Asiel In een debat van twee dagen lijkt het CDA in de Eerste Kamer om: de strafbaarstelling van illegaliteit zou maar een kleine groep mensen zonder papieren raken. En nu twijfelt de PVV: is het allemaal wel streng genoeg? De stemming over de twee nieuwe asielwetten is volgende week.
Bart van den Brink, vicepremier en minister van Asiel en Migratie tijdens de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer.
De hele dinsdag staat minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink in de Eerste Kamer voor een debat over twee nieuwe, strengere asielwetten. En hoe hij erbij staat, hangt af van de Kamerleden tegenover hem bij de interruptiemicrofoon. Is het iemand die tegen de wetten is, bijvoorbeeld Farah Karimi van GroenLinks-PvdA (zoals de fractie in de Eerste Kamer nog steeds heet): dan doet Van den Brink zijn armen over elkaar. Of hij steekt een hand in zijn zak en leunt achterover. Is het PVV’er Alexander van Hattem, voor wie het lang niet streng genoeg wordt? Dan pakt Van den Brink de katheder met twee handen stevig vast. Daarna ontspant hij, soms pakt hij snel een snoepje – Van Hattem praat lang.
En dan is er CDA’er Madeleine van Toorenburg. Om háár partij, die ook de partij is van Van den Brink, lijkt het deze dagen eerst nog te draaien in de Eerste Kamer. De zes Kamerleden van het CDA kunnen, samen met de andere rechtse partijen, de twee wetten aan een meerderheid helpen. Van den Brink kijkt Van Toorenburg recht aan en knikt, bijna aan één stuk door.
Het debat was al op maandag begonnen en die avond is duidelijk geworden dat twee afgesplitste Kamerleden die in hun eentje verder zijn gegaan, ex-BBB’er Pim Walenkamp en ex-JA21’er Toine Beukering, ook voor de wetten zijn. Dat geeft het kabinet-Jetten net wat meer lucht. Als er bij de hoofdelijke stemming, volgende week dinsdag, een Eerste Kamerlid van bijvoorbeeld het CDA ziek is, of iemand blijft weg of mist een vliegtuig, dan zou er alsnog een meerderheid zijn.
Dat de steun van het CDA al zo goed als zeker is, blijkt in de loop van dinsdag. Bij die partij is volgens Van Toorenburg vooral de strafbaarstelling van ongedocumenteerden „een graat in de keel”. Het is onderdeel van de zogenoemde ‘asielnoodmaatregelenwet’, al bedacht in de tijd van kabinet-Schoof, met PVV’er Marjolein Faber als minister. Over die strafbaarstelling is, zegt Van Toorenburg al op maandagavond in de grote debatzaal, maatschappelijke onrust ontstaan. Hulpverleners en mensen zonder verblijfspapieren zijn bang dat er jacht gemaakt gaat worden op illegalen.
De rust, zegt Van Toorenburg, moet eerst worden „hersteld”. Pas daarna moet dat onderdeel in de wet, het strafbaar stellen, „in werking” gaan. Niet alles uit de wet hoeft volgens haar tegelijkertijd in te gaan. Ze eist van Van den Brink ook een ‘uitvoeringstoets’: een onderzoek om vast te stellen of de wet doet wat de bedoeling is en uitvoerbaar is.
Die toets komt er, Van den Brink belooft het op dinsdag aan de Eerste Kamer. Het was binnenskamers ook al toegezegd aan de CDA’ers, en doorverteld aan Kamerleden van andere partijen: door die deal, is het idee al op dinsdagochtend, gaan de asielwetten er dus komen.
De invoering van het ‘tweestatusstelsel’, de ene wet, perkt de gezinshereniging in door hoge eisen te stellen aan vluchtelingen die hun familie naar Nederland willen laten komen. Voordat ze een aanvraag voor hereniging mogen doen, moeten ze twee jaar wachten, en ze moeten kunnen aantonen dat ze werk en een huis hebben. De asielnoodmaatregelenwet, de tweede wet, bevat nog meer maatregelen om het beleid voor asielzoekers strenger te maken. Zo staat er onder meer in dat verblijfsvergunningen alleen nog maar tijdelijk zijn. Iedere drie jaar wordt opnieuw bekeken of het land van herkomst veilig genoeg is om naar terug te keren. Op het laatste moment werd aan die wet ook nog de strafbaarstelling van mensen zonder verblijfspapieren toegevoegd. Zij kunnen volgens het wetsvoorstel zes maanden lang worden opgesloten.
En daar gaat het lang over in de Eerste Kamer. Steeds weer worden de zorgen genoemd van juridische experts en hulpverleners: wie lopen dan precies het risico om te worden opgepakt? En is onrechtmatig in Nederland zijn wel iets dat je strafbaar kunt stellen? Het is een „toestand”, zeggen Kamerleden, niet „gedrag” dat je kunt bestraffen.
SGP’er Peter Schalk wil minister Van den Brink helpen door tegen andere Kamerleden te zeggen dat het echt zo’n vaart niet loopt. „Het is er niet op gericht om mensen in het wilde weg op te zoeken, het gaat om mensen die crimineel gedrag vertonen. De regering heeft toch al ingeperkt om wie het gaat?”
En ook als dat niet zo heel precies in de wetteksten staat: volgens Schalk en ook andere Kamerleden, voorstanders van de wetten, doet het er juridisch gezien ook toe wat de minister in het debat over de wet zegt. „Daar kan iedereen zich op beroepen”, zegt Schalk.
Ook Van den Brink probeert de Kamerleden gerust te stellen. Het gaat volgens hem niet om „kwetsbare ongedocumenteerden”. „Die hoeven niet te vrezen voor vervolging.” De wet zou alleen slaan op een „afgebakende groep vreemdelingen”: de „hardnekkige terugkeer-frustreerders”. Als voorbeeld noemt Van den Brink een afgewezen asielzoeker die terug moet, maar weigert om een document te ondertekenen voor reispapieren. Het zou gaan om een groep van honderd tot driehonderd mensen per jaar. Opsluiting kan een manier zijn om hen toch te laten meewerken aan hun vertrek, zegt Van den Brink. „De strafbaarstelling moet het sluitstuk worden op het terugkeerbeleid dat nog steeds niet goed functioneert.”
Maar dan wordt PVV’er Van Hattem ongerust. Hij denkt dat het wetsvoorstel „onttakeld” raakt. „Het lijkt erop alsof de wet stukje bij beetje wordt afgebroken.” Dat wil zijn partij niet, zegt hij. De strafbaarstelling mag geen „dode letter” worden. Anders is het de PVV die „een graat in de keel” krijgt. „En dan moeten we ons nog gaan beraden.”
De voeten van minister Bart van den Brink tijdens de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer.
Het is een dreigement dat Van den Brink meteen serieus neemt. Zonder steun van de PVV komen de twee asielwetten er misschien alsnog niet, en komt er weinig terecht van de asiel- en migratieplannen van het kabinet-Jetten.
Een dode letter? „Laat ik daar helder over zijn”, zegt Van den Brink: „Nee.” Wat hij doet, zegt hij ook, is „uitvoering geven aan het amendement-Vondeling.” Marina Vondeling is het Tweede Kamerlid van de PVV die de strafbaarstelling had bedacht en in de wet had gekregen.
CU-fractievoorzitter Tineke Huizinga ziet het gebeuren. Van den Brink, denkt zij, wil van twee walletjes eten. „Tegen de ene groep zegt u: kijk eens wat een geweldige wet dit is. En de andere groep probeert u gerust te stellen met: ja maar dit gaat maar over een klein groepje mensen.”
Dat wilde het CDA: van Van den Brink horen dat het alleen gaat om mensen die zich verzetten tegen terugkeer. Dat de CDA’ers in de Eerste Kamer hun steun in de lucht lieten hangen, had vooral de VVD’ers in Den Haag geïrriteerd. Dat van de drie regeringspartijen D66 tegen zou stemmen, was al in de formatie besproken. Daar kon het aanstaande kabinet mee leven, als maar zeker was dat de wetten daarna wel uitgevoerd zouden kunnen worden. Maar het vooruitzicht dat ook CDA’ers in de senaat zich vrij zouden voelen om tegen te stemmen, was voor VVD’ers te veel van het goeie. Achter de schermen liet CDA-leider Henri Bontenbal aan VVD’ers weten dat ze zich geen zorgen hoefden te maken, de Eerste Kamerleden van zijn partij gingen écht voor de wetten van hun eigen minister stemmen.
Boris Dittrich blijft erbij: D66 stemt tegen. Maar volgens Dittrich probeert de minister wel om „de scherpe randjes” eraf te halen. PVV’er Van Hattem vindt het zichtbaar moeilijk. Hij wil, zegt hij, niet „op de zaken vooruit lopen”: of de vier Kamerleden van de PVV volgende week dinsdag vóór de asielwetten gaan stemmen. Of misschien toch niet. „We gaan niet meemaken dat ze tot op het bot worden uitgekleed.”