Met L’engloutie maakte de Franse regisseur Louise Hémon een fraai kostuumdrama, dat net zo fascinerend en ongrijpbaar blijft als zijn stekelige heldin.
schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.
Moet dat nou echt, die doodskist op haar dak? In de laatste dagen van 1899 trekt de idealistische lerares Aimée naar een afgelegen gehucht in de Franse Alpen, om de kinderen daar kennis bij te brengen. Vrije burgers van hen te maken.
De bewoners verrassen Aimée met hun opvattingen en gewoonten. Zo vinden ze het vanzelfsprekend dat een overleden senior zijn rustplaats krijgt op de koeienstal waarin Aimée verblijft én lesgeeft. Er kan immers geen graf worden gegraven, de grond is bevroren. Op het dak blijft opa buiten bereik voor roofdieren. En bovendien: ‘Hij zal genieten van het gezelschap van de kinderen.’
Het feitelijke en het irrationele gaan fraai samen in het kostuumdrama L’engloutie. De Franse cineast Louise Hémon putte voor haar speelfilmdebuut volop inspiratie uit verhalen van haar eigen familie: zo werden aan moeders kant verschillende vrouwen als onderwijzer naar bergdorpen uitgezonden.
Het hoofdpersonage van L’engloutie (‘De verzwolgene’) ziet zich in het bergdorp telkens op afstand van de anderen geplaatst. Terugkerend motief zijn de gezamenlijke avonden in de centraal gelegen hoeve: bijeenkomsten in het licht van een knapperend haardvuur, waar Aimée (Galatéa Bellugi) zich pijnlijk bewust wordt van haar positie als buitenstaander.
Steeds weer ook die steelse blikken waarmee ze de dorpelingen bespiedt. Herders Pepin (Samuel Kircher) en Enoch (Matthieu Lucci) lijken een geheime amoureuze band te hebben en trekken alleen al daarom Aimées aandacht. In een kenmerkend zinnelijke passage van L’engloutie volgt ze de mannen naar een grot, om te worden overspoeld door echo’s van gehijg en gesteun. Geluiden die mogelijk alleen in haar hoofd klinken.
Want ook dáár voeren Hémon en coscenarist Anaïs Tellenne hun publiek naartoe: naar Aimées gedempte verlangens en sensualiteit. Zie alleen al de scène waarin ze opgewonden raakt van een prent in een boek van filosoof Descartes. Hoe dicht de film haar dan ook nadert, Aimée blijft net zo’n enigma als de andere personages, misschien zelfs nog méér – zeker wanneer haar erotische gevoelens lijken te versmelten met het noodlot dat toeslaat in het gehucht. Alsof Aimée iets te maken heeft met de lawines en verdwijningen.
Knap hoe hoofdrolspeler Galatéa Bellugi die raadselachtigheid in balans houdt met warmte en tragikomische charme. Een stekelige, lastig te classificeren heldin is Aimée, de kern van een film die ook zelf intrigerend ondoorgrondelijk blijft.
Verhalen mogen niet worden opgeschreven, zeggen de dorpelingen tegen Aimée, anders gaan ze dood. Vensters moeten openblijven, anders kunnen de zielen van overledenen niet weg. Zulke vrijheid gunt L’engloutie zichzelf ook. Soms denk je naar een verstilde thriller te kijken, misschien ook naar een sprookje of spookverhaal: associaties die nooit doorzetten, moedwillig vaststeken in de ijzige grond en de bleekblauw tinten van Marine Atlans camerawerk.
Zeker geen film voor iedereen, dit. Maar wie zich ontvankelijk opstelt, ergens halverwege verstand en onderbuik, krijgt er een rijke, mystieke sneeuwwereld voor terug.
Drama
★★★★☆
Regie Louise Hémon
Met Galatéa Bellugi, Samuel Kircher, Matthieu Lucci, Oscar Pons
98 min., in 30 zalen / te zien op Picl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant