is chef van de politieke redactie.
De strafbaarstelling van illegaal verblijf draagt nergens aan bij, behalve dan aan het criminaliseren van vaak toch al uiterst kwetsbare mensen.
Het wordt nog spannend voor minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie. Hij lijkt een meerderheid in de Eerste Kamer achter de nieuwe asielwetten te kunnen krijgen, maar dan moeten er onder de voorstanders volgende week niet een paar mensen geveld worden door griep.
De politieke aandrang om de wetgeving door te zetten, is wel verklaarbaar. Deze hele eeuw al stelt politiek Den Haag de kiezers onvermoeibaar een nieuw asielbeleid in het vooruitzicht. Maar sinds het eerste kabinet-Balkenende zich in 2002 tevergeefs voornam om ‘uitsluitend nog asiel te bieden in de regio van herkomst’ is het niet tot wezenlijke wetswijzigingen gekomen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Woorden en daden lopen in het asielbeleid zover uiteen dat de verdenking gerechtvaardigd is dat het voor sommige partijen aantrekkelijker is om, als het erop aankomt, niet al te veel te veranderen. Er komt altijd weer een nieuwe verkiezingscampagne waarin het vraagstuk maximaal kan worden geproblematiseerd.
Die verdenking laadde in elk geval de PVV op zich toen die partij vorig jaar onverhoeds het amendement toevoegde waarmee illegaal verblijf strafbaar wordt gesteld. Partijleider Geert Wilders kende de principiële bezwaren van partijen als het CDA en de SGP en ondermijnde dus doelbewust het draagvlak voor het hele wetgevingsproces. Er moest een juridisch complexe en tijdrovende hersteloperatie aan te pas komen om de scherpste randjes eraf te schaven.
Maar dat is nog lang niet helemaal gelukt. Feit blijft dat illegaal verblijf officieel strafbaar wordt gesteld, met alle stigmatiserende en criminaliserende gevolgen van dien. Minder illegaliteit zal er daardoor niet zijn, weten we van de ons omringende landen die het al probeerden, maar wel worden mensen nog wat verder naar de zelfkant van de samenleving geduwd. Het is geen gewaagde veronderstelling dat begeleiding bij terugkeer moeilijker wordt in plaats van makkelijker.
In zijn poging om het verzet in de Eerste Kamer dinsdag te smoren bagatelliseerde Van den Brink dat effect met de plechtige belofte dat er geen klopjachten zullen volgen en dat alleen strafrechtelijk wordt opgetreden tegen mensen die de hele uitzetprocedure hebben doorlopen, die naar hun herkomstland kúnnen terugkeren en zich dan nog actief verzetten tegen die terugkeer. Maar tegenstanders wijzen er terecht op dat daarmee aan de toekomstige interpretatie van het Openbaar Ministerie en rechtbanken wordt overgelaten wanneer ‘actief verzet’ precies begint. Tijden veranderen, een nieuwe minister kan er een andere draai aan geven.
Bovendien: als de nauwe uitleg van Van den Brink de norm wordt, is er weinig verschil met de al jaren geldende praktijk dat verzet tegen terugkeer kan uitmonden in 6 tot 18 maanden cel, beter bekend als vreemdelingenbewaring. Dagelijks zitten op grond daarvan al honderden mensen vast. Voor meer is ook geen ruimte, gezien het permanente cellentekort.
Van den Brinks interpretatie van de strafbaarstelling neemt de stigmatiserende werking niet weg, maar voegt intussen aan de dagelijkse praktijk zo weinig toe dat het niets oplost en dus wel erg op symboolpolitiek begint te lijken. Zag uitgerekend de Eerste Kamer het niet altijd als haar primaire taak om dat soort wetgeving te voorkomen?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant