Energietransitie Nederland heeft veel te lang getreuzeld met de energietransitie en krijgt nu de rekening. Als we dit in de toekomst willen voorkomen, werkt het averechts om de hoge energieprijzen te compenseren, schrijft Kees Vendrik.
Energiecentrale De Verademing in Den Haag.
De oorlog in het Midden-Oosten stuwt de energieprijzen omhoog. In de Tweede Kamer overheerst de roep om compensatie via bijvoorbeeld energieplafonds. Begrijpelijk als noodmaatregel, met name voor diegenen die financieel krap zitten. Maar compensatie is welbeschouwd ook een fossiele subsidie die de prikkel tot besparen vermindert, de business case voor duurzame alternatieven onder druk zet en structurele oplossingen vooruit schuift. Dat is onverstandig, want het is kortetermijnpolitiek die ons kwetsbaar houdt. Dat was in 2024 ook de analyse van Mario Draghi, voormalig topman van de Europese Centrale Bank. In reactie op de vorige energiecrisis in 2022 was zijn antwoord: breng de energietransitie in de hoogste versnelling. Landen om ons heen laten zien hoe dat kan.
Kees Vendrik is voorzitter van het Nationaal Klimaatplatform
In reactie op de stijgende olieprijzen roept de energieminister in Denemarken de bevolking op om energie te besparen en minder met de auto te rijden. De minister wijst erop dat individuele energiebesparende maatregelen zowel de burgers als de overheid ten goede komen. Besparing als eerste antwoord op crisis, niet subsidie. Dat is het verschil tussen een land dat structureel investeert in weerbaarheid en een land dat de volgende crisis afwacht. Denemarken is ook op het gebied van warmte een lichtend voorbeeld.
Waar Nederland het momentum van de gasbel van Slochteren heeft gebruikt om grootschalige gasnetten te ontwikkelen, was de oliecrisis in de jaren zeventig reden voor Denemarken reden om te kiezen voor de grootschalige uitrol van warmtenetten. Dat was onderdeel van de Deense strategie om afhankelijkheid van import van fossiele energie te verminderen. Het resultaat betaalt zich vandaag uit: 66 procent van de Deense huishoudens is aangesloten op – merendeels duurzame – warmtenetten en 13 procent van de woningen wordt nog met een fossiele boiler verwarmd. In Nederland wordt nog 89 procent van de woningen fossiel verwarmd.
Lokale warmtenetten zijn bij uitstek een collectieve oplossing voor een collectief probleem. Ze maken een samenleving weerbaarder. Ze kennen een aantal voordelen boven individuele oplossingen: stabiele en voorspelbare prijzen, onafhankelijkheid van grillige internationale markten en gedeeld eigenaarschap. Met die boodschap verenigden meer dan tweehonderd gemeenten, marktpartijen, koepelorganisaties en warmtegemeenschappen zich begin 2025 achter het Warmtebod. Met dit aanbod aan kabinet en parlement werd beoogd de stagnatie in de ontwikkeling van warmtenetten in Nederland te doorbreken.
Dat aanbod staat nog steeds en is ook hoognodig. Warmtepompen nemen nu een hoge vlucht en de wachtlijst voor het Warmtefonds groeit. Als zoveel individuen een oplossing zoeken, moeten we ook collectief aan de slag. Want de praktijk is dat anders kapitaalkrachtige huishoudens (met overheidssubsidie) investeren in individuele oplossingen, terwijl degenen die zich dat niet kunnen veroorloven blijven worstelen met een onvoorspelbare energierekening. Dat tart de rechtvaardigheid en ondermijnt het draagvlak voor de energietransitie.
Hier ligt ook een les die verder gaat dan warmte alleen: we moeten lokale realisatiekracht serieus nemen. In het Verenigd Koninkrijk maakt de regering met het Local Power Plan tot een miljard pond beschikbaar voor gemeenschapseigendom van energieprojecten. In Groot-Brittannië is het de grootste investering in lokale energie ooit. Dat plan stelt gemeenschappen en lokale overheden in staat om een directe rol te spelen in een schone, groene en betaalbare energietoekomst. De gedachte erachter is simpel: lokaal geproduceerde en beheerde energie blijft lokaal renderen in lagere rekeningen, lokale werkgelegenheid en maatschappelijke cohesie.
Nederland wemelt van zulke initiatieven: coöperaties, buurtenergiebedrijven, lokale warmtecollectieven, samenwerkende ondernemers op bedrijventerreinen, enzovoorts. Het zou goed zijn als de overheid hen de ruimte en ondersteuning geeft die ze nodig hebben.
Teresa Ribera, vicevoorzitter van de Europese Commissie, stelde het helder: „Het echte risico is niet dat we te snel overstappen op schone energie, maar te langzaam.” Het antwoord op de huidige crisis is niet het creëren van nieuwe afhankelijkheden, maar versnelde elektrificatie, hernieuwbare energie en efficiëntie. Dat geldt ook voor Nederland. Elke euro voor compensatie van hoge energieprijzen is een gemiste euro voor structurele oplossingen zoals isolatie, warmtenetten, lokale energie-initiatieven of elektrificatie van ons wagenpark.
Voor het laatste kunnen we een voorbeeld nemen aan Italië, waar een elektrische auto al voor 3.900 euro voorhanden is wanneer je je oude auto inruilt onder de gunstige sloopregeling. Daarmee help je pas echt burgers en kleine ondernemers met beperkte financiële middelen: een auto die niets meer uitstoot voor een zeer schappelijke prijs.
Natuurlijk wisten we dit al. En toch schieten we snel in een oude reflex: crisis betekent compensatie en uitstel van de transitie. Het moment om te breken met dat patroon is nu. Dat is geen ideologie, dat is strategie.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen