Op uitje met de NRC-wetenschapsredactie hield ik een transparante knikker ter waarde van 4,5 miljoen euro in handen. We bevonden ons in het depot van wetenschapsmuseum Boerhaave, tussen microscopen bekleed met roggenhuid en een koloniale foetus op sterk water. Het rook naar een mengeling van kamfer, dood en zonnebrandcrème; buiten was het terrasjesweer.
Maar het bier kon wachten. Als conservatoren-voor-een-middag trokken we gretig lades open die waren voorzien van doodshoofdstickers („waarschijnlijk iets met kwik”, zei onze gids gelaten) en pakten we met wegwerphandschoentjes buitenissige objecten uit de kast.
De knikker zat vastgelijmd op een hardhouten plank. Erin zat een stukje maansteen, meegekomen met Apollo 17 tijdens de maanmissie van december 1972. Titaniumrijk vulkanisch gesteente, afkomstig uit een vallei ingeklemd tussen de Zee van Sereniteit en de Zee van Rust – als het op naamgeving van maanvlekken aankwam waren zeventiende-eeuwse astronomen net hedendaagse geurkaarsenmakers. (Al valt die fantasierijke naamgeving te vergeven: om te zien dat die maanzeeën geen water bevatten waren hun telescopen nog niet scherp genoeg.)
Nu stond ik daar, daags nadat de Artemis II-astronauten de maan tot op 6.545 kilometer waren genaderd, met dat dure brokje basalt tussen mijn vingertoppen. Op de hardhouten plank had toenmalig president Nixon met een wrang gevoel voor humor geschreven dat het „de hoop van het Amerikaanse volk voor wereldvrede” met zich meedroeg. Tot ver in 1973 zou de president Cambodja blijven bombarderen.
Dat deze Boerhaave-maansteen zich in het depot bevindt komt doordat het museum er óók een bezit uit 1969, van de Apollo 11-missie. Nog specialer, nog kostbaarder, alhoewel: de échte waarde van een maansteen laat zich moeilijk vaststellen. Elke steen blijft eigendom van NASA en mag nooit worden doorverkocht. Een uitzondering vormt de tas waarin Neil Armstrong maanstof verzamelde en die in 2015 per ongeluk voor een schamele 800 euro werd verkocht. De verzekerde waarde van de Leidse stenen is geschat op basis van Operation Lunar Eclipse, een undercover-FBI-missie waarbij een verdonkeremaande Apollo 17-steen voor omgerekend 4,5 miljoen euro werd aangeboden. (Hoe arbitrair die prijs is, valt af te meten aan Russische maanstenen, die wél verkocht mogen worden en in 2018 bij een veiling slechts 725.000 euro opbrachten.)
Ook het Amsterdamse Rijksmuseum dacht jarenlang een maansteen te bezitten, geschonken aan oud-premier Willem Drees door de Amerikaanse ambassadeur. Pas in 2009 oordeelden geologen dat het een fake exemplaar betrof, vervaardigd uit een aards stukje versteend hout. Zo groot is blijkbaar de menselijke hebzucht als het de maan betreft: gevoel wint het van verstand.
Later, op een terras in de Leidse binnenstad, weer bevrijd van de latex handschoentjes, bekeken we de foto’s die Artemis II van de aarde had gemaakt. De aarde oogde veel fletser dan de beroemde door Apollo 17 vastgelegde blue marble. Een kwestie van andere beeldbewerking, die genadeloos de duistere kant van de mens toont: we behandelen onze planeet niet als kostbare knikker maar als goedkope stuiterbal.
Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag