Deze week debatteert de Eerste Kamer over het strafbaar stellen van illegaal verblijf. Ongedocumenteerden wachten de uitkomst gespannen af. ‘Kan ik straks de straat nog op? Wat als iemand me verklikt?’
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
‘Onuitvoerbaar, onmenselijk, ineffectief’, de kritiek op het voorstel om illegaal verblijf strafbaar te maken is fel en breed gedragen. Vanaf vandaag debatteert de Eerste Kamer over het plan, waar los van rechtse politieke partijen vrijwel niemand enthousiast over is.
In de huidige wetgeving is illegaal verblijf een overtreding. Ongedocumenteerden met een ‘terugkeerbesluit’ (bijvoorbeeld uitgeprocedeerde asielzoekers), kunnen in detentie worden geplaatst en indien mogelijk gedwongen uitgezet. Anderen krijgen vaak hooguit een boete. Tenzij ze crimineel gedrag vertonen: dan kunnen ze als ongewenste vreemdeling worden aangemerkt en een inreisverbod krijgen. Wie dan het land niet verlaat, is strafbaar.
Met de nieuwe wet kunnen alle ongedocumenteerden zes maanden in de gevangenis worden opgesloten. In een eerdere versie van de wet zouden ook hulpverleners strafbaar worden, ze helpen immers criminelen, maar dat is na protest van christelijke partijen teruggedraaid. Het is nog onduidelijk of in de Eerste Kamer een meerderheid is voor het plan.
Volgens een schatting van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) wonen er zo’n twintigduizend ongedocumenteerden in Nederland. Hulporganisaties schatten dat aantal veel hoger in en wijzen erop dat het grootste deel compleet onder de radar leeft.
Want hoewel het in het politieke debat veel gaat over uitgeprocedeerde asielzoekers, hebben veel ongedocumenteerden nooit asiel aangevraagd. Ze komen legaal het land binnen, bijvoorbeeld als toerist, en verdwijnen in de illegaliteit nadat hun visum verloopt. Ze werken als schoonmakers, pakketbezorgers, bouwvakkers, keukenmedewerkers, thuiszorgers, of in andere sectoren die kampen met tekorten. Sommigen wonen in bij families waar ze zorg verlenen, anderen verblijven in illegale onderhuur.
De regering belooft ‘geen grootschalige klopjachten’. De wet, zo staat in de toelichting, is gericht op personen die alle procedures hebben doorlopen, een land van herkomst hebben dat bereid is hen terug te nemen maar zelf weigeren daaraan mee te werken. Juristen wijzen er echter op dat de wet geen enkele garantie biedt om klopjachten in de toekomst te voorkomen. Ook de positie van hulpverleners blijft juridisch uiterst wankel.
Volgens de regering maakt strafbaarstelling het makkelijker om mensen het land uit te zetten. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV), verantwoordelijk voor de terugkeer van vreemdelingen, zet daar vraagtekens bij. ‘DTenV is niet bekend met onderzoeken waaruit blijkt dat strafbaarstelling van illegaliteit een effectieve maatregel is om meer vreemdelingen te doen terugkeren’, schreef de dienst aan de Eerste Kamer. ‘Uit de onderzoeken en adviezen die wel bij DTenV bekend zijn, blijkt eerder het tegendeel.’
De Raad van State is uiterst kritisch, onder meer omdat de wet ‘onzorgvuldig’ tot stand is gekomen en in strijd lijkt met internationale verdragen. ‘Doe het niet’, zeggen ook de Nationale Ombudsman, de Kinderombudsman, de Nationale Politie en het College voor de Rechten van de Mens. De leiders van de rooms-katholieke kerk en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) stuurden een gezamenlijke brandbrief aan senatoren met het verzoek tegen te stemmen.
Ook Amsterdam, Utrecht, Groningen en Eindhoven riepen de Eerste Kamer vorige week ‘met klem’ op tegen te stemmen. ‘Ongedocumenteerden verdwijnen verder uit beeld, worden vatbaarder voor uitbuiting en criminaliteit en durven geen beroep meer te doen op de politie’, schreven de gemeenten. Ze vrezen dat ouders hun kinderen van school halen en zorg gaan mijden, ‘uit angst voor straf’.
‘In Suriname werkte ik als verpleegkundige in het ziekenhuis. Ik verdiende omgerekend 300 euro per maand, lang niet genoeg om mijn vier kinderen een goede toekomst te kunnen bieden. In 2023 besloot ik om met mijn jongste naar Nederland te gaan. Het leek me een logische bestemming: Suriname was lange tijd een kolonie van Nederland, we spreken dezelfde taal.
‘Ik kwam op een toeristenvisum en via een Registratie Niet-Ingezetene (RNI) kon ik een bsn-nummer krijgen. In de thuiszorg zaten ze te springen om personeel, dus toen na vier maanden mijn visum was verlopen, kon ik zwart blijven werken. De grote zorgorganisaties werken met tussenpersonen, die huren mij in. Ze betalen per gewerkte dag, als ik ziek ben of om een andere reden niet kan, krijg ik geen geld. Ik neem dus nooit vakantie.
‘Soms maken werkgevers misbruik van mijn situatie en betalen me niet. Ik heb bijvoorbeeld zeven maanden dagelijks voor een man gezorgd. Dat was een particuliere klus en ik wacht nog altijd op mijn geld.
‘Mijn dochter is bijna 12 en gaat hier naar school. Ik heb haar niet verteld over de wet, ze zou totaal in paniek raken. Ik ben zelf ook ontzettend bang. Kan mijn dochter nog wel naar school nadat de wet is aangenomen, of worden we dan opgepakt? Ze zeggen dat ze niet zomaar mensen gaan aanhouden, maar ik weet niet of ik nog de straat op durf. Wat als het licht van mijn fiets het ineens begeeft?
‘Ik verdien ongeveer 1.500 euro per maand. De huur van onze kamer is 600 euro en ik probeer zoveel mogelijk geld naar mijn dochters en zoon in Suriname te sturen. Die wonen bij mijn broer. Op een dag wil ik terug naar Suriname om daar een wondzorgkliniek op te zetten. Wondzorg is essentieel, bijvoorbeeld voor diabetespatiënten, en er zijn weinig Surinamers die dat willen doen. Maar om die droom waar te maken moet ik eerst nog een tijd sparen.’
‘Toen ik in 2019 asiel aanvroeg in Nederland, zei ik tegen de IND dat ik om politieke redenen was gevlucht. Ik durfde niet te zeggen dat ik lesbisch ben. Mijn hele leven had ik mijn identiteit verborgen gehouden, ik was zelfs met een man getrouwd. In Oeganda beland je in de gevangenis als iemand erachter komt dat je queer bent, ik vertrouwde er niet op dat het hier veilig was.
‘Mijn aanvraag werd afgewezen en ik moest vertrekken uit het asielzoekerscentrum. Ik ging naar Aco, een organisatie die ongedocumenteerden aan onderdak helpt. Daar brachten ze me in contact met een casemanager van het Leger des Heils. Toen ik haar vertelde dat ik op vrouwen val, heeft ze me geholpen een advocaat te vinden zodat ik in Ter Apel een nieuwe asielaanvraag kon doen.
‘Afgelopen maart kreeg ik weer een afwijzing. Het voelt als een doodvonnis. Er zijn nu mensen in Oeganda die weten wie ik echt ben, dus ik kan onmogelijk terug. Sinds mijn vertrek is het alleen maar slechter geworden: queer mensen kunnen nu zelfs de doodstraf krijgen.
‘Bij de organisatie Here To Support heb ik andere ongedocumenteerde queers ontmoet. We hebben steun aan elkaar en hebben het veel over de nieuwe wet. Iedereen is bang. Tot nu toe heeft de politie me nog nooit aangehouden, maar straks is het extra gevaarlijk om de straat op te gaan. Ik vraag me ook af of ik nog medische hulp kan zoeken. Wat als iemand me verklikt?
‘In Oeganda werkte ik als leerkracht op een basisschool, hier zou ik ook graag met kinderen willen werken. Ik ben in Nederland verliefd geworden. Dat is heel bijzonder, maar tegelijkertijd ben ik bang voor alles wat hierna komt. Op dit moment voel ik me overspoeld door stress en angst. Toch heb ik besloten me uit te spreken over mijn situatie. Want ik ben geen crimineel. Ik ben een mens, ik ben hier en ik heb recht op een leven.’
‘Ik kwam als 17-jarige naar Nederland in het kader van gezinshereniging, mijn vader woonde al hier. Eigenlijk had ik na vijf jaar de Nederlandse nationaliteit kunnen krijgen, maar ik had al een Marokkaans paspoort en zag er het nut niet van in. Ik verlengde gewoon iedere vijf jaar mijn verblijfsvergunning.
‘Meteen na aankomst kreeg ik problemen met mijn vader. We kenden elkaar nauwelijks, hij was streng en gooide me het huis uit omdat ik me niet aan zijn regels hield. Op straat begon ik te drinken. In Marokko had ik nog nooit iets illegaals gedaan, maar hier belandde ik in de criminaliteit. In 2002 moest ik twee jaar naar de gevangenis na een dronken vechtpartij waarbij ik iemand ernstig letsel toebracht.
‘In 2013 werd ik weer opgepakt vanwege een ruzie. Sindsdien ben ik een ongewenste vreemdeling, mijn verblijfsvergunning is niet verlengd en ik heb een inreisverbod van tien jaar. De afgelopen jaren heb ik twee keer in vreemdelingendetentie gezeten. Een keer vanwege wildplassen, de tweede keer omdat ze dachten dat ik in het openbaar had gedronken. Maar ik drink al twintig jaar niet meer, ik rook alleen af en toe een jointje.
‘Beide keren stond ik na vijf maanden weer buiten. Ik weiger mee te werken aan vertrek en zonder medewerking van Marokko kunnen ze me niet terugsturen. Hier heb ik familie die me af en toe wat geld geeft, ik kan her en der klusjes doen en ik verdien soms wel 1.800 euro per maand met het verzamelen van statiegeld. In Marokko heb ik niks of niemand.
‘Ik weet niet precies wat er voor mij verandert met de nieuwe wet. Ze gaan me misschien langer in de gevangenis houden? Of ze sluiten een dealtje met Marokko, dan kunnen ze me gedwongen deporteren. Maar dat zou met de huidige wet ook al kunnen. Ik ben tegenwoordig niemand tot last. Ik slaap wel buiten, maar altijd op een afgelegen plek waar niemand me ziet.’
‘Toen ik uit Venezuela vertrok, hadden we daar net twee mislukte staatsgrepen gehad. Ik was pas 26 en had geen zin in een leven lang politieke chaos. Een bevriende Venezolaanse metalband woonde in een kraakpand in Amsterdam. Ze verdienden geld als straatmuzikanten en zeiden: 'Kom ook, we leggen een matrasje voor je neer.’
‘Ik kwam op een toeristenvisum, liet dat verlopen en verbleef hier illegaal tot ik in 1999 met een Nederlandse vrouw trouwde. Maar acht maanden voordat ik mijn verblijfsvergunning kon omzetten naar een Nederlands paspoort, ging ze van me scheiden. Dat was in 2004, sindsdien beweeg ik me onder de radar.
‘In Caracas was ik geluidstechnicus voor opera en ballet, hier doe ik licht, geluid en techniek tijdens concerten. Verder pak ik alles aan wat op mijn pad komt: schoonmaakwerk, horeca, schilderen. Ik werk als beveiliger bij een cultureel centrum en draai iedere week plaatjes in een metalbar.
‘Uitbuiting komt veel voor. Ik werkte 21 jaar in hetzelfde café, de eigenaar betaalde mij stukken minder dan anderen en maakte ook vernederende grapjes over mijn situatie. Vorig jaar was de maat vol en ben ik vertrokken.
‘Tot nu toe heb ik geluk gehad. De politie heeft een paar keer om mijn papieren gevraagd maar nooit moeilijk gedaan als ik ze niet had. Het is wel ingewikkeld om woonruimte te vinden, ik slaap al twee jaar bij een vriend op de bank. En zonder verblijfsvergunning kun je geen telefoonabonnement nemen of een bankrekening openen. Dat is best lastig. Ik had laatst lijm nodig voor mijn kunstgebit, maar ze accepteerden nergens cash.
‘Terug naar Venezuela is geen optie. Mijn moeder zou het wel willen, maar ik zie daar geen toekomst: ik heb hier nu mijn leven opgebouwd. Ik maak me wel zorgen over de strafbaarstelling. Vooral om wat het teweeg kan brengen. Er is al een toename van racisme en fascistische denkbeelden in Nederland. Door mensen zoals ik te criminaliseren, wakker je dat verder aan.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant