David Grossman Uit straatboekenkastjes in heel Nederland haalt Arjen Fortuin steeds een boek, bespreekt het en geeft het door. Deze week duikt het debuut van David Grossman op in de mooiste boekenkast van Nederland in buurtschap De Bruil.
De Bruilboom in De Bruil
Er kan er natuurlijk maar een de mooiste zijn. Lezers attendeerden mij op de Bruilboom in buurtschap De Bruil, een stukje ten zuiden van Ruurlo. En ze hadden niets te veel gezegd. Schrijnwerker René Bruns maakte hier in 2012 op initiatief van de buurtvereniging tien minikastjes in een oude kastanje, fraai afgewerkt en uitstekend onderhouden. En zeer goed gevuld: Kafka en Barnes, Buwalda en de hier zeer passend geplaatste roman Buitenleven van Nina Polak.
Het ideale doelwit voor deze rubriek, zou een mens dus denken. Maar dat is buiten de boom gerekend. Een fraai koperen plaatje (de Bruilboom is een boom van stand, we zijn niet ver van het Kasteel van Ruurlo) is streng: „Boeken zijn eigendom van de boom. Boeken kunnen maximaal een maand geleend worden.” Ook achter elk van de tien venstertjes staat te lezen dat meenemen en doorgeven hier niet de bedoeling is. De boom heeft dan ook groot zijn naam op de boeken geschreven. Vandaar dat niet het Bruilboomexemplaar van De glimlach van het lam van David Grossman wordt verloot (dat staat nog steeds te leen in de boom), maar een langs andere weg verkregen exemplaar.
Intussen is het wel passend, dit boek in een boom, want een citroenboom speelt een centrale rol in het romandebuut van schrijver en vredesactivist Grossman uit 1983 (in 1994 vertaald door Shulamit Bamberger). In zekere zin is de boom de bron van alle verhalen, want daaronder zit de oude Palestijn Hilmi te vertellen. Hilmi is ook de man die als kind werd gepest en die zich later ontfermde over de kinderen van ongewenst zwangere vrouwen. Een van die zoons, Jazdi, wordt aan het begin van de roman gedood door Israëlische soldaten.
Een bezettingsverhaal, inderdaad, met als belangrijkste figuur de jonge Israëlische soldaat Uri, die in tegenstelling tot zijn collega’s toenadering zoekt tot Hilmi en de andere bewoners van het Palestijnse dorp, tot wie hij zich richt in „een zacht Arabisch”. Hij is een jongen met een natuurlijke zachtheid, hij heeft „de glimlach van het lam” – geen compliment onder ijzervreters. Al snel wordt duidelijk dat de vraag is hoeveel van zijn zachtmoedigheid deze Uri zal kunnen behouden, ook al nu zijn geliefde hem heeft verlaten.
Die relatiecrisis levert schitterende, zeer Grossmaneske passages op, bijvoorbeeld wanneer Uri zijn verloren geliefde toespreekt aan de hand van het woord ‘liefde’, gelegd op een scrabblebord, de letters dicht tegen elkaar aan, „geen sprankje duisternis ertussen”. Welke woorden zou je daaraan vast kunnen plakken, al scrabbelend? Uri wil „geluk” leggen, denkend aan hoe ze zich een toekomst droomden („er zou geen enkel kast in onze boekenkast staan dat we niet echt gelezen hadden”), die broos bleek door „de blanco letters […] die jij tussen ons in gezet hebt, en de witte woorden en verborgen zinnen, en het verhaal achter het verhaal”.
De glimlach van het lam is geen vrolijk boek, al kon de jonge Grossman (29 bij verschijning) niet weten hoeveel dood en verderf er nog in het verschiet zou liggen en hoe weinig ruimte de geschiedenis van zijn land nog zou hebben voor het idee van een zachtmoedige soldaat. In 2006 sneuvelde de 21-jarige zoon van de schrijver in Libanon. Zijn naam: Uri.
Wilt u het vervangende exemplaar van De glimlach van het lam hebben? Mail naar boekuitdekast@nrc.nl; het boek wordt onder inzenders verloot, de winnaar krijgt bericht.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden