Tweede Wereldoorlog Oud-rechercheur Petra Alkema schetst in haar boek over Erik Hazelhoff Roelfzema, de ‘Soldaat van Oranje’, een ontluisterend portret van een opschepper en een avonturier die het niet zo nauw nam met de principes van de democratische rechtsstaat.
Erik Hazelhoff Roelfzema (rechtsboven, kijkt omhoog in de camera) zit met vrienden en bekenden in de tuin van Morschsingel 11 in Leiden, omstreeks 2 juli 1940.
Samen met Anne Frank en de leden van het koninklijk huis is hij zo’n beetje de bekendste Nederlander uit de Tweede Wereldoorlog: Erik Hazelhoff Roelfzema oftewel de ‘Soldaat van Oranje’. Een boek, een film en een musical met die titel bereikten een miljoenenpubliek.
Petra Alkema: De Soldaat van Oranje ontmaskerd. Leugens, slachtoffers en geheim. Bertram+deLeeuw, 352 blz. € 24,95
En nu is er De Soldaat van Oranje ontmaskerd, dat het beeld van Hazelhoff Roelfzema als oorlogsheld stevig onderuit haalt. Leugens, slachtoffers en geheimen luidt de ondertitel van het boek, geschreven door oud-rechercheur en privé-detective Petra Alkema. Jarenlang heeft zij zich vastgebeten in de ‘zaak’. Als de forensisch onderzoeker die zij is, ontleedt ze het levensverhaal van Hazelhoff Roelfzema.
Om te beginnen op dinsdag 26 november 1940, als Rudolph Cleveringa, hoogleraar en decaan van de Universiteit Leiden, zijn beroemde rede houdt waarin hij protesteert tegen het ontslag van Joodse collega’s. Volgens zijn autobiografie staat Hazelhoff Roelfzema die ochtend op het balkon van zijn studentenhuis, aan de overkant van het universiteitsgebouw. Gekleed in een ochtendjas, een glas sherry in de hand, voelt hij dat er iets aan de hand is. Dan hoort hij gezang van de overkant: het ‘Wilhelmus’. Hij zet zijn glas weg en gaat, twee coupletten lang, in de houding staan.
Zou het echt zo zijn gegaan, vraagt Petra Alkema zich af. En als Hazelhoff Roelfzema echt zo begaan was met het lot van de Joden, waarom was de rechtenstudent dan niet zelf aanwezig bij de rede, zoals veel van zijn studiegenoten? „Een geantidateerde geloofsbrief”, noemt ze de balkonscène, omdat ze denkt dat Hazelhoff Roelfzema het verhaal mooier gemaakt heeft dan het in werkelijkheid was. Want dat deed hij vaker.
Neem bijvoorbeeld het ‘Leids manifest’, zijn belangrijkste verzetsdaad. Na de rede van Cleveringa, en de studentenstakingen die daarop volgden, hebben de Duitsers de Leidse universiteit gesloten. Een paar maanden later, vroeg in de ochtend, plakt Hazelhoff Roelfzema met medestudenten posters aan in de binnenstad van Leiden met daarop een door hem geschreven tekst: „De Leidse Studenten, hunne tradities getrouw, na onderling overleg, stellen hierbij hunne voorwaarden waaronder zij de heropening hunner Universiteit kunnen steunen en instaan voor het herleven eener ordelijke studentengemeenschap…” Die voorwaarden zijn onder meer „hervatting der colleges geheel op ouden voet”.
Dat lijkt best dapper.
Maar in het archief van de Gemeentepolitie Leiden vond Petra Alkema een proces-verbaal waaruit blijkt dat een economiestudent, Rudolf van Weel, een week eerder al een pamflet verspreidde met een tekst die veel verder ging. Anders dan Hazelhoff Roelfzema noemt hij de Joden expliciet: „Nederlanders dulden geen pogroms en haten anti-semitisme. De Joden moeten zijn en blijven volle en gelijkberechtigde staatsburgers!!!” En: „Het fascisme gaat niet ten gronde, er moet actie tegen worden gevoerd.” Van Weel verspreidde zijn pamflet ook aan het Rapenburg, waar Hazelhoff Roelfzema woonde. Het ligt dus voor de hand dat hij zich door de economiestudent liet inspireren.
Enkele maanden later wordt Hazelhoff Roelfzema opgepakt als hij afscheid wil nemen van vrienden die op het punt staan Nederland te ontvluchten. Hij belandt in de gevangenis van Scheveningen, ook wel bekend als het Oranjehotel. Het Oranjehotel geldt als een soort keurmerk voor het verzet, omdat er nogal wat verzetsstrijders zitten. In Het hol van de ratelslang, een bundeling van verhalen van Hazelhoff Roelfzema die in 1969 in de Nieuwe Revu verschenen, schrijft hij dat hij na een maand wegens gebrek aan bewijs wordt vrijgelaten uit het Oranjehotel. In de drie versies van Soldaat van Oranje, die daarna verschijnen, is het nog maar ‘een week’ of ‘zeven dagen’. Op basis van getuigenissen na de oorlog concludeert Petra Alkema dat het hooguit drie dagen kan zijn geweest.
Na zijn vrijlating ontvlucht Hazelhoff Roelfzema Nederland met een Zwitsers schip. In Londen komt hij terecht in een kliek rond koningin Wilhelmina en weet hij steun te vinden voor Contact Holland, het plan om met een snelle ‘motor gun boat’ spionnen en zendapparatuur af te zetten op het strand van Scheveningen. Doel is de communicatie te verbeteren tussen geallieerden en verzet. Het is dit wapenfeit waarop een groot deel van zijn roem berust: in 1941 en 1942 vaart hij verschillende keren heen en weer.
Volgens Alkema stal Hazelhoff Roelfzema het plan voor Contact Holland van een andere Engelandvaarder, Bob van der Stok. Ze baseert zich daarvoor onder meer op verhoren voor een parlementaire enquêtecommissie na de oorlog. Helemaal nieuw is dit niet: ook op Wikipedia is te lezen dat Van der Stok het plan voor Contact Holland bedacht.
Petra Alkema beschrijft vervolgens gedetailleerd hoe zich rond koningin Wilhelmina een ‘kongsi’ vormt die de regering buitenspel zet bij de besluitvorming over Contact Holland. Wilhelmina zorgt er ook eigenhandig voor dat Hazelhoff Roelfzema de Militaire Willems-Orde krijgt, ook al besluit de commissie die daarover gaat negatief. Overigens is Contact Holland een fiasco. Zo mislukt een poging om de sociaaldemocratische voorman Wiardi Beckman naar Engeland te halen, wat deze uiteindelijk met de dood moet bekopen.
Fraai is het niet, het beeld dat oprijst uit Soldaat van Oranje ontmaskerd. Na de oorlog, in 1947, was Hazelhoff Roelfzema ook nog eens betrokken bij een mislukte staatsgreep van conservatieve figuren die het kabinet-Beel I ten val moest brengen, uit onvrede over het akkoord van Linggadjati waarin Nederland de republiek Indonesië erkende. Onderdeel van dat (mislukte) plan was de moord op PvdA-voorman Koos Vorrink. Sytze van der Zee schreef hier al over in Harer Majesteits loyaalste onderdaan (2015).
En dan zijn er ook nog Hazelhoff Roelfzema’s activiteiten voor de CIA. Waarschijnlijk was hij betrokken bij wapensmokkel voor de Republiek der Zuid-Molukken. En hij speelde een officiële rol bij Intertel, een tv-bedrijf dat in de jaren zestig Amerikaanse programma’s in Europa verspreidde. Je zou dat propaganda kunnen noemen, en dat doet Alkema dan ook.
Wat houd je over als je het allemaal op een zeef legt?
Erik Hazelhoff Roelfzema was een opschepper en een avonturier. Iemand die zijn pr goed op orde had en de principes van de democratische rechtsstaat opzij zette wanneer dat zo uitkwam. Heel erg verrassend is dat laatste niet. Het is bekend dat de kring rond koningin Wilhelmina droomde van een nieuw Nederland met een kleinere rol voor het parlement en een grotere rol voor de vorstin met om haar heen verzetsmensen als een soort nieuwe adel.
Op het oog wel spannend is een vondst waaruit blijkt dat er al tijdens de oorlog in verzetskringen twijfels waren over Hazelhoff Roelfzema. In 1942 verklaarde een andere Engelandvaarder, Jan Kist, die in Nederland contact had met de bekende verzetsgroep rond Gerrit van der Veen, dat Hazelhoff Roelfzema naar Engeland was gevlucht „with the knowledge and consent of the Germans”. Er werd niks mee gedaan. En een bewijs dat Hazelhoff Roelfzema heulde met de vijand is het natuurlijk niet. In de fog of war waren geruchten en roddels niet altijd van feiten te scheiden.
Petra Alkema verdient lof voor het materiaal dat ze heeft verzameld, genoeg voor een goede biografie. Helaas is haar boek dat niet. Daarvoor slaat ze te veel zijpaden in, zoals in een lang hoofdstuk over het Englandspiel. Interessant, maar het leidt te veel af van het hoofdonderwerp.
En wat me al snel begon te storen was de verwijtende toon in haar verhaal. Dit is geen geschiedenisboek, maar een aanklacht. Als Hazelhoff Roelfzema’s gevangenschap in het Oranjehotel na verloop van tijd opnieuw ter sprake komt, merkt ze op dat het slechts „drie daagjes” waren – alsof het een schoolreisje was. En als zijn verrichtingen als oorlogspiloot ter sprake komen – hij vloog zogeheten pathfinder-missies met een Havilland Mosquito – merkt ze op dat dat toestel sneller was dan de Duitse jachtvliegtuigen en nauwelijks werd opgemerkt door de Duitse radars. Ze haalt er zelfs berekeningen bij waaruit zou blijken dat zijn kans om te worden neergeschoten tijdens 68 missies niet veel groter was dan de gemiddelde kans per jaar op een auto-ongeluk. Tsja. Persoonlijk stap ik toch liever anno 2026 in een auto dan dat ik tijdens WOII een bombardementsmissie boven Duitsland moet uitvoeren.
Wie geïnteresseerd is in de persoon Erik Hazelhoff Roelfzema moet dit boek zeker lezen. Maar wie vooral zin heeft in een goed geschreven boek over de Tweede Wereldoorlog kan beter iets anders kiezen uit het ruime aanbod dat dezer dagen in de boekhandel ligt.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews