Home

‘Zonder defensie-samenwerking met Turkije wordt de EU nooit de geopolitieke speler die ze wil zijn’

Tacan Ildem | oud-Navo-ambassadeur Turkije Nu de Amerikaanse president Trump de NAVO opnieuw ter discussie stelt, denkt Europa na over de eigen veiligheid. Eén bondgenoot meent daar een belangrijke rol in te kunnen spelen: Turkije. De Turkse oud-ambassadeur bij de NAVO ziet kansen.

Demonstanten voeren een mombakkes van de Amerikaanse president Donald Trump mee op een anti-NAVO-protest in Istanbul, op 4 april.

Dreigementen van de Amerikaanse president Donald Trump om het Amerikaanse lidmaatschap van de NAVO te heroverwegen, dwingen Europa meer dan ooit na te denken over zijn eigen veiligheid. Welke rol is daarbij weggelegd voor die ongemakkelijke en grote bondgenoot in het zuidoosten van het continent, Turkije?

Binnen de NAVO is Turkije een cruciale lidstaat. Het land is sinds 1952 lid van het bondgenootschap en heeft na de VS het grootste leger van de alliantie, met meer dan 350.000 actieve militairen. „Als NAVO-lid is Turkije meer dan zeventig jaar een centrale factor in de Europese en trans-Atlantische veiligheid”, zegt Tacan Ildem, voormalig permanent vertegenwoordiger van Turkije bij de NAVO, aan de telefoon.

Op militair terrein manifesteert Turkije zich de laatste jaren nadrukkelijk. „Turkse drones, maritieme platforms en raketsystemen hebben het verloop van conflicten beïnvloed van Oekraïne tot in Afrika en hebben Turkije tot een belangrijke veiligheidsleverancier gemaakt.”

De Europese houding tegenover Turkije is echter ambivalent. Binnen EU-initiatieven op defensiegebied blijft Turkije vaak buiten beeld. Volgens Ildem, die ook ambassadeur in Nederland was, verzwakt de Europese Unie zichzelf strategisch met die uitsluiting. In een artikel voor de Turkse nieuwssite T24 schrijft hij dat Europa juist meer op Ankara zou moeten leunen om zijn defensiecapaciteit te versterken.

Samenwerking geblokkeerd

Maar omdat Turkije geen lid is van de Europese Unie kan het niet automatisch deelnemen aan SAFE (Security Action for Europe), een initiatief waarmee de EU de gezamenlijke ontwikkeling en aankoop van defensiematerieel wil stimuleren en de Europese defensie-industrie wil versterken. Het programma is in eerste instantie bedoeld voor EU-lidstaten en hun defensie-industrie.

In theorie zou Turkije hieraan kunnen deelnemen, maar in de praktijk wordt samenwerking vaak geblokkeerd. Besluiten over buitenlands en veiligheidsbeleid moeten binnen de EU doorgaans unaniem worden genomen, waardoor individuele lidstaten deze kunnen tegenhouden. „In de praktijk zijn er twee landen die Turkije steeds proberen te blokkeren: Griekenland en Cyprus”, licht Ildem toe. Beide lidstaten hebben langlopende conflicten met Turkije.

Volgens Ildem bestaan er binnen de EU toenemende twijfels over deze werkwijze. „Steeds meer lidstaten pleiten ervoor om de unanimiteitsregel flexibeler toe te passen, zodat onnodige veto’s op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid worden voorkomen en de EU beter in staat is om met verschillende soorten crises om te gaan.” In zijn artikel wijst hij op uitspraken hierover van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul.

Tegelijkertijd zoeken individuele Europese landen juist vaker samenwerking met Turkije, stelt Ildem vast. „Als de Europese Unie Turkije niet bij haar eigen projecten betrekt, ontstaan er vanzelf andere samenwerkingsverbanden tussen landen die wél met elkaar willen werken”, zegt hij.

Zo schafte Polen in 2021 als eerste NAVO-land Turkse drones aan. Inmiddels hebben ook andere NAVO-lidstaten, zoals Roemenië en Albanië, dergelijke systemen besteld of in gebruik genomen. Ook werken Turkse defensiebedrijven steeds vaker samen met Europese partners. Zo kondigden het Turkse dronebedrijf Baykar en het Italiaanse defensiebedrijf Leonardo in 2024 een samenwerking aan rond de ontwikkeling van drones voor de Europese markt. Ook op andere terreinen, zoals luchtverdediging en luchtvaarttechnologie, bestaan gezamenlijke projecten tussen Turkse en Europese defensiebedrijven.

In Europa bestaat echter ook een kritische houding tegenover Turkije. Vanuit Brussel klinkt al jaren kritiek op de staat van de rechtsstaat, persvrijheid en democratische instituties in het land, wat nauwere samenwerking politiek gevoelig maakt. Europese regeringen wijzen daarnaast op de geopolitieke koers van president Recep Tayyip Erdogan, die relaties onderhoudt met landen als Rusland en Iran. Zo doet Turkije niet mee aan de westerse sancties tegen beide landen. Ook de aankoop van het Russische luchtverdedigingssysteem S-400 in 2019 leidde tot spanningen. De VS besloten daarop Turkije uit het gezamenlijke programma voor de nieuwste generatie gevechtsvliegtuigen te zetten.

„Europa bekritiseert vaak dat Turkije met verschillende landen blijft praten,” zegt Ildem. „Maar nu zien ze juist het nut daarvan. Omdat Turkije contact met Rusland heeft gehouden, kan het een rol spelen bij bemiddeling met Oekraïne.” Volgens hem doet de EU er goed aan Turkije meer betrekken bij Europese defensieprojecten. „De Europese Unie zou moeten afstappen van dat sloganachtige, versimpelde wereldbeeld. Anders zal ze nooit de geopolitieke speler worden die ze zegt te willen zijn.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Defensie

Lees meer

Lees meer

Defensie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next