Iran De NAVO denkt zichzelf nog te helpen met oude vormen van paaien. Dat terwijl Trump die afhankelijkheid allang als drukmiddel inzet, zoals rondom Iran, ziet Shermin Amiri.
Rond de jaarwisseling laaide Iran opnieuw op. Wat begon als protest tegen economische ontwrichting groeide in enkele dagen uit tot de grootste binnenlandse crisis van het regime in jaren. Halverwege januari was al duidelijk dat de repressie duizenden levens had gekost. In diezelfde weken mengde Donald Trump zich steeds nadrukkelijker in dat Iraanse drama. Op 28 februari beloofde hij de Iraniërs nog: „the hour of your freedom is at hand”. Enkele weken later dreigde hij Iran terug te werpen naar het stenen tijdperk. Kort daarop sprak hij over het sterven van een hele beschaving. In zes weken tijd veranderde Iran in zijn taal van een volk dat bevrijd moest worden in een beschaving die desnoods mocht verdwijnen.
Shermin Amiri is publicist en senior adviseur bij RadarAdvies.
Dat raakte mij niet alleen als toeschouwer, maar ook als Iraniër. Jarenlang keek ik bijna automatisch via de Islamitische Republiek naar Iran. Ik dacht aan de Evingevangenis, aan executies, aan de vernedering van vrouwen, aan een staat die het land al bijna een halve eeuw gijzelt en zijn bevolking opsluit, afranselt en uitput.
Het regime heeft zich met zo veel geweld tussen Iran en haar burgers gedrukt dat je het land al snel door de ogen van dat regime ziet. Trumps taal doorbrak die reflex. Toen hij over Iran begon te spreken als een land dat mocht sterven, merkte ik dat mijn liefde voor Iran groter was dan mijn haat tegen het regime. Dat besef had ook met afstand te maken. Ballingschap vernauwt niet alleen je leven, maar ook je blik. Iran verschijnt dan al snel als regime, onderdrukking en open wond. Haat scherpt dat verder aan. Maar liefde voor een land vraagt iets anders. Ze dwingt tot onderscheid, tot het vermogen om onder het regime ook het land zelf te blijven zien. Pas dan wordt weer zichtbaar wat Iran nog meer is.
Voor mij is Iran niet alleen het regime dat het land gijzelt. Het is Shiraz en Tabriz, de straattaal van Teheran, Nowruz aan tafels waar zelfs de politiek even zwijgt, de bazaar, de binnenplaatsen, de graven van ouders en grootouders, de alledaagse omgangsvormen waarin een land voortleeft. Het is ook een beschaving die de wereld mede heeft gevormd in poëzie, architectuur, staatskunst en geleerdheid. Daar richtte Trumps taal zich op. Niet alleen op een regime dat ik verafschuw, maar op een land dat mij heeft gevormd.
Die minachting bleef niet beperkt tot Iran. Dezelfde houding zie je in Trumps omgang met Europa en de NAVO. Voor hem zijn bondgenootschappen geen wederkerige verbanden, maar drukmiddelen. Tijdens de oorlog met Iran noemde hij de NAVO een „paper tiger”, viel hij Europese bondgenoten openlijk aan omdat zij de Amerikaanse en Israëlische aanvallen niet wilden steunen, en dreigde hij opnieuw met terugtrekking uit de alliantie. Frankrijk, Italië en Spanje weigerden steun of luchtruim voor delen van de operatie. Spanje sloot zijn luchtruim zelfs volledig voor Amerikaanse toestellen die bij aanvallen op Iran betrokken waren. Trump noemde zulke landen „onbehulpzaam”. Dat laat zien hoe hij naar Europa kijkt, niet als bondgenoten met eigen afwegingen, maar als landen die moeten bewijzen aan welke kant ze staan.
In die werkelijkheid moet Mark Rutte opereren. Ik begrijp die positie. Europa kan zich geen theatrale zuiverheid permitteren zolang zijn veiligheid nog zo sterk van de Verenigde Staten afhangt. Een NAVO-secretaris-generaal moet de alliantie bijeenhouden, ook wanneer de machtigste partner elke afspraak weer openbreekt zodra hij merkt dat anderen geen breuk kunnen riskeren. Vanuit dat perspectief is het verklaarbaar dat Rutte Trump sust en hem publiekelijk niet frontaal afvalt.
Maar verklaarbaarheid is niet hetzelfde als vrijblijvendheid. In zijn interview met CNN kreeg Rutte eerst de vraag of Trumps dreiging om de Iraanse beschaving te vernietigen hem als diplomaat had gestoord. Meteen daarna vroeg interviewer Jake Tapper of de wereld nu veiliger was dan vóór de oorlog. Rutte antwoordde: „Absolutely … this is thanks to President Trump’s leadership.” Dat was meer dan diplomatiek onderhoud. Hij prees het leiderschap van de man die een dag eerder nog over het sterven van een beschaving had gesproken.
Juist daar zie je hoe ver Europa zijn taal inmiddels moet oprekken. Want stel dat Trump zijn dreigement had uitgevoerd. Wat had die lof dan nog betekend? Zodra leiderschap een eretitel wordt voor iemand die openlijk flirt met vernietiging, verschuift de grens van het toelaatbare.
Een dag later was dat ook in Den Haag te horen. Vincent Karremans deed de kritiek op Ruttes lof voor Trump bij WNL meteen af als een kwestie van stijl. „Columnisten zeiken over stijl, terwijl hij ons veilig houdt”, zei hij. Zo verschuift het debat. Niet meer wat Rutte publiekelijk legitimeert staat centraal, maar de toon van de kritiek daarop. Natuurlijk moet Europa schade beperken en de alliantie overeind houden. Maar zodra dat de enige taal wordt, schuift alles op. Dan wordt iedere grensoverschrijding een beheersvraag en ieder moreel bezwaar een luxeprobleem.
Trump beweegt zich niet in een politieke wereld waarin vleierij nog als tijdelijke smeerolie werkt tussen partijen die uiteindelijk dezelfde regels erkennen. Bij hem werkt tegemoetkomen anders. Het kalmeert hem niet, het vergroot zijn speelruimte.
Als Europa zijn grenzen niet bewaakt, verlegt Trump ze. Dat zie je in zijn taal over Iran, waar een volk eerst vrijheid kreeg aangeboden en kort daarna als beschaving op de nominatie van vernietiging stond. En je ziet het in Europa, waar een alliantie zichzelf nog denkt te redden met oude vormen van paaien, terwijl Trump afhankelijkheid allang als drukmiddel inzet.
Deze weken hebben mij ook scherper laten zien wat er op het spel staat. Als Iraniër merkte ik opnieuw dat mijn band met Iran dieper reikt dan mijn afkeer van het regime. En juist daardoor zie ik ook helderder wat Europa dreigt te verliezen wanneer afhankelijkheid omslaat in stilzwijgen en stilzwijgen in toegeeflijkheid aan macht.
Trump moet daarom niet langer worden gepaaid, maar openlijk worden weersproken. Niet om moreel gelijk te halen, maar om zichzelf te behouden moet Europa weer leren grenzen te trekken en die ook hardop uit te spreken. Zodra dat niet meer gebeurt, raakt niet alleen Iran uit zicht, maar Europa zelf ook.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet