Home

Het duurde veertig jaar, maar Israël en Libanon gaan nu toch om de tafel – heeft dat zin als de bommen nog vallen?

Israël en Libanon komen dinsdag onder leiding van de Verenigde Staten bijeen om te praten over een staakt-het-vuren. Dát er gepraat wordt, lijkt van groter belang dan de inhoud.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Het belooft een gewichtig moment te worden in Washington. Voor het eerst in ruim veertig jaar zullen diplomatieke vertegenwoordigers van Israël en Libanon direct met elkaar praten, onder toeziend oog van Amerikaanse bemiddelaars. Beide landen leven sinds de oprichting van de staat Israël (1948) op voet van oorlog, en zijn nooit formele diplomatieke relaties aangegaan.

Namens Israël zal de ambassadeur in de VS aanschuiven: Yechiel Leiter, een ultrarechts figuur uit de kolonistenbeweging en vertrouweling van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Tegenover hem: de Libanese ambassadeur Nada Mouawad. Hun onderonsje (achter gesloten deuren en buiten het oog van de wereldpers) mag dan historisch worden; de doelen van beide landen liggen mijlenver uit elkaar. Of het meer zal zijn dan enkel symbolisch, is daarom de vraag.

De inzet voor Libanon is duidelijk: een staakt-het-vuren tussen Israël en de militante beweging Hezbollah, het liefst per direct. Iedere dag bombardeert Israël het buurland, wat alleen al in de voorbije zes weken ruim tweeduizend mensen het leven kostte. Zonder een gevechtspauze, klinkt het in Beiroet, hebben gesprekken over vrede geen zin.

Tegelijk is het Israël dat als bovenliggende partij dicteert wat er gebeurt. Een ‘gratis’ bestand valt bij Netanyahu niet te halen, en het lijkt erop dat zijn regering dezelfde eisen op tafel zal leggen die men al maanden uitentreuren herhaalt. Op één staat de ontwapening van Hezbollah door het Libanese leger. Vriend en vijand (ook in Israël) weet dat dit momenteel ondoenlijk is, gezien de zwakte van datzelfde leger, maar voor het oog van de wereld heeft Israël daar lak aan.

Blijk van goede wil

Dát er gepraat wordt, lijkt van groter belang dan de inhoud. Paul Salem, verbonden aan de gezaghebbende denktank Middle East Institute, zei tegen de Emiraatse krant The National dat Israël vooral aanschuift als blijk van goede wil richting het Witte Huis. Dit laatste hangt samen met de Amerikaans-Iraanse onderhandelingen die in de coulissen, via onderhandelaars als Pakistan en Egypte, nog altijd doorgaan.

Om die onderhandelingen niet spaak te laten lopen, hadden de Amerikanen iets van voortgang nodig, hoe klein ook, om aan de Iraniërs te kunnen presenteren. Die laatsten hebben op hun beurt nauwe banden met Hezbollah. Niet voor niets meldden Libanese media dat Abdallah Safiedinne, een hoge Hezbollah-functionaris, afgelopen weekend deel uitmaakte van de Iraanse delegatie die in Pakistan met de Amerikanen sprak.

Net als de Libanese regering vinden de Iraniërs dat er zo snel mogelijk een bestand moet komen in Libanon. ‘Iran zal zijn Libanese broeders en zusters nooit in de steek laten’, twitterde de Iraanse president Masoud Pezeshkian afgelopen donderdag. Of en hoelang er vervolgens over het onderwerp is gesproken in Pakistan, is onduidelijk.

Diplomatieke calimero

In dit krachtenveld is er één diplomatieke calimero, en dat is de gekozen Libanese regering. Aan wensen geen gebrek bij premier en oud-rechter Nawaf Salam, aan slagkracht wel. Het land is bankroet, verdeeld, murw. Wat voor garanties kan de regering Israël bieden? Wat voor beloftes kan het doen? Het antwoord: geen enkele. Te midden van twee grootmachten (de VS en Iran), een regionale pyromaan (Israël) en een onwillige militie (Hezbollah) kan de regering alleen vragen en hopen.

Die hoop is vooral gevestigd op de Amerikaanse president Trump, omdat hij als enige in staat is Israël onder druk te zetten. Vraag de Israëliërs zich terug te trekken uit de bezette gebieden in Zuid-Libanon, luidt de Libanese wens, want alleen op die manier valt Hezbollah’s narratief van ‘verzet’ te bestrijden. Alleen zo kan een eventuele ontwapening van de grond komen.

Wat Libanon daarnaast kan, is de pr-strijd proberen te winnen. Op dat vlak dreigde het Iraanse regime hen te overvleugelen. Met hun gijzeling van de Straat van Hormuz (en het overwicht dat ze daarmee creëerden aan de onderhandelingstafel) leken de ayatollah’s ineens meer voor elkaar te kunnen boksen voor Libanon dan menig Libanees kabinet in jaren voor elkaar kreeg. Gezichtsverlies dreigde. Dat laatste maakt de ontmoeting in Washington van belang. Ze moet naar de eigen bevolking uitstralen dat er slechts één is die namens de Libanezen spreekt: de regering van eigen bodem.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next