Home

Ook het gebit is gebaat bij rust, reinheid en regelmaat. Met één daarvan gaat het goed

Onze gebitten zijn veel schoner dan vroeger en daarmee ook gezonder. Maar nieuwe dreigingen dienen zich aan, in de vorm van op elkaar geklemde kaken en doorgeslagen schoonheidsidealen.

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

In zijn antiekwinkel voor medische instrumenten in het centrum van Utrecht showt Toon van Leest een trapboor uit de jaren dertig. Tandarts Pieter Keppel huivert: ‘Huuh. Boren zonder koeling!’ Van Leest: ‘Zonder koeling. Maar het ging traag hè, ze haalden alleen de cariës weg en plempten dan de kies vol.’ Maakt trapbewegingen: ‘Stel je voor, zo’n tandarts stond dus met zijn voet te trappen en intussen te boren.’ Keppel rilt weer: ‘Tjongejonge.’

Pieter Keppel is mijn tandarts. Een tijdje geleden vertelde hij tijdens het trekken van een kies dat de extractietang waarmee hij dat klusje klaarde niet zoveel verschilde van de tangen van vroeger. Logisch, zei hij, want de vorm van onze kiezen is in de loop der eeuwen nauwelijks veranderd. Hun gezondheid wel, en dat had alles te maken met rust, reinheid en regelmaat. Ik veerde op, wat altijd onhandig is als iemand net een kies uit je kaak verwijdert.

Hoeveel rust, reinheid en regelmaat heeft een mens nodig? Volkskrantverslaggever Wilma de Rek, tevens auteur van het boek Rust, reinheid en regelmaat, gaat in een serie op zoek naar antwoorden. Lees hier de andere artikelen terug.

Dus nu staan we hier, in de antiekwinkel van Toon van Leest, waar honderden medische instrumenten uit voorbije eeuwen in vitrines liggen uitgestald. Een flink deel daarvan was bedoeld voor het gebit, dat Van Leests bijzondere interesse heeft – hij is niet alleen handelaar in antiek, maar ook praktiserend tandarts. ‘Deze instrumenten hebben ons gebracht waar we nu zijn’, zegt hij plechtig.

Preventie

Hij pakt een doosje met zilveren krabbertjes en schrapertjes. ‘Een hygiënesetje uit de 19de eeuw. Mensen hebben in de loop van de geschiedenis van alles bedacht om hun tanden en kiezen te reinigen. Wist je dat de vezels van zoethout in Afrikaanse landen heel lang zijn gebruikt om tanden mee te poetsen?’

Samen vertegenwoordigen de trapboor en het hygiënesetje de twee manieren waarop de mens zijn gebit te lijf ging en gaat. De boor ruimt de troep op die onze manier van leven veroorzaakt, hygiëne voorkomt die troep. Omdat voorkomen beter is dan genezen, wordt overal in de gezondheidszorg gehamerd op preventie.

Helaas vaak zonder succes – behalve als het om de mond gaat. In Nederland gaan de meeste mensen keurig elk jaar naar de tandarts om de boel te laten controleren en te reinigen. Dat is het gevolg van een geslaagde revolutie die in de jaren zestig begon.

In de gebitten van de tandartsen Keppel en Van Leest zie je de tijdgeesten mooi terug. De tanden en kiezen van Keppel (49) hebben sporadisch een boor gezien, die van Van Leest (63) zijn gevuld met goud. Vroeger was dat amalgaam, zegt hij, maar dat heeft hij eruitgehaald. Amalgaam, dat uit zilver en kwik bestaat, wordt tegenwoordig door geen enkele tandarts meer gebruikt. Als ze een gaatje vullen, doen ze dat met composiet.

Non-stop boren

Maar mensen van de leeftijd van Keppel en jonger hebben bijna geen gaatjes, in tegenstelling tot mensen van de leeftijd van Van Leest en ouder, die in hun jeugd massaal ten prooi vielen aan cariës. Dat was de schuld van suiker, in combinatie met een gebrekkige mondhygiëne. Van Leest: ‘Tandartsen waren in die tijd non-stop aan het boren om de cariës eronder te krijgen.’

Dat dat uiteindelijk lukte kwam deels door fluoride, dat het glazuur harder maakt en vanaf de jaren zestig fors als preventiemiddel werd ingezet; het werd zelfs een tijdje aan het drinkwater toegevoegd. Keppel: ‘Ik kreeg dagelijks tabletjes, wekelijks een mondspoeling op school en bij de tandarts elk half jaar zo’n fluoridehap. Ik gebruik het nu niet meer zo. Ik ben niet tegen fluor, maar je moet er met beleid mee omgaan.’

Van Leest: ‘Fluoride is een lichaamsvreemde stof, als je te veel gebruikt is het toxisch.’

De drie r’en

Keppel: ‘Het succesvolste middel in de strijd tegen tandbederf zijn toch die drie r’en: rust, reinheid en regelmaat. Als je zorgt dat je niet meer dan vijf eet- of drinkmomenten op een dag hebt, krijgt je gebit maximaal vijf zuuraanvallen te verduren en dat kan je speeksel prima bufferen. Dan ontstaat er minder tandplak en tasten de bacteriën het glazuur niet aan.’

Van Leest: ‘Hygiëne, hygiëne, hygiëne. In de mond zitten honderden soorten bacteriën. Een verwaarloosde mond maakt ook de rest van het lichaam ziek.’

Keppel: ‘Leve de elektrische tandenborstel. En de mondhygiënist! Wij hebben een groepspraktijk met acht kamers; vier daarvan zijn elke dag bezet door mondhygiënisten.’

Van Leest: ‘Die aandacht voor hygiëne en preventie is er gekomen dankzij onze vakgenoten.’

Keppel: ‘En dankzij het vroegere ziekenfonds. Over het algemeen ben ik niet heel enthousiast over tandheelkundige verzekeringen, maar het ziekenfonds heeft in Nederland wel voor elkaar gekregen dat mensen twee keer per jaar voor controle naar de tandarts gingen; anders werd de behandeling niet vergoed.’

Knarsen en klemmen

Met de regelmaat zit het hier qua mondzorg dus wel goed. De reinheid is een gecompliceerder verhaal. Gebitten zijn weliswaar schoner dan vroeger, maar worden ironisch genoeg nu bedreigd door doorgeslagen schoonheidsidealen.

Keppel: ‘Mijn collega Jan Willem Vaartjes zat een paar jaar terug in een praatprogramma met Donny Roelvink, die zijn volledig gezonde tanden in Turkije tot driehoekjes had laten slijpen om er facings en kronen op te kunnen zetten. 15 procent daarvan eindigt in een wortelkanaalbehandeling, zei Jan Willem tegen Roelvink, en dat was ook zo.’

Roelvink riep mensen op zijn voorbeeld vooral niet te volgen.

En de r van rust? Keppel: ‘Als behandelaars worden we steeds terughoudender, bij een beginnend gaatje proberen we de boel eerst bij te sturen.’ Maar de patiënt zelf kan wel wat meer rust gebruiken, zegt hij: ‘Veel mensen komen met pijnklachten die puur kauwspiergerelateerd zijn. Overdag hebben ze alles onder controle, ’s nachts liggen ze te knarsen of de kaken op elkaar te klemmen.’

Van Leest: ‘In de mond zie je de hele mens.’

Keppel: ‘Aan de wangen, de lippen en de tong valt veel af te lezen. De nieuwe generatie tandartsen wordt holistisch opgeleid, en dat is heel goed.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next