Julia Crommentuijn wordt dit jaar 25. Ze ging van de mode naar de thuiszorg en woont nu in Rotterdam, waar ze haar draai nog een beetje moet vinden. ‘Over mezelf praat ik liever niet. Dat helpt ook niet bij het maken van nieuwe vrienden.’
is televisierecensent voor de Volkskrant en schrijft over human interest.
Hoe ben je opgegroeid?
‘In Bilthoven, met mijn ouders en twee broers. Laatst hoorde ik op TikTok dat je twee soorten kinderen hebt: slaapkamer- en woonkamerkinderen. Ik was echt een woonkamerkind. Overdag was ik daar aan het spelen en ’s avonds zat ik met mijn ouders op de bank televisie te kijken.’
‘Toen ik 18 was zijn mijn ouders gescheiden. Ze hadden niet per se veel ruzie, maar ze waren gewoon uit elkaar gegroeid. Mijn broers waren toen al uit huis, maar ik ben met mijn moeder naar Utrecht verhuisd. Ik was op dat moment hechter met haar dan met mijn vader. Bovendien had hij geen ruimte voor een extra slaapkamer in zijn nieuwe appartement.’
25 in ’26
In de serie 25 in '26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Wat deed die scheiding met je?
‘Ik ging meteen in een soort actiemodus. Mijn moeder is best een emotioneel persoon en daardoor was ze in die tijd een beetje afwezig. Daarom nam ik een groot deel van het huishouden, koken en schoonmaken op me.
‘Ik denk dat dat ook mijn manier was om de scheiding te verwerken; ik hield mezelf bezig. Over mijn gevoelens sprak ik weinig met mijn moeder. Daarvoor was ze te druk bezig met haar eigen problemen, vond ik.
‘Pas vorig jaar, toen mijn vader hertrouwde, kwam bij mij het echte verdriet. Ik weet nog goed dat ik de dag na de bruiloft met vrienden op een festival stond en ineens zo erg in mijn hoofd zat dat ik er zelfs een beetje van in paniek raakte. Waarschijnlijk kwam dat doordat ik eindelijk écht besefte dat ze uit elkaar waren.’
Studeer je?
‘Ik zit nu in het tweede jaar van mijn hbo-opleiding verpleegkunde in Amsterdam. Hiervoor heb ik de mbo-opleiding mode en maatkleding afgerond. Daarna kon ik helaas geen werk vinden. Daar had ik ook wel rekening mee gehouden, want je komt de mode-industrie niet zomaar binnen. Maar die drie jaar studeren was misschien wel een beetje zonde van mijn tijd.’
Waarom ben je eerst iets met mode gaan doen?
‘Ik vond kleding en design altijd al leuk. Sinds mijn 8ste zat ik op een naaicursus voor kinderen. Daar maakte je tasjes, kussentjes en uiteindelijk zelfs kleren. Ik vind het leuk om alle technieken te beheersen. Het is bijna een soort wiskunde, met alle verhoudingen en maten.’
Ben je veel bezig met welke kleding je zelf draagt?
‘Ja, maar minder dan vroeger. Als tiener had ik bijvoorbeeld nooit een regenjas aangedaan, omdat ik dat lelijk vond. Nu vind ik het belangrijker dat ik droog blijf.
‘Ik was op de middelbare school veel bezig met mijn uiterlijk. Ik wilde mezelf mooi maken, omdat ik vond dat ik niet zo knap was. Ik vond mezelf te zwaar en voelde me onzeker over dingen waarmee ik werd geplaagd, zoals mijn Aziatische uiterlijk.
Julia Crommentuijn wordt 25 op 11 oktober.
Woonplaats: Rotterdam
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 6. Als ik om hulp moet vragen bij belastingzaken, voel ik me echt nog niet volwassen.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Nee, ik zou niet eens weten bij welke generatie ik hoor.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Hopelijk heb ik dan een huis, ben ik getrouwd en heb ik kinderen.’
‘Nog steeds ga ik liever niet naar buiten als mijn haar en make-up niet goed zitten, of als ik een minder leuke outfit aan heb. Dan kan ik me echt zorgen maken over wat mensen van me vinden. Eigenlijk is het echt stom dat ik zo denk. Maar gelukkig gaat dat het afgelopen jaar beter. Ik ga nu weleens zonder make-up naar buiten als ik haast heb.’
Hoe ben je uiteindelijk bij verpleegkunde terechtgekomen?
‘Na het mbo heb ik een vakantiebaantje in de thuiszorg gehad. Daarvoor moest ik ouderen wassen, aankleden, steunkousen aandoen, dat soort dingen. Dat beviel zo goed dat ik daarmee door wilde.’
Waarom beviel dat zo goed?
‘Je helpt mensen, dat voelt heel eervol. Al zijn lang niet alle ouderen even blij met je. Je krijgt veel kritiek, mensen klagen over hoe je het aanpakt en hoelang je blijft. En ik was meestal invaller, dus dan hoor je vaak: nou zeg, weer een nieuw gezicht.’
Dat klinkt eerlijk gezegd niet heel leuk.
‘Er zitten ook genoeg dankbare mensen tussen, hoor. En je kunt boze mensen uiteindelijk vaak voor je winnen met een grapje en een lach.
‘Empathie is de kern van verpleegkunde: je moet begrijpen wat er achter zulke boosheid zit. Voor veel ouderen ben jij de enige die ze op een dag zien, dus ze willen veel met je bespreken. Maar daar heb je niet altijd genoeg tijd voor, dus je moet ze soms afkappen en dan voel je je weer schuldig.
‘Daaraan merk je dat er veel druk op de thuiszorg staat. Bij de organisatie waar ik werkte had je diensten waarbij je met de ouderen ging wandelen, een spelletje spelen of koffiedrinken. Maar dat kostte volgens mij wat meer, dus niet alle ouderen kunnen zich dat veroorloven.
‘Dat is jammer, want veel oudere mensen vinden het lastig om nog onder de mensen te komen. Je legt dan niet zomaar nieuwe contacten. Al geldt dat natuurlijk niet voor iedereen, je hebt ook genoeg oudjes die elkaar wel opzoeken en gezellig samen in een restaurant gaan zitten.’
Hoe denk jij dat je zelf gaat zijn, als je ouder bent?
‘Poeh, ik hoop natuurlijk dat ik dan gewoon op anderen durf af te stappen. Maar ik loop er nu al tegenaan dat ik daar niet zo goed in ben. Ik ben een jaar geleden van Utrecht naar Rotterdam verhuisd, omdat ik het een leuke stad vind en hier dichter bij mijn vriend woon. Alleen heb ik hier minder vrienden dan ik had gehoopt.’
‘Ik dacht dat het makkelijker zou zijn om nieuwe mensen te leren kennen. Maar hoe moet ik dat doen? Ik zie mezelf geen mensen op straat aanspreken. Ik ben bang dat zij daar helemaal niet op zitten te wachten. Misschien moet ik een nieuwe hobby vinden en groepslessen nemen, maar dat kost ook weer geld.
‘Vroeger kwam ik nieuwe mensen tegen tijdens het uitgaan. Dat deed ik vooral veel tot mijn 23ste, vaak twee, drie keer per week. Nu heb ik daar geen behoefte meer aan. Ik kan ook veel minder goed tegen alcohol, de dag erna ben ik helemaal dood. Dat had ik vroeger nooit. Bovendien gaat mijn vriend amper uit en drinkt hij niet. Dat heb ik een beetje overgenomen.’
Voel je je weleens eenzaam?
‘Niet eenzaam. Soms zit ik wel op de bank en denk ik: nou, ik had best iets willen doen vanavond. Maar meestal ben ik heel content met thuis zijn, hoor.’
Wat doe je thuis dan bijvoorbeeld?
‘Dan kijk ik films of series. En...’ Ze lacht beschaamd. ‘Dit klinkt heel stom. Ik hou gewoon van een opgeruimd huis en vind het heerlijk om schoon te maken, de afwas te doen en te koken. Dan kan ik even rustig nadenken, dat helpt als ik gestrest ben. Tijdens het opruimen zet ik niet eens muziek aan, want dan kan ik mijn gedachten niet meer horen.
‘Als ik ergens mee zit, wil ik dat het liefst zelf oplossen. Ik stel me niet graag kwetsbaar op richting anderen. Luisteren vind ik geen probleem, maar over mezelf praat ik liever niet. Dat helpt trouwens ook niet bij het maken van nieuwe vrienden. Met mijn vriend gaat dat inmiddels beter, maar dat heeft wel tijd gekost.’
Hoe heb je hem leren kennen?
‘Via de datingapp Hinge, anderhalf jaar geleden. Daarna hebben we veel geappt. Dat doe ik normaal gesproken niet zo snel, maar hij is zo’n makkelijke prater dat het eigenlijk vanzelf ging. Sommige mensen zijn kritisch op datingapps, maar het kan dus ook iets moois opleveren.’
Hoe zie je jullie toekomst voor je?
‘Veel van mijn vrienden zijn heel modern en vinden hun vrijheid belangrijk. Toen ik nog wat wilder was en meer uitging, dacht ik daar ook zo over. Maar sinds ik een relatie heb met iemand waarmee ik een toekomst wil opbouwen, ben ik van gedachten veranderd: ik zou graag kinderen willen, het liefst een of twee. Huisje-boompje-beestje lijkt mij gewoon leuk. Daar schaam ik me bijna voor, want het voelt nogal ouderwets.
‘Met vrienden kan het ook heel gezellig zijn, maar met je familie is het toch anders. Misschien heb ik dat meegekregen van mijn Indische opa en oma: familie was voor hen heel belangrijk. Ik heb altijd zoveel warmte bij hen ervaren. Letterlijk, trouwens, want de verwarming stond in hun flat altijd een tandje hoger.
‘Maar er was ook lekker eten, het was er altijd gezellig. Dat voelde zo intiem. Ik hoop dat ik zoiets ook met mijn gezin kan hebben. Gewoon van elkaar houden – dat spreekt me aan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant