Bankierseed Een eed en tuchtrecht moeten sinds de kredietcrisis het imago van bankiers opvijzelen. Maar de tuchtrechters leggen nu het werk neer. Ze vinden dat de banken het tuchtsysteem marginaliseren.
Het tuchtrecht voor bankiers is ingevoerd na de kredietcrisis, en diende het vertrouwen in banken te herstellen.
De rechters die betrokken zijn bij het bancaire tuchtrecht hebben voorlopig dit werk neergelegd. Aanleiding is een voorstel van de Nederlandse Vereniging van Banken om het tuchtreglement aan te passen. Volgens de stakende tuchtrechters leidt die aanpassing tot verdere marginalisering van de tuchtrechtspraak voor bankmedewerkers.
In een brief die dinsdag is verstuurd naar de Stichting Tuchtrecht Banken (STB) schrijven de tuchtrechters dat zij hun functie onder het nieuwe reglement niet meer integer kunnen uitvoeren. Twee van de 23 tuchtrechters zijn inmiddels opgestapt. NRC heeft de anderen – onder wie ‘gewone’ rechters, advocaten, hoogleraren en bankmedewerkers – benaderd voor een toelichting, maar zij wilden niet reageren.
Door de tijdelijke staking van hun werkzaamheden is het bankentuchtrecht in feite buiten werking gesteld. Enkele lopende zaken worden afgehandeld, maar over nieuwe zaken buigen de tuchtrechters zich voorlopig niet. Het tuchtrecht is echter een wettelijke verplichting: De Nederlandsche Bank kan banken openbare waarschuwingen geven of zelfs boetes als het tuchtrecht buitenspel komt te staan.
De patstelling in het tuchtrecht is pijnlijk voor bankiers. Het werd juist, samen met de bankierseed, in 2015 ingevoerd om het vertrouwen in hen te herstellen, dat geknakt was door de kredietcrisis. Op de wettelijke verankering van eed en tuchtrecht hadden de banken zelf aangedrongen.
Tuchtrecht is een rechtsvorm die erop toeziet dat leden van een bepaalde groep zich houden aan de gedragsregels en standaarden van die groep – in dit geval bankmedewerkers. Het bankentuchtrecht is gebaseerd op een eed die elke bankmedewerker bij aantreden moet afleggen. Daarin beloven ze onder meer „integer en zorgvuldig” te werken en het klantbelang centraal te stellen.
Al sinds de introductie in 2015 is er kritiek op de werking van het bankentuchtrecht. Zo zijn vrijwel alle tuchtzaken waarin uitspraak is gedaan, aangedragen door banken zelf – en dan vooral door één bank, ABN Amro. Wie bijvoorbeeld bij ING werkt, loopt weinig risico voor het hekje van de tuchtrechter te moeten verschijnen. En de zaken die dienden, gingen vrijwel allemaal om overduidelijke overtredingen door lager geplaatste medewerkers, zoals onbevoegd rekeningen inzien (rekeninggluren) of lichte fraude. Vaak waren betrokken bankmedewerkers dan al ontslagen.
Minder eenduidige zaken kwamen weinig voor, terwijl het algemene principe van tuchtrecht is dat uitspraken in procedures die een ‘grijs’ gebied betreffen juist bijdragen aan normstelling binnen de beroepsgroep. Of bankbeleid wel strookt met de bankierseed was ook amper onderwerp, terwijl individuele bankmedewerkers vaak maar weinig invloed uitoefenen op de inhoud van hun werk. Bankbeleid wordt immers vooral op grote afstand bepaald, anders dan bij advocaten en artsen, beroepen waarvoor ook tuchtrecht geldt.
Het hoofdkantoor van ABN Amro op de Zuidas in Amsterdam. Vrijwel alle tuchtzaken waarin uitspraak is gedaan, zijn voorgedragen door deze bank.
Anderhalf jaar geleden adviseerde een onafhankelijk rapport van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) dan ook het tuchtstelsel van de banken flink aan te passen, te vervangen of helemaal af te schaffen. Doordat uitspraken in weinig evidente zaken nagenoeg uitblijven, was de constatering, heeft dit tuchtrecht er niet toe geleid dat bankpersoneel nu beter weet wat wel en niet door de beugel kan. „De kracht van een goed functionerend tuchtstelsel zit in de lerende werking die ervan uitgaat”, aldus de onderzoekers.
Daarna was het aan de uitvoerder, de Stichting Tuchtrecht Banken, en de NVB om met nieuwe plannen te komen. De precieze invulling van het tuchtrecht is namelijk aan de sector zelf overgelaten, niet aan een onafhankelijke instantie zoals een financiële toezichthouder.
Het overleg over zo’n voorstel heeft lang geduurd. Eerst dacht de STB begin vorig jaar een beslissing te kunnen nemen. Dat werd eind 2025.
NRC heeft de laatste concept-versie van het nieuwe tuchtreglement ingezien. Daarin staat dat het tuchtrecht expliciet niet meer van toepassing is „op het bancaire beleid of de implementatie daarvan door bank en/of haar medewerkers”. Want, zo luidt de motivering: daarop zien de Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank al toe.
De tuchtrechters menen dat het nieuwe reglement de werking van het tuchtrecht verder beperkt. Rob van Eijbergen, een van de twee tuchtrechters die vorige week besloten die functie neer te leggen, wil dat toelichten. Naast Van Eijbergen, hoogleraar integriteit aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, stapte Tom Loonen op, hoogleraar financieel recht en integriteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Beiden waren sinds 2015 bij het bancaire tuchtrecht betrokken.
Van Eijbergen bevestigt dat ze al die tijd „relatief marginale gevallen” zagen langskomen, „mensen die vaak al ontslagen waren, en amper zwaarwegende zaken”. En nu daar „geen verandering in lijkt te gaan komen met het nieuwe reglement – integendeel – is het voor ons klaar”.
Van Eijbergen noemt het stuitend dat het nieuwe reglement bankbeleid wil uitsluiten bij de uitspraken. „Terwijl we als tuchtcommissie bijvoorbeeld in de zaak waarin de meeste veroordelingen zijn geweest, van hypotheekadviseurs die massaal handtekeningen van klanten hadden vervalst, ook iets hebben gezegd over de kennelijke context waarin dat massaal kon gebeuren. En dat zou dan nu niet meer kunnen.” Het RuG-rapport spoorde juist aan die context méér mee te nemen in de tuchtoordelen.
Daarnaast stelt het nieuwe tuchtreglement extra eisen aan onderzoek op eigen initiatief van de ‘openbaar aanklager’ van de STB, de algemeen directeur – dus zonder melding van een bank. Zo moet het STB-bestuur voortaan instemmen met zo’n onderzoek. „In feite kan de algemeen directeur zo niet meer zelfstandig een onderzoek starten”, meent Van Eijbergen. In de enige tuchtzaak tegen bankbestuurders, voormalig ING-topman Ralph Hamers en een aantal commissarissen vanwege het bonusbeleid van de bank, is dat wel gebeurd. Zij kregen een berisping van de commissie van beroep, mede omdat ze medewerking weigerden.
Van Eijbergen: „Het hele idee van tuchtrecht, vinden wij, is preventie en bewustwording. Ook in de grijze elementen, ook in beleid. Het idee is dat een bank bij twijfel zaken voorlegt. Dat is nooit gebeurd, en dat gaat nu nog minder gebeuren. Daardoor is het voor Tom [Loonen] en mij niet langer te verantwoorden om zitting te nemen in de tuchtcommissie. Te lang hebben we deze discussie gevoerd zonder concreet resultaat. Uiteindelijk komt de geloofwaardigheid ter discussie te staan.”
Bankenkoepel NVB vindt niet dat het aangepaste reglement het bancaire tuchtrecht marginaliseert. De nieuwe eisen voor zelfstandig onderzoek zijn slechts „een extra waarborg”, reageert directeur Eelco Dubbeling. „Een vierogenprincipe is heel normaal bij dit soort zaken.”
Bovendien, stelt de NVB, is beleid nooit onderdeel geweest van het tuchtrecht. „Het is altijd op gedrag gericht geweest, daar ben ik heel stellig in”, zegt Dubbeling. „Daar waren misverstanden over. Wij vonden het belangrijk dat te expliciteren.”
Volgens de vereniging zit de meerwaarde van het tuchtrecht enkel in de toets van individueel gedrag. „Beleid wordt al uitgebreid getoetst door de financiële toezichthouders.”
Gedrag is ook te toetsen aan andere rechtstelsels: arbeidsrecht – veel bankmedewerkers die een tuchtsanctie krijgen, zijn al ontslagen – of zelfs strafrecht. Toch ligt afschaffing van het tuchtrecht, de andere optie van het RuG-onderzoek, niet op tafel. Dubbeling: „We willen het behouden omdat wij wel denken dat het nog toegevoegde waarde heeft. Afschaffen is ook niet goed voor het vertrouwen in de sector.”
STB laat in een reactie weten „de mening van de tuchtrechters van groot belang” te vinden; reden om hen het conceptreglement voor te leggen. Hun negatieve reactie „noopt het bestuur om te bezien wat hiervan de implicaties zijn voor het bankentuchtrecht. We zullen ons beraden over de ontstane situatie.”
De stichting lijkt de optie open te houden om het reglement aan te passen of een andere vorm van tuchtrecht te kiezen. Wat de NVB betreft is dat niet aan de orde. Dubbeling: „Dit is een goed en gedegen reglement.”
Mochten STB en NVB het niet eens worden over het nieuwe reglement, dan kan een „derde partij” worden ingeschakeld om de knoop door te hakken, aldus het huidige reglement. Wie die derde partij is, staat er niet in.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen