Home   2026-10-22 19:56:51

←

Rennen tot je hallucineert: wat bezielt de ultraloper en is dit nog gezond?

Original article

Langs een desolate woestijnweg in het Amerikaanse Death Valley treft ultrarunner Dean Karnazes een oude goudzoeker. Hij draagt een versleten overall en heeft een lange grijze baard. ‘Water, water’, prevelt hij. ‘Ik heb water nodig.’ Karnazes steekt zijn hand uit en merkt verbaasd op dat die dwars door de man heen gaat. ‘Op dat moment besefte ik dat ik hallucineerde.’

Karnazes rent dan al achttien uur onafgebroken door het woestijndal in Californië, een van de heetste gebieden op aarde, waar het kwik die dag oploopt tot 57 graden Celsius. Zijn bevoorradingsauto, die hem onderweg van eten en drinken voorziet, is stukgegaan. Hij heeft daardoor geen toegang meer tot voedsel en, belangrijker nog, water.

Het volgende wat hij zich herinnert, is dat hij wakker wordt in een hotelkamer. Zijn crew trof hem na urenlang zoeken in de woestijn bewusteloos aan in de struiken. Daarmee is abrupt een einde gekomen aan zijn eerste poging om de Badwater Ultramarathon (een non-stoprace van 217 kilometer) uit te lopen.

De inmiddels 63-jarige Karnazes is een bekende naam in de wereld van het ultralopen, een sport die lange tijd een niche was voor een kleine groep avonturiers, maar de afgelopen jaren sterk in opmars is.

In de internationale databank DUV Ultra Marathon Statistics staan ongeveer 2,5 miljoen lopers geregistreerd die ooit een officieel erkende ultraloop – elke afstand vanaf pakweg 50 kilometer – hebben uitgelopen. Wereldwijd worden jaarlijks zo’n vierduizend ultraraces georganiseerd, ongeveer tien keer zoveel als tien jaar geleden.

Ook in Nederland groeit de sport snel. Ieder jaar voltooien naar schatting 1.500 tot 2.000 Nederlanders een ultraloop. Vrijwel elk weekend staat er ergens een wedstrijd op de kalender, van de Salland Trail tot de Brabantse Ultra Trail.

Waar vroeger de marathon gold als het summum van uithoudingsvermogen, lijkt die grens steeds verder op te schuiven. Wat drijft mensen om vrijwillig tientallen, soms honderden kilometers achter elkaar te lopen? En: hoe verantwoord is dat eigenlijk?

De Brabantse Ultra Trail, met afstanden van 50 tot 100 km, eind juni.Bron Sas Schilten voor de Volkskrant

Vredig

In zijn boek The Rise of the Ultra Runners gaat de Britse journalist Adharanand Finn een gedurfd experiment met zichzelf aan: hij wil ontdekken of hij het in zich heeft om ultraloper te worden en meldt zich aan voor de Ultra-Trail du Mont-Blanc (UTMB), een van de meest prestigieuze ultralopen ter wereld. Deelnemers leggen 176 kilometer af en overbruggen onderweg zo’n 10 duizend hoogtemeters.

Tijdens de voorbereiding schieten zijn emoties alle kanten op: van extreme vermoeidheid en wanhoop tot euforie en een transcendent gevoel van helderheid. Na urenlang lopen verdwijnen de dagelijkse zorgen naar de achtergrond en wordt het leven teruggebracht tot zijn essentie. Bewegen. Eten. Drinken. Doorgaan.

In wat ultralopers de ‘pain cave’ noemen – een toestand van diepe fysieke en mentale uitputting – ervaart Finn iets onverwachts. ‘De tijd lijkt niet meer te bestaan’, schrijft hij. ‘Ik schuifel langzaam verder, gedachteloos, zonder ergens naar op zoek te zijn. Ik weet alleen dat ik door moet gaan. Vreemd genoeg voelt het vredig.’

Na talloze gesprekken met ultralopers, gecombineerd met zijn eigen ervaringen, komt Finn tot de conclusie dat ultrarunning voor veel deelnemers veel meer is dan sport alleen. Het is een levensstijl, door sommigen omschreven als een spirituele ervaring, mede aangewakkerd door de hallucinaties die tijdens de langste races kunnen ontstaan door uitputting en slaapgebrek.

Finn ontmoet opvallend veel lopers met een verleden van verslaving of psychische ontberingen. Ultrarunning, vertellen zij, heeft hun leven gered. De sport vraagt zoveel tijd en toewijding dat zij vanzelf houvast en structuur geeft.

Maar daarin schuilt volgens Finn ook een risico. Wanneer het vermogen om door te zetten een essentieel onderdeel wordt van iemands identiteit, ontstaat het gevaar dat grenzen worden genegeerd. Ultralopers blijven tijdens races vaak doorgaan, ondanks darmproblemen, bloedende tenen en verkrampte spieren. Sommigen slikken pijnstillers om hun klachten dragelijk te maken. ‘Pijn is de manier waarop ons lichaam zegt dat we gas terug moeten nemen’, aldus Finn. ‘Maar ultralopers negeren dat signaal.’

De Britse journalist Adharanand Finn tijdens de Lavaredo Ultra in Italië.

Hartritmestoornissen

Finn beschrijft daarmee precies het spanningsveld dat ook wetenschappers bezighoudt. Onlangs kreeg een internationaal consensusdocument, waaraan ook onderzoekers van het Radboud UMC meewerkten, veel aandacht. Fanatieke sporters leven gemiddeld drie tot zes jaar langer dan minder actieve leeftijdsgenoten, concluderen de sportcardiologen. Maar dat betekent niet dat zij zijn gevrijwaard van hart- en vaatziekten.

Sommige hartritmestoornissen, zoals boezemfibrilleren, maar ook littekenvorming in de hartspier en kransslagaderverkalking, lijken zelfs vaker voor te komen bij mensen die jarenlang extreme hoeveelheden duursport bedrijven. Opvallend is dat die problemen zich bij sporters anders kunnen uiten: niet als de klassieke pijn op de borst of kortademigheid, maar soms simpelweg doordat iemand die altijd vooraan liep ineens achterop raakt in zijn trainingsgroep.

Daar staan studies tegenover die wijzen op opvallende gezondheidsvoordelen van ultrarunning. Zo ontdekten onderzoekers van de Australische Federation University dat ultralopers gemiddeld 11 procent langere telomeren hebben: beschermende uiteinden van het DNA die samenhangen met veroudering. Op basis daarvan berekenden zij dat ultralopers biologisch gemiddeld ongeveer zestien jaar ‘jonger’ waren dan de controlegroep.

De Brabantse Ultra Trail.Bron Sas Schilten voor de Volkskrant

‘De wetenschap staat hier eigenlijk nog in de kinderschoenen’, zegt sportcardioloog Harald Jørstad, verbonden aan Amsterdam UMC. Hij behandelt zowel topsporters als fanatieke recreanten die zich melden omdat hun prestaties teruglopen. ‘We weten heel goed dat bewegen gezond is. Maar bij mensen die jarenlang structureel extreem veel trainen, weten we nog niet precies waar de grens ligt.’

Volgens Jørstad is het grootste effect van sporten al bereikt bij ongeveer vier tot zes uur intensieve beweging per week. ‘Daarboven boek je niet automatisch veel meer gezondheidswinst.’

Tegelijk benadrukt hij dat de meeste ultralopers geen ernstige hartproblemen zullen ontwikkelen. Waarom dit bij een kleine groep wel het geval is, is nog niet helemaal duidelijk. Genetische aanleg, trainingsgeschiedenis en herstelvermogen lijken een rol te spelen.

De slotsom van Jørstad is helder: ultralopen doe je niet primair voor een gezonder hart. ‘Dat doe je omdat je iets wilt ervaren, bereiken of bewijzen. En soms ook gewoon voor je ego.’

Grenzen oprekken

In zijn boek over ultrarunning beschrijft de Britse journalist Finn hoe dat ego wordt gevoed door sociale media. In een sport waarin nauwelijks prijzengeld te verdienen valt, zijn likes, volgers en mogelijke sponsordeals die daaruit voortkomen voor lopers een vorm van beloning. Niet de race die probleemloos verliep, maar het verhaal over iemand die ondanks alle tegenslagen toch de finish haalde, oogst online de meeste bewondering.

Dat de lat daardoor steeds hoger komt te liggen, herkent sportarts en inspanningsfysioloog Guido Vroemen uit zijn dagelijkse praktijk. Hij begeleidt duursporters, onder wie triatleten en ultralopers, en ziet hoe de sport de afgelopen tien jaar is veranderd. Waar trail- en ultralopen vroeger vooral draaiden om urenlang genieten van de natuur, sluipt nu steeds vaker het wedstrijdelement erin. ‘Zelfs een ontspannen tocht door het bos heet tegenwoordig ineens een koers’, zegt hij.

De Brabantse Ultra Trail.Bron Sas Schilten voor de Volkskrant

Sporters vergelijken zichzelf voortdurend met anderen en willen in rap tempo steeds langere afstanden afvinken, waarbij ze de nodige tussenstappen overslaan. Daarbij onderschatten ze dat het lichaam niet beter wordt van training alleen, maar juist van het herstel daarna. ‘Ik ben daarom als trainer bijna voortdurend op de rem aan het trappen.’

De opkomst van geavanceerde sporthorloges en trainingsapps versterkt dit mechanisme. Sporters laten zich leiden door data over slaapkwaliteit, stressniveau, herstel en trainingsgereedheid (‘je zit in je piek!’). Maar die gegevens vertellen volgens Vroemen niet het hele verhaal. ‘Je Garmin kan zeggen: je bent volledig hersteld en klaar voor een zware training. Maar als jij slecht hebt geslapen, geen zin hebt om te trainen en je uitgeput voelt, dan is dat veel belangrijker dan wat je horloge zegt.’

Ultrarunning draait uiteindelijk vooral om zelfkennis, vervolgt Vroemen. Niet iedere sporter heeft dezelfde belastbaarheid. ‘Dat iemand anders een bepaalde afstand kan lopen, betekent niet dat jij dat ook moet doen’, zegt hij. ‘Je moet vooral kijken: wat past bij míjn lichaam?’

Bijna fataal

Het heeft jaren geduurd voordat de Britse ultraloper Sophie Power (44) die les ter harte nam. Ze begon op haar 26ste met hardlopen en zet zich tegenwoordig actief in om ultrarunning toegankelijker te maken - vooral voor vrouwen, die nog altijd sterk ondervertegenwoordigd zijn.

Net als Finn omschrijft Power ultrarunning als een manier om de ruis van het dagelijkse leven uit te schakelen. Met een druk bestaan, waarin ze werk combineert met de zorg voor haar drie kinderen, ervaart ze tijdens lange races een rust die ze elders nauwelijks vindt. ‘Wanneer ik 24 uur of langer loop, is er nog maar één vraag: wat heeft mijn lichaam nu nodig? Moet ik eten, drinken, navigeren? Ik kan mijn hoofd helemaal uitzetten.’

De Britse ultraloper Sophie Power probeert de sport toegankelijker te maken – vooral voor vrouwen.Bron Sophie Power

Jarenlang draaide ultrarunning voor haar vooral om het ontdekken waartoe ze lichamelijk en mentaal in staat was. Totdat een zesdaagse race door de jungle van Cambodja haar bijna fataal werd. Power dronk zoveel water dat haar zoutbalans volledig ontregeld raakte. Ze kreeg ernstige hyponatriëmie – een potentieel levensgevaarlijke aandoening waarbij het natriumgehalte in het bloed gevaarlijk laag wordt – en belandde in coma. ‘Ik heb enorm veel geluk gehad dat ik het overleefde.’

Die ervaring veranderde haar kijk op de sport voorgoed. Op technisch terrein kijkt ze niet langer alleen naar de finish, maar ook naar de dag erna. ‘Dan denk ik: ik moet morgen wel mijn kinderen naar school kunnen brengen.’

Sindsdien houdt ze haar herstel nauwlettend in de gaten, laat ze geregeld haar bloedwaarden controleren en stapt ze zonder aarzelen uit een wedstrijd als de omstandigheden te gevaarlijk worden. ‘Er is altijd weer een nieuwe startlijn’, zegt ze. ‘Ik wil dit blijven doen tot ik 70 of 80 ben.’ Of ze daarbij eerste of tweede wordt, vindt ze veel minder belangrijk dan voorheen. ‘Als iemand sneller is dan ik, is mijn eigen prestatie niet minder waard.’

De Brabantse Ultra Trail.Bron Sas Schilten voor de Volkskrant

Eigen verantwoordelijkheid

Waar ervaren ultralopers als Power risico’s steeds beter leren inschatten, zien organisatoren juist veel nieuwkomers die onderschatten wat honderden kilometers achter elkaar rennen van lichaam en geest vragen.

Bij de zwaarste races van de Belgische Legends Trails, met afstanden van 270 tot 350 kilometer door de Ardennen, haalt 30 procent van de deelnemers de finish niet. Volgens organisator Tim de Vriendt zijn het maar zelden ernstige medische problemen die tot een opgave leiden.

Veel vaker geven deelnemers op door een combinatie van vermoeidheid, slaapgebrek, maag- en darmproblemen en de mentale confrontatie met de enorme afstand die nog voor hen ligt. ‘Wanneer je 150 kilometer hebt afgelegd en beseft dat je nog 200 kilometer moet, is het mentaal heel gemakkelijk om te besluiten dat het genoeg is’, zegt De Vriendt.

Achteraf krijgt zo’n beslissing volgens hem soms een dramatischer uitleg dan de werkelijkheid rechtvaardigt. ‘Een verhaal over onderkoeling of een medische evacuatie klinkt natuurlijk spectaculairder dan: ik was niet goed genoeg voorbereid of ik zag het niet zitten om nog een nacht door de modder te lopen.’

Hoewel het uitdijende deelnemersveld het risico op ongelukken vergroot, is De Vriendt geen voorstander van strengere toelatingseisen of verplichte medische certificaten. Deze maatregel wordt geregeld geopperd na dodelijke incidenten bij hardloopevenementen. ‘Een certificaat wordt vaak afgetekend zonder dat de juiste onderzoeken worden gedaan. Dan heeft het weinig waarde.’

De Brabantse Ultra Trail.Bron Sas Schilten voor de Volkskrant

Volgens De Vriendt ligt de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de deelnemers zelf. ‘Een ultraloop van 300 kilometer is geen langere versie van een marathon. Het vraagt een heel andere voorbereiding. Je moet leren omgaan met slaapgebrek, voeding, kou, eenzaamheid en momenten waarop je brein je vertelt dat je moet stoppen.’

Sommige organisaties proberen een gedegen voorbereiding af te dwingen. Voor deelname aan de Ultra-Trail du Mont-Blanc moeten lopers bijvoorbeeld via eerdere wedstrijden zogeheten ‘Running Stones’ verzamelen om überhaupt mee te kunnen loten voor een startbewijs. De Barkley Marathons, een van de zwaarste ultralopen ter wereld, werkt met een zeer beperkte en zorgvuldig geselecteerde deelnemersgroep. Voor de meeste ultralopen bestaan echter geen toelatingseisen.

De Brabantse Ultra Trail.Bron Sas Schilten voor de Volkskrant

Geprofessionaliseerd

Toch betekent de groei van de sport niet dat ultralopen per definitie gevaarlijker is geworden. Integendeel, zegt de Amerikaanse ultraloper Dean Karnazes. Volgens hem is ultrarunning de afgelopen jaren juist sterk geprofessionaliseerd. Toen hij begin jaren negentig begon, lagen de veiligheidsstandaarden beduidend lager. Verdwalen was niet ongebruikelijk en tussen de verzorgingsposten lagen soms tientallen kilometers.

Tegenwoordig houden gps-systemen lopers op koers en is de toegang tot voedsel, water en medische ondersteuning veel beter geregeld. Daarom kijkt Karnazes met enige nostalgie terug op zijn beginjaren. ‘Je moest veel meer op jezelf vertrouwen.’

De Brabantse Ultra Trail.Bron Sas Schilten voor de Volkskrant

Zijn hallucinaties tijdens de Badwater Ultramarathon in Death Valley – naast de goudzoeker zag hij ook dinosauriërs door de woestijn rennen en slangen die uit de lucht vallen – vormden voor hem geen reden om te stoppen. Een jaar later stond hij opnieuw aan de start. Ditmaal haalde hij de finish. Inmiddels heeft hij zelfs tien edities voltooid.

Is er ooit een moment waarop het genoeg is geweest? ‘In de mindset van een ultraloper bestaat eigenlijk nooit zoiets als genoeg’, zegt Karnazes. ‘Mensen vragen me weleens wanneer ik stop. Dan zeg ik: mijn finishlijn is een houten kist.’

De Brabantse Ultra Trail.Bron Sas Schilten voor de Volkskrant