Bij een luchtaanval van de Nigeriaanse luchtmacht zijn zaterdag vermoedelijk tweehonderd burgers gedood. De aanval, die onderdeel is van de strijd tegen jihadterrorisme in het noorden van het land, raakte een druk bezochte markt.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
De luchtaanval vond plaats op de grens van de staten Yobe en Borno in het noorden van Nigeria. Dat gebied wordt al ruim 17 jaar geteisterd door jihadistische groeperingen zoals Boko Haram, Islamitische Staat en kleinere, aan Al-Qaeda gelieerde groeperingen. Ruim twee miljoen mensen zijn het gebied al ontvlucht, duizenden anderen zijn tijdens aanslagen gedood. De Nigeriaanse regering staat daarom onder immense druk om contraterrorisme-maatregelen te nemen. Sinds de terugkeer van Donald Trump naar het Witte Huis is die druk vergroot.
Bij de luchtaanval vielen volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International ‘minstens’ honderd doden, maar lokale bronnen schatten het dodental hoger in. ‘Het is een verwoestend incident’, zei Lawan Zanna Nur Geiden, raadslid en traditioneel leider in Yobe, tegen persbureau Reuters. ‘Terwijl ik met jullie spreek, zijn al meer dan tweehonderd mensen omgekomen.’
Het is onduidelijk hoe het zo mis heeft kunnen gaan. De Nigeriaanse luchtmacht verklaarde zaterdag dat het ‘opruimings’-aanvallen had uitgevoerd op ‘geïdentificeerde terroristische locaties’ in Borno, maar repte niet over het raken van een markt of het maken van burgerslachtoffers. Pas nadat lokale bronnen het nieuws naar buiten brachten, meldde de regering van Yobe zondag dat een van de luchtaanvallen een markt had getroffen. De luchtmacht heeft inmiddels een onderzoek ingesteld naar de aanvallen.
De Nigeriaanse autoriteiten krijgen maar geen controle over de veiligheidssituatie in het land. Het noorden van Nigeria wordt nog regelmatig opgeschrikt door terroristische aanslagen en ontvoeringen. Zo werden een maand geleden 23 mensen gedood bij een zelfmoordaanslag in de stad Maiduguri, die volgens de Nigeriaanse autoriteiten werd uitgevoerd door Boko Haram.
Het verdienmodel van ontvoeringen, dat voor het eerst wereldwijde belangstelling kreeg toen Boko Haram in 2014 270 voornamelijk christelijke meisjes op een school in Chibok kidnapte, wordt sindsdien in het hele land toegepast door criminele bendes zonder ideologische motieven.
Tegelijkertijd is in Centraal-Nigeria al jaren een strijd gaande tussen herders en boeren. Dat conflict gaat over het gebruik van land en waterbronnen, maar het wordt vaak verward met een religieuze strijd tussen christelijke boerengemeenschappen en islamitische nomaden. De regering van de Amerikaanse president Donald Trump, wiens religieuze achterban nauwe banden met geloofsgemeenschappen in Nigeria onderhoudt, verspreidde veelvuldig de leugen dat er in Nigeria sprake is van een ‘genocide op christenen’.
De Verenigde Staten bemoeien zich in Trumps tweede termijn nadrukkelijker met de veiligheidssituatie in Nigeria. Op Eerste Kerstdag voerden de Verenigde Staten een bombardement uit op het noorden van Nigeria. Sindsdien werken het Nigeriaanse en Amerikaanse leger samen op het gebied van contraterrorisme en militaire inlichtingen. Het Amerikaanse leger traint Nigeriaans militair personeel.
Het heeft vooralsnog niet het gewenste resultaat gehad. De Amerikaanse regering scherpte afgelopen week het reisadvies voor Nigeria aan. Ook trok ze al haar ‘niet-essentiële’ ambassadepersoneel terug uit de Nigeriaanse hoofdstad Abuja.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant