Home

Succescoach Dick Schreuder van bekerfinalist NEC: ‘Het is niet arrogant. Maar ik zeg: probeer mij gewoon te vertrouwen’

Dick Schreuder | coach NEC Zijn route naar trainer in het profvoetbal was niet alleen lang, maar ook ongebruikelijk. Zijn werkwijze is ook ongewoon. Wat maakt Dick Schreuder, coach van bekerfinalist NEC, zo onderscheidend?

Dick Schreuder bij de Eredivisiewedstrijd tussen NEC Nijmegen en PEC Zwolle in januari.

November 2013 krijgt Dick Schreuder in het noordwesten van Londen de bevestiging voor zijn progressieve voetbalideeën. Als beginnend trainer heeft hij de kans om een week mee te lopen met de nationale ploeg van Chili, dan gecoacht door de innovatieve Jorge Sampaoli. In aanloop naar een duel tegen Engeland traint Chili toevallig op de velden van de club waar Schreuder dan assistent is, het bescheiden Barnet FC.

Chili traint „anders”, valt Schreuder op. „Enorm hard, hoge intensiteit, met veel pressing.” Ze spelen „snel” en „vol risico naar voren” waarbij spelers steeds „doorbewegen”, zegt Schreuder terugblikkend. „En niet een kwartier en dan rustig, maar constant.” Wat hij al langer in zijn hoofd heeft kan dus gewoon, denkt Schreuder. Zo wil hij het ook doen als hij ergens coach wordt. „Alleen, ik was geen hoofdtrainer. Dus dat was lastig.”

Hoe Schreuder (54) NEC nu leidt komt in grote lijnen overeen met wat hij die week ziet in Londen. In trainingen eist hij bijzonder veel, zeggen mensen die met Schreuder werken of hebben gewerkt. „We trainen altijd hard”, zegt Cris Soler, ‘hoofd performance’ bij NEC. „Hij gaat soms vol in het rood”, zegt voormalig profvoetballer Bram van Polen, die bij PEC Zwolle onder hem speelde.

Waar specialisten vaak leidend zijn in de fysieke belastbaarheid van spelers, bepaalt Schreuder zelf hoe diep zij gaan. „Het is een hele andere manier van werken qua performance in het voetbal”, zegt Soler. „Hij stelt de grenzen. Wij moeten daarin mee.” Onder Schreuder, die vorige zomer begon in Nijmegen, zijn ze aanzienlijk intensiever gaan trainen ten opzichte van het jaar ervoor, zegt Soler, die er toen al bij was. Spelers zijn uiterst fit, blessures zijn er nauwelijks.

Het is de basis voor het sterke seizoen van NEC – al breekt nu de belangrijkste fase aan. Zondagavond speelt de ambitieuze subtopper in de Kuip de bekerfinale tegen AZ, na de zege in de halve finale op favoriet PSV. In de Eredivisie is NEC – derde op één punt van Feyenoord – nog in strijd om een Champions League-ticket. Miljardair Marcel Boekhoorn, sponsor van NEC, droomt al hardop over een confrontatie met Real Madrid in De Goffert in Nijmegen. Europees voetbal is hoe dan ook waarschijnlijk, via het bekertoernooi of via de competitie.

Met het directe, agressieve, energieke en – volgens Schreuder – „ultra-aanvallende” spel is NEC dit seizoen een van de meest aantrekkelijke ploegen. De club krijgt vanwege de compromisloze, risicovolle speelstijl veel goals tegen maar scoort ook vaak, aanmerkelijk meer dan Ajax en Feyenoord. Het leverde al een clubrecord op in de Eredivisie, 54 punten met nog vier duels te gaan.

De dynamische, gevarieerde speelwijze – drie verdedigers en extreem aanvallende wingbacks – met veel omschakelmomenten heeft Schreuder er in korte tijd ingeslepen. Eerder lukte hem dat ook in zijn eerste functies als hoofdtrainer bij de profs, in Zwolle (2021–2023) en in het Spaanse Castellón (2023–2025). Zijn naam wordt nu regelmatig in verband gebracht met Ajax, al is er volgens hem geen concrete interesse.

Helpen op de boerderij

Schreuder groeit op in Kootwijkerbroek, een dorp bij Barneveld midden in de Biblebelt, als oudste van drie zoons. Als tiener helpt hij veel op de boerderij van zijn ouders, die een kalvermesterij hebben. „Dat moest gewoon, er was geen andere optie”, zegt hij in lunchroom Bikkels in stadion De Goffert. Hij vindt het voederen van kalveren wel leuk, maar het voetbal bij de lokale club SDV Barneveld trekt hem meer.

Met zijn vijftien maanden jongere broer Alfred, later coach bij Ajax, komt hij al jong in de jeugdopleiding van Feyenoord. Hun vader rijdt de jongens zo’n vier keer per week op en neer naar Rotterdam. Met de werkzaamheden op de boerderij is dat „lastig” te combineren.

De broers vertrekken in 1987 naar PSV, waar ze in een internaat verblijven voor jeugdspelers die niet uit de regio komen. Hij leert veel op het gebied van discipline, onder meer van jeugdtrainer Huub Stevens en hoofdtrainer Guus Hiddink.

Schreuder is een vrij verlegen, teruggetrokken jongen, anders dan de meer uitgesproken Alfred. Mede door zware concurrentie breekt hij, als „technische, flegmatieke buitenspeler”, nooit door bij PSV, in die jaren Europese top. Schreuder speelt „bijna drie jaar niet” door een knieblessure op zijn zeventiende. „Daar heb ik mijn hele carrière problemen mee gehad.”

Na korte periodes bij clubs als FC Groningen, RKC en Helmond Sport kent zijn loopbaan een treurig einde bij Go Ahead Eagles in de Eerste Divisie. In november 2001 moet hij zich uit bij FC Volendam nog voor rust laten wisselen. „Ik had al jaren last en die dag was ik er klaar mee. Een ramp, zo dik als mijn rechterknie was.” Hij is net dertig.

IJzervlechter in de bouw

Zijn pad naar proftrainer is niet alleen ongebruikelijk, maar ook lang. Tijdens zijn spelerscarrière is Schreuder niet bezig met een toekomst als trainer – „totaal niet”. Dat verandert als hij een trainerscursus volgt bij de KNVB, zo’n twee jaar na zijn afscheid als prof. „Die cursus, die dag, dat vond ik zo leuk. Om over alles na te denken. Het voelde heel natuurlijk.” Met Alfred, die dan nog voetbalt, gaat hij de onder-21 van hun oude club SDV Barneveld „een beetje” coachen.

In zijn eerste serieuze klus als hoofdtrainer, vanaf 2006 bij derdeklasser Fortissimo uit Ede, leert hij het „belang van gezelligheid, de sfeer in de kantine”. En de omgang met verschillende culturen – een deel van de ploeg heeft een Marokkaanse achtergrond. In plaats van tactiek, is hij soms meer bezig „om jongens op de training te krijgen, om plezier te hebben”. Dat lukt: op trainingen is het drukker, resultaten worden beter.

Van grote invloed in diezelfde periode is de ziekte van zijn nichtje Anouk – de oudste dochter van Alfred. In maart 2006 overlijdt zij aan een hersentumor, op zesjarige leeftijd. Hij ziet haar gevecht van dichtbij, zo’n achttien maanden lang. Zijn eigen twee dochters, van vergelijkbare leeftijd, krijgen het ook mee.

Die ervaring heeft hem als trainer harder gemaakt, denkt hij. Spelers die zeuren over randzaken kunnen op weinig waardering rekenen van hem. Dat geldt ook voor spelers die zich niet volledig inzetten. Te laat komen vindt hij per definitie onacceptabel.

„Het is moeilijk op een goede manier uit te leggen. Ik snap wel dat spelers ook problemen hebben. Maar eigenlijk heb je geen problemen als je gewoon leeft. Als je gezond bent.” Hij probeert „jonge jongens” duidelijk te maken: geniet van het voetbal, maar je moet er ook hard voor werken.

„Mijn eigen kinderen hebben dat ook heel erg meegenomen, denk ik. Dat ze er alles aan doen om een goed, normaal leven te hebben. En niet altijd maar zeuren over dingen. Op jongere leeftijd zijn zij gevormd door wat ze hebben meegemaakt met Anouk.”

Door de situatie van zijn nichtje merkt hij dat hij de tijd met zijn dochters extra belangrijk vindt. „Dat je er voor ze kan zijn.” Met het oog op de opvoeding kiest hij na de scheiding van zijn vrouw, in 2005, voor „stabiliteit”. Hij wil zijn „leven op de rit krijgen, samen met de kinderen”.

Eind 2007 begint hij bij eersteklasser SDV Barneveld, blijft daar zes jaar en woont in de buurt. Hij werkt daarnaast als ijzervlechter bij zijn vader, die ook een bedrijf in betonbewapening runt. „Vijf uur, half zes opstaan. Naar de bouw, in de kou, in de regen.” Hij doet het jarenlang. Vooral de schaft vindt hij mooi. „Beetje ouwehoeren, beetje kloten.”

Vertrek naar buitenland

In de schaduw van het profvoetbal doet hij veel ervaring op bij de amateurs, na Barneveld vanaf 2014 bij VV Katwijk. Met een kort avontuur tussendoor bij Barnet FC op het vierde profniveau onder speler-coach Edgar Davids, die hij nog kent uit zijn tijd als jeugdinternational.

Wanneer zijn dochters zelfstandiger worden, maakt hij werk van zijn ambitie om hoofdtrainer te worden bij de profs. Naar eigen zeggen doet hij in twaalf jaar „vier of vijf” pogingen om toegelaten te worden tot de opleiding coach betaald voetbal. Zonder succes – tot zijn frustratie. Waarom niet, bleef voor hem vaag. „Ik ga helemaal weg uit Nederland”, denkt hij in 2018 bij een nieuwe afwijzing. Voor zijn gevoel kan hij hier niet verder groeien.

De spelers van NEC vieren de overwinning op PSV in de halve finale van het bekertoernooi, begin maart.

Hij vertrekt naar de Verenigde Staten, wordt assistent bij Philadelphia Union – technisch directeur Earnest Stewart (nu PSV) haalt hem binnen. Om na anderhalf jaar over te stappen naar het Duitse 1899 Hoffenheim, als assistent van broer Alfred. Die heeft daar eerder gewerkt onder de jonge, vooruitstrevende Duitse coach Julian Nagelsmann, een inspiratiebron voor de broers Schreuder. Dick ging in die tijd soms kijken bij trainingen.

Vleugjes van de trainingsaanpak van Nagelsmann zien ze terug bij PEC Zwolle als Schreuder daar in 2021 hoofdtrainer wordt (nadat hij de opleiding coach betaald voetbal heeft gedaan). „Oefeningen met veel schakelmomenten, spelers weinig rust geven, tweede bal in het spel, nieuwe opdrachten”, zegt Jacco van Olst, toenmalig fysiektrainer van PEC. Het is de „georganiseerde chaos” waar Nagelsmann volgens hem bekend om staat.

„Hij kwam rigoureus met iets anders, soms speelden we zelfs met een ondertal achterin”, zegt toenmalig PEC-aanvoerder Van Polen. „Zijn oefenstof is geweldig, continu sta je aan en moet je blijven lopen.” Een van zijn andere voorbeelden waar Schreuder zich in verdiept is de Argentijnse vernieuwer Marcelo Bielsa, voormalig coach van Argentinië, Chili en Lees United. Het belangrijkste wat hij van hem leerde? „Spelers moeten gewoon harder werken dan normaal.”

Hij bepaalt het zelf

Daar zit volgens hem de crux. In het moderne topvoetbal hebben performance-specialisten een grote invloed op de belastbaarheid van spelers. „Tegenwoordig zijn ze best voorzichtig. Alles is uitgedokterd”, zegt Schreuder. En dat „matcht” niet met zijn speelwijze waarin spelers veel moeten sprinten en veel meters maken.

Dat betekent dat als Schreuder binnenkomt bij een club, hij aan de fysiektrainers duidelijk maakt dat „vooral” hij bepaalt hoe spelers belast worden in trainingen. „En dat is niet arrogant. Maar ik zeg: probeer mij gewoon te vertrouwen. Laat mij de oefeningen doen met de trainers. Jullie moeten alles zo goed mogelijk bijhouden.” Vanuit daar kunnen ze analyseren en bepalen wat realistisch is voor zijn veeleisende speelwijze. „En dus niet andersom.”

De tijdsduur van oefeningen bepaalt hij vaak „op gevoel”, dus niet vooraf. Want in een wedstrijd „kan je ook niet stoppen”. Of een oefenpartijtje twee keer twee minuten duurt of twee keer vier, beslist hij ter plekke. „Ik kijk naar de groep. Ja, dat is anders. En sommigen zeggen dat het ouderwets is. Dan denk ik: wat ouderwets is, is soms ook goed.”

Toen Schreuder zomer 2025 begon bij NEC was het voor hoofd performance Soler wel even zoeken wat de nieuwe trainer verwachtte van de specialisten. Maar Soler was snel om. „Dick maakt het werk heel makkelijk voor me, de intensiteit van de trainingen ligt op zo’n hoog niveau.” De basis voor Schreuder zijn werkwijze ligt volgens Soler in het amateurvoetbal. „Daar heb je geen performance-staf, geen gps-data, geen specialisten die invloed willen hebben op het fysieke deel.”

Zijn aanpak omvat meer dan alleen ‘hard werken’. Met zijn assistenten heeft hij veel aandacht voor individuele begeleiding, en ze zijn scherp op voeding, verzorging en nachtrust. Als ze zien dat een speler nog laat op zijn telefoon zit, wordt dat besproken. „Dat hij voelt. Hé, die trainer houdt me in de gaten.” Ook de mensen boven hem „pusht” hij, op randvoorwaarden zoals trainingsvelden, hotelovernachtingen bij een druk programma en herstelfaciliteiten (sauna en massage).

Waar ligt zijn ambitie? Schreuder begint over zijn tijd als „groot talent” bij PSV. Dat hij wel het eerste haalde, negen duels speelde (353 minuten in totaal). „Maar ja, niet gelukt met de knieën en alles, om dat constant vol te houden. Dat wil ik als trainer wel proberen te halen: de top.”

Voetbal

Lees meer

Lees meer

Voetbal

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next