Jacobien zegde een jarenlange, diepe vriendschap op en zag te laat in dat deze stap te rigoureus was. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.
is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
Jacobien (50), verloskundige:
‘‘O, mag ik haar zien?’, was haar reactie toen ik in de kleuterklas vertelde dat ik een zusje had gekregen. Vanaf die dag, het was in mei 1980, raakten we bevriend. We werden al snel een onafscheidelijk duo. We leken ook een beetje op elkaar. Zij had bruin haar, ik blond. We waren even lang en hadden hetzelfde postuur. Ze was heel uitgesproken, extravert, en had veel energie. Ik was wat stiller, wat ingetogener. Zij was initiatiefrijk, bedacht leuke dingen en nam mij mee op sleeptouw.
Op de basisschool verhuisde zij naar een andere stad, een uur rijden bij ons vandaan, maar we bleven hartsvriendinnen. We waren de meeste weekenden samen, en sowieso alle vakanties. We belden vaak, schreven elkaar brieven en spraken cassettebandjes in die we naar elkaar opstuurden. We gingen met elkaars gezinnen mee op vakantie. We hoorden bij elkaar, dat was voor iedereen vanzelfsprekend.
Ons contact werd op de middelbare school nog intensiever omdat er andere componenten aan onze vriendschap werden toegevoegd: muziek, drank en jongens. Op ons 15de gingen we voor het eerst samen op vakantie naar Schiermonnikoog. We dansten tot diep in de nacht, dronken zoveel mogelijk en deden wie de meeste jongens zoende. Als ik het zo zeg klinkt het nogal ordinair, maar we hadden ontzettend veel lol. We hielden ervan de grenzen van het betamelijke op te zoeken.
Ik vertrok naar Groningen om verpleegkunde te studeren, zij ging naar de toneelschool in Leeuwarden. Ik kreeg nieuwe vriendschappen, mensen met wie ik diepgaande gesprekken voerde. Ik kom uit een familie waar nauwelijks over emoties wordt gepraat, en ik vond het fijn om vrienden te krijgen met wie het op emotioneel gebied klikte. Ze vroegen door, dat kende ik niet. Daardoor leerde ik mezelf kwetsbaar op te stellen en opener te zijn over mijn gevoelens. Op een verjaardagsfeestje met mijn nieuwe vrienden, kwam zij met iemand van de toneelschool binnen. Ze gedroegen zich heel erg uitbundig, domineerden met z’n tweeën het feestje. Iedereen viel stil. Ik merkte dat ik dat lastig vond.
Na dat feestje realiseerde ik me dat ik me misschien te veel had laten beïnvloeden door onze vriendschap. We spraken nooit over emoties, het was altijd lang leve de lol. Zij was iemand die echt binnenkwam met al haar charisma, ik kreeg in toenemende mate het gevoel dat ik minder tot mijn recht kwam. Ik werd stiller.
Om mezelf meer ruimte te gunnen, probeerde ik het er een paar keer met haar over te hebben. Dat lukte niet goed, zij begreep het niet. Ik wilde onze vriendschap wat afremmen maar ik voelde mijn eigen onvermogen om dat genuanceerd te brengen. Toen heb ik de vriendschap uitgemaakt. Ik schreef een brief dat de vriendschap me niet meer goed paste, en dat ik het hierbij wilde laten.
Daarna hebben we elkaar niet meer gezien. In het begin miste ik haar vreselijk, dacht elke dag aan haar. Ik miste mijn levensmaatje, ik had tot mijn 23ste mijn hele leven met haar gedeeld. Rond die tijd kreeg ik een nieuwe beste vriendin waardoor het gemis een beetje werd opgevuld. Maar zij bleef altijd in mijn systeem zitten. Ik googelde regelmatig haar naam. Ze was dramadocent geworden op een school voor mensen met een verstandelijke beperking. Ik wist waar ze woonde en als ik daar langs reed met de trein, keek ik altijd of ik haar toevallig zag. Ik vroeg me heel vaak af hoe het zou zijn als ik haar spontaan tegen zou komen. Hoe zou ze eruitzien? Ik was benieuwd of ze een gezin had.
Vaak heb ik overwogen om weer contact te zoeken. Maar onmiddellijk dacht ik erachteraan dat ik dat niet kon maken. Ik had de vriendschap zelf verbroken. Omdat dat eigenlijk niks voor mij is, twijfelde ik ook aan mijn eigen gevoel. Had ik er wel goed aan gedaan? Vriendschappen gaan vaker voorbij, maar dan verwateren ze. Dit was van een heel ander kaliber. Dit was een heel grote vriendschap, in een erg bepalende tijd. Het einde was pijnlijk want ik had het uitgemaakt. Ik dacht vaak aan de leuke dingen die we hadden meegemaakt, maar er zat ook veel twijfel en schuldgevoel bij. Spijt was al die jaren op de achtergrond aanwezig.
In januari 2024, nadat we elkaar 29 jaar niet hadden gezien, stuurde ze me opeens een berichtje via Instagram. Ik weet het moment nog precies, ik was aan het stofzuigen. Ze schreef: ‘Ik heb kanker gehad, maar ben nu genezen. Ik moest aan je denken, ben benieuwd hoe het met je gaat.’ Na wat heen en weer appen, spraken we af om te lunchen.
Het was bizar om elkaar weer voor het eerst te zien. In twee uur tijd hebben we dertig jaar samengevat. We bleken tamelijk tegenovergestelde levens te leiden. Ik ben een alleenstaande moeder van een zoon en woon in een grote stad. Zij was getrouwd, had drie kinderen en woonde in het Gooi. We zagen elkaar daarna regelmatig, gingen vaak samen wandelen. Ik wilde het graag nog een keer over de breuk hebben, maar toen ik erover begon, antwoordde ze: ‘Joh, dat is toch nu helemaal niet meer aan de orde. We zien elkaar nu toch weer?’ Zo was zij. Niet klagen maar doorgaan. Ze had een sterk karakter.
Na driekwart jaar vertelde ze dat de ziekte terug was. Ik ben één keer met haar mee naar de chemo gegaan. Maar toen we in oktober weer zouden afspreken, zei ze af omdat ze te veel pijn had. Sindsdien heb ik haar niet meer gezien. Ze wilde de laatste fase met haar naasten doorbrengen, en daar hoorde ik niet meer bij. Dat begreep ik volkomen, maar het deed me wel verdriet. Zij voelde voor mij heel vertrouwd, omdat ze niks was veranderd, hooguit ouder geworden. Maar zij had natuurlijk andere vriendinnen in haar inner circle.
In februari, ze was net 50 geworden, is ze overleden. Op de uitvaart zag ik haar kinderen voor het eerst. Ze spraken met z’n drieën, het waren echt háár kinderen. Stoer, charismatisch en extravert. Tijdens de slideshow met beelden van haar leven kwam geen enkele foto voor van haar met mij. Het wakkerde mijn spijt en schuldgevoelens aan. Wat was mijn rol geweest? In hoeverre mag je die jezelf toe-eigenen? Ging dit over mij, wilde ik erkenning? Of ging het over haar?
Ik vind dat heel ingewikkeld. Ik heb veel spijt van de gemiste vriendschap. Van die gemiste jaren. Ik had met haar willen meeleven en haar kinderen zien opgroeien. Het feit dat ik altijd zoveel aan haar bleef denken, zegt natuurlijk genoeg. Daar had ik naar moeten luisteren. Ik snap van mezelf dat ik het destijds nodig had om even afstand te nemen. Maar waarom zo rigoureus? Ik had best na vier jaar kunnen zeggen: ‘Joh, het was een vergissing’. Dat is mijn grootste spijt. Ik dacht dat het gênant was om contact te zoeken, terwijl ik had moeten luisteren naar mijn gevoel.
Ik ben super dankbaar dat we onze vriendschap in ere hebben kunnen herstellen. We hebben de waarde ervan samen erkend. Maar de spijt zal nooit weggaan. Als je jong bent, realiseer je je niet dat je maar één keer leeft. Je begint aan het leven en leeft er gewoon een beetje op los. Ik besef nu hoe dierbaar de mooie momenten en de bijzondere mensen in je leven zijn. Het hoeft allemaal niet perfect te zijn. Het mag best een keer even niet kloppen, of een beetje minder goed voelen. Maar als je iemand mist, is dat een essentieel gevoel waarmee je zorgvuldig moet omgaan.’
Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant