Home

De mislukte minister-president

De tekst van de nieuwe Grondwet was klaar en op donderdagochtend 13 april 1848 liet Johan Rudolph Thorbecke die lezen aan koning Willem II. De koning was nerveus, onzeker. Hij wist dat de minister-president die hij zelf had gevraagd als minister-president, Gerrit Schimmelpenninck, een ándere Grondwet wilde. De koning had hem zelfs al beloofd dat die het zou worden.

De tekst ging naar de drukker, en naar de redacties van twee kranten: het Journal du Limbourg en de Arnhemsche Courant.

Gerrit Schimmelpenninck wist van niets.

Het was een politieke truuk van Thorbecke. Oud-journalist Hans Verbeek schrijft erover in zijn net verschenen biografie van Schimmelpenninck: De Vergeten Minister-president. En misschien is het je lot om vergeten te worden, als je als een negentiende-eeuwse Dick Schoof laat gebeuren dat belangrijke beslissingen buiten jou om worden genomen. Gerrit Schimmelpenninck was de eerste minister-president van Nederland en volgens Verbeek ook de eerste mislukte minister-president. Hij was het maar twee maanden.

In de Tweede Kamer is het afgelopen zaterdag ‘Open Dag’. Er zijn zo’n achthonderd bezoekers en al had de afdeling communicatie in een e-mail aan alle 150 Kamerleden gevraagd of ze ook wilden komen: alleen Kamervoorzitter Thom van Campen van de VVD is er, en Heera Dijk van D66.

Dijk praat in het café in de hal met een meisje en haar ouders die aandacht willen voor thuisonderwijs. Van Campen houdt rondleidingen. Bij het felblauwe kunstwerk met Thorbecke erop, achter de roltrap, zegt hij dat „de mensen” het in 1848 „helemaal zat waren dat koningen zoveel macht hadden”. „De monarchieën vielen om en Thorbecke zei dat het aan de kiezers zelf was om te bepalen hoe hun land wordt bestuurd.”

Wat verderop in de hal staat een bronzen beeld van Thorbecke, in een vitrinekast staat er ook nog een van marmer. En een van de debatzalen is naar hem vernoemd. Van Schimmelpenninck zie ik geen afbeeldingen, er is niet eens een klein vergaderzaaltje met zijn naam. Zoals die er wel zijn voor een lange rij ándere oud-politici. En toch: Schimmelpenninck wilde óók dat kiezers zelf konden bepalen hoe hun land werd bestuurd. Hij was diplomaat geweest in Londen en had, naar Brits model, de macht van de koning zelfs nog veel meer willen inperken dan Thorbecke.

Schimmelpenninck was opgegroeid in het buitenland, hij was ook diplomaat geweest in Rusland en miste misschien, net als later D66-leider Sigrid Kaag, gevoel voor de Nederlandse politiek. Hij had wel geleerd dat je gevoelige kwesties het beste mondeling kon afhandelen. Zodra er iets op papier stond, wist later ook Mark Rutte die nooit mailde, kon dat een oplossing in de weg staan. Maar verder: Schimmelpenninck vond geld en aanzien belangrijk, hij kon volgens Verbeek „nogal lomp” zijn, hij was „elitair en betweterig” en „leed aan zelfoverschatting”. En hij was rancuneus: Thorbecke had negatieve recensies geschreven over Schimmelpennincks biografie van zijn vader, raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpennick.

Je redt het er niet mee, als minister-president van Nederland. Al zou Schimmelpenninck het vast en zeker wat langer hebben volgehouden als hij meer op Dick Schoof had geleken. In april 1848 was hij woedend geworden toen hij hoorde wat Thorbecke hem had geflikt met de tekst van de Grondwet. Hij eiste dat hij alsnog gelijk zou krijgen van de koning en dreigde, wat Schoof nooit heeft gedaan, met aftreden.

Niemand hield hem tegen.

Petra de Koning doet elke dinsdag verslag over de Haagse politiek (p.dekoning@nrc.nl)

Petra de Koning

Lees meer

Lees meer

Petra de Koning

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next