Home

Welk land bestrijdt de energiepijn het beste?

nieuwsbriefNRC Voorkennis

NRC Voorkennis Nu de oorlog in het Midden-Oosten zijn achtste week in gaat, beginnen de hogere energieprijzen steeds meer landen te raken. Welke maatregelen hebben overheden tot nu toe genomen om de energiecrisis te lijf te gaan, en hoe efficiënt zijn die?

Ongekende aankoopschok Een maximumprijs voor brandstof? Albanië, Barbados, Chili, China, Hongarije, Indonesië, Japan, Korea, Kroatië, Mexico, Mozambique, Oostenrijk, Polen, Servië, Thailand, Tsjechië en Oost-Timor. De airco een tandje lager? Bangladesh, Cambodja, de Filippijnen, Jordanië, Maleisië, Singapore, Sri Lanka, Thailand en Vietnam. Thuiswerken stimuleren? Cambodja, Egypte, de Filippijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Pakistan, Peru, Sri Lanka, Thailand en Vietnam. Enzovoorts.

Op de website van het Internationaal Energieagentschap (IEA) is sinds enkele weken per land en per maatregel te volgen hoe de energiecrisis om zich heen grijpt. Sinds Israël en de Verenigde Staten op 28 februari hun oorlog tegen Iran begonnen, hikt de wereld aan tegen een aanbodschok van ongekende omvang. In één klap raakte de mondiale oliemarkt met het afsluiten van de Straat van Hormuz 15 procent van haar voorraad kwijt.

Nieuwsbrief NRC Voorkennis

Dit is een ingekorte versie van de NRC Voorkennis-nieuwsbrief. Twee keer per week schrijft de economieredactie van NRC daarin over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:

Inschrijven voor NRC Voorkennis

De gevolgen laten zich raden. Minder aanbod bij gelijkblijvende vraag betekent: hogere energieprijzen. Olie steeg tot ver boven de 100 dollar per vat, gas kortstondig tot 70 euro per kilowattuur. De hogere fossiele grondstofprijzen vertalen zich snel in hogere prijzen voor bedrijven en consumenten: duurdere elektriciteit, duurdere benzine, duurdere kerosine, duurdere kunstmest en uiteindelijk: duurdere alles. De inflatie neemt inmiddels bijna overal ter wereld hard toe. 

No formal measures

Veel regeringen kampen sinds begin maart met de vraag hoe zij hun bevolking het best kunnen beschermen tegen de economisch pijnlijke gevolgen van de roekeloze oorlog in het Midden-Oosten. Het IEA laat duidelijk zien waar de pijn het meest gevoeld wordt: de oververtegenwoordiging van Aziatische landen op de lijst zegt wat dat betreft alles. Niet zo gek ook als je bedenkt dat juist die regio het meest afhankelijk is van olie en gas uit het Midden-Oosten.

De lijst met landen die maatregelen hebben genomen (naast het IEA houdt ook de OESO er een bij), groeit met de dag en dijt ook geografisch uit. Zuid-Europese landen als Griekenland, Italië en Spanje namen al maatregelen, deze week kwam bijvoorbeeld de Duitse regering met een accijnsverlaging op brandstoffen. Ook het Nederlandse kabinet werkt na lang aarzelen inmiddels aan een pakket maatregelen van gezamenlijk ongeveer 1 miljard euro, zo lekte dinsdag uit. Eindelijk weg uit het rijtje ‘no formal measures’ dus.

Het roept wel de vraag op welke soort maatregelen het best werken om de pijn te verzachten. Simpel gezegd zijn er twee richtingen: maatregelen om het energieverbruik zelf te verlagen en maatregelen om de prijs die consumenten en bedrijven voor energie betalen te dempen.

Onmogelijk, onwenselijk

Om met die laatste te beginnen: het is rekenkundig onmogelijk voor elke overheid om haar consumenten te beschermen tegen het energietekort, zo constateerde The Economist al een paar weken geleden. Het tekort voor zowel olie als gas is namelijk reëel: het is een fysiek, echt tekort, en geen enkele subsidie ​​kan dit herstellen. Het enige wat subsidies immers doen, is de prijs voor afnemers kunstmatig verlagen, op kosten van de overheid (ofwel: de belastingbetaler). En we weten hoe dat gaat.

In 2022, toen Europa door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne ineens zijn toegang tot Russisch gas verloor, spoten de prijzen voor gas omhoog. In paniek werden prijsdempende maatregelen afgekondigd, waardoor veel Europese landen in twee jaar tijd meer dan 2,5 procent van hun bruto binnenlands product aan energiesubsidies uitkeerden. In het welvarende Westen werd meer dan de helft van dat geld besteed aan het afzwakken van het prijsmechanisme, en ongeveer 80 procent daarvan was niet gericht: het meeste ging naar rijkere huishoudens die het helemaal niet nodig hadden. De overheidsfinanciën sloegen uit het lood, schulden liepen op en landen beconcurreerden vooral elkaar.

En dus ontstond verdringing op de markt, vergelijkbaar met de mondiale strijd om coronavaccins rondom 2020. En net als toen waren de winnaars niet de landen die dit het hardst nodig hadden. Europa ging ter vervanging van het Russische gas plots lng hamsteren, waardoor het mondiale tekort toenam. Terwijl de import van vloeibaar gas in Europa met 65 procent steeg, daalde deze in Zuid-Azië met 16 procent, met alle nadelige gevolgen (stroomuitval, armoede) voor die regio van dien. Herhaling van dit kunstje zou zowel beschamend als kostbaar zijn, aldus The Economist. 

Wat dan wel?

Wat niet verbaast: met maatregelen of campagnes aansporen van de bevolking om minder energie te gebruiken werkt het best. Dat kan op landelijke schaal (veel landen hebben de afgelopen jaren hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen al verminderd door over te stappen op duurzame varianten, en hoe beter dat is gelukt, des te lager de prijsstijgingen van energie daar nu zijn), maar ook in het klein (denk: zonnepanelen, elektrische auto’s, minder reizen, carpoolen, met het ov of de fiets naar het werk, de thermostaat een graadje lager etc.).

Daarmee zouden voor een deel van de wereld de grootste effecten van de energiecrisis al gemitigeerd kunnen worden. Wat resteert, zijn burgers en bedrijven die ofwel niet de mogelijkheid hebben om minder energie te verbruiken of de middelen missen om alternatieven aan te schaffen. Ook hier zijn lessen te trekken uit de energiecrisis van 2022, zoals de OESO ook doet:

De consensus onder denktanks, economen en energie-expertsis gigantisch: maak niet de fout die in 2022 gemaakt werd (ook het IMF hamerde daar deze week op). In die zin lijkt het kabinet-Jetten vooralsnog aan de goede kant van de streep te zitten. Veel van de inmiddels uitgelekte maatregelen zijn gericht op de armste huishoudens, of bedrijven die voor hun bestaan afhankelijk zijn van vervoer. Klein, gericht en tijdelijk. De door een deel van de politiek zo vurig bepleite maar ongerichte algehele accijnsverlaging ‘aan de pomp’ ontbreekt gelukkig in de voorstellen (kost ook een bak met geld: elke tien cent minder accijns betekent 1 miljard euro minder belastinginkomsten).

Later vandaag komt het Centraal Planbureau nog met een analyse van de effecten van de energiecrisis en een lijst ‘verstandige’ antwoorden daarop. Komende week zal het kabinet met de Tweede Kamer in debat gaan over een steunpakket. Het bewijs om dat gericht, tijdelijk en slim te doen, is overweldigend én overtuigend. Nu maar hopen dat de fracties in de Kamer daar ook naar willen luisteren.

Hoe doet u het tot nu toe in de energiecrisus? Heeft u al maatregelen genomen om het energieverbruik te verminderen? Vakanties geannuleerd of de bestemming aangepast? We zijn benieuwd naar uw vindingrijkheid! Laat het me weten op egbert.kalse@nrc.nl. 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Energie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next