Home

Eerbetoon aan de martelaren van de vrije samenleving

is ICT-consultant en publicist.

Zoals elk jaar herdenkt ons land volgende maand. Dan is het twee jaar geleden dat Rayaan al-Najjar vanwege haar verlangen naar vrijheid door haar familie werd geëxecuteerd. Deze maand is het daarom tijd voor een plechtigheid. We pauzeren daarom de actualiteit even om Rayaan en haar strijd te eren.

De mensen die Rayaan gekend hebben, omschrijven haar als extravert en vrolijk. Al op jonge leeftijd kwam haar verlangen naar vrijheid in conflict met de repressieve aard van het gezin dat haar door de loterij van de geboorte was toebedeeld. Vriendjes, voor veel jonge meiden in Nederland vanzelfsprekend, waren uit den boze. Die werden hard aangepakt door haar vader en broers, en daarna zijzelf. Daarom liep ze vaak weg van huis, om toch weer terug te keren. Waar moet een kind van een jaar of 14 anders heen gaan?

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nadat Rayaan in haar roze huispak naar buren was gevlucht, zette dat een keten van gebeurtenissen in gang die culmineerde in het plakband op haar mond – zodat Rayaan nooit meer de volgens haar familie misdadige woorden van vrijheid zou uitspreken – om daarmee te eindigen in de Oostvaardersplassen, waar zij verdronk. Veel meer weten we niet van Rayaan. In ieder geval vertelt de huid van haar vader onder haar nagels dat Rayaan tot haar laatste adem voor haar vrijheid heeft gevochten. Rayaan boog niet voor het duister.

Er zijn martelaren die standbeelden krijgen. Die sterven op het strand van Normandië, omringd door hun wapenbroeders, nobel en heroïsch. De dood van de martelaren van de vrije samenleving is niet nobel en heroïsch: het is eenzaam, smerig en verschrikkelijk. Toch is de heldhaftigheid van de jongens en meisjes die niet buigen voor het duister van onvrijheid gelijkend aan, zo niet groter dan, die van degenen die met de bajonet aan het geweer de bunker van de vijand bestormen. De kogel uit een vijandelijk machinegeweer is even dodelijk als het mes in de hand die uit dezelfde baarmoeder als jijzelf komt. En Rayaan had geen bajonet om zichzelf te verdedigen. Alleen maar een roze huispak.

Toen Rayaan definitief van huis wegliep, zocht ze naar manieren om ook haar zusjes uit Gilead in de polder te bevrijden. Dit was een van de laatste daden die Rayaan in vrijheid koos te plegen. Het verdient om opgeschreven te worden, want er zijn vele jongens en meisjes zoals zij, die te jong zijn om te vechten, en zich in hun eigen bloed op de koude tegels van de badkamer af moeten vragen of hun verlangen naar vrijheid in de eerste plaats wel rechtmatig is. Dat verlangen ís rechtmatig. Alleen is er niet altijd iemand om ze dat te vertellen.

Columnisten vechten met woorden omdat zij het privilege hebben om niet met hun lichaam te hoeven vechten. Etta Palm, een van de eerste Nederlandse feministen, sprak in 1791 een aanklacht uit tegen de onrechtvaardigheid van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, en uitte daarmee hetzelfde verlangen naar vrijheid waarvoor Rayaan ter dood werd gebracht. De strijd voor vrijheid is één en ondeelbaar, universeel en tijdloos. Deze strijd overstijgt God, gemeenschap of geloof.

Waar kinderen in de frontlinies tussen barbarij en beschaving met hun lichamen tegen onvrijheid moeten vechten, rust er op de vrije samenleving een ethische verantwoordelijkheid om voortdurend en onvoorwaardelijk duidelijk te maken dat hun verlangen naar vrijheid rechtmatig is. Waar de vijanden van vrijheid kinderen vullen met twijfel en schuldgevoelens, is het de taak van de vrije samenleving om hen de rechtvaardige woorden van vrijheid te geven. Want voor sommigen is het verlangen naar vrijheid de vanzelfsprekende zuurstof van hun bestaan. Voor anderen is het een kruisweg van bloed, onzekerheid en eenzaamheid. Ook in het land van Etta Palm, Aletta Jacobs en Joke Smit.

De woorden van deze column zijn daarom de marmeren stenen van het monument dat Rayaan nooit kreeg. Het is ook een boodschap aan degenen die nog gaan sterven. Een kennisgeving dat hoewel uw laatste momenten eenzaam en smerig zijn, verraden door een gemeenschap waar u nooit voor heeft mogen kiezen, er in geest toch een gemeenschap bestaat die u omarmt en liefheeft: de gemeenschap van vrije mensen. Uw strijd is nobel en uw offer verdient het hoogste eerbetoon.

De onbreekbare wil van zij die naar vrijheid verlangen, is het fundament van onze beschaving. Dat verdient eerbied en onvoorwaardelijke steun. Zodat we op een dag een samenleving mogen hebben waar stukjes huid onder de nagels van een jonge vrouw niet meer hoeven te vertellen dat licht nooit buigt voor het duister.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next