Home

Met kweekvlees en hybride ballen gaan we het niet redden

Verduurzaming Kweekvlees, hybride vleesproducten: Anna-Louisa Peeters ziet genoeg rages voorbijkomen in de eiwittransitie. Maar op zichzelf houden deze innovaties het huidige systeem gewoon in stand.

Wie de eiwittransitie volgt, herkent het patroon. De afgelopen jaren waren vleesvervangers populair: plantaardige producten die vlees en zuivel imiteren. Ze werden gepresenteerd als dé oplossing, maar inmiddels lijkt die belofte te stagneren.

Anna-Louisa Peeters is zelfstandig transitiestrateeg. Ze is aan de TU Delft gepromoveerd op de eiwittransitie.

Nu dient de volgende hype zich aan: hybride producten, waarin vlees deels wordt vervangen door plantaardige ingrediënten. Supermarkten en producenten zetten er stevig op in. Ook in NRC krijgt deze ontwikkeling ruim aandacht, met een zevendelige serie over de ‘gehaktbal van de toekomst’. Begrijpelijk, maar het laat ook zien hoe snel één oplossing weer als doorbraak wordt gezien.

Want als we niet oppassen, maken we dezelfde fout opnieuw: ons blindstaren op één innovatie, terwijl transities daarvoor te complex zijn.

Vleesvervangers deden het goed op de markt, maar ons consumptiegedrag is nauwelijks veranderd. In Nederland eten we al jaren grofweg volgens dezelfde verhouding: circa 60 procent dierlijk en 40 procent plantaardig. Hybride producten beloven efficiënter te zijn (minder CO₂ per hap, een kleinere ecologische voetafdruk), maar volgen dezelfde logica: dierlijk blijft het uitgangspunt, plantaardig de aanvulling. Precies daar zit de crux. Deze innovaties worden ingezet om het bestaande te optimaliseren, niet om het te veranderen.

Daarnaast dreigt nog een tweede effect, dat in het debat vaak onderbelicht blijft: de Jevons-paradox. Efficiëntere of duurzamere producten kunnen de drempel tot consumptie verlagen, waardoor ze juist méér gebruikt worden. Dat zien we onder andere bij energieverbruik. Hybride vlees kan op dezelfde manier een moreel alibi worden: we eten ‘verantwoord’, dus kunnen we het ons vaker permitteren. Wat bedoeld is als reductie, komt neer op bestendiging.

Plantaardige prijsprikkels

De focus op optimalisatie houdt ons gevangen in het bestaande systeem. Er is een verschuiving nodig van de logica waarop dat systeem draait, gebaseerd op andere principes.

Ten eerste: pluraliteit in plaats van silver bullets. Zolang we blijven zoeken naar dé doorbraak (eerst vleesvervangers, nu hybride producten), blijft het systeem zich aanpassen zonder wezenlijk te veranderen. Er is een samenhangend pakket aan financiële, culturele, institutionele en technologische ingrepen nodig die elkaar versterken. Denk aan prijsprikkels die plantaardig aantrekkelijker maken, rolmodellen die gezond en duurzaam eetgedrag voorleven, afspraken door de productieketen heen en een voedselomgeving die de gezonde en duurzame keuze de makkelijke maakt.

Hybride producten kunnen daarin een rol spelen, maar alleen als onderdeel van dat bredere pakket, zonder andere strategieën te verdringen. Met andere woorden, diversiteit is het belangrijkst: niet één knop om aan te draaien, maar een reeks tegelijk.

Ten tweede: diepe verandering. Hybride producten rommelen aan het oppervlak van het systeem. Ze maken bestaand gedrag wat duurzamer, maar laten de onderliggende drijfveren intact. Die zitten in wat we normaal vinden en wat er wordt beloond. Zolang vlees en zuivel de referentie zijn, blijven innovaties zich daaraan aanpassen en verliezen we kostbare tijd.

Werkelijke verandering vraagt daarom om normverschuiving. Plantaardig als uitgangspunt in beleid, onderwijs en aanbod (bijvoorbeeld in schoolmaaltijden, publieke catering en supermarktschappen). Het vraagt om een andere voedselcultuur, waarin groenten, peulvruchten, noten en zaden centraal staan en dierlijke producten een bijrol krijgen. En het vraagt om het herverdelen van kosten en baten in de productieketen, het liefst EU-breed, zodat alternatieven niet langer hoeven op te boksen tegen bestaande machtsconcentraties.

Ten derde: afbouw naast opbouw. Innovatie is nodig, maar het is niet genoeg. De transitie vraagt ook om doelgericht loslaten: het afbouwen van dierlijke productie en consumptie, zodat ruimte ontstaat waarin initiatieven als Lenteland of Tommy Tomato daadwerkelijk kunnen groeien. Het recente faillissement van dat laatste genoemde merk maakt overigens duidelijk hoe kwetsbaar zulke partijen zijn. Zolang het bestaande systeem in stand blijft, concurreren zij onder ongelijke voorwaarden en redden ze het vaak niet.

Nieuwe verdienmodellen

Afbouw vraagt om duidelijke keuzes in beleid en investeringen. Niet alleen stimuleren wat erbij moet komen, maar ook begrenzen wat moet verdwijnen, bijvoorbeeld door subsidies op dierlijke productie af te bouwen en de aanbevolen dierlijke consumptie in de Schijf van Vijf te verlagen. Afbouw schept ruimte voor nieuwe verdienmodellen en toekomstbestendige vormen van landbouw. Tegelijk vraagt afbouw om praktische en sociale ondersteuning voor de mensen die hierdoor worden geraakt en verlies ervaren.

Deze principes laten zien waarom oplossingen als hybride producten zo aantrekkelijk zijn: ze vragen relatief weinig van het systeem en dus van onszelf. Ze hebben een rol in de transitie, maar alleen als onderdeel van een bredere strategie, die inzet op diepe verandering en oog heeft voor afbouw. Pas dan kan de belofte van de eiwittransitie werkelijkheid worden.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Duurzaamheid

Lees meer

Lees meer

Duurzaamheid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next