Home

Onderwijs blijft steken, concludeert Inspectie: basisvaardigheden niet beter, verschillen groeien

Ondanks jaren van extra investeringen en maatregelen ziet de Inspectie van het Onderwijs nog altijd geen duidelijke verbetering in taal, rekenen en burgerschap. Intussen groeien de verschillen tussen leerlingen per regio en neemt de druk op scholen toe door problemen die buiten de klas ontstaan.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Dat is de ietwat mistroostige boodschap in de woensdag gepubliceerde De staat van het onderwijs, het jaarlijkse rapport van de inspectie dat in Den Haag richting geeft aan het politieke debat.

Maar het 31 pagina’s tellende rapport is niet alleen kommer en kwel. Het fundament staat in veel opzichten nog overeind. In het basis- en voortgezet onderwijs werd in een steekproef ongeveer 82 procent van de scholen als voldoende beoordeeld.

In het basisonderwijs zijn de prestaties na de coronapandemie gestabiliseerd en er is meer aandacht voor taal. Ook daalt het aantal voortijdige schoolverlaters in het mbo en voelen de meeste leerlingen zich veilig.

Desondanks blijft de beloofde verbetering uit. ‘De noodzakelijke kwaliteitsverbetering blijft steken’, schrijft inspecteur-generaal Alida Oppers.

Hieronder de belangrijkste punten uit het rapport.

1. Regionale verschillen

Waar de aandacht afgelopen jaren vooral uitging naar verschillen tussen leerlingen naar afkomst, richt de inspectie zich nu op verschillen naar woonplaats. Die ontstaan al vroeg. Zo gaan peuters in grote steden minder vaak naar voorschoolse educatie, bedoeld voor kinderen die risico lopen op een onderwijsachterstand.

De in 2023 ingevoerde doorstroomtoets, die de eindtoets in groep 8 verving, moest de kansengelijkheid vergroten. Scholen zijn sindsdien verplicht ‘kansrijk’ te adviseren, maar ook dat gebeurt niet overal in dezelfde mate.

Van de adviezen die voor bijstelling in aanmerking kwamen, wordt in stedelijke gebieden 88 procent naar boven aangepast, tegenover 68 procent in minder stedelijke regio’s. Op reformatorische scholen wordt het vaakst een definitief advies gegeven dat niet is bijgesteld, terwijl daar wel aanleiding toe is.

Ook bij het zogeheten stapelen zijn de verschillen groot. In de Gooi en Vechtstreek stroomt ruim 20 procent van de vmbo-(g)t-leerlingen door naar de havo. In delen van Noord- en Oost-Nederland is dit minder dan 10 procent.

2. Zorgen over sociale media

Na het landelijke advies om mobiele telefoons uit de klas te weren, roept de inspectie de overheid op te verkennen of het gebruik van sociale media voor kinderen tot 15 jaar wettelijk kan worden beperkt.

Aanleiding zijn zorgen over digitale veiligheid. Cyberpesten, groepsdruk en online aangejaagde conflicten werken door op school, terwijl scholen daar nauwelijks grip op hebben. De inspectie spreekt van een ‘hybride werkelijkheid waarin grenzen vervagen tussen binnen en buiten, tussen offline en online en tussen feit en fictie.’

3. Inzet van AI

Leerlingen en studenten maken steeds vaker gebruik van generatieve AI bij het maken van opdrachten, constateert de inspectie. Duidelijke kaders ontbreken.

Veel leerlingen weten niet goed wat wel en niet is toegestaan, terwijl docenten vinden dat zij niet over voldoende kennis beschikken om AI effectief in te zetten. Dat zet vaardigheden als schrijven en kritisch denken onder druk.

4. Basisvaardigheden blijven achter

Die ontwikkeling is extra zorgelijk, omdat het onderwijs moeite heeft om de basis op orde te krijgen. Volgens de inspectie is er nog altijd ‘geen trendbreuk zichtbaar in de ontwikkeling van basisvaardigheden’.

In het basisonderwijs zijn de prestaties na de coronapandemie weliswaar gestabiliseerd, maar echte vooruitgang blijft uit. In het voortgezet onderwijs is het beeld somberder: leesvaardigheid en woordenschat liggen nog onder het niveau van voor corona. Ook rekenen, met name in het vmbo, laat een dalende trend zien.

In het mbo zijn de zorgen het grootst. Veel studenten halen de vereiste taal- en rekenniveaus niet. Ook burgerschapsonderwijs blijkt lastig vorm te geven. Scholen krijgen geregeld herstelopdrachten omdat het lesaanbod niet concreet genoeg is.

Volgens Sezgin Cihangir, directeur van het Nederlands Mathematisch Instituut, laat het rapport zien dat het onderwijsstelsel op meerdere fronten onder druk staat. Vooral de achterblijvende basisvaardigheden baren hem zorgen. ‘Als lezen, taal en rekenen onvoldoende stevig worden opgebouwd, werkt dat later overal in door: in je vervolgonderwijs, in zelfredzaamheid en op de arbeidsmarkt.’

Scholierenorganisatie Laks vindt het jammer dat de inspectie niet meer aandacht heeft voor prestatiedruk. ‘Terwijl rapport na rapport laat zien hoe groot het probleem is’, zegt voorzitter Thijmen Widlak. Volgens hem is mentaal welzijn een voorwaarde voor goed onderwijs, en staat dat onder druk door de sterke focus op toetsen en resultaten.

In het rapport kondigt de inspectie aan dat zij vanaf 2027 de beoordeling van scholen aanpast. Leerresultaten krijgen daarin een minder prominente rol. In plaats daarvan gaan kwaliteitszorg en bestuur zwaarder wegen. Een vreemde keuze, vindt Cihangir. ‘De inspectie zegt in feite: het gaat nog niet goed genoeg met de basisvaardigheden, maar we gaan er straks wel minder naar kijken. Dat is moeilijk uit te leggen.’

5. Schoolleiders onder druk

Om de onderwijskwaliteit te verbeteren is de schoolleider cruciaal, stelt de inspectie. Die fungeert als ‘hefboom voor onderwijsontwikkeling en kwaliteitsverbetering’. Alleen: aan die kerntaak komt de schoolleider in de praktijk nauwelijks toe. De werkdag wordt gedomineerd door randzaken, zoals vervanging regelen, administratie, gesprekken met ouders en overleg met gemeenten.

Uit cijfers van de Academie Vakvereniging Schoolleiders (AVS) blijkt dat het tekort aan schoolleiders groter is dan het veelbesproken lerarentekort: één op de zeven scholen heeft geen vaste schoolleider. In de praktijk sturen veel schoolleiders meerdere scholen aan, wat de werkdruk vergroot en de onderwijskwaliteit onder druk zet.

Daar komt bij dat scholen een steeds bredere maatschappelijke opdracht krijgen. ‘We zien meer leerlingen met problemen uit de jeugdzorg of complexe thuissituaties in de klas’, zegt Lambert van der Ven, beleidsadviseur bij AVS. ‘Dat vergroot de onrust.’

De inspectie roept op om schoolleiders beter te ondersteunen, zodat zij zich weer meer kunnen richten op onderwijsontwikkeling. Ook staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs en Emancipatie) onderstreept dat belang. ‘Schoolleiders maken met hun onderwijskundige visie het verschil en verdienen ruimte en ondersteuning voor hun werk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next