Maandag ontving slamdichter Lisette Ma Neza de Jonge Veer, een aanmoedigingsprijs voor taaltalenten. Volgens dichter Gershwin Bonevacia, die de prijs aan haar toekende, schrijft zij mee aan de toekomst van de Nederlandse literatuur. Wie is Ma Neza?
is televisierecensent voor de Volkskrant.
Bijna tien jaar geleden verhuisde Ma Neza (28) – een Noord-Brabantse slamdichter en filmmaker met Rwandese ouders – naar Brussel om daar te studeren aan de filmacademie. In België ging het hard: ze won in 2017 het Belgisch kampioenschap slampoetry en werd in 2024 de eerste stadsdichter van Brussel.
Inmiddels hebben ook de Nederlandse schijnwerpers Ma Neza gevonden. Mede dankzij Gershwin Bonevacia, die maandagavond zelf de Gouden Ganzenveer ontving. De winnaar van deze prestigieuze literatuurprijs mag sinds 2022 bepalen wie de Jonge Veer wint. Eerdere winnaars zijn Nina Polak, Charlotte van den Broeck, Aya Sabi en Jonas Roelens.
Bonevacia prees jou als volgt: ‘Ze is moedig, heeft een eigen stem en weet als geen ander de balans te vinden tussen zeggingskracht én schoonheid.’ Hoe zou jij jouw werk omschrijven?
‘Ik probeer mensen mee te nemen op reis. Naar de tuin van mijn grootmoeder, die als Tutsi de Rwandese genocide heeft meegemaakt, maar ook naar mijn buurman, of naar het 10-jarige Brusselse meisje dat nu al zes talen spreekt.
‘Ik vertel graag verhalen over wat ik tussenlevens noem. Zulke levens heb je veel in Brussel, waar allerlei talen en culturen samenkomen. Het is een stad waar mensen collectief ‘niet toebehoren’, overal tussenin zitten. Dat gevoel herken van het opgroeien in een Rwandees gezin in Nederland.’
Wat spreekt jou aan in het slamdichten?
‘Als slamdichter vermeng je op het podium je lichaam met de tekst. Dat zorgt ervoor dat woorden nog persoonlijker worden. Natuurlijk kun je ook tijdens het lezen dicht bij een auteur komen. Maar ik hoor vaak dat mensen het gevoel hebben dat ze naar een getuige luisteren wanneer ik vertel over de Rwandese geschiedenis. Want hoewel ik er niet bij was, kom ik er wel uit voort.’
Wie inspireren jou?
‘Als meisje las ik vooral Nederlandse klassiekers: als kind Carrie Slee, later Connie Palmen. Maar ik ontdek steeds meer inspiratiebronnen, doordat ik bijvoorbeeld in contact kom met dichters als Radna Fabias en Babs Gons. Daarnaast raakt het me dat er overal poëzie bestaat, in zoveel verschillende vormen. In Rwanda heb je bijvoorbeeld koeiendichters, die koeien toezingen.’
Bonevacia is ervan overtuigd dat jij ‘meeschrijft aan de toekomst van de Nederlandse literatuur.’ Hoe vind jij dat die toekomst eruit moet zien?
‘Ik woon al zo lang in België dat ik niet alles meer volg in Nederland. Maar ik kom wel veel kinderen tegen die tussen culturen in staan. Hun verhalen zijn nog te weinig in bibliotheken te vinden. Ik hoop dat dat verandert.
‘Je hoeft natuurlijk niet altijd boeken te lezen die over jezelf gaan. Maar het is wel een verademing om jezelf ergens in te herkennen. Het werk van Gershwin Bonevacia, over zijn jaren in Rotterdam-Zuid, kan kinderen op een andere manier prikkelen en ze hopelijk motiveren om meer te lezen. Daar probeer ik ook een rol in te spelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant