Je zou de muziek van Holly Humberstone ‘dagboekpop’ kunnen noemen, maar op haar nieuwste plaat Cruel World – deels een afscheid van het oude spookhuis waarin ze met drie zussen opgroeide – dringt ook de harde buitenwereld binnen. ‘Dit is mijn volwassenwording.’
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.
Holly Humberstone (26) woont in Londen tegenwoordig, in een huis dat ze deelt met hartsvriendin Scarlett en zus Eleri (óók een hartsvriendin). Het staat in New Cross, ten zuiden van de Theems. Ze kan het stadion van voetbalclub Millwall horen brullen in het weekend. Op wedstrijddagen lopen de supporters door de buurt: rauw volk. Dat vond ze een beetje intimiderend, in het begin. Eigenlijk vond ze heel Londen intimiderend.
‘Ik begin me nu thuis te voelen. Wonen in Londen heeft natuurlijk ook heel leuke kanten. Ik moet er wel wonen, want mijn werk is daar.’
Haar werk is muziek. De Engelse Humberstone is singer-songwriter op de rand van een doorbraak. Je voelt aan alles dat die in de lucht hangt.
We zitten in het Zonnehuis, Amsterdamse School-juweel uit 1932, hart van een knus volksbuurtje in Tuindorp Oostzaan, Amsterdam-Noord. Paradiso organiseert regelmatig concerten in dit voormalige verenigingsgebouw voor arbeiders. Dat van Humberstone, op deze zonnige februaridag, is stijf uitverkocht.
Ze komt alvast wat liedjes spelen van haar tweede album Cruel World, dat nu is verschenen. In september komt ze terug, dan naar Paradiso’s driemaal zo grote hoofdvestiging.
Als je haar vraagt hoe ze zichzelf ziet, wat voor soort artiest ze is, deelt ze zich met innemende zelfspot in bij de young women who overshare: jonge vrouwen die te veel over zichzelf vertellen. Je zou het ‘dagboekpop’ kunnen noemen.
Taylor Swift is er de koningin van, maar iets lager op de ladder kom je Amerikaanse vrouwen als Lizzy McAlpine en Gracie Abrams tegen, en Britse equivalenten als Maisie Peters. En Holly Humberstone dus. Uit Londen? Nee, zo voelt dat nog niet: ze noemt zich een plattelandsmeisje uit Lincolnshire in de oostelijke Midlands.
Ze groeide op even buiten Grantham (waar ze naar dezelfde middelbare school ging als Margaret Thatcher, ‘maar dat terzijde!’) in een statig, vervallen landhuis. Over dat huis moeten we het hebben. Het speelt een belangrijke rol in haar verhaal.
Holly Ffion Humberstone bracht haar eerste liedjes (en een debuut-ep) uit tijdens de coronapandemie, waarna ze een contract bij Polydor tekende en serieus op de radar verscheen met Haunted House, een liedje over het ‘spookhuis’ van haar jeugd. De titel van haar tweede ep, The Walls Are Way Too Thin, verwijst óók naar dat gehorige, oude huis, dat ze met z’n zessen bewoonden: haar ouders (allebei arts in dienst van de National Health Service) en drie zussen, Lucy, Eleri en Emma.
‘We woonden als een soort Addams Family in dat oude spookhuis. Wij, de Humberstones, zijn praatgrage types. Persoonlijkheden. Ik ben nog de rustigste, dus kun je nagaan. Dan zijn de muren snel te dun.’
Nieuwsgierig naar dat huis? Het staat op de hoes van Can You Afford to Lose Me? (2022), een verzamelalbum waarop Polydor haar vroege singles en ep’s samenbracht om alvast maar iets te kunnen uitbrengen. Haar échte debuutalbum verscheen een jaar later: Paint My Bedroom Black (2023), wéér een titel die je meeneemt naar dat dierbare huis.
‘Mijn meisjesslaapkamer was uiteraard roze’, zegt ze. ‘Maar als tiener met gothic randje ga je natuurlijk met zwarte verf aan de gang.’
Het album was succesvol, maar ook weer niet zo succesvol dat de sneeuwbal onstuitbaar bleef doorrollen. Er stond bijvoorbeeld niet echt een hit op die om een opvolger gilde.
‘Toen de tournees erop zaten, brak een rustige tijd aan: anderhalf jaar waarin ik kon nadenken over mijn volgende stap, over mezelf en wie ik eigenlijk precies ben. Mijn label oefende geen druk uit.’
Toen ze besloot dat het tijd werd om nieuwe liedjes te schrijven, kwam haar leven in beweging. Haar ouders, inmiddels de 60 gepasseerd, kondigden hun vroegpensioen aan en wilden kleiner gaan wonen. Het oude spookhuis werd te koop gezet.
Zo vielen het schrijven en opnemen van Cruel World samen met het ontmantelen van haar ouderlijk huis én, gelijktijdig, het opknappen en inrichten van haar nieuwe huis in de hoofdstad.
‘Het huis van mijn ouders was onderhand echt vervallen geraakt. Het was uitgewoond, vochtig, schimmelig. Op de overloop groeiden letterlijk paddenstoelen uit de muur. Het is een huis met een ziel. Mijn hele leven lag daar. Het leegruimen deed iets met me.’
Los daarvan was het een enorme klus. Ze noemt haar gezin niet voor niets ‘de Humberstone hoarders’: er had zich een gigantische hoeveelheid oude zooi opgehoopt in de kamers, achter de schotten, in de kelder en op de vliering.
‘Ruim dertig jaar crap, een spookhuis vol shit. Op mijn oude slaapkamer vond ik mijn hele jeugd terug. Mijn sieradenkistje met ronddraaiende ballerina erop. Ze kan niet meer ronddraaien, maar ik hoor het melodietje nog in mijn hoofd. Het oude, grote boek met sprookjes van Grimm. Mijn balletspitzen. Als klein meisje was ik gek op dansen en wilde ik balletdanseres worden.’
Ze gooide veel weg, heus, maar er gingen toch ook veel jeugdsouvenirs mee naar Londen. Die kregen een plek in haar nieuwe slaapkamer, die bovendien dezelfde kleur roze kreeg als haar meisjeskamer in Grantham.
‘Ik ben bewust en onbewust veel bezig geweest met vragen als: waar kom ik vandaan, wie ben ik geworden, wie wíl ik worden en waar ben ik thuis? Die thema’s zijn binnengeslopen in vrijwel alle liedjes op Cruel World, waarvan de titel juist verwijst naar de gemene, harde buitenwereld van nu, maar dat vermoedde je al.’
Zo deed zich een wonderlijke omkering voor. Toen ze haar debuutalbum opnam, was haar leven rustig en onbezorgd. Zodra ze de studio betrad, kwam de stress, want Polydor zat op een goed en verkoopbaar debuutalbum te wachten.
Tijdens het schrijven van Cruel World zat de onrust juist in haar privéleven: grotemensenzorgen, ook over haar ouder wordende ouders, die zilte tranen huilden bij het afscheid van het huis, net als hun vier dochters. De opnamestudio was nu juist de oase van rust waarin Holly zich af en toe kon terugtrekken.
‘Mijn debuut was mijn Grantham-album. Mijn volgende album zal misschien mijn eerste echt Londense album zijn. Cruel World is het album van de transitie, het album van mijn volwassenwording. Ik ben de baas over de dingen, ik voel me zelfverzekerd en energiek. Het is geen meisjesplaat, maar een vrouwelijk album, het eerste dat ik schreef met een echte liefde in mijn leven.’
Dat is Joe Atkinson, die in de begeleidingsband van Britrocker Sam Fender speelt. Het mooie liefdesliedje Die Happy gaat over hem.
Zus Eleri, met wie ze in Londen samenwoont, fungeert als vormgever van de visuele kant van Holly’s kunstenaarschap: de video’s, de foto’s en ja, ook haar vaak gothic-victoriaanse podiumkleding, een beetje zoals de vrouwen van The Last Dinner Party.
Een andere zus praat ze moed in in het liefdevolle liedje Lucy: ‘Open your window, darling, ‘cause I believe in you.’
‘Lucy is begin twintig, zo’n leeftijd waarop je wat verder zou willen zijn, wat meer zekerheid zou willen voelen. Dat ik dit liedje voor haar heb geschreven, geeft aan dat ik zelf door die fase heen ben. Ik kan nu haar grote zus zijn. Maar eigenlijk is het voor iedereen die zich rot voelt.’
‘Lucy, don’t you know/ Behind every raincloud there’s a promise that flowers will grow / Let’s watch them grow.’
Zo kun je ook de boodschap samenvatten die ze die avond meegeeft aan de vijfhonderd jonge mensen, in meerderheid vrouwen, die een kaartje hebben bemachtigd voor haar showcase in het Zonnehuis: kop op, het komt goed met jullie, twijfelen doen we allemaal. Ze praat er veel over tussen de liedjes door.
‘We leven in een wrede wereld. Jonge mensen zijn bang, ze zoeken echtheid, iets van menselijk contact. Ik probeer ze dat te geven. We hebben elkaar nodig. Ik probeer ze te vertellen: je bent niet alleen.’
Holly Humberstone: Cruel World. Polydor/Universal.
Live: 16/9, Paradiso, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant