Edith Eger | psychotherapeut en holocaustoverlevende Edith Eger overleefde Auschwitz en zweeg bijna 25 jaar over de verschrikkingen die ze als zestienjarige meemaakte. Nu, in de negentig, helpt ze anderen, als schrijver en therapeut. „Kijk ’s morgens in de spiegel en zeg: ik hou van jou.”
Edith Eger: „Het probleem met het hebben van een geheim, is dat het geheim jou heeft. Het wordt een gevangenis.”
Op een dag krijgt Edith Eva Eger, 93 jaar maar nog altijd werkzaam als psychotherapeut in San Diego, Californië, twee vrouwen na elkaar bij haar langs. Moeders van in de veertig. De eerste cliënt huilt vrijwel de hele sessie. Haar dochter ligt op sterven. De tweede brengt ook het grootste deel van het uur huilend door. Haar nieuwe Cadillac, zojuist afgeleverd, heeft niet de juiste kleur geel.
Onbegrijpelijk? Voor Eger, die al over de vijftig was toen ze haar praktijklicentie haalde, niet. De twee vrouwen herinneren haar aan „een van de meest fundamentele principes van mijn werk”, schrijft ze in Het Geschenk, haar tweede boek, dat deze week in het Nederlands is verschenen. „Het is een universele ervaring dat het leven niet blijkt te zijn wat we hadden gewild of verwacht. De meesten van ons lijden omdat we iets hebben wat we niet willen, of we willen iets wat we niet hebben.”
Eger leerde die les op zestienjarige leeftijd, vertelt ze in een interview via Zoom. In het voorjaar van 1944 werd zij met haar vader, moeder en oudere zus Magda naar Auschwitz gedeporteerd, net als ruim 15.000 andere Joden uit de Hongaarse stad Kassa.
De zussen Eléfant. V.l.n.r.: Klara, Edith en Magda. Foto privébezit
Haar ouders werden in Polen meteen vergast. Edith en Magda werden een jaar later bevrijd in Gunskirchen, een Außenlager van het grotere Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen. Eger, voor haar deportatie een getalenteerde ballerina en turnster met Olympische aspiraties, had een gebroken rug en woog nog maar 32 kilo. De Amerikaanse soldaten dachten eerst dat ze dood was, zoals de medegevangenen onder wie ze lag.
Als Edith en Magda terugkeren naar Kassa, als twee van de slechts zeventig overlevenden van de weggevoerde Joden uit hun stad, vinden ze hun zus Klara. De violiste was beschermd door een docent. Maar Ediths verkering Eric, met wie ze na de oorlog naar Palestina wilde verhuizen, blijkt gestorven in Auschwitz. Een dag voor de bevrijding van het kamp.
Hoe kan juist Eger compassie voelen voor een vrouw die rouwt om de tint van haar Cadillac? Ze benadrukt meerdere keren in Het Geschenk, net als in haar eerste boek De Keuze (gepubliceerd op haar negentigste), dat er geen hiërarchie is in lijden. Je verdriet bagatelliseren omdat een ander het zwaarder heeft, is onverstandig, vindt Eger. Bovendien, zegt ze, wordt een sterke reactie op iets triviaals vaak veroorzaakt door een diepere pijn.
Edith Eger: Het Geschenk - 12 lessen die je leven kunnen redden.
A.W. Bruna Uitgevers, 224 blz. €18,99
Hoe ervaart u de coronapandemie?
„Kort geleden ging ik naar een restaurant waar ze de tafels buiten hadden gezet. Dat voelde voor mij alsof ik in Europa was, waar het gewoon is dat mensen buiten eten. Mijn God, dacht ik, het lijkt wel of ik in Amsterdam ben, of in Boedapest. Ik zie corona als een verandering, met ook mooie kanten. Ik vind altijd een geschenk in alles.
„De eerste dag in Auschwitz werden we kaalgeschoren. Magda, die altijd werd geprezen om haar schoonheid, stond met haar lokken in haar handen. ‘Hoe zie ik eruit’, vroeg ze. Ik wilde niet liegen. Ik moest daarom een waarheid vinden die geen pijn deed. Ik antwoordde: ‘Je ogen zijn zo mooi. Nu je haar er niet meer voor hangt, kan ik ze zien.’
„Dat is de keuze die we hebben. Aandacht besteden aan wat we zijn verloren, of aan wat we nog hebben.”
U putte veel kracht uit uw gedachtenwereld.
„In Auschwitz was dat mijn manier om te overleven. Telkens dacht ik, als ik vandaag overleef, zal ik morgen vrij zijn. Dan zal ik Eric weer zien.
„In die zin was Auschwitz, met de constante dreiging van de dood, een plek om te ontdekken waar het leven om draait. Om de kracht in mijzelf te vinden. Om bewust mijn gedachten te sturen, zodat ze dienden om me door de ervaring heen te krijgen, om het licht te zoeken.
„Ik heb nooit toegestaan dat de vijand mijn geest vermoordde. Je moet altijd hoop blijven zoeken in de hopeloosheid.”
Toch heeft u bijna 25 jaar nauwelijks gesproken over wat u had meegemaakt in de kampen.
„Ik hield dat zestienjarige meisje verborgen in mezelf. Ik wilde niet dat mensen medelijden met me zouden hebben. Dat de concentratiekampen een schaduw zouden werpen over mijn drie kinderen. Toen mijn man en ik met onze oudste dochter, toen een peuter, in 1949 aankwamen in Amerika, heb ik dat deel van mezelf geparkeerd. Ik wilde gewoon een Yankee Doodle Dandy zijn, weet je.”
Maar dat was u niet.
„Het probleem met het hebben van een geheim, is dat het geheim jou heeft. Het wordt een gevangenis. Dat zie je ook bij seksueel misbruik. Kinderen die zijn misbruikt worden naar de buitenwereld toe acteurs en actrices, omdat ze hun geheim niet durven delen.”
Het tegenovergestelde van depressie, is expressie, schrijft u.
„Dat klopt. Wat uit je lichaam komt maakt je niet ziek, het is wat binnen blijft. Oordeel dan ook niet over een gevoel, van jezelf of een ander. Een gevoel is een gevoel. Er is geen juist of verkeerd gevoel. Het is gewoon een gevoel.”
Amper achttien trouwt ze met Béla Eger, net als zij een Joodse overlevende. Tijdens de oorlog had hij zich verstopt in de bergen en sloot hij zich aan bij de Russen om te vechten tegen de nazi’s. „Mensen vroegen me later of ik verliefd op hem was. Ik was erg mager. Ik was erg hongerig. En ik was erg eenzaam. Deze man bracht me Hongaarse salami en Zwitserse kaas. Dat deed het voor mij.”
Ze is euforisch als ze kort daarna zwanger blijkt. Haar lichaam dat bijna dood was, bevat nieuw leven. De huisarts dringt aan op een abortus, ze zou te zwak zijn om een kind te baren. Na het interview stuurt haar assistent een foto van – inmiddels – vier generaties van de familie Eger. Toen hun eerste kleinkind werd geboren zei Béla: „Drie generaties… dat is de beste wraak op Hitler die je kunt bedenken.”
In het naoorlogse Oost-Europa is het jonge paar echter ook niet veilig. Béla komt uit een welvarende familie van handelaren. Als hij niet wil samenwerken met de communisten, wordt hij gevangen gezet. Edith, met babydochter Marianne op haar arm, koopt een bewaker om met haar diamanten trouwring. Via Oostenrijk vluchten ze naar de Verenigde Staten.
Hij wordt na veel tegenslagen accountant, zij werkt in een kledingfabriek, waar ze losse draadjes van jongensonderbroeken knipt. Een studie psychologie onderbreekt ze vanwege extra zorg voor hun jongste zoon, die ontwikkelingsproblemen heeft. In 1966, bijna veertig, pakt ze haar studie weer op. Op een dag vraagt een jonge medestudent: ‘U was daar, toch?’ Hij geeft haar De zin van het bestaan van Viktor Frankl, die ook in Auschwitz heeft gezeten.
Het is een ommekeer in Egers leven. Tot haar verbazing voelt ze zich niet opnieuw opgesloten als ze leest over het kamp waar ze zoveel verschrikkingen heeft meegemaakt. Stel dat het vertellen van haar verhaal de greep ervan losser maakt in plaats van strakker? Stel dat stilte en ontkenning niet de enige keuzes zijn na een catastrofaal verlies?
Ze gaat in therapie. Praat met familie en vrienden, raakt bevriend met Frankl. Maar, zoals Eger schrijft in De Keuze, genezen gaat niet in een rechte lijn. Uiteindelijk besluit ze terug te gaan naar Auschwitz. Gesteund door Belá gaat ze terug naar de plek waar de trein aankwam en Dr. Mengele vroeg of haar moeder haar moeder was, of haar zus. De jonge Edith zei de waarheid. Haar moeder werd naar links gestuurd, zij en Magda naar rechts.
U moest zelf verwerken voordat u anderen kon genezen?
„Ik kan niemand verder brengen dan ik zelf ben gegaan.”
U vroeg een therapeut om op u te gaan zitten.
„Er is geen vergeving zonder woede. Je moet eerst leren je vuist te schudden. Daarom heb ik een therapeut gevraagd om op me te zitten, en me niet te laten opstaan. Ik voelde de kracht van de woede. Ik schreeuwde en huilde. Maar ik merkte ook dat ik bleef leven. Ik leerde dat gevoelens, hoe sterk ook, niet dodelijk zijn.”
Waarom wachtte u zo lang om uw verhaal op te schrijven? U was negentig toen uw eerste boek verscheen.
„Door de jaren heen hebben veel mensen gezegd, Edie, schrijf een boek. En ik antwoordde automatisch: ‘Ik? Ik heb niets te zeggen.’ Dus tsja, wie is je ergste vijand?”
Wat deed u besluiten om het boek uiteindelijk wél te schrijven? En niet één maar twee.
„Dat is te danken aan Philip Zimbardo (psycholoog en bedenker van het beroemde Stanford-gevangenisexperiment, red.). Hij bleef me vertellen dat de overlevenden die hun verhaal hebben opgeschreven, allemaal mannen zijn. Je hebt Elie Wiesel, je hebt Viktor Frankl. Hij zei: we hebben ook vrouwenstemmen nodig.”
Wat voegt het vrouwelijk perspectief toe aan het mannelijke?
„Mannen willen zaken vaak begrijpen, benaderen het vanuit hun hoofd. Wij vrouwen voelen. We willen weten hoe jij je voelt en we willen dat gevoel gezelschap houden.
„Maar ik vraag vooral vrouwen om niet rechtstreeks te vragen hoe het met iemand gaat. Dat is een stomme vraag. Mensen zeggen vrijwel altijd dat het goed gaat, zelfs als het niet zo is. Het is beter om te zeggen, wat goed om je te zien, ik had je gemist. Zo ontstaat de veiligheid waarin alle gevoelens aanwezig mogen zijn.”
In uw tweede boek staan aan het eind van elk hoofdstuk vragen en opdrachten voor de lezer. Waarom koos u voor die vorm?
„Omdat mensen die De Keuze hadden gelezen me schreven dat ik nog niet klaar was. Dat ik ook nog een praktischer boek moest schrijven. Dat is dit. Ik wilde mijn lezers helpen goede therapeuten voor zichzelf te worden.”
Door deze pandemie ervaren veel mensen eenzaamheid. In Het Geschenk zegt u dat we goed gezelschap moeten zijn voor onszelf. Hoe doet een mens dat?
„Het is wetenschappelijk bewezen dat de manier waarop je tegen jezelf praat, je lichaamschemie verandert. Dus als je ’s morgens opstaat, kijk dan in de spiegel en zeg ‘ik hou van jou’. Ik eer mezelf, want er zal nooit een andere ik zijn. Zoveel mensen kunnen doen wat ik kan, maar niet op de manier waarop ik het doe. Ik doe het op mijn manier, ik ben uniek.”
Zou u met uzelf trouwen, een van de vragen die u de lezer voorlegt?
„Absoluut. Ik vind mezelf goed gezelschap. In feite, het beste gezelschap. Ik gebruik deze ongewone tijd om veel te doen. Werken aan mijn emoties. Bewegen. Ik dans één keer per week met mijn vriend. Ik bel mensen, praat met ze.
„Maar bovenal, ik heb mezelf. En dat is de enige die ik een leven lang zal hebben.”
Hoe kijkt u naar de dood?
„Ik wil gelukkig sterven. Dat was de laatste wens die ik opschreef toen ik drie jaar geleden dacht dat het zover was. Mijn dunne darm was verstrikt geraakt in mijn dikke darm.
„Mocht ik morgen overlijden, dan ben ik dankbaar dat ik nuttig heb kunnen zijn voor de wereld. Elisabeth Kübler-Ross noemde de dood de laatste viering van het leven. Sterven gaat niet over de dood. Het gaat over het leven.”
Edith Eva Eger (Kosice/Kassa, voormalig Hongarije, 1927) wordt ook wel ‘de ballerina van Auschwitz’ genoemd. Dr. Mengele beveelt haar voor hem te dansen nadat ze in het kamp aankomt.
In 1978 promoveert Eger in de klinische psychologie, daarna haalt ze haar praktijklicentie. Ze begeleidt nog altijd cliënten en schreef recentelijk twee boeken.
Ze woont in San Diego, Californië. Ze is weduwe en heeft een vriend. Eger heeft drie kinderen, vijf kleinkinderen en een groeiende schare achterkleinkinderen.