Home

Het land wordt er niet gezelliger van

De casus van vandaag is simpel. We werden door een conductrice uit de trein gegooid. Aanvankelijk dachten we nog dat we de overstap op tijd hadden gehaald en dus stond mijn betere helft al lachend in de wagon toen ik alsnog instapte. Maar precies op dat moment gaf de conductrice haar hardhandig een duw, zodat we allebei cartoonesk weer naar buiten tuimelden. De deuren sloten, de trein vertrok, ons beteuterd achterlatend op het perron.

Nu de analyse. De Duitse minister van verkeer heeft zojuist gewaarschuwd dat vertragingen bij de spoorwegen de democratie in gevaar brengen. Als treinen niet op tijd rijden, verliest het publiek zijn vertrouwen in de overheid. Het kan best zijn dat onze conductrice handelde uit zorg om de democratie. Snap ik. Democratie schijnt heel belangrijk te zijn. Dus als je daarvoor late instappers op straat moet gooien? Het zij zo.

Voor iedere vorm van geweld is een excuus. Het kan zijn dat de conductrice last had gehad van agressie en intimidatie door andere treinreizigers. Dat ze gestrest was door structurele onderbezetting. Het kan ook zijn dat ze specifiek mij als man niet in de trein wilde toelaten, omdat ze was onderdrukt door het patriarchaat en nu uit wraakzucht terugsloeg door zelf te gaan onderdrukken en de trein te bestemmen voor vrouwen als categorie. Weet ik veel.

Er is een hoop agressie in de samenleving en er zijn evenzovele verklaringen. Lesauto’s worden door boze medeweggebruikers ingehaald via de stoep; zorgmedewerkers bespuugd en bekogeld met voorwerpen. Je kunt het wijten aan algehele psychopathologisering van de mensheid, maar staande op het perron besloot ik iets preciezer te kijken. We moesten nu toch een uur wachten.

Elf jaar geleden, in 2015, maakte het televisieprogramma Andere Tijden een uitzending over geweld tegen conducteurs. In de jaren vijftig, zestig en zeventig verkeerde het spoor nog in diepe rust, zei Andere Tijden, maar vanaf de jaren tachtig kwam de agressie op. Maatregelen werden genomen en weer teruggedraaid; het spoorbedrijf werd geprivatiseerd, werkdruk nam toe.

Die verandering in 1980 was bepaald niet alleen merkbaar op het spoor. Historicus Eric Storm schetste een paar maanden geleden in De Groene precies diezelfde tijdlijn in een informatief stuk over de wereld in zijn geheel. „De jaren vijftig, zestig en vroege jaren zeventig werden nog gekenmerkt door toekomstgericht optimisme”, schreef hij. De wereld bouwde erop los: flats, economieën, ingenieursprojecten, een gloednieuwe hoofdstad in Brazilië, spiksplinternieuwe natiestaten in Afrika.

Maar aan het eind van de jaren zeventig kwamen twee stromingen op die wereldwijd voor onrust zouden zorgen: het neoliberalisme en de identiteitspolitiek. Al dat bouwen had namelijk geen verlossing gebracht, integendeel, er kwam financiële malaise uit voort, stagnatie, inflatie, consumentisme, wapenwedloop, milieuvervuiling, en uiteindelijk trok de oliecrisis van de jaren zeventig „het model van snelle economische groei en maatschappelijke modernisering in twijfel”.

Het jaar 1979 werd een keerpunt. Margaret Thatcher, Deng Xiaoping en een jaar later Ronald Reagan kwamen op het lumineuze idee de economie te redden met een vrij ondernemingsklimaat; en om in die neoliberale globaliseringsgolf overeind te blijven moesten landen zich vermarkten en minderheden zichzelf profileren. Daardoor braken nationalisme en terrorisme los. Waarna het populisme beloofde rust te brengen door het begrip democratie op te vatten als het recht van de sterkste. En zo werden wij, in 2026, ten slotte uit de trein gegooid.

Nu wist ik nog niks. Het was me hooguit duidelijk geworden dat door de geschiedenis heen steeds opnieuw grote denkers met grootse plannen komen die de situatie voor de bevolking alleen maar verergeren. Soms stuurt de bevolking zo’n leider naar huis. Veel vaker reageren burgers zich af door elkaar op het hoofd te slaan en van de stoep af te rijden.

Volgens een recent onderzoek van het Clingendael Instituut hoopt een vijfde van de Nederlanders op een sterke leider die kan opereren zonder rekening te houden met parlement en rechter. Zestien procent heeft er begrip voor als dan geweld wordt gebruikt om „de samenleving te redden”.

Nou weet ik niet of onze conductrice dit leest. Ik weet wel dat automobilisten die over de stoep rijden dit niet lezen. Geen tijd voor. Ik weet zeker dat degenen die hun hoop vestigen op het toekomstgerichte optimisme van Poetin en Trump dit wel lezen. En tegen hen wil ik graag zeggen dat het me geen goed idee lijkt parlement en rechter af te schaffen en onderling geweld in te voeren, want het land wordt er uiteindelijk niet echt gezelliger van.

Nou, dat was het.

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next