Oud-burgemeester had slavernijverleden, onderzoekers willen excuses en vervolgonderzoek
Omroep West
Oud-burgemeester had slavernijverleden, onderzoekers willen excuses en vervolgonderzoek
12 juli, 16:30 • 3 minuten leestijd
ALPHEN AAN DEN RIJN - Een oud-burgemeester van de voormalige gemeente Alphen had belangen bij plantages en tot slaafgemaakten in Suriname. Dat blijkt uit onderzoek van jurist Rebecca Tam en historicus Guus de Boer. De onderzoekers zien graag excuses van de gemeente en een vervolgonderzoek.
Het gaat om Johannes Jacobus Ooijkaas, die van 1825 tot en met 1836 burgemeester was. Tegelijkertijd had hij ook de rol van gemeentesecretaris en was hij notaris.
Uit het onderzoek blijkt dat niet alleen Ooijkaas zelf, maar ook zijn kinderen en kleinkinderen (mede-)eigenaren waren van plantages in de voormalige kolonie Suriname.
'Het waren ook vrij grote koffie- en suikerplantages', vertelt Tam. 'Hij was eigenaar van tot slaaf gemaakten en is uiteindelijk in Suriname overleden.'
Heel grote naam
Ooijkaas had goede banden met de familie De Friderici, een rijke familie die nauw verbonden is met het Nederlandse koloniale verleden in Suriname. Jurriaan François De Friderici was zelfs gouverneur-generaal van Suriname en vocht tegen gevluchte tot slaaf gemaakten. 'Hij heeft een heel grote naam daar', vertelt Tam.
De Friderici’s hadden buitenplaatsen langs de Oude Rijn, waaronder buitenplaats 'Raadwijk' in Alphen aan den Rijn. Die buitenplaats bestaat niet meer, wel is de Raadwijkstraat in het Rode Dorp ernaar vernoemd.
Vervolgonderzoek
Ook de gemeente Alphen aan den Rijn deed de afgelopen jaren onderzoek naar haar eigen slavernijverleden, maar vond geen betrokkenheid van gemeentebestuurders bij het Nederlandse slavernijverleden. Wel werd aanbevolen om verder onderzoek te doen, onder andere naar buitenplaatsen.
De Boer denkt dat de gemeente tot een andere uitkomst is gekomen, omdat ze bij hun onderzoek vooral vanuit de bestuurlijke kant hebben gekeken. 'Wij hebben meer vanuit de menselijke kant gekeken', verklaart De Boer. 'En dan kom je bij veel stukken die Ooijkaas tegen.'
Dit zou wel eens het topje van de ijsberg kunnen zijn
Tam en De Boer hopen nu dat de gemeente een vervolgonderzoek start. 'Want dit zou wel eens het topje van de ijsberg kunnen zijn', vermoedt Tam. Inmiddels is het tweetal een samenwerking aangegaan met de Provincie Zuid-Holland.
Inmiddels is de gemeente ook op de hoogte van de bevindingen. De portefeuillehoudende wethouder Relus Breeuwsma (CDA) reageerde tijdens de gemeenteraad eind juni dat het voor de gemeente nieuwe informatie is.
De wethouder wil verder in gesprek gaan en de uitkomst met de raad delen. 'Dan kijken we of we er iets mee moeten doen.'
Excuses en herkenning
Tam ziet graag excuses van de gemeente komen. Andere gemeenten hebben dat ook al gedaan. 'Dus het is mogelijk', vertelt Tam, die van zowel de vrije mensen uit het binnenland van Suriname, als van De Friderici’s, afstamt.
Voor Tam betekent excuses van de gemeente vooral erkenning van een stukje geschiedenis. 'Ik denk dat je het niet eens alleen de nazaten van de tot slaaf gemaakten verschuldigd bent: heel Alphen heeft het recht om te weten in welke stad ze wonen en wat de geschiedenis is.'
Gezicht krijgen bij lezing
Tot 15 augustus vindt de expositie Van Fort Buku naar de Limes - Ontdek de verborgen koloniale sporen achter landgoed (Groot) Raadwijk plaats in Bibliotheek Rijn en Venen in het Alphense centrum.
De expositie werd afgelopen zaterdag feestelijk geopend, met onder andere een lezing over schrijver en militair John Gabriël Stedman en Jurriaan François De Friderici. Daarnaast vond er ook een Apinti-drumoptreden plaats.
'We hebben een gedeelde geschiedenis en die is heel hecht geweest', vertelt Tam. Volgens haar zijn er maar weinig mensen die weten van de verbanden tussen de koloniale tijd en de 'elite aan de Rijn'. ‘En dat mag een gezicht krijgen', vindt ze.