Nederland leeft in overvloed, maar investeert te weinig in wat dat mogelijk maakt. Daarom is het hoog tijd voor een Nationaal Akkoord voor Toekomstige Welvaart, dat dwingt tot keuzes die verder reiken dan één kabinetsperiode en zorgt voor samenhang en continuïteit.
De boodschap is ongemakkelijk, maar onontkoombaar: Nederland teert in op zijn toekomstige welvaart. We leven in overvloed, maar investeren te weinig in wat dat mogelijk maakt. Dat is geen incident, maar een patroon. En precies daarom is mijn pleidooi voor een Nationaal Akkoord voor Toekomstige Welvaart geen technocratische exercitie, maar een maatschappelijke en dus politieke noodzaak.
De kern van het probleem is onze zelfgenoegzaamheid. Ik noemde Nederland eerder dik, dom en blij. Decennialang groeide de welvaart. Wederopbouw, globalisering en technologische vooruitgang deden hun werk. De cijfers spreken boekdelen: een vervijfvoudiging van het bbp per inwoner, een forse stijging van de levensverwachting en het onderwijsniveau. Dat succes heeft echter een keerzijde: het heeft de illusie gevoed dat welvaart een gegeven is. Dat is zij niet.
Over de auteur
Peter Wennink is onafhankelijk adviseur van het kabinet en voormalig CEO van ASML. Dit is een ingekorte versie van de 9de EW Economielezing die hij woensdag 15 april heeft uitgesproken in theater De La Mar in Amsterdam. Zie hier voor de volledige lezing.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De wereld is fundamenteel veranderd. Globalisering maakt plaats voor machtsblokken. Economische afhankelijkheden worden geopolitieke wapens. Energie, technologie en veiligheid zijn geen neutrale domeinen meer, maar strijdtonelen. Nederland en Europa dreigen daarin niet langer opdrachtgever en producent, maar alleen nog klant te worden.
Tegelijkertijd stapelen de binnenlandse problemen zich op. Zorg, AOW en defensie zorgen voor vlakt af en investeringen blijven achter. De rekensom is simpel: zonder structurele economische groei van minimaal 1,5 procent – en liever 2 procent – daalt de welvaart. Niet abstract, maar concreet in de portemonnee van huishoudens. Als de economische groei daalt naar een half procent per jaar – volgens een studie van De Nederlandsche Bank zeker niet ondenkbaar – gaat een gemiddeld huishouden er over tien jaar 7.000 euro netto per jaar op achteruit.
Toch blijft de politieke reflex gericht op de korte termijn. Belastingen hier, subsidies daar, koopkrachtreparaties overal. Begrijpelijk, maar funest. Elke euro die vandaag wordt ingezet voor symptoombestrijding gaat verloren voor de noodzakelijke investeringen in ons verdienvermogen, in onze toekomstige welvaart.
De huidige politieke situatie versterkt dit probleem. Een minderheidskabinet, een versnipperd parlement en wisselende meerderheden leiden tot ad-hocbesluiten en gebrek aan consistentie. Grote dossiers blijven liggen of worden half aangepakt. De uitkomst is voorspelbaar: te weinig, te laat en dus onvoldoende effectief.
Daarom is mijn betoog: Nederland heeft een Nationaal Akkoord nodig. Niet als symbolisch gebaar, maar als robuust maatschappelijk antwoord op deze hardnekkige problemen.
Zo’n akkoord moet drie dingen doen.
Ten eerste: de urgentie breed erkennen. Zolang politiek, bedrijfsleven en samenleving niet dezelfde diagnose delen, blijft elk beleid halfslachtig. De vraag ‘waarom’ moet ondubbelzinnig worden beantwoord: zonder ingrijpen verliezen we welvaart.
Ten tweede: duidelijke keuzes maken over ‘wat’ er moet veranderen. Dat betekent prioriteit geven aan verdienvermogen. Dat betekent investeren in Nederlands talent, het wegnemen van economische blokkades, zoals stikstof en netcongestie, en de internationale concurrentie aangaan met onze hoogproductieve, strategisch relevante economische sectoren. In digitalisering en AI, life sciences, biotechnologie, energie, klimaat en veiligheid. Niet versnipperd, maar samenhangend, gericht en langdurig.
Ten derde: afspraken maken over het ‘hoe’. En daar zit de politieke pijn. Want investeren betekent kiezen: niet iedereen gaat meteen profiteren. Dit akkoord moet ervoor zorgen dat de sterkste schouders meer dragen. En bewustzijn creëren dat kortetermijncomfort soms plaats moet maken voor langetermijnzekerheid.
Precies hier faalt het huidige systeem. Politiek die afhankelijk is van wisselende meerderheden, ontwijkt deze keuzes. Een nationaal akkoord kan die impasse doorbreken door draagvlak te organiseren buiten de waan van de dag. Werkgevers, werknemers, politiek en kennisinstellingen committeren zich met zo’n akkoord aan een gezamenlijke koers, zoals eerder gebeurde in tijden van crisis.
Critici zullen zeggen dat de huidige situatie niet te vergelijken is met eerdere economische neergang, zoals in de jaren tachtig ten tijde van het Akkoord van Wassenaar. Dat klopt. De werkloosheid is laag, de staatsschuld (nog) beheersbaar. Maar dat is juist het probleem: de dreiging is minder zichtbaar en daardoor des te gevaarlijker. Het is een sluimerende crisis, een veenbrand.
Een Nationaal Akkoord verschaft geen garanties. Maar het biedt wel iets wat nu ontbreekt: continuïteit, samenhang en gedeelde verantwoordelijkheid. Het dwingt tot keuzes die verder reiken dan één kabinetsperiode. En het maakt duidelijk dat welvaart geen recht is zonder plichten.
De essentie is simpel: Nederland moet opnieuw leren investeren in zichzelf. Niet uit luxe, maar uit noodzaak. De vraag is niet of dat pijn doet, maar of we bereid zijn die pijn eerlijk te verdelen.
De tijd van uitstel is voorbij. Wie nu nog denkt dat het vanzelf goed komt, kijkt achteruit in plaats van vooruit. De toekomst vraagt om keuzes. En om de moed om die samen te maken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant