Home

‘In al mijn werk heb ik altijd voor ogen gehad: wegblijven van Hamas’, zegt Abou Rashed, die volgens het OM de groepering financierde

Rechtszaak In de rechtbank van Rotterdam heeft het Openbaar Ministerie proberen te bewijzen dat via de Palestijns-Nederlandse Amin Abou Rashed miljoenen bij Hamas terechtkwamen. Het Openbaar Ministerie eist vier jaar celstraf, waarvan een voorwaardelijk.

Abou Rashed wordt ervan verdacht de sanctiewet te hebben overtreden.

Waar kwam de 8,4 miljoen euro van Nederlandse donateurs terecht? Bij verzetsgroep Hamas, of bij weeskinderen in Gaza?

Tijdens twee zittingsdagen in de rechtbank van Rotterdam probeerde het Openbaar Ministerie te bewijzen dat het geld bij Hamas terechtkwam, en dat de verdachte dat wist. De advocaat van Amin Abou Rashed (die geen bezwaar maakt tegen het gebruik van zijn volledige naam) probeerde de beschuldigingen te ontzenuwen. „Ik sta voor de H van humanitair”, zei Abou Rashed (58) dinsdagochtend zelf. „Niet van Hamas.”

Abou Rashed wordt door het Openbaar Ministerie gezien als de informele leider van stichting Israa (afkorting van Internationale Steun Rechtstreeks Aan Armen). De stichting werd in 2001 opgericht en doneerde jarenlang aan liefdadigheidsorganisaties in Gaza. Aan een organisatie die weeskinderen in Gaza hielp, bijvoorbeeld, de Mercy Association for Children (MAC), voor Palestijnse moeders of voor medische hulp aan gewonde Palestijnen. Maar volgens het OM waren alle organisaties gelieerd aan Hamas. Daarmee zou Abou Rashed tussen 2010 en 2023 de sanctiewet hebben overtreden – de Europese Unie heeft Hamas in 2003 op de sanctielijst voor terroristische organisaties gezet.

De transacties zouden via de Unie van het Goede zijn gelopen, een parapluorganisatie van islamitische liefdadigheidsinstellingen, waar ook Israa bij was aangesloten. Die Unie is bedoeld om gelden voor Hamas in te zamelen, volgens het OM. Het OM vond communicatie tussen Israa en de Unie over projecten en de verdachte had thuis twee dvd’s van de Unie liggen.

Verder zou Abou Rashed ervoor hebben gezorgd dat de sanctieovertredingen door konden gaan, zelfs als betrokken instanties, zoals de Rabobank, moeilijk deden. Met stichting Israa zette hij volgens het OM in feite de werkzaamheden voort van stichting Al Aqsa. Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet in 2003 de financiële middelen van die stichting bevriezen, omdat „aangetoond was dat gelden van de Nederlandse stichting bij aan Hamas gerelateerde organisaties” terechtkwamen.

Foto met Haniyeh

Dat was allemaal welbewust, stelde de officier van justitie. In Abou Rasheds telefoon zijn nummers van Hamas-leden aangetroffen, bij de doorzoeking van zijn huis vond de politie een hoofdband met het logo van de gewapende tak van Hamas erop, in het dossier zitten foto’s van hemzelf en de voormalige Hamas-leider Ismael Haniyeh, die in de zomer van 2024 werd gedood door Israël. En er zijn foto’s van Abou Rashed bij het 25-jarig jubileum van Hamas in Gaza in 2012, waar hij een vip-pas kreeg – hij mocht op rij één zitten, stoel negentig.

Maar hij hééft geen relatie met Hamas, zegt Abou Rashed zelf in de rechtszaal. „Ik steun ze niet, niet politiek en niet financieel.” Dinsdagochtend was hij nog opgewekt binnen komen lopen, maar toen het Openbaar Ministerie een paar uur later de eis voorlas – vier jaar cel, waarvan één voorwaardelijk – liet Abou Rashed zijn donkerblauwe gebedsketting door de vingers van zijn linkerhand gaan. Zijn rechterhand heeft hij niet meer – die verloor hij in het Palestijnse vluchtelingenkamp in Libanon waar hij opgroeide, voordat hij in 1991 naar Nederland vluchtte.

„Ik ben Palestijn”, zegt hij tegen de rechter. „Ik steun mijn land, mijn volk, mijn geschiedenis.” Hij noemt de ruim zeventigduizend doden die sinds 7 oktober 2023 vielen in de Gazastrook, bij Israëlische aanvallen. En hij wil geen ‘Israël’ zeggen – hij noemt het land tegenover de rechter het „gebied van ’48”, naar het jaar van de stichting van de staat en de gewelddadige verdrijving van meer dan zevenhonderdduizend Palestijnen daarbij. „Maar ik wéét dat Hamas gevaarlijk is”, zegt Abou Rashed. „Ik heb in al die jaren vermeden contact te hebben met Hamas, in al mijn werk en projecten heb ik dat altijd voor ogen gehad: wegblijven van Hamas.”

Van de Hamas-leden in zijn telefoon zegt hij niet te hebben geweten dat ze voor Hamas werkten. Abou Rashed is een belangrijke figuur in het Europese pro-Palestijnse protest en een netwerker, zegt hij, hij kent honderden mensen. En dat je met iemand op de foto staat, betekent toch niet meteen dat je ze kent, laat staan hun gedachtegoed steunt? De vip-pas voor het jubileum kreeg hij aangeboden toen hij met een humanitair konvooi Gaza bezocht – iederéén in de bus kreeg er een. De pas was niet persoonlijk, zijn naam stond er niet eens op. En hij was gewoon nieuwsgierig. „Het was een groot evenement, met een kwart miljoen mensen. Ik wilde het graag zien.”

‘Checks and balances’

Zelfs al had Abou Rashed Hamas gesteund, dan nog vindt de verdediging het bewijs te dun dat het geld van stichting Israa bij de groep zou zijn beland. Het OM stelt dat het meeste geld naar de Mercy Association for Children (MAC) ging, een hulporganisatie voor weeskinderen en vondelingen, waar Hamas-prominent Ziad Al-Zaza leiding aan zou hebben gegeven. De organisatie staat volgens Abou Rasheds advocaat Jill Leyten ingeschreven bij de Palestijnse Autoriteit, het officiële bestuur van de Palestijnse gebieden, net als hulporganisaties als de Rode Halve Maan en UNRWA. MAC staat niet op een Europese sanctielijst.

De Unie van het Goede, de parapluorganisatie waaronder Israa viel en die het Openbaar Ministerie noemt als dé inzamelaar van Hamas-gelden, is volgens Leyten niet veel meer dan een online platform. „Er worden nieuwsverslagen op gedeeld. Als het een aantoonbare Hamas-organisatie was, was de Unie allang gesanctioneerd.” De VS zette de organisatie wel op de terrorismelijst, de EU niet.

De inschrijving bij de Palestijnse Autoriteit zorgde er bovendien voor dat de geldstromen van MAC, en dus stichting Israa, gecontroleerd werden, zegt Leyten. En er zou geen geld de Gazastrook binnen kunnen komen, zonder dat Israël het goedkeurt. Leyten: „Er waren dus checks and balances.” Dat het geld van Israa daadwerkelijk bij Hamas terechtkwam, vindt de verdediging dan ook niet aannemelijk óf bewezen. „De Unie van het Goede is niet genoeg. Er moeten uittreksels zijn die bewijzen dat het geld naar Hamas ging”, zegt Leyten.  

Het is een complexe zaak, vindt ook de voorzitter van de rechtbank van Rotterdam. Voor hun vonnis trekken de rechters meer dan de gebruikelijke twee weken uit: dat volgt op 27 mei.

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next