is huisarts en schrijver.
Op maandagochtend word ik gebeld door de zaalarts van de afdeling interne geneeskunde. Er klinkt irritatie in haar stem. Hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat meneer A, een kwetsbare en beperkt Nederlands sprekende man met dementie, hart- en nierfalen, het weekend opnieuw per ambulance naar het ziekenhuis is gebracht. Er waren toch duidelijke afspraken? Hij zou thuis verzorgd worden en, waarschijnlijk al op korte termijn, overlijden.
Ik leg uit dat we met meneer A en zijn grote familie meerdere gesprekken hebben gevoerd over de zin en onzin van verdere medische behandelingen. Dat die gesprekken niet zonder frictie verliepen. Eén dochter weigert de situatie te accepteren en belt in de weekenden en avonden regelmatig de huisartsenpost of 112. Ze zet druk. Op de dienstdoende huisarts die haar vader bezoekt en op het ambulancepersoneel. En dat leidt kennelijk telkens weer tot een opname.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Hij gaat vanmiddag weer naar huis’, zegt de zaalarts kordaat. Zonder het expliciet uit te spreken, begrijp ik wat ze bedoelt te zeggen: ‘En daar blijft hij.’
Als ik aan het eind van de dag de ontslagbrief ontvang, bel ik de zaalarts terug. ‘Als jullie de opname niet zinvol vonden, waarom dan bloedonderzoeken, een echo, een scan?’ Het blijft even stil. ‘Tja’, zegt ze uiteindelijk, ‘maar dan ís hij al in het ziekenhuis.’ En dus? Weer een stilte. ‘Dat is gewoon hoe het gaat.’
We praten veel over tekorten in de zorg (te weinig personeel, te weinig bedden, te weinig geld, te weinig tijd), maar weinig over wat er dagelijks tussen de kieren weglekt. De verwijzing ‘voor de zekerheid’ of ‘op dringend verzoek van patiënt of familie'. De operatie ‘omdat het kan’. Het consult dat geen besluit oplevert, maar wel een herhaalde scan. Diagnostiek zonder überhaupt consequentie voor verder beleid.
Overbehandeling begint nooit met één duidelijk moment. Het is een aaneenschakeling van begrijpelijke, zelfs verdedigbare stappen die gezamenlijk hun redelijkheid verliezen. Nog een opname, nog een ingreep, nog een poging, nog een kans, nog íéts. Zodra we beginnen, lijkt elke volgende stap logisch, bijna onvermijdelijk. De vraag ‘waarom en voor wie doen we dit eigenlijk?’ komt vaak laat, of helemaal niet. We doen het misschien voor de zekerheid. Voor geruststelling van patiënt, of misschien toch de dokter? En ja, dat is iets waard, maar laten we niet doen alsof het niets kost.
Doorgaan is de weg van de minste weerstand. Zeker in een systeem waarin defensief handelen bescherming biedt. Als je maar hard genoeg hebt gezocht, heb je in ieder geval niets gemist. Niet handelen voelt voor artsen al snel als nalaten en voor familie als tekortschieten, zelfs opgeven. In werkelijkheid gaat het om accepteren dat een lichaam op is en dat verder medisch ingrijpen niets toevoegt, of zelfs onnodig lijden veroorzaakt. Van zinloze bloedafnames tot ic-opnames.
Dat dat verre van makkelijk is, zien we niet alleen bij meneer A. Geriatrisch chirurg Detlef van de Velde benadrukt al langer dat níét opereren van een heupfractuur bij zeer kwetsbare ouderen geen nalatigheid is, maar een weloverwogen keuze gericht op comfort. Het schuurt, ook onder zijn vakgenoten. Want opereren betekent handelen, meten, doen, declareren. Niet opereren vraagt om tijd, uitleggen, luisteren, het verdragen van een gevoel van onzekerheid. Complicaties van een operatie calculeren we in. Maar hoe wegen we de gevolgen van níét opereren? Van bewust afzien van ingrijpen?
De kern van het probleem is niet dat we te veel kunnen, maar dat we te weinig leren begrenzen en verdragen. Dat ‘niet doen maar laten’ in onze maakbare, dwingende samenleving minstens zoveel vakmanschap vraagt als ingrijpen.
Intussen wordt meneer A die middag weer naar huis gebracht. Met een ontslagbrief vol uitslagen die niets veranderen aan wat al duidelijk was. En een familie waarin de twijfel en vechtlust blijven bestaan. De kans dat hij komend weekend opnieuw in het ziekenhuis belandt, acht ik groot.
Nee, dat een kwart van de zorguitgaven naar zorg gaat die geen waarde toevoegt, zal echt geen enkele zorgverlener verbazen. Wat ongemakkelijker is: we weten het allemaal en dragen er dagelijks aan bij.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant