Met de verkiezing van Péter Magyar ging er zondagavond een zucht van verlichting door Europa. Toch is het de vraag of Hongarije in Brussel vanaf nu wél volmaakt in de pas zal lopen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.
Terwijl er in de straten van Boedapest een uitzinnig feest losbarstte, was de opluchting over de verkiezingsoverwinning van Péter Magyar zondagavond ook elders in Europa voelbaar. Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, zette al een paar minuten nadat Viktor Orbán zijn verlies had toegegeven een bericht op X. ‘Europa’s hart klopt vanavond sterker in Hongarije.’
Dit is ‘een historisch moment voor de Europese democratie’, aldus de Britse premier Keir Starmer. ‘Frankrijk is verheugd over de gehechtheid van het Hongaarse volk aan de waarden van de Europese Unie’, zei de Franse president Emmanuel Macron.
‘Laten we de krachten bundelen voor een sterk, veilig en bovenal verenigd Europa’, voegde de Duitse bondskanselier Friedrich Merz toe. En de Poolse premier Donald Tusk zei: ‘Weer bij elkaar! Een glorieuze overwinning, beste vrienden.’
Na zestien jaar waarin het democratische gehalte van Hongarije gestaag terugliep, is de opluchting van de Europese leiders alleszins begrijpelijk. Magyar heeft aangekondigd dat hij de schade aan de rechtsstaat in rap tempo wil herstellen, zodat zijn land 17 miljard euro aan bevroren EU-gelden kan incasseren. Hij wil ook een stap nemen die Hongarije hiervoor nooit nam, en het land bij de eurozone brengen.
Toch is het de vraag of in Brussel de problemen met Hongarije nu voorgoed voorbij zijn. Zeker, Magyar is geen Orbán. Maar hij is, wat gedachtegoed betreft, ook weer niet Orbáns volmaakte tegenpool.
Zo is Magyar net als zijn voorganger fel gekant tegen het Europese migratie- en asielpact. Hij is niet van plan mee te werken aan de herverdeling van asielzoekers vanuit EU-landen met een hoge migratiedruk, zoals dat pact voorschrijft.
Ook als het gaat om de steun aan Oekraïne – hét onderwerp waarbij Hongarije zich de afgelopen jaren ontwikkelde tot notoire dwarsligger in Brussel – maakt Magyar geen volledige draai.
Weliswaar zei hij maandag dat hij een Europese lening van 90 miljard euro aan Oekraïne niet langer zal blokkeren, zoals Orbán in zijn nadagen als premier wél deed.
Maar Magyar benadrukte ook dat Hongarije zelf geen geld wil uittrekken voor Oekraïne. Ook is hij tegen een versneld EU-lidmaatschap voor het land. ‘Het is onmogelijk een land in oorlog op te nemen in de EU’, zei hij. Een toetreding verwacht hij niet ‘in de komende tien jaar’.
De 45-jarige politicus weet dat Oekraïne niet populair is onder een groot deel van de Hongaren. Uit een recente peiling door de European Council for Foreign Relations bleek dat 60 procent tegen financiële steun voor het buurland is, en dat 61 procent niets ziet in een Oekraïens EU-lidmaatschap. ‘Niemand wil een pro-Oekraïense regering’, zei Magyar eind maart nog.
Bovendien is Hongarije voor zijn energievoorziening sterk afhankelijk van Rusland. Magyar, die zijn kiezers in de eerste plaats een opleving van de economie in het vooruitzicht stelde, zei tegen de Financial Times dat hij niet ‘bereid is de Hongaarse energiezekerheid op te offeren voor internationale sancties’ of om hogere energieprijzen te accepteren ‘in naam van een of ander lovenswaardig principe’. De Tisza-leider is van plan de afhankelijkheid van Russische energie af te bouwen, maar hij neemt daarvoor ruim de tijd, tot 2035 (de EU heeft als streefjaar 2027).
Hoe luid de vreugdekreten zondagavond dus ook klonken in Brussel en in menig andere Europese hoofdstad: het zal afwachten zijn hoe Magyar zich nu, als premier in plaats van oppositieleider, gaat gedragen. ‘Hij is een black box’, zei de Nederlandse europarlementariër Tineke Strik (Groenen), die zich bezighoudt met Hongarije, vóór de Hongaarse verkiezingen tegen Politico. ‘Wat stelt hij voorop als hij de verkiezingen wint? Dat is voor de EU eigenlijk nog een beetje een raadsel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant