Terry Riley | componist Componist Terry Riley is een van de grondleggers van minimal music. Vrijdagavond klinkt in het Amsterdamse Muziekgebouw onder meer zijn klassieke werk In C. Vanuit Japan, waar hij tegenwoordig woont, vertelt Riley over Indiase muziek, componeren met tekeningen en het belang van niet weten wat je aan het doen bent.
Componist Terry Riley.
Nee, Terry Riley heeft minimal music niet uitgevonden. Volgens hemzelf gaat die eer naar zijn vriend en collega-componist La Monte Young, die ooit een stuk schreef dat bestaat uit twee tonen en de aanwijzing om die ‘lange tijd’ aan te houden (voor de liefhebber: Composition 1960 #7). Maar Riley was wél de eerste die de experimentele geest van herhaling, vrije vorm en resonantie die in die jaren zestig door Californië waarde, wist te vangen in een onverwoestbaar meesterwerk: In C. Vrijdagavond is het live te horen in het Amsterdamse Muziekgebouw ter gelegenheid van Riley’s negentigste verjaardag. Het concert is onderdeel van het vierdaagse Minimal Music Festival dat donderdag begint.
In C is een van de meest gespeelde werken uit de vorige eeuw, maar vanwege de open vorm klinkt het toch telkens weer anders. Vrijdag is de uitvoering in handen van de Bang on a Can All-Stars, het topensemble uit New York dat een directe afstammingslijn heeft met Riley en zijn medepioniers Steve Reich en Philip Glass. „I’ve heard them do it”, zegt Riley met een glimlach via een videoverbinding. „Het wordt te gek.” Daarnaast staat er nóg een Riley-klassieker op het programma: het uitbundige A rainbow in Curved Air uit 1969, in een arrangement dat zijn zoon, gitarist en componist Gyan Riley, recentelijk voor de All-Stars maakte.
Hij geldt dan wel als een van de pioniers van het genre, Riley heeft weinig op met het etiket ‘minimal music’. Al is hij veel te hoffelijk is om daar een punt van te maken. In The Guardian merkte hij tien jaar geleden fijntjes op: „Certainly a lot of stuff has happened since then.”
Riley woont tegenwoordig in een appartement in het plaatsje Kobuchisawa, in de Japanse Alpen, zo’n tweeënhalf uur ten noordwesten van Tokio. Het huis lijkt geheel gebouwd van hout, is te zien als hij de telefoon een tijdje op schoot legt om zijn nekband-speaker af te stellen. Een blokhut in de Japanse bergen, dat past wel bij Riley, die er al zeker een halve eeuw uitziet als een vrolijke kluizenaar. Ook nu, met zijn gele gehaakte mutsje, bonte vest en lange witte tovenaarsbaard.
Bang on a Can All-Stars bij het Terry Riley Tribute-concert ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag, New York, 4 mei 2025.
Hij woont inmiddels zes jaar in Japan en is niet van plan ooit nog weg te gaan. Het was bepaald geen weloverwogen verhuizing, vertelt Riley: „Er was een tournee van drieënhalve maand gepland met mijn zoon Gyan en die begon in Japan. Toen brak Covid uit en konden we niet verder. Dus ben ik maar gebleven.” Via bevriende musici vond hij onderdak. „Ik heb sindsdien niet meer in een vliegtuig gezeten. Ik ben hier volmaakt gelukkig.”
Voor hij neerstreek in Japan woonde Riley ruim vijfenveertig jaar op de Sri Moonshine Ranch in landelijk Californië, nabij het plaatsje Camptonville, ten noordoosten van Sacramento. Met zijn vrouw Ann, die in 2015 overleed, voedde hij er hun kinderen op, dochter Colleen en zoons Shahn en Gyan. Heeft hij de ranch nog? „Nee, ik heb hem vorig jaar verkocht aan vrienden. Nu kunnen zij een nieuw hoofdstuk schrijven op die magische plek”, zegt Riley.
Zijn beroemdste stukken zijn ruim een halve eeuw oud en Riley componeert onverdroten voort. „Ik heb altijd wel een project waarmee ik bezig ben. Maar ik haast me niet meer om stukken af te maken. Ik neem graag de tijd en laat me niet onder druk zetten door compositieopdrachten en dat soort dingen. Op mijn negentigste ben ik een stuk langzamer dan vroeger.”
Riley werd op 24 juni 1935 geboren (zijn 90ste verjaardag wordt in feite gevierd aan de vooravond van zijn 91ste) in Colfax, niet ver van de Moonshine Ranch. Hij studeerde compositie in San Francisco en behoorde tot de scene van La Monte Young, Morton Subotnick en Pauline Oliveros, die experimenteerden met dronemuziek, improvisatie en elektronica. Als pianist was Riley ook verslingerd aan Bach en aan jazz, en hij ontwikkelde een fascinatie voor de Indiase klassieke muziek die de VS in die jaren bereikte. Het zaadje van zijn belangstelling voor de muziek van het oosten werd volgens Riley geplant toen hij als kind in de bioscoop ‘Clair de lune’ van Debussy hoorde. Hij beschouwt Debussy als een van zijn belangrijkste vroege invloeden, gevolgd door Bartók.
Terry Riley treedt op in de Oval Space in londen, 30 juli 2018.
Het was tijdens een zomerse busreis dat Riley het baanbrekende In C bedacht. Het stuk bestaat uit 53 korte motiefjes (in de toonsoort C groot) die samen op één A4’tje passen. Op 4 november 1964 ging het in première bij het San Francisco Tape Music Center. Riley zelf speelde piano, in het ensemble zaten onder meer componisten Oliveros (accordeon) en Steve Reich (Wurlitzer). Het was Reich die opperde om de puls aan te geven met een continu herhaalde hoge c; Riley stemde in en die puls werd een kenmerkend aspect van In C. Critici waren enthousiast: dit was een totaal nieuwe klankwereld, in een tijd dat atonale muziek de concertpodia domineerde. Nu is het nauwelijks nog voor te stellen dat In C ooit níét bestaan heeft, zo alomtegenwoordig is de invloed van het werk: niet alleen op minimal music als genre maar ook op popmusici, van The Who tot Talking Heads, en op filmmuziek.
De openheid van de partituur zorgt voor zeer uiteenlopende uitvoeringen. Het Ragazze Quartet en Slagwerk Den Haag (tegenwoordig HIIIT) zetten tien jaar geleden een geïnspireerde, contemplatief-swingende versie op cd. Heel bijzonder is de spetterende interpretatie met Malinese en westerse instrumenten door Africa Express, terwijl het Goldsmiths Contemporary Music Ensemble onlangs aantoonde hoe je er ook een gortdroge academische exercitie van kunt maken. Zelf voert Riley In C al jaren niet meer uit, met één uitzondering. Twee jaar geleden vierde hij het zestigjarig jubileum van zijn beroemdste compositie met een concert bij de hooggelegen boeddhistische Helder-Water-tempel in Kyoto, onder „een magische volle julimaan”, zoals hij tegen de LA Times zei. Een hang naar mystiek is Riley niet vreemd.
Terwijl In C de wereld veroverde, legde Riley zich toe op improvisatie, beïnvloed door zowel jazz als Afrikaanse muziek. A Rainbow in Curved Air (1969) ontstond doordat hij verschillende geïmproviseerde toetsenpartijen op elkaar stapelde. In 1970 werd hij bovendien een discipel van de legendarische Indiase zanger Pandit Pran Nath, bij wie hij zich verdiepte in de Hindoestaanse klassieke muziektraditie. Het werd een levenslange liefde. Riley oefent nog altijd dagelijks en maakte voor zijn negentigste verjaardag een opname van de raga Komal Reshabh Asavari.
Hij geeft nog steeds les. „Ik heb Japanse leerlingen die ik de muziek leer die ik van Pandit Pran Nath geleerd heb. Ik hoop dat ik genoeg tijd heb om sommigen goed op te leiden, zodat ze het repertoire op hun beurt kunnen doorgeven. Het zijn toegewijde studenten. Toen ik in 1977 voor het eerst in Japan kwam was er nauwelijks interesse in Indiase muziek, maar dat is helemaal omgeslagen. De muziek is zeer virtuoos en vereist jarenlange oefening, en ik denk dat Japanners zich aangetrokken voelen tot het idee van meesterschap dat erin besloten ligt. Dat heeft hun eigen traditie ook.”
Sommige Indiase stukken die hij zingt zijn vier of vijf eeuwen oud, vaak zonder dat de componist bekend is. „In het westen hebben we een persoonlijkheidscultus, met Mozart en Beethoven enzovoorts. Dat interesseert ze niet in India, het gaat hen om de muziek en hoe die klinkt. Ze innoveren ook niet in de vorm, zoals westerse componisten, voor wie vorm iets architectonisch heeft. In India werken ze graag in dezelfde vorm en vinden daarbinnen ruimte voor vernieuwing.”
Het Minimal Music Festival, in 2023.
Riley’s oeuvre bevat volledig of grotendeels uitgeschreven composities, zoals de pianocyclus The Heaven Ladder (1994) of het orgelconcert At the Royal Majestic (2014). De laatste jaren legt hij zich weer toe op open compositievormen met veel speelruimte voor de uitvoerenden. Dat doet hij op een nogal bijzondere manier: „Sinds ik in Japan ben is 95 procent van de muziek die ik schrijf in de vorm van tekeningen. De juiste musicus blijkt de ideeën die ik wil uitdrukken op die manier net zo dicht te kunnen naderen als met een volledig uitgeschreven partituur”, zegt Riley.
„Toen ik nog op de ranch woonde componeerde ik veel grote orkestwerken met behulp van de muzieksoftware Sibelius. Maar dat proces begon me te frustreren. Het leek alsof het gevoel dat ik wilde uitdrukken niet in de partituren zat. Toen ik in Japan aankwam functioneerde de MIDI [Musical Instrument Digital Interface] op mijn computer niet meer. Daarom begon ik weer met de hand te componeren, met potlood op papier, zoals ik als kind al deed. En sommige muziek veranderde in tekeningen. Ik heb vaak een soort achtergrondverhaal in mijn hoofd over wat er gebeurt in de muziek, en ik ontdekte dat het prettig is om dat uit te drukken door te tekenen. Zo inspireren het tekenen en de muziek elkaar.”
De tekeningen zijn een tikje „whimsical”, zonderlinge en vaak grappige creaties, met potlood of Japanse penseelpen in notitieboeken gekrabbeld. Een soort muziekcartoons, met gekke figuurtjes die salto’s maken, een kerel met een aureool die boven een notenbalk zweeft of olifanten die wordt opgetild aan ballonnen. Ze bevatten soms een flard muzieknotitie, een enkele concrete aanwijzing. Vervolgens is het aan de musici om er een uitvoeringspartituur uit samen te stellen.
Zo ontstond het recente The holy liftoff (2025), een bijna liturgisch aandoend werk voor de Amerikaanse fluitist Claire Chase. Op YouTube is een uitvoering te zien door Chase en het JACK Quartet, met opnames van Riley’s stem die de titels van de delen noemt. Riley en Chase werkten samen met de Amerikaan Samuel Clay Birmaher, „een briljante jonge componist”, die de tekeningen en muziekfragmenten samenbracht in een grote vorm: „Sam begrijpt mijn muzikale intenties. Wat hij doet lijkt erg op wat ik zelf zou hebben gedaan als ik er de energie voor had.”
Van ophouden wil Riley niet weten. Muziek maken is voor hem als ademen. En hoewel herhaling een constante is in zijn oeuvre, zoekt hij ook op z’n negentigste nog telkens naar een nieuwe invalshoek: „Ik moet verrast worden door wat ik doe, dat is heel belangrijk voor me. Pas als ik in the dark ben, raak ik geïnteresseerd. ‘O, dit is mysterieus, eens kijken of ik kan uitvogelen wat het is!’ Iets heel kleins kan genoeg zijn om me aan de gang te krijgen. Maar als ik weet wat ik aan het doen ben, ga ik meestal niet verder.”
In C van Riley door Bang on a Can All-Stars, op 17 april in Muziekgebouw A’dam. Minimal Music Festival 16-19 april. Inl.: www.muziekgebouw.nl.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden