijn die maatregelen nog? Als mensen zich er niet meer aan houden, dan kun je niets voorspellen.”

Gevraagd naar de manier waarop het kabinet tegen critici aankeek tijdens de crisis, antwoordde Schouten dat die „soms te veel over één kam [werden] geschoren. Sommige mensen die wél de maatregelen naleefden, waren tóch steeds kritischer. De motieven van burgers waren heel verschillend. Jongeren die hun vrienden niet zagen, een ondernemer die schulden opbouwde. Iemand die zich niet wil laten vaccineren. Het waren echt niet allemaal relschoppers.”

Groeiende onvrede

Er kwam volgens Schouten „steeds meer weerstand tegen de maatregelen in de maatschappij. We bespraken dat in het kabinet maar het had geen invloed op de besluitvorming. Het werd gezien als een handhavingsvraagstuk”.

Werd dan niet naar de dieperliggende oorzaken gekeken van de groeiende onvrede, vraagt een commissielid. „Nee”, antwoordt de oud-minister, „want de vraag was steeds: accepteren we dan code zwart?”

Oud-minister Carola Schouten tijdens het verhoor van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Oud-minister Carola Schouten tijdens het verhoor van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto Robin Utrecht / ANP

Deze maandag om 10.00 uur verhoort de parlementaire enquêtecommissie Corona Carola Schouten. Zij was vicepremier en minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in kabinet-Rutte III. In januari 2022 trad ze aan als minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. Om 14.00 uur is de beurt aan oud-fractievoorzitter en Kamerlid van de SGP Kees van der Staaij. De achtste verhoorweek van de commissie heeft als thema ‘reflecteren en vooruitkijken: besturen tijdens een pandemie’.

Oud-minister en -vicepremier (Christenunie)Carola Schouten

Carola Schouten was als vicepremier medeverantwoordelijk voor het bestuur tijdens de pandemie. Als landbouwminister kreeg ze in 2020 te maken met coronabesmettingen op nertsenfokkerijen, maar de commissie zal vooral interesse hebben in wat Schouten te zeggen heeft over de Catshuisoverleggen.

Schouten was één van de bewindslieden die structureel aanschoof bij het wekelijkse crisisoverleg aldaar. Tijdens die Catshuisoverleggen werden door verantwoordelijk ministers en adviseurs als RIVM-baas Jaap van Dissel en ic-arts Diederik Gommers beslissingen genomen over het indammen van de pandemie. Ook was het Catshuis de plek waar werd nagedacht over de verschillende lockdowns, de avondklok en het vaccinatiebeleid. Naar eigen zeggen was Schouten, de huidige burgemeester van Rotterdam, in het begin van de pandemie elke zondag in het Catshuis aanwezig.

De parlementaire enquêtecommissieleden zullen naar alle waarschijnlijkheid vragen naar de afwegingen die werden gemaakt in de besluitvorming. De ChristenUnie was kritisch op het voorgestelde 2G-beleid, wat inhield dat men óf gevaccineerd moest zijn óf genezen moest zijn na een covid-besmetting, om een coronapas te kunnen krijgen. De partij was tegen het plan van coalitiegenoot Ernst Kuipers (D66) om het beleid in te voeren. Daarmee was er onvoldoende steun.

Oud-kamerlid en -fractievoorzitter SGPKees van der Staaij

Ook Kamerlid en fractievoorzitter van de SGP Kees van der Staaij stond kritisch tegenover maatregelen die „dwang of drang” uitoefenden op mensen om zich te laten vaccineren, bijvoorbeeld door het invoeren van het 2G-beleid.

Ook wees Van der Staaij in Kamerdebatten vaak op de in zijn ogen wankele wettelijke onderbouwing van maatregelen en het inperken van (grond)rechten. Vooral wanneer het ging om het recht op vrijheid van godsdienst en vrijheid van vergadering. Toen het kabinet in oktober 2020 ook het aantal aanwezigen bij kerkdiensten wilde beperken tot maximaal dertig personen, vonden premier Mark Rutte en zorgminister Hugo de Jonge de SGP tegenover zich, in de persoon van Kees van der Staaij. Tegenwoordig is hij lid van de Raad van State.

Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (ChristenUnie) en Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) tijdenseen debat over coronabesmettingen.

Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (ChristenUnie) en Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) tijdenseen debat over coronabesmettingen.

Foto PHIL NIJHUIS / ANP

Het kabinet heeft bij het nemen van coronamaatregelen veel te vaak het parlement omzeild. Maatregelen werden alvast ingevoerd voordat de Tweede en de Eerste Kamer zich er over hadden gebogen. Dat gebeurde tijdens de coronacrisis 78 keer. „Daar hadden wij grote problemen mee”, zei Tweede Kamerlid Lisa Westerveld (nu Progressief Nederland, toen nog GroenLinks) tijdens haar verhoor woensdagmiddag. „Ik zat zelf ook dinsdagavond [het tijdstip waarop altijd de persconferenties plaatsvonden] met een kladblokje voor de televisie om bij de persconferentie te horen wat er stond te gebeuren.”

Westerveld was tijdens de coronaperiode onder meer woordvoerder zorg en onderwijs. Volgens haar werd de Kamer „voor een voldongen feit gesteld”. De maatregelen waren al aangekondigd in persconferenties met miljoenen kijkers, mensen in de samenleving waren al bezig zich daarop voor te bereiden. Westerveld: „Als de winkels op dinsdag hoorden dat ze de volgende dag om 14.00 uur moesten sluiten, konden wij dat moeilijk weer terugdraaien.” Maatregelen waren in debatten „bijna niet” bij te sturen.

Ze noemde het alvast invoeren van maatregelen „logisch” in het begin van de coronacrisis, „maar later niet meer. Inspraak van het parlement maakt besluitvorming beter en zorgt voor meer draagvlak in de samenleving”. Een motie van Westerveld om de volgorde van persconferentie en debat om te draaien, haalde het niet. „De coalitiepartijen waren tegen. Ze liepen te veel het kabinet achterna in plaats van het democratisch proces te verbeteren.” Pas later werden de coalitiepartijen, vooral de ChristenUnie, kritischer, zei Westerveld. Tijdens de coronacrisis maakte het kabinet eerst gebruik van noodverordeningen, later van een tijdelijke wet.

Geen fundamentele debatten

Westerveld was sowieso kritisch op de debatten. Het ging nauwelijks over „diepergaande vragen” als de grondrechten, hoe de Kamer betrokken wilde worden bij de besluitvorming, of dat er wel gestuurd moest worden op ziekenhuisbedden. „Fundamentele debatten hadden we niet. Het ging meer over of de avondklok een half uurtje eerder of later moest ingaan. Afleidingsmanoeuvres.” Debatten werden soms gebruikt „als theaterzaal”, zei Westerveld, sommige Kamerleden kwamen er alleen om filmpjes voor social media te maken.

Je moest heel snel de relevante informatie eruit halen en dan snel de technische briefing in

Net als eerder op de dag Fleur Agema (oud-PVV-Kamerlid) sprak ook Westerveld over de vele documenten die ze dinsdagavond of dinsdagnacht laat in haar mailbox kreeg. Zo kwam er een keer na middennacht 447 pagina’s aan informatie binnen. „Je kan dan even niet mensen bellen voor extra informatie of met je fractie een standpunt bespreken. Je moest heel snel de relevante informatie eruit halen en dan snel de technische briefing in.” Soms zat belangrijke informatie ook verstopt in bijlages, zei Westerveld.

Volgens Westerveld nam het Outbreak Management Team (OMT) „een ongelooflijk belangrijke rol in” tijdens de coronatijd. Het kabinet „verschool” zich te vaak achter adviezen van dat OMT. Westerveld: „Er werd vaak gezegd, ook in debatten: ‘Dit moet van het OMT”. Maar als je de adviezen las, stond er vaak dat het OMT iets adviseerde of ter overweging meegaf. „Het werd door het kabinet politiek ingezet.”

Kamerlid Lisa Westerveld: „We wisten niet waarop maatregelen waren gebaseerd.”

Foto REMKO DE WAAL / ANP

De overwegingen, de mogelijke effecten en de berekeningen achter de maatregelen waren voor de Tweede Kamer maar ook voor de samenleving niet beschikbaar en dus oncontroleerbaar, zei Westerveld. „We wisten niet waarop maatregelen waren gebaseerd.” Ze noemde als voorbeeld acht verschillende sportmaatregelen die allemaal op een bepaald moment in de crisis werden ingevoerd (wel wedstrijden maar geen trainingen, geen wedstrijden maar wel trainingen, kleine groepen, grotere groepen, niet meer sporten boven de 26 jaar etc.). „Ik kon het niet meer uitleggen.” Ze noemde sommige maatregelen „onnavolgbaar”.

Westerveld was ook niet enthousiast over het strenger maken van het 3G-coronatoegangsbewijs (gevaccineerd, genezen, getest) waarmee mensen onder meer weer de horeca en kunst- en cultuurinstellingen zouden kunnen bezoeken. Toenmalig minister van VWS Hugo de Jonge (CDA) belde Westerveld met de vraag of ze wilde nadenken over de invoering van 2G (alleen toegang als je gevaccineerd of genezen was). De partij van Westerveld was belangrijk om een meerderheid in de Eerste Kamer te halen. Maar 2G steunde Westerveld niet: „We misten een hele goede onderbouwing waarom dat nodig was. Het was meer een politieke wens van minister De Jonge en minister-president Rutte die per se 2G wilden invoeren. Sommige partijen wilden dat mensen die zich niet lieten vaccineren ook de gevolgen daarvan zouden moeten dragen.”

Lisa Westerveld was in de coronaperiode namens toen nog GroenLinks de gezondheidswoordvoerder.

Lisa Westerveld was in de coronaperiode namens toen nog GroenLinks de gezondheidswoordvoerder.

Foto REMKO DE WAAL / ANP

Het debat in de Tweede Kamer over de coronamaatregelen „deed er niet meer toe”, omdat ze de dagen ervoor al waren uitgelekt via de media en officieel waren aangekondigd door het kabinet. Er is tijdens de coronaperiode door de Tweede Kamer dan ook „niets wezenlijks veranderd” aan de maatregelen, zei oud-zorgwoordvoerder voor de PVV Fleur Agema woensdagochtend bij haar verhoor door de parlementaire enquête Corona. „Er was geen ruimte meer voor veranderingen. Hoogstens om de avondklok een half uurtje te verschuiven.” Agema was bijna achttien jaar zorgwoordvoerder voor de PVV voordat ze in 2024 minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werd. In 2025 verliet ze de politiek.

De enige uitzondering was het omstreden coronatoegangsbewijs, zei Agema. Het kabinet wilde 2G invoeren (alleen toegang krijgen als je gevaccineerd of genezen was, een negatieve test gaf geen toegang meer), maar dat plan werd door de Tweede Kamer tegengehouden. Agema: „Daar veerden de partijen op en functioneerde de democratie. Het is nogal wat dat je je moet onderwerpen aan medisch onderzoek [een coronatest] om de horeca in te kunnen, ook als je geen klachten had.”

Agema zei tijdens haar verhoor ook dat de Tweede Kamer „minimale informatie om het kabinetsbeleid te kunnen controleren” had tijdens de coronaperiode. „Er was een enorme kennisachterstand. Wij werden in het ongewisse gehouden.”

Als voorbeeld noemde ze het bezoekverbod in verpleeghuizen in maart 2020, dat aanvankelijk nauwelijks werd besproken in de Tweede Kamer en door een meerderheid van de partijen werd gesteund. Volgens Agema wist de Kamer bijvoorbeeld niet dat de schaarste aan mondkapjes een rol speelde bij het bezoekverbod. Het verbod was bedoeld om te voorkomen dat familie het virus zou meenemen de verpleeghuizen in. Desondanks stierven veel kwetsbare ouderen in verpleeghuizen, zonder familie om hen heen. Agema: „De lijkwagens reden af en aan.”

Lees ook
Lessen uit coronapandemie: in het verpleeghuis in Barneveld komt nooit meer een bezoekverbod
Een draaiorgel speelt tijdens de coronapandemie voor de bewoners en medewerkers van een Amsterdams verzorgingshuis.

Bedolven onder informatie

Tegelijkertijd werden Kamerleden juist bedolven onder informatie, stelde Agema. Alleen kwam die informatie, onder meer van het Outbreak Management Team (OMT), steeds dinsdagavond laat bij de Kamerleden binnen. Daar moest het onder hoge tijdsdruk worden gelezen. Het ging om gemiddeld 170 pagina’s per keer. Agema: „Dan moesten we ’s nachts lezen en daarna door naar de Kamer voor de technische briefing. Het leidde tot enorme stress.”

Commissielid Dion Huidekooper (D66) rekende voor dat Kamerleden gemiddeld 89 seconden hadden om een pagina te lezen. Diezelfde woensdag volgde ook nog het Kamerdebat zelf. Agema: „Omkleden en slapen deed ik in die tijd niet meer.”

Agema zei niet te begrijpen waarom informatie zo laat werd verstuurd, omdat eerder die dinsdagavond altijd al een persconferentie over de nieuwe maatregelen werd gehouden. Volgens oud-bewindslieden kwam de late informatievoorziening mede door de hoge werkdruk op de ministeries, zeiden ze eerder. Dat klopt, zei Agema, „maar dat neemt niet weg dat je de Kamer niet urenlang in het ongewisse kunt houden.”

Agema zei tijdens haar verhoor dat de Tweede Kamer „minimale informatie om het kabinetsbeleid te kunnen controleren” had tijdens de coronaperiode.

Foto REMKO DE WAAL / ANP

Eerst strenger, daarna minder streng

De PVV was in het begin van de pandemie voorstander van strenge maatregelen, strenger dan het kabinetsbeleid. Op 18 maart pleitte PVV-leider Geert Wilders, samen met toenmalig FVD-leider Thierry Baudet, voor een lockdown voor vier weken, een motie die werd afgewezen. Dat kwam omdat er toen nog veel onduidelijk was, zei Agema.

Later keerde de partij zich juist tegen strenge kabinetsmaatregelen. Die waren niet effectief, zei Agema. „Het was al snel duidelijk dat het virus zich niet via direct contact verspreidde, toch bleef het kabinet vasthouden aan maatregelen als handenwassen om direct contact te verminderen.” Volgens Agema werd „het karakter van het virus steeds duidelijker” maar heerste er tevens de sfeer van „meer en meer en steeds heftigere maatregelen” vanuit het kabinet en coalitiepartijen als de VVD. Het werd steeds meer „coalitiepartijen tegen oppositiepartijen. Mijn frustraties groeiden.”

De PVV was ook tegen de avondklok, maar toen was de Tweede Kamer, onder meer door de komst van een nieuwe besmettelijke variant, wel voor. De avondklok werd uiteindelijk vijf keer verlengd. „Ongelooflijk”, zei Agema, „al tijdens het Kamerdebat bleek al dat het niet goed werkte.”

Fleur Agema voorafgaand aan de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Fleur Agema voorafgaand aan de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto REMKO DE WAAL / ANP

Over de inhoud van het coronabeleid dachten ze vaak anders. Lisa Westerveld (GroenLinks, nu Pro) wilde vaak sneller ingrijpen, Fleur Agema (tijdens corona PVV-Kamerlid) bepleitte eerder mínder maatregelen. Maar over hóé het beleid tot stand kwam, waren ze het vaak wel eens: daarbij zette het kabinet de Kamer „buitenspel” en handelde het soms zelfs „ondemocratisch”. Deze woensdag worden Westerveld en Agema verhoord door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

OUD-coronawoordvoerder GroenlinksLisa Westerveld

In de nacht van 14 op 15 december 2021 – het kabinet had de avondlockdown tegen de oprukkende Omikron-variant van het coronavirus net verlengd – kreeg Lisa Westerveld (coronawoordvoerder van GroenLinks) 317 pagina’s aan Kamerbrieven, evaluaties, rapporten en adviezen opgestuurd van demissionair minister Hugo de Jonge.

De volgende dag moest Westerveld al die stukken lezen én erover debatteren. Het was voor Westerveld slechts een voorbeeld van hoe de regering de controlerende rol van de Kamer ondermijnde. „Het ontbreekt aan tijd om dossiers uit te diepen, alles verandert continu”, zei ze destijds tegen NRC. „En de tijd ontbreekt om beleid bij te sturen, want over moties moet je in gesprek met collega’s.”

Ander voorbeeld: tot begin 2022 – bijna twee jaar na de eerste lockdown – verlengde het kabinet iedere drie maanden de Coronawet, waarin de juridische grondslag van coronamaatregelen was vastgelegd, zónder toestemming van beide Kamers. Dat gebeurde pas achteraf. Op initiatief van Westerveld werd die „ondemocratische” werkwijze aangepast.

Westervelds kritiek stond begin 2022 symbool voor een Kamer die zich steeds vaker ‘buitenspel’ gezet voelde en zich daarom assertiever wilde opstellen ten opzichte van het kabinet. Dat was eerder anders, aan het begin van de crisis bepleitten Kamerleden juist dat de regering zich sterker moest opstellen en minder moest overleggen. „Voor overleggen en polderen is dit niet het beste moment”, zei Jesse Klaver, Westervelds politiek leider, maart 2020 in een debat. „Neem besluiten, je kunt bijna niet over-reageren. Ik heb liever dat we te veel doen dan te weinig en te laat.”

Maar medio 2022 wilde Westerveld een langetermijnvisie. Het kabinet moest samen met de Kamer nadenken over hoe de samenleving kon ‘leven met corona’. Zelf pleitte ze onder andere voor grootschalig en laagdrempelig testen, en meer capaciteit in de zorg, zodat bijvoorbeeld scholen weer open konden.

Toch was de Kamer zelf ook schuldig aan de gebrekkige rol die het had in het bepalen en controleren van het beleid, vond Westerveld. Ondanks regelmatige kritiek op de timing van maatregelen kregen die vrijwel altijd brede steun in de Kamer. „De Kamer is afwachtend en kijkt waar het kabinet mee komt”, zei ze tegen NRC. „Het kabinet lijkt daardoor soms overmoedig geworden, de meerderheid krijgen ze toch wel.”

OUD-zorgwoordvoerder pvvFleur Agema

Het komt niet vaak voor dat de Partij voor de Vrijheid (PVV) wordt bestempeld als „het redelijke alternatief”. Toch deed opiniepeiler Peter Kanne dat in 2025 in een terugblikkend blog op de positie van de PVV tijdens de coronapandemie. Terwijl Forum voor Democratie – destijds de grootste concurrent van de PVV – zich verloor in steeds radicalere complottheorieën, erkenden PVV-Kamerleden in hun kritiek in ieder geval het gevaar van het virus.

Veel van die ‘redelijke’ kritiek van de PVV kwam uit de mond van Fleur Agema. Van 2006 tot 2024 was zij zorgwoordvoerder van de PVV en daardoor tijdens de pandemie, naast Wilders, misschien wel het meest zichtbare PVV-Kamerlid. In 2024 zou ze minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden, waarna ze in 2025 de politiek verliet.

Dat Agema zich niet laafde aan complottheorieën betekende niet dat de PVV altijd het regeringsbeleid steunde. Haar belangrijkste stokpaardje was de ‘capaciteit in de zorg’: het aantal IC-bedden moest omhoog, de salarissen idem. Ook keerde de PVV zich tegen de avondklok en verplichte vaccinatiebewijzen in de horeca. Agema suggereerde dat de kritiek van zorgminister Hugo de Jonge op ongevaccineerden was bedoeld als afleiding voor zijn eigen falende beleid.

Maar de ernst van het virus werd nooit miskend, schreef Kanne. Het bleek een „tamelijk goede inschatting”, volgens de opiniepeiler. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 haalde Forum slechts 8 zetels, de PVV 17.

Toch raakte Agema gaandeweg gefrustreerd over de in haar ogen lakse houding van het kabinet tegenover de Kamer. Op 15 december 2022 – tijdens alweer het 59ste debat in de Kamer over corona – zei Agema dat de Kamer „buitenspel werd gezet”. „De avondklok ging een half uurtje later in, moties over klein grut worden gesteund. Maar verder konden we niks.”

Tijdens datzelfde debat waarschuwde Agema ook voor het belang van de „pandemische paraatheid” van Nederland. Ze vond dat minister Ernst Kuipers daarin moest investeren. „We hebben gewoon geluk gehad dat we geen code zwart hebben gehad. (…) Ik denk dat je toch beter moet besturen dan geluk hebben.” In oktober 2024 besloot Agema, inmiddels minister, als opvolger van Kuipers, zélf 300 miljoen euro te bezuinigen op pandemische paraatheid. Na veel kritiek draaide ze die bezuiniging weer terug.

Fleur Agema, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, tijdens de vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Fleur Agema, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, tijdens de vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

ANP / Lina Self

Het voorstel om het aantal vergaderingen in de Tweede Kamer fors af te schalen, leidde in een adhoc-vergadering met de fractievoorzitters tot „een pittige sfeer met emotie en commotie”. Een deel voelde „zich overvallen en was boos” door wat Kamervoorzitter Khadija Arib voorstelde. „Sommigen vonden het too much”, vertelde Simone Roos, destijds hoofd van de ambtelijke organisatie die de Tweede Kamerleden ondersteunt. Oud-griffier Roos was bij die vergadering en had Arib moeten adviseren over haar voorstel, maar ze was daar niet om gevraagd en deed het ook niet ongevraagd. Roos: „Ze zat daar met een eigen plan.”

De fractievoorzitters hadden zich niet goed kunnen voorbereiden op de vergadering, zei Roos, evenmin was de vergadering goed voorbereid. Arib voelde zich volgens haar „niet gewaardeerd”, terwijl Arib volgens Roos „echt wel haar best” deed.

Henk Nijboer, toenmalig Kamerlid voor de PvdA, wilde dat de Tweede Kamer ook over andere onderwerpen bleef debatteren, maar werd daarin niet gesteund door het presidium (het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, bestaande uit Kamervoorzitter Arib en Kamerleden van een aantal grote partijen). Vanwege het virus kwam de Tweede Kamer vanaf maart 2020 maandenlang slechts eenmaal per week bijeen, alle debatten over andere onderwerpen dan het coronavirus werden uitgesteld. 

Tijdens de coronadebatten die wel – fysiek – doorgingen, was er spanning onder ambtenaren

Van digitaal vergaderen wilde Arib helemaal niets weten, zei Roos. Oud-VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zei maandagochtend hetzelfde. Roos: „Ze wilde geen deuren openen die later misschien weer moeilijk te sluiten waren.” Uiteindelijk steunden de partijen Arib.

Arib zei zelf eerder in haar verhoor bij de commissie dat digitaal vergaderen ongrondwettelijk zou zijn geweest. Er moet voor elke stemming een quorum van 75 leden plus één worden gehaald en dat kon volgens haar niet online. Debatten en stemmingen moeten, volgens de Grondwet, ook openbaar worden gehouden, maar een online debat – via Teams of Zoom – is per definitie niet openbaar. Een advies dat de toenmalige Eerste Kamervoorzitter hierover wilde vragen aan de Raad van State, met spoed, wilde Arib niet steunen.

Tijdens de coronadebatten die wel – fysiek – doorgingen, was er spanning onder ambtenaren, zei Roos, omdat niet alle Kamerleden zich aan de coronamaatregelen hielden, te dichtbij kwamen staan of ambtenaren aanraakten.

Roos was tijdens de pandemie griffier van de Kamer. De verhoren zijn na een zomerstop weer hervat.

Foto Jeroen Jumelet / ANP

Een crisisplan

Tussen 2018 en 2022 gaf Roos leiding aan de ambtenaren die de Tweede Kamerleden ondersteunen. In maart 2020 had ze een goede relatie met Arib, zei ze. Daarna werd die relatie „complex”, het was moeilijk gesprekken met de Kamervoorzitter te voeren. Ze was „geen vertrouweling” van Arib, zei ze. Roos werkte gedurende de crisis ook aan het opzetten van een crisismanagementteam voor de Kamer, maar ook daarvoor vond ze geen gehoor bij Arib. Arib zelf noemde het team eerder „mosterd na de maaltijd”.

Ondanks alle aanvaringen met Arib wilde Roos niet over een „machtsstrijd” spreken. „Ik deed gewoon mijn werk.” Het optreden van het presidium tijdens de crisis betitelde ze als „zwak”. Ze wisten van de moeizame relatie tussen de ambtelijke organisatie en de oud-Kamervoorzitter, maar „dat leidde niet tot een interventie”. Haar eigen optreden tijdens de crisis noemde ze „niet zwak”.

Uit het verhoor bleek dat de Tweede Kamer in 2020 als organisatie compleet werd overrompeld door de coronapandemie

Later kreeg Roos publieke bekendheid vanwege de affaire-Arib, het onderzoek naar de leiderschapsstijl van de oud-Kamervoorzitter. Roos had grote moeite met de aanstelling van Arib als voorzitter van de voorbereidende commissie Corona. Later nam ze ontslag omdat ze de werksfeer in de Kamer verziekt en onveilig vond.

Uit het verhoor van Roos bleek ook dat de Tweede Kamer in 2020 als organisatie compleet werd overrompeld door de coronapandemie. Roos: „We waren niet voorbereid. Er werd op dat moment gewerkt aan een crisisplan, maar dat was nog niet af.” Daardoor ontstonden discussies over hoe een crisis te runnen. „Die discussie wil je niet tijdens de crisis, maar ervoor.”

Lees ook
De overheid ging in de coronajaren steeds onnavolgbaarder handelen
Simone Roos tijdens het openbaar verhoor van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Simone Roos tijdens het openbaar verhoor van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto Jeroen Jumelet / ANP

De Tweede Kamer had tijdens de coronapandemie vaker digitaal kunnen vergaderen, maar alle plannen in die richting werden geblokkeerd door onder anderen toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA). Dat zei toenmalig VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff maandag tijdens zijn verhoor bij de parlementaire enquête Corona. Hij kwam als eerste na de zomerstop aan de beurt.

„In mijn ogen hadden we meer kunnen vergaderen op een andere manier,” zei Dijkhoff tegen de enquêtecommissie. De Kamer had volgens hem „innovatief en vindingrijk” kunnen zijn, bijvoorbeeld door Kamerleden naar professionele studio’s te laten komen om deel te nemen aan digitale bijeenkomsten. „Daarvan zijn er genoeg in het land. Ik vond gewoon dat je moest regelen dat het wel kon. De hele samenleving moest zich aanpassen. Maar er was praktisch weinig ruimte om dingen te organiseren.”

Vanwege het virus kwam de Tweede Kamer vanaf maart 2020 maandenlang slechts eenmaal per week bijeen, alle debatten over andere onderwerpen dan het coronavirus werden uitgesteld. Het droeg eraan bij dat de Kamer weinig invloed had op het kabinetsbeleid tijdens de crisis, zeker in de beginfase. Toenmalig Kamervoorzitter Arib zei tijdens haar verhoor in juni dat het in strijd met de Grondwet zou zijn geweest om digitaal te vergaderen, omdat elk Kamerdebat openbaar hoort te zijn. 

Botsing met Arib

Dijkhoff, die destijds de grootste Kamerfractie leidde, botste er over met Kamervoorzitter Arib. Die was „heel sterk” tegen digitale debatten, zei hij. „Ik werd in een call om mijn mening gevraagd en kreeg te horen dat het niet kon. Daar werd het niet gezellig van.” Dijkhoff zei dat hij inmiddels „meer respect” kan opbrengen voor het standpunt van Arib destijds, dat de Kamer fysiek door moest vergaderen. „Zo van: wij zijn de Kamer, het virus krijgt ons er niet onder.”

Dijkhoff blikte ook terug op het gebrek aan beschermingsmiddelen in verpleeghuizen tijdens de eerste coronagolf, dat bijdroeg aan de grote sterfte onder verpleeghuisbewoners – van de tienduizend doden in die eerste golf stierf de helft in een verpleeghuis.

„Vanuit de ziekenhuizen kwamen heel harde data, bijvoorbeeld over het aantal ziekenhuisbedden. Uit de verpleeghuizen kwamen veel zorgwekkende anekdotes. Die leggen het dan toch vaak af,” zei Dijkhoff. „Achteraf krijg je dan het gevoel: het zat toch niet goed. Heel betreurenswaardig. Je kreeg wel de signalen, maar het werd ook een beetje technocratisch [door op data te sturen].”

Steun voor avondklok

Binnen de VVD-fractie bestond weinig weerstand tegen de invoering van de avondklok begin 2021, zei Dijkhoff. Opvallend, want tijdens eerdere verhoren bleek dat onder veel politieke betrokkenen de weerstand tegen de ingrijpende maatregel juist groot was. In het kabinet bestond er onenigheid over, burgemeesters uitten grote twijfels. Volgens Dijkhoff was er in de fractie niemand die wilde afwijken van de kabinetslijn. „De meerderheid zei: als dit in het pakket [aan virusmaatregelen] een logische stap is, kunnen wij die dragen en steunen.”

Dijkhoff zei de avondklok zelf „nooit anders gewogen” te hebben dan andere maatregelen. „Ik vond hem heel vervelend, maar ik vond andere maatregelen ook heel vervelend. Ik zat vaker aan de pragmatische kant.” Het besef van de „historische connotatie” – het was de eerste avondklok sinds de Tweede Wereldoorlog – heeft Dijkhoff destijds ook „niet zo gehad”, zei hij.

Volgens hem was de maatregel onvermijdelijk, al had het kabinet de noodzaak ervan achteraf bezien beter kunnen uitleggen. „Ik denk dat het kabinet deze maatregel zo lang mogelijk niet heeft willen nemen.”

Spijt van term ‘wappie’

Toen de coronavaccins in 2021 beschikbaar kwamen, had Dijkhoff „erg veel moeite” om zich te verplaatsen in mensen die zich niet wilden laten vaccineren, zo vertelde hij de commissie. „Een vaccin halen leek me zo’n no-brainer.” Sommige maatregelen, zoals de coronapas, werden door velen gezien als drukmiddel om de vaccinatiegraad te verhogen.

Publiekelijk gebruikte hij nooit de term ‘wappie’ voor ongevaccineerden, zei Dijkhoff, „maar niet-publiek wel. Daar kijk ik met spijt op terug.” Ook omdat het gebrek aan begrip voor ongevaccineerden, en de politieke druk op mensen om een coronavaccin te halen, volgens hem „amper heeft bijgedragen aan de vaccinatiegraad, maar wel aan een diepere wond in de samenleving”, aldus Dijkhoff.

Klaas Dijkhoff bij de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid. Tijdens de pandemie was Dijkhoff fractievoorzitter van de VVD.

Klaas Dijkhoff bij de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid. Tijdens de pandemie was Dijkhoff fractievoorzitter van de VVD.

Foto Robin Utrecht / ANP

Maandenlang werden ze slechts eenmaal per week gebruikt – de blauwe zetels in de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer, en de bureaus in ‘vak K’ voor bewindspersonen. Nadat in maart 2020 de eerste coronagolf het land trof en Nederland in een zogeheten ‘intelligente lockdown’ ging, besloot het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer alle geplande debatten te schrappen. Stemmingen werden uitgesteld, Kamerleden bleven thuis. In de plenaire zaal werd alleen nog over de pandemie gedebatteerd. Om aan de anderhalvemetermaatregel te voldoen, waaierden de aanwezige Kamerleden uit over alle stoelen in het halfrond. Later droegen ze ook mondkapjes – Klaas Dijkhoff had er een met een afbeelding van zijn eigen neus, mond en baard erop.

De parlementaire enquêtecommissie Corona, die terug is van zomerreces, bespreekt deze week de rol van de Kamer tijdens de pandemie. In hoeverre waren parlementariërs voldoende in staat het kabinet, dat ingrijpende maatregelen nam, te controleren? Daartoe wordt maandag om 10.00 uur voormalig VVD-fractieleider Dijkhoff verhoord. Om 14.00 uur schuift Simone Roos aan; tot 2022 was zij griffier van de Tweede Kamer.

OUD-fractievoorzitter VVDKlaas Dijkhoff

Mark Rutte, Hugo de Jonge, Ferd Grapperhaus: tijdens de pandemie waren zij de bewindslieden van het kabinet Rutte-III die de besluitvorming, en daarmee de publiciteit, domineerden. Leiders van de Kamerfracties en andere parlementariërs stonden aan de zijlijn, de controlerende en medewetgevende taak van de Kamer ten spijt.

De enquêtecommissie is benieuwd hoe de leider van wat destijds de grootste fractie in de Kamer was, de VVD, op de coronabesluitvorming reflecteert. Klaas Dijkhoff (1981, Soltau, Duitsland) was tussen 2017 en 2021 fractievoorzitter. Tegenwoordig bestiert hij een campagnebureau, richtte actiegroep ‘Voor Ons Nederland’ op en duikt geregeld op in praatprogramma’s.

Na de eerste coronagolf blikte Dijkhoff terug in NRC op hoe de coalitiepartijen (VVD, CDA en D66) werden bijgepraat door het kabinet. „Soms leidt dat tot discussie, soms tot: dankjewel, succes! Je kunt wel leuk fractievoorzitter van de grootste partij zijn, maar je staat toch op afstand. Het is meer controleren en meedenken dan zelf dóén.” Corona maakte „eensgezind”, volgens Dijkhoff, er was „minder ruimte voor politiek”.

Dijkhoff belde regelmatig met premier Rutte, hij hoefde „niet steeds te wachten” tot persconferenties om nieuwe coronamaatregelen te vernemen. Soms gaf hij advies, bijvoorbeeld toen het kabinet stelde dat mondkapjes gebruiken niet hoefde. „Toen zei ik tegen Mark: als je nou heel hard gaat roepen dat mondkapjes stom zijn en over vier weken presenteer je een plan waarin je mondjesmaat weer dingen toestaat mét mondmaskers, dan zullen mensen dat zien als een draai.”

Vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 zwaaide Dijkhoff af in Den Haag. Op zijn laatste dag ontbrak het vanwege corona aan een afscheidsborrel, vertelde hij aan Trouw. Bij ieder van zijn fractiegenoten had Dijkhoff gebak aan huis laten bezorgen.

Lees ook
Aan de zijlijn: Klaas Dijkhoff en Rob Jetten kijken terug op de coronacrisis
D66-fractievoorzitter Rob Jettenen VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff.

voormalig griffier Tweede kamerSimone Roos

Als organisatie werd de Tweede Kamer in maart 2020 compleet overrompeld door het uitbreken van de coronapandemie. Een crisisplan was er wel – maar voor fysieke dreigingen. Niet voor een ziekte met besmettingsgevaar. En dus was het die eerste weken chaos in de Kamer, bleek tijdens het coronaverhoor met toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA), afgelopen juni. Er werd volgens haar „grote druk” uitgeoefend om „helemaal niet te vergaderen”.

Waar Arib als voorzitter verantwoordelijk was voor de Kamerleden, stond Simone Roos (1961, Voorburg) tussen 2018 en 2022 aan het hoofd van de ambtelijke organisatie die parlementariërs ondersteunt. Roos raakte bij het grote publiek bekend vanwege de affaire-Arib, het onderzoek naar de leiderschapsstijl van de destijds afgezwaaide Kamervoorzitter. Nog voordat Arib formeel op de hoogte werd gesteld, bracht NRC het nieuws over het aangekondigde onderzoek naar haar. Als griffier had Roos grote moeite met de aanstelling van Arib tot voorzitter van de coronacommissie. Na de commotie over het onderzoek verliet de griffier in het najaar van 2022 de ambtelijke top van de Tweede Kamer. Ze nam ontslag omdat ze de werksfeer in de Kamer verziekt en onveilig vond.

Maandagmiddag wordt duidelijk hoe Roos, die inmiddels adviseur is bij de politie, naar het coronawerk in de Kamer kijkt. Als griffier adviseerde zij de Kamer, de Kamervoorzitter en het presidium tijdens de pandemie over „procedurele en staatsrechtelijke aspecten”, schrijft de enquêtecommissie in een aankondiging van de zevende verhoorweek.

Later deze week komen Kamerlid Lisa Westerveld (GroenLinks, nu Pro) en Fleur Agema (tijdens corona PVV-Kamerlid) nog langs.

DEN HAAG – Rob Jetten (D66) geeft zijn motie om de avondklok om 21:00 uur te laten beginnen aan de griffier in de Tweede Kamer tijdens een debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. ANP SEM VAN DER WAL

DEN HAAG – Rob Jetten (D66) geeft zijn motie om de avondklok om 21:00 uur te laten beginnen aan de griffier in de Tweede Kamer tijdens een debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. ANP SEM VAN DER WAL

ANP / ANP

De harde coronamaatregelen als lockdowns en het bezoekverbod in verpleeghuizen waren „onvermijdelijk”. Bij een vergelijkbare crisis zouden die maatregelen opnieuw moeten worden genomen, ook als dat leidt tot grote schade in de samenleving zoals een toename van mentale problemen. Dat zei oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) vrijdagmiddag tijdens zijn verhoor.

Het voorkomen van overbelasting van de zorg en de ic-capaciteit, het ‘Bergamo-scenario’, wint altijd, zei De Jonge. „Het virus sprong via contact tussen mensen over, dus we moesten die maatregelen wel nemen.”

Hij noemde het zelf „vreselijke” maatregelen en concludeerde: „Het aantal mensen dat leed onder het virus was groot, maar in de loop van de tijd werd het aantal mensen dat leed onder de maatregelen groter. Hoe noodzakelijk en onvermijdelijk die maatregelen ook waren, ze kwamen niet zonder prijs.” Hij sprak over een voortdurende „balancing act”.

Over het bezoekverbod in verpleeghuizen zei hij dat „iedereen direct de zwaarte ervan voelde, dat dit een enorme knauw zou betekenen voor mensen in de laatste fase van hun leven. Iedereen heeft willen voorkomen dat mensen eenzaam moesten sterven, maar het is wel voorgekomen. Dat is intens verdrietig.” Maar, zei hij erbij, „Ik kreeg dramatische signalen uit Brabant en Limburg van medewerkers zeiden: ‘als het virus eenmaal binnen is, zien we de mensen doodgaan onder onze handen.’”

Meer dan honderd experts

Het verhoor van De Jonge sloot de eerste verhoorperiode – die zes weken duurde – van de parlementaire enquêtecommissie Corona af. De commissie gaat nu op zomerreces, het eerstvolgende verhoor is op maandag 24 augustus met oud-VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff. Ook De Jonge komt nog een keer terug.

De Jonge was als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gezichtsbepalend tijdens de coronapandemie. Na de eerste golf werd in de zomer van 2020 in het hele land opluchting gevoeld, zei De Jonge vrijdag. „Het noodlot was afgewend.” Die zomer werden meer dan honderd binnenlandse en buitenlandse experts uitgenodigd om de vraag te beantwoorden: wat hebben we van de eerste golf geleerd? En hoe kunnen we een tweede golf voorkomen? De Jonge: „We hadden de tijd om ons voor te bereiden. De eerste golf had ons overwhelmed, het was hozen wat we konden.”

Maar een van de belangrijkste geleerde lessen uit die zomer bleek in de praktijk niet te werken, gaf De Jonge toe. De regionale aanpak in najaar 2020 – maatregelen die per regio verschillen – was niet logisch achteraf. „Daar is Nederland te klein voor. Nederland is zelf een regio.”

Lees ook
Huisarts en ‘coronacriticus’ Rob Elens, deed ‘niets verkeerd’ door een antimalariamiddel voor te schrijven bij corona 
Rob Elens tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

In het kabinet werd twee keer gesproken over de vaccinatiestrategie, die eerst de ouderen en kwetsbaren wilde beschermen – op advies van de Gezondheidsraad. Er werd niet gekozen om groepen die veel contacten hebben, bijvoorbeeld jongeren, te vaccineren om zo de verspreiding van het virus te verkleinen. Dat werd weleens ingebracht in het kabinet maar niemand wilde meer overlijdens en ziektes voor zijn rekening nemen, zei De Jonge.

Het vaccin als frikandel

De Jonge liet zich tijdens de pandemie herhaaldelijk kritisch uit over mensen die zich niet lieten vaccineren. Op een persconferentie stelde hij dat niet-gevaccineerden ziekenhuisbedden bezet hielden waardoor andere mensen langer moesten wachten voor hun operatie. Daarmee praatte hij mensen geen schuldgevoel aan, zei hij tijdens zijn verhoor: „Maar iedereen had een taak in deze crisis.”

De Jonge zei tijdens een andere persconferentie ook dat in wijken met een lagere vaccinatiegraad de vaccinatiecampagne „wijk voor wijk, arm voor arm, deur voor deur” door zou gaan. Hij wilde met die uitspraak de vaccinatiebereidheid verhogen, zei hij vrijdag. „We gingen net zo lang door tot we iedereen bereikt hadden en iedereen overtuigd hadden.” De uitspraak viel volgens de coronacommissie „slecht in de samenleving”, bijvoorbeeld bij mensen die zich vanuit geloofsovertuiging niet wilden laten vaccineren.

De Jonge vergeleek het vaccin in een interview ook eens met een frikandel; die eten mensen ook zonder te weten wat erin zit. Ook dat viel slecht in de samenleving, de commissie vroeg hem ernaar. De Jonge: „Verbazingwekkend dat na jaren zo’n uitspraak nog wordt aangehaald. Wat echt ondermijnend is voor vaccinatie is de desinformatie.”

De Jonge zei te begrijpen dat zijn uitspraken niet overal goed vielen, maar spijt had hij niet: „De waarheid [richting ongevaccineerden] moest wel worden verteld. Ik moest het eerlijke verhaal vertellen.” Het was ook gewoon zijn werk, zei De Jonge. „De ziekenhuizen lagen vol met mensen die niet gevaccineerd waren. De vaccinatiegraad moest omhoog.” De Jonge kon geen Zwitserland zijn, zo zei hij – niet neutraal dus in deze kwestie. Wel zei hij dat zijn toon „scherper” werd gedurende de pandemie. „Had dat anders gekund? Zonder twijfel. Had dat geholpen? Dat weet ik niet.”

De Jonge vond Inspectie ’te onzichtbaar’

De Jonge zei zeker drie keer contact te hebben gehad met de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over huisartsen die zeiden dat vaccinaties onnodig waren en bijvoorbeeld ivermectine (en andere middelen zoals hydroxychloroquine) voorschreven als coronamedicijn. Er werden ook onderzoeken naar deze huisartsen ingesteld. De Jonge noemde dat „ondermijnend. Patiënten moeten in een crisis kunnen vertrouwen op betrouwbare informatie en geen desinformatie krijgen. Mensen in witte jassen die willens en wetens foutieve informatie geven zijn een gevaar voor de volksgezondheid.”

De Jonge nam zelf actief contact op met de IGJ omdat hij die „te onzichtbaar” vond. „Na al die tijd was er nog maar een tuchtzaak. Dat vond ik teleurstellend.” De desinformatie deed ook iets met de vaccinatiebereidheid, zei hij. „Het was belangrijk dat de Inspectie liet zien dat ze daartegen optreedt.” Maar de IGJ is onafhankelijk en besluit uiteindelijk zelf of er daadwerkelijk wordt opgetreden, zei De Jonge.

‘Coronatoegangsbewijs niet bedoeld als vaccinatieplicht’

De commissie vroeg De Jonge ook nog naar het coronatoegangsbewijs, waarmee het kabinet maatregelen wilde versoepelen. In het kabinet was „bijna iedereen enthousiast”, zei De Jonge. Het coronatoegangsbewijs, dat vanaf september 2021 verplicht was om openbare locaties zoals cafés en restaurants binnen te komen, kweekte blijvend wantrouwen onder delen van de bevolking. Vorige week werd duidelijk dat de huidige vaccinatiebereidheid lager is, waarbij de relatie werd gelegd met het coronatoegangsbewijs. Volgens De Jonge was het coronatoegangsbewijs niet bedoeld om de vaccinatiegraad verder te verhogen. Maar het was volgens hem wel „een bruikbaar neveneffect”. Ook was het geen vaccinatieplicht, „ook niet indirect”.

Helemaal mis ging het met de campagne ‘Dansen met Janssen’ in juni 2021. Toen een dosis Janssen-vaccins over datum dreigde te raken, riep De Jonge jongeren op snel het vaccin te halen, zodat ze direct konden gaan feesten tijdens de zomer. Het resultaat was dat de besmettingen hevig piekten. De Jonge: „We hadden een veel te grote stap gezet. Het leek verantwoord, maar was dat niet. Dat was een inschattingsfout. Daar hebben we een hoge prijs voor betaald.”



Hugo de Jonge, voormalig minister van Volksgezondheid, tijdens het verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie Corona.

Hugo de Jonge, voormalig minister van Volksgezondheid, tijdens het verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie Corona.

Foto BART MAAT

De impact van de coronapandemie is tot op de dag van vandaag voelbaar, zei Robèr Willemsen, destijds voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland, deze vrijdag tegen de parlementaire enquêtecommissie Corona. De horecasector heeft een gezamenlijke schuld van 6 miljard euro opgebouwd, zei hij, „los van de spaarpotten die al leeg waren”. Nog steeds moeten mensen die schulden „afbetalen”.

Maar Willemsen vindt het vooral lastig dat men denkt dat de horeca volledig is gecompenseerd voor het inkomstenverlies, een perceptie die volgens hem „doelbewust” is gewekt door bewindspersonen. „De compensatie is 65 procent. Dat is feitelijk.”

Het verschil zit volgens hem in de loonheffing die werkgevers moesten betalen „over werk dat niet werd verricht” en in leningen die renteloos zouden worden verschaft, terwijl de rente nu 4 procent bedraagt. Hij zei erbij dat hij niet ondankbaar wil overkomen. De compensatie „had ook minder kunnen zijn”.

De commissie vroeg niet of het kabinet inderdaad had beloofd dat ondernemers volledig gecompenseerd zouden worden

Willemsen noemde het verder „een schande” dat de gevolgen van de pandemie op ondernemers zijn afgewenteld. „Ondernemers deden er niet toe.” De brancheorganisatie had tijdens de coronaperiode veel contact met het ministerie van Economische Zaken dat meestal goed verliep, maar hij constateerde dat dit ministerie „nihil” impact had op het beleid.

De commissie vroeg niet of het kabinet inderdaad had beloofd dat ondernemers volledig gecompenseerd zouden worden voor hun gemiste inkomsten als gevolg van de coronamaatregelen – en hoe en van wie Willemsen dat precies had vernomen. Want hoewel grofmazige steunpakketten werden ingericht, waarschuwden de betrokken ministers steeds dat die niet alle pijn zouden wegnemen.

Lees ook
Restaurant is nu dé troef van hotels
Gasten in het restaurant van  Fletcher Boutique Hotel Duinoord in Wassenaar. Het is hotels toegestaan hun restaurants en bars voor hotelgasten open te houden.

‘Je zoekt het maar uit’

In de eerste periode was de horeca positief over de maatregelen. Maar vanaf de tweede lockdown slonk het draagvlak. Volgens Willemsen omdat onderbouwing onderbrak, zoals bij de gedwongen sluiting om acht uur ’s avonds. „Waarom kun je om kwart voor acht nog wel veilig op anderhalve meter in een restaurant zitten en om kwart over acht niet meer?”

De commissie stelde vervolgens dat onderzoeken aangaven dat de horeca medeverantwoordelijk was voor de oplopende besmettingen, wat zou gelden als onderbouwing van het beleid. Willemsen bestreed die zienswijze, omdat volgens hem niet precies viel aan te wijzen waar mensen besmet raakten.

Bij de lockdown die in november 2021 werd aangekondigd, kreeg hij te horen dat de horeca om 17.00 uur dicht moest. Toen hij liet merken niet mee te werken en zei: „Je zoekt het maar uit”, verschoof de sluitingstijd „in twee telefoontjes” naar 20.00 uur. Ondanks dat hij deels zijn zin had gekregen, ondergroef die „handjeklap” Willemsens vertrouwen in het beleid verder, zei hij. Dat een deel van z’n achterban niet wilde meewerken aan deze maatregelen, begreep hij wel. „Als ik geen voorzitter was geweest, had ik dat ook gezegd.”

De lering die Willemsen voor de horeca trekt uit de coronatijd, is dat de sector zich beter moet voorbereiden op een nieuwe crisis

De kritiek van Willemsen richtte zich ook de „theoretische modellen” achter het overheidsbeleid, die keken niet naar wat zich „echt” afspeelde. Het beleid was „naïef” in dat opzicht. Als voorbeeld noemde hij de feesten in studentenhuizen en illegale raves in pakhuizen, terwijl de horeca werd opgedragen gasten te controleren op coronatoegangsbewijzen. Die bewijzen handhaven verzwaarde het werk aanzienlijk en leidde tot bedreigingen van horecapersoneel.

De lering die Willemsen voor de horeca trekt uit de coronatijd, is dat de sector zich beter moet voorbereiden op een nieuwe crisis en meer vet op de botten moet kweken. Al gaat dat lastig worden, want volgens hem valt momenteel met de horeca zo goed als niets te verdienen.

Lees ook
Drie hotels krijgen schade door pandemie deels vergoed
Robèr Willemsen deze vrijdag tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Robèr Willemsen deze vrijdag tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto Sem van der Wal/ANP

Gevoel voor timing kan de parlementaire enquêtecommissie Corona niet worden ontzegd. Na zes volle weken komt vrijdag in het laatste verhoor voor de zomerstop de belangrijkste hoofdrolspeler voor het eerst acte de présence geven, voormalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA). De Jonge groeide als ‘coronaminister’ en hoofdverantwoordelijke binnen het kabinet uit tot de nationale kop van Jut, op wie de kritiek op het coronabeleid afstraalde. Het was een rol waarvoor hij ook persoonlijk een hoge prijs betaalde: hij werd ernstig bedreigd.

Interessant wordt of en zo ja hoe De Jonge vrijdag gaat reflecteren. Tot dusver verdedigde hij altijd vurig en vol overtuiging hoe hij heeft gehandeld. „Er is maar één manier om geen fouten te maken en dat is met je handen in je zakken langs de kant staan”, zei De Jonge in het najaar van 2020 in NRC. „Ik ben vol in de storm gaan staan.”

Door de organisatorische chaos begon Nederland op 6 januari 2021 als laatste EU-land met vaccineren

En een storm zou De Jonge over zich heen krijgen vanaf het moment dat hij in maart 2020 de portefeuille corona overnam, toen Bruno Bruins (VVD) overwerkt uitviel. Samen met premier Mark Rutte (VVD) werd De Jonge hét gezicht van de coronabestrijding, ook door hun vele dinsdagse persconferenties. Binnen het kabinet stuurde hij met steun van Rutte vooral op overbelasting van de zorg voorkomen, soms tot irritatie van de meer op economie gerichte bewindslieden. Zo citeerde de commissie in het verhoor van Rutte een sms’je van de premier aan De Jonge van eind 2020: „Heb van onze samenwerking genoten. […] Samen met Ferd [Grapperhaus, minister van Justitie, CDA] tegen de rest.”

Vanaf het begin van de pandemie moest De Jonge vanuit het ministerie van VWS van alles binnen het zorgveld centraal aansturen – van het regelen van testen en mondkapjes, tot het managen van de GGD’s en het landelijk spreiden van ziekenhuispatiënten. Al snel bleek dat knap ingewikkeld vanwege het volledig gedecentraliseerde zorglandschap. „Het ontbreekt op alle fronten aan de mogelijkheid om centrale regie te voeren”, zei De Jonge in NRC. Zodoende moest VWS de hele pandemie „improviseren”.

Regelmatig grote beloften

De Jonge zelf koos voor een aanpak die de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een eerste coronarapport de man on the moon-strategie noemde. Om uitvoerende organisaties waarover hij op papier weinig controle had in beweging te krijgen, deed De Jonge regelmatig in het openbaar grote beloften, die niet altijd werden waargemaakt. Deze strategie van overpromise and underdeliver, zo stelde de OVV vast, was „risicovol”.

Een voorbeeld van hoe deze aanpak verkeerd uitpakte, was de opzet van de vaccinatiecampagne, deze week de focus van de enquête. Maandenlang zei De Jonge dat Nederland goed was voorbereid op de eerste vaccins, omdat vertrouwd kon worden op het „fijnmazige” vaccinatienetwerk van huisartsen, die jaarlijks al de griepprik deden en hadden gevaccineerd tijdens de Mexicaanse griep. Experts waarschuwden in het najaar van 2020 al dat deze structuur niet geschikt zou zijn voor massale coronavaccinaties.

In oktober 2021 sprak De Jonge daarnaast van ‘een epidemie van niet-gevaccineerden’

Toen het vaccin van fabrikant Pfizer ook nog eerder kwam dan dat van AstraZeneca, moest de hele strategie worden omgegooid: het Pfizer-vaccin moest bij -70 graden Celsius worden bewaard, wat niet kon bij huisartsenpraktijken. In allerijl moesten GGD’s alsnog op zoek naar massale locaties. Mede door deze organisatorische chaos begon Nederland op 6 januari 2021 als laatste EU-land met vaccineren. Ook kon De Jonge het advies van de Gezondheidsraad niet opvolgen om als eerste kwetsbare ouderen in verpleeghuizen te vaccineren.

Toen Nederland na een stroef begin de achterstanden begon in te lopen, nam De Jonge begin april het omstreden besluit om het prikken met AstraZeneca te stoppen voor zestigminners, omdat een aantal keer zeldzame bijwerkingen waren gemeld. Dat besluit, dat nieuwe vertraging betekende, ging in tegen het advies van het Europees Geneesmiddelenbureau om juist door te gaan met vaccineren.

Lees ook
Vaccinstop zorgt voor meer onduidelijkheid en vertraging
Demissionair minister Hugo de Jonge reageert op de conclusies van het EMA over het AstraZeneca-vaccin.

‘Buitengewone prestaties’

Een blunder werd de campagne ‘Dansen met Janssen’ uit juni 2021. Toen een dosis Janssen-vaccins over datum dreigde te raken, riep De Jonge jongeren op snel het vaccin te halen, zodat ze direct konden gaan feesten. „Een ideaal vaccin voor als je klaar wil zijn voor een zomer vol festivals”, zei de minister. Het resultaat was dat de besmettingen hevig piekten, omdat de vaccins de overdracht van het virus niet goed konden tegengaan. Later bleek ook dat het Outbreak Management Team niet over de campagne had geadviseerd.

De Jonge zou zich impopulair maken bij een deel van de bevolking met scherpe uitspraken over mensen die zich niet wilden laten vaccineren. Herhaaldelijk zei hij voor hen geen begrip te hebben. „Ik snap überhaupt niet dat je onder het mom van de vrijheid zegt: ik weiger die prik […] het is juist die prik die ons helpt die vrijheid weer te herwinnen op het virus”, zei hij bij Op1.

In oktober 2021 sprak De Jonge daarnaast van „een epidemie van niet-gevaccineerden”. De kabinetsmaatregelen spitsen zich ook meer toe op ongevaccineerden met het coronatoegangsbewijs, waarbij mensen bijvoorbeeld alleen bij horeca naar binnen mochten indien ze konden aantonen dat ze waren gevaccineerd, getest of recent genezen.

Gewapend met alle munitie uit de voorgaande verhoren zal de commissie vrijdag proberen De Jonge te laten reageren op alle kritiek. Dat hij die gemakkelijk vindt, bleek uit een brief die hij als oud-minister van VWS stuurde aan de OVV. De kritische rapporten miskenden volgens De Jonge „de context van destijds – de grote onzekerheid, de enorme schaarste, de hoge verwachtingen, de paniek en emotie, de tijdsdruk”. Zijn conclusie: „Veel partijen en mensen – ook op mijn departement – hebben buitengewone prestaties geleverd, er zijn zaken goed gegaan, er zijn fouten gemaakt, er zijn landen die het beter en minder goed hebben gedaan.”

Lees ook
Bijzonder moment van verzoening tussen Hugo de Jonge en de man die hem met de dood had bedreigd
Politicus Hugo de Jonge met Jan van Dam, de man die hem met de dood bedreigde, in ‘Eva’. Beeld AVROTROS
Hugo de Jonge na een overleg over het heropenen van de scholen.

Hugo de Jonge na een overleg over het heropenen van de scholen.

Foto Robin Utrecht / ANP

Oud-voorzitter Koninklijke Horeca NederlandRobèr Willemsen

Deze vrijdag om 10.00 uur gaan de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Corona verder met Robèr Willemsen, die tijdens de coronapandemie voorzitter was van Koninklijke Horeca Nederland.

In die rol zorgde Willemsen in november 2021 voor aardig wat ophef. Terwijl het aantal besmettingen snel opliep en het kabinet de horeca een sluitingstijd van 19.00 uur oplegde, liet hij weten dat veel horecazaken zich daar „waarschijnlijk” niet aan zouden houden. Zijn achterban zou dergelijke „stompzinnige maatregelen” niet accepteren, zei hij tegen NRC. Ook verweet hij het kabinet dat die de rekening van „het falende overheidsbeleid” opnieuw bij horecaondernemers legde.

Tot corona had „niemand van hem gehoord”, schreef het AD over Willemsen, toen hij in februari 2023 terugtrad als voorzitter van KHN. Maar tijdens die jaren van lockdowns en andere voor de horeca financieel zwaarwegende maatregelen kon hij niet over straat zonder herkend te worden. Zijn strategie kwam hem op lof en kritiek te staan, ook uit eigen achterban. De een vond hem te scherp, de ander te soft.

Toch zou Willemsen „absoluut dezelfde strategie” kiezen als hij die coronaperiode opnieuw zou moeten doen, zei hij tegen het AD. „Niet dat ik er niets van geleerd heb. Natuurlijk zou ik in details dingen anders doen, maar de enige manier om het voorzitterschap te kunnen doen, om die energie vast te houden, was dicht bij mezelf blijven. En dit is wie ik ben. Die keren dat ik boos was, was ik oprecht boos.”

Verbijsterd

Zoals ook in januari 2022. KHN was „verbijsterd” dat het kabinet de coronamaatregelen voor winkels, onderwijs en sport versoepelde, maar dat de horeca dicht moest blijven. „Het is een gemiste kans; de horeca speelt als huiskamer van de samenleving een cruciale rol in het welbevinden van mensen”, zei de branchevereniging onder leiding van Willemsen. KHN had „alle begrip” voor horecaondernemers die tijdens de lockdown bij wijze van protest wél open wilden gaan. „Een kwestie van overleven”, noemde KHN het.

Inmiddels, jaren na de laatste lockdown, is ‘mister horeca’ bij de meeste mensen weer uit het geheugen gesijpeld. Maar niet binnen de horecabranche. „Voor horecaondernemers is dit een belangrijk moment”, schrijft de RestaurantKrant over het verhoor. „De coronamaatregelen hadden grote gevolgen voor onze sector. Het is daarom van belang dat de ervaringen en belangen van horecaondernemers goed worden meegenomen in de evaluatie.”

Na afloop van het verhoor van Willemsen gaat de parlementaire enquêtecommissie om 14.00 uur verder met het verhoor van oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge.

Voorzitter Robèr Willemsen van Koninklijke Horeca Nederland (KHN).

Voorzitter Robèr Willemsen van Koninklijke Horeca Nederland (KHN).

Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Ze zag heus het belang van virusbestrijding, van genoeg capaciteit in de ziekenhuizen en van bescherming van potentiële patiënten tijdens de coronapandemie, zegt oud-staatssecretaris voor Economische Zaken Mona Keijzer. Maar ze zag in de loop van 2020 en in 2021 steeds sterker ook een ander belang – dat van kleine ondernemers die telkens weer de zaak moesten sluiten, economische stilstand en vooral dat van ouderen en jongeren die kampten met eenzaamheid en psychische problemen als gevolg van de beperkende maatregelen.

Kreeg Keijzer, die lid was van het kabinet, dan niet de ruimte om daar die belangen onder de aandacht te brengen, vroeg de Corona-enquêtecommissie woensdagmiddag verschillende keren. „Jawel”, antwoordde zij, „maar het hielp niets.” Er was van begin tot eind één groepje dat alles bepaalde, volgens Keijzer: de premier, de minister van Volksgezondheid, de minister van Justitie en het hoofd van de NCTV. En die lieten zich leiden door adviezen van het Outbreak Management Team (OMT). Alles draaide volgens Keijzer om één mantra: hoe meer ontmoetingen, hoe meer besmettingen en hoe meer besmettingen hoe meer ziekenhuisopnames. „Tunnelvisie”, noemt zij het.

Onderwijl kreeg Keijzer, als staatssecretaris van Economische Zaken, steeds meer dringende beroepen van kleine ondernemers en hun vertegenwoordigers om de maatregelen niet steeds te veranderen. Van horecazaken, kappers, de detailhandel en MKB Nederland. „De discussies vlogen steeds heen en weer: dan mochten er weer zó veel mensen in de winkel, dan weer zó veel. Het was een knotsgekke tijd en ik dacht steeds vaker: waar zijn we mee bezig?”

Anders dan Maurice de Hond, die woensdagochtend werd gehoord door de enquêtecommissie, noemt Keijzer niet één bewindspersoon of hoge ambtenaar bij naam, behalve enkelingen over wie ze positief oordeelt, zoals toenmalig ministers Eric Wiebes (Economische Zaken) en Wopke Hoekstra (Financiën).

‘Integriteit van het lichaam’

Haar eerste conflict met kabinetscollega’s ontstond na Black Friday, eind november 2020. „De Koopgoot in Rotterdam liep vast van de mensen en dus moesten álle winkels dicht in alle kleine dorpen. Ik moest de brief met die mededeling naar de branches sturen, maar ik wist dat ik meteen weer vragen zou krijgen: wat is dan een essentiële winkel en wat niet? Mag de Hema openblijven? De Action? Ik heb geweigerd die brief te sturen.” Ze werd, vertelt Keijzer, woedend opgebeld door de toenmalig minister van Justitie. En vervolgens eiste ook haar eigen minister van Economische Zaken, met wie ze het goed kon vinden, dat ze de brief verstuurde.

Haar onvrede groeide in de loop van 2021 omdat ze vond dat het kabinet en zijn adviseurs steeds verder af kwamen te staan van de „maatschappelijke werkelijkheid”. Het coronatoegangsbewijs was de „druppel”. Keijzer is voor vaccinatie op vrijwillige basis en ze vond een toegangsbewijs voor horeca, theater of vliegtuigen op basis van een negatieve corona-testuitslag nog wel te billijken. „Want dan kon er weer een beetje geleefd worden.” Maar een 2G-toegangsbewijs, wat inhield dat men óf gevaccineerd moest zijn óf genezen moest zijn van Covid-19 , was voor haar onbespreekbaar. „Daarmee werden gevaccineerden en ongevaccineerden tegen elkaar opgezet. Dat kan niet. Ik was toen nog lid van het CDA. De integriteit van het lichaam is heel belangrijk: de overheid mag niet bepalen welke medicijnen je neemt.”

Vlak na Prinsjesdag 2021 gaf Keijzer een interview aan de Telegraaf waarin ze kritisch was over het coronatoegangsbewijs. Ze had, zegt zij, al twee keer geprobeerd ontslag te nemen, maar de toenmalig premier wilde er niet van horen.

Mona Keijzer, oud-staatssecretaris van Economische Zaken, tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Foto RAMON VAN FLYMEN / ANP
Mona Keijzer, oud-staatssecretaris van Economische Zaken, tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid. Keijzer werd tijdens corona ontslagen omdat ze de eenheid van kabinetsbeleid schond.

Mona Keijzer, oud-staatssecretaris van Economische Zaken, tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid. Keijzer werd tijdens corona ontslagen omdat ze de eenheid van kabinetsbeleid schond.

Foto RAMON VAN FLYMEN/ANP

Hij heeft er „best begrip voor”, zegt Maurice de Hond, dat het Outbreak Management Team (OMT) in de eerste vier tot zes weken van de coronacrisis, maart 2020, niet openstond voor kritiek of andere geluiden dan die van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en het RIVM. Maar daarna, tijdens de bijna twee jaar durende pandemie, hadden kabinet en OMT volgens De Hond echt open moeten staan voor inzichten van andersdenkenden zoals hij.

Live
Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Maurice de Hond over het OMT

Tweede kamer

De Hond – aangekondigd door de enquêtecommissie als „opiniemaker”, maar eigenlijk „opiniepeiler”, zo corrigeert hij hen – kreeg tijdens het verhoor woensdagochtend van de Covid-enquêtecommissie alle ruimte om te herhalen wat hij in 2020 en 2021 op zijn eigen website, in „alternatieve media” (Weltschmerz en De Nieuwe Wereld) en sociale media zei en schreef: dat elk wetenschappelijk model en onderzoek, waar het coronabeleid op werd gebaseerd, bij nadere beschouwing door De Hond ,veel zwakker was dan het OMT stelde. Dat er een „kongsi” bestond van toenmalig premier Rutte, toenmalig RIVM-baas-Van Dissel en toenmalig vicepremier De Jonge, die „dogma’s” had, „gesloten was” en „star” en „rigide” de modellen van het RIVM gebruikte om het eigen beleid te onderbouwen.

Ook kritiek op ’traditionele media’

Groot verschil met andere niet-medische critici op het coronabeleid is dat De Hond nooit heeft ontkend dat het virus bestaat of dat je er heel ziek van kon worden. Hij heeft zich er ook tegen laten vaccineren, één keer, vertelt hij woensdag. Aanleiding daarvoor waren de data uit Israël, dat als eerste land alle inwoners vaccineerde, en waar meteen een forse daling van het aantal Covid-ziekenhuisopnames te zien was. Maar hij heeft veel kritiek op het kabinet, OMT en de „traditionele media”, zoals NOS, Volkskrant en NRC, die volgens hem te weinig ruimte maakten voor kritische geluiden. Ook over de economische en psychische schade die de lange lockdowns op een gegeven moment veroorzaakten.

De Hond studeerde sociale geografie en duikt naar eigen zeggen graag in de data achter studies. Uit zijn eigen onderzoek was volgens hem al begin 2020 gebleken dat het coronavirus zich in kleine deeltjes via de lucht verspreidde en dus dat ventilatie van gebouwen essentieel was. Belangrijker dan anderhalve meter afstand houden, en al helemaal in de buitenlucht. „Van Dissel wilde dat maar niet horen of erkennen.” De „kringen op het gras”, die mensen in het park op afstand van elkaar moesten houden om besmetting te voorkomen – potsierlijk vond hij het.

Zijn ontdekking dat Omikron, de coronavariant die eind 2021 oprukte, mensen amper ziek maakte en dus „absoluut geen reden” was voor een derde lockdown, werd volgens hem „volstrekt genegeerd”

Ook zijn ontdekking, via buitenlandse data, dat Omikron, de coronavariant uit Zuid-Afrika die eind 2021 oprukte, mensen amper ziek maakte en dus „absoluut geen reden” was voor een derde lockdown, werd volgens hem „volstrekt genegeerd”. „Alle Europese landen vonden dat, behalve wij en onze modelleurs die toen nóg waarschuwden voor gevaren.” Opnieuw herhaalt hij dat kabinet en OMT „gevangen waren in dogma’s” en naar niemand luisterden behalve de ziekenhuizen en het RIVM.

En De Hond vond dat de coronapas, die het kabinet in 2021 invoerde, zodat mensen wél naar cafés en evenementen konden maar alleen als ze konden bewijzen dat ze waren gevaccineerd, genezen van Covid of negatief getest „schijnveiligheid” bood. Uit zijn studies was volgens De Hond gebleken dat je eenmaal gevaccineerd weliswaar zelf niet ziek werd maar alsnog anderen kon besmetten.

Het hele verhoor is dat van een man die zeer betrokken was maar het gevoel had door wetenschappers en medici voortdurend te worden behandeld als buitenstaander. Over de vraag of dat zo was en of dat dan terecht was, zal de commissie in haar eindrapport begin 2027 een oordeel vellen.

Maurice de Hond tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid. Tijdens de pandemie was De Hond regelmatig in de publiciteit over het virus en de mogelijke verspreiding ervan via aerosolen.

Maurice de Hond tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid. Tijdens de pandemie was De Hond regelmatig in de publiciteit over het virus en de mogelijke verspreiding ervan via aerosolen.

Foto Ramon van Flymen/ANP

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.