Staatsbosbeheer blijft bezorgd over de gevolgen van olievervuiling in de Westerschelde, maar er zijn tekenen dat de natuurschade meevalt: het laagje olie dat aanvankelijk langs de waterlijn van zo’n tien kilometer lag, was dinsdagmiddag al goeddeels verdwenen.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
‘Het moet zijn weggespoeld of in de bodem zijn getrokken’, zegt een woordvoerder van Staatsbosbeheer. Weliswaar moet nog blijken hoe de vervuiling zich de komende dagen ontwikkelt en wat daarvan de exacte gevolgen zijn voor de natuur, maar volgens de woordvoerder lijkt het erop dat de situatie sinds begin deze week in elk geval niet is verergerd.
Op meerdere locaties leidde de verontreiniging tot verkleuring van het water met een blauwgrijze tint. Daarnaast werden op enkele plekken zwaardere, zwarte olievlekken waargenomen. Inmiddels zijn organisaties gestopt met opruimwerkzaamheden, omdat het laagje olie dat over de oevers lag te dun was om te ruimen.
De vervuiling ontstond nadat in de nacht van donderdag 9 op vrijdag 10 april een groot containerschip olie had gelekt tijdens het tanken in de haven van Antwerpen. Het ging om stookolie, een dikke en stroperige substantie die zich via de Westerschelde deels richting Nederland verplaatste. Het is nog niet bekend hoe het lek heeft kunnen ontstaan.
Het lek leidde tot verontreiniging in de Hedwigepolder, het Verdronken Land van Saeftinghe, de haven van Walsoorden en in de kuststrook tussen Bath en Waarde. Door stroming, wind en wisselende getijden kan de olie zich verplaatsen. Ook kan stookolie zich onzichtbaar verplaatsen onder het wateroppervlak.
Dat zullen de komende dagen moeten uitwijzen. Rijkswaterstaat monitort de situatie voortdurend met drones, patrouillevaartuigen, het Kustwachtvliegtuig en visuele inspecties langs het water, om in kaart te brengen waar en hoe de olie zich verspreidt. Ook de natuurorganisaties Het Zeeuws Landschap en Staatsbosbeheer inspecteren dagelijks de kustlijn.
Staatsbosbeheer maakte zich aanvankelijk ernstige zorgen over de gevolgen van de verontreiniging voor bodem, water, flora en fauna, in een gebied dat door alle scheepvaart en bijbehorende industrie toch al niet tot het schoonste behoort. ‘Met name het bodemleven en de voedselketens staan onder druk. We monitoren de situatie nauwgezet, met speciale aandacht voor de in het broedseizoen extra kwetsbare diersoorten als kustbroedvogels’, aldus de organisatie.
De noordoever van de Westerschelde, met name de schorren bij Bath en Waarde, maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Westerschelde en behoort volgens Staatsbosbeheer tot de meest waardevolle getijdennatuur van Europa: ‘De schorren en slikken langs de Westerschelde vervullen een cruciale ecologische functie als broed-, foerageer- en rustgebied voor tal van vogelsoorten.’ Olieverontreiniging verstoort niet alleen voedselketens, maar kan ook leiden tot directe schade aan vogels, bijvoorbeeld door vervuiling van hun veren.
De veiligheidsregio Zeeland laat weten dat afgelopen dinsdag een team van specialisten de Hedwigepolder en het Verdronken Land van Saeftinghe heeft geïnspecteerd. Daar troffen zij nauwelijks verontreiniging aan, aldus ZeelandVeilig. In de gemeente Reimerswaal zijn op de schorren tussen Bath en Waarde wel olieresten aangetroffen. Momenteel wordt overleg gevoerd over hoe de opruiming ingericht kan worden. Komende donderdag en zondag volgen nieuwe rondes om de aanwezigheid van olie te bekijken, aldus de instantie.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant