ALPHEN AAN DEN RIJN - In vogelpark Avifauna worden 160 Friese grutto-eieren uitgebroed voor een groot onderzoek naar de nationale vogel. Er zijn al meer dan vijftig kuikens uit het ei gekropen. Onderzoekers willen weten waarom jonge grutto's hun eerste kwetsbare weken vaak niet overleven.
Avifauna kreeg de 160 eieren onlangs uit Friesland. Ze zijn door vrijwilligers van de Bond Friese Vogelwachten (BFVW) verzameld, uit nesten waarvan de kans klein was dat ze succesvol zouden uitkomen.
Bij het vogelpark in Alphen aan den Rijn worden ze achter de schermen uitgebroed. Dat gebeurt in een speciaal ingericht broedcentrum met volières.
Het onderzoek draait om de ‘complexiteit van grutto-kuikenoverleving’. De grutto is Nederlands nationale vogel, maar de populatie staat al jaren onder druk. Avifauna wil met het project bijdragen aan kennis die nodig is om die achteruitgang tegen te gaan.
De eerste resultaten zijn positief, constateert het vogelpark. Dagelijks komen er gruttokuikens uit het ei. Inmiddels hebben verzorgers al meer dan vijftig kuikens de eerste dagen begeleid en gewogen. Daarna verhuizen de jonge vogels naar volières in Avifauna, waar ze in een omgeving die 'natuurlijk' is ingericht zelf op zoek naar voedsel gaan.
Op verschillende leeftijden gaan de kuikens terug naar Friesland. Daar volgt een volgende fase van het onderzoek. Overdag verblijven ze in omheinde weiden, waar onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en verzorgers van Avifauna hun groei en gedrag nauwkeurig kunnen volgen. Dat lukt in het wild veel moeilijker, omdat jonge grutto’s zich snel verspreiden en veel risico lopen.
Onderzoekers brengen in de omheinde weiden onder meer de insectenstand in kaart. Via de ontlasting van kuikens kunnen zij later onderzoeken welke prooien de jonge grutto’s daadwerkelijk eten.
Omdat de weiden worden bewaakt en afgerasterd, kunnen onderzoekers beter beoordelen welke rol voedselkwaliteit speelt bij de groei van de kuikens. Dat doen ze bovendien zonder dat roofdieren het beeld verstoren.
Alle grutto's worden uiteindelijk vrijgelaten. Voordat dit gebeurt, krijgen ze zenders. Ook wilde kuikens worden gevolgd in de natuurlijke omgeving, onder meer met zenders en drones.
Dit onderzoek volgt op ruim twintig jaar veldwerk in Súdwest-Fryslân, waar het Grutto Landschap Project onderzocht waarom zoveel jonge grutto's het niet redden. Daaruit kwam naar voren dat vooral voedselaanbod maar ook natuurlijke vijanden bepalen hoeveel gruttokuikens overleven. De eerste veertig dagen blijken ze daarbij het kwetsbaarst. In die periode zijn de jonge vogels sterk afhankelijk van voldoende voedsel dat ook goed bereikbaar is.
Volgens Avifauna kan de achteruitgang van de Nederlandse grutto worden aangepakt als meer kuikens die eerste levensfase doorkomen. Het vogelpark noemt het onderzoek daarom ‘een cruciaal puzzelstuk’ voor een zo nauwkeurig mogelijk beeld van de eerste weken in het leven van de grutto.
Avifauna werkt voor de verzorging van de kuikens samen met Diergaarde Blijdorp en AquaZoo Friesland. Het vijfjarige onderzoek wordt door BirdEyes uitgevoerd, samen met de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit van Amsterdam, Bureau Altenburg & Wymenga Ecologisch Onderzoek en de Bond Friese Vogelwachten.
Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur nam het initiatief voor het onderzoek en financiert het project. Ook volgend broedseizoen verwacht Avifauna weer 160 eieren uit te broeden en de kuikens tijdens hun eerste kwetsbare weken te begeleiden.
Source: Omroepwest - Alphen aan den Rijn