Home

Eindelijk komen de krilldiertjes in opstand tegen de ongelijkheid in de zee

Jeugdliteratuur Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen geven in hun nieuwe boek voor het eerst in de geschiedenis het krill, de kreeftachtige minizeediertjes die alleen bekend zijn onder hun soortnaam, een eigen gezicht.

Illustratie uit het boek 'Wij komen in vrede' van Annemarie van Haeringen.

Bibi Dumon Tak & Annemarie van Haeringen: Wij komen in vrede.

Querido, 144 blz. € 19,99

„Waarom worden wij door iedereen gegeten, terwijl we zelf niemand kwaad doen? […] We leven. We ademen. We eten. […] WIJ BESTAAN! We moeten dus met zijn allen opstaan. Opstaan voor onze rechten.”

Nee, deze alarmerende hartenkreet is niet van een koe of kip, maar komt uit de mond van een kreeftachtig zeediertje dat de naam Krilljoen draagt en de unieke hoofdrolspeler is in Wij komen in vrede, het nieuwe boek van veelgeprezen duo Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen. Uniek in de letterlijke betekenis van het woord: niet alleen is er nog nooit een schrijver geweest die dit minikreeftje een menselijk gezicht heeft gegeven, Krilljoen is ook de eerste van zijn ontelbaar vele soortgenoten met een eigen naam. „Ik ben een in-di-vi-du”, legt het krilldiertje zijn familieleden uit, „en samen zijn we krill”. En hoewel die dit een „heel moderne” gedachte vinden, zijn ze het met Krilljoen eens dat het oneerlijk is dat ze de hele wereld moeten voeden, van haring tot pinguïn en van pelsrob tot kweekzalm, en niet meer dan „een soort brandstof” met een verzamelnaam zijn. Onder de bezielende leiding van Krilljoen komen de afzonderlijke krilldieren vervolgens samen in opstand „tegen de ongelijkheid in zee”.

Witte vlag

Het toedichten van rechten aan krill kun je gemakkelijk afdoen als overdreven of irreëel. Maar dat getuigt vooral van onwetendheid, toont Dumon Tak. In een zeldzaam origineel, fantasievol en geestig verhaal dat niettemin is geïnspireerd door de feitelijke werkelijkheid, maakt ze de bestaansstrijd van het krill als basis van de voedselketen (en dus het hele ecosysteem) razendknap invoelbaar en inzichtelijk. Dat doet ze subtiel en stapsgewijs, vanuit het credo show don’t tell, onder meer door inventief gebruik te maken van de directe dialoog en het fenomeen spreekkoor. Zo scanderen de triljoenen krilldiertjes een pagina lang: „Te wapen!”, als Krilljoen zijn soortgenoten ervan heeft overtuigd dat ze moeten vechten voor hun rechten. En wanneer de kreeftjes begrijpen dat ze, willen ze niet direct verslonden worden, hun levensstrijd het beste met een witte vlag kunnen voeren, weergalmen hun stemmen in koor: „Wie kom in pies!”

Overigens dragen ook de speelse vormgeving en Van Haeringens fijne illustraties wezenlijk bij aan het aanschouwelijk maken van dit verhaal. Leuk bijvoorbeeld is de terugkerende deinende weergave van de spreekkoorteksten die zo de zwermende krill doeltreffend verbeeldt. Van Haeringen brengt met haar karakteristieke, zwierige tekenstijl de wondere onderwaterwereld vervolgens nog verder tot leven: het krill, de haringen, de pijlinktvissen: ze dansen, draaien en zweven vrolijk in het rond, zwaaiend met dat witte vlaggetje.

Spraakverwarring

Om de nieuwsgierigheid te prikkelen heeft het duo vernuftig een woordraadsel in het boek verstopt dat de kern van het verhaal raakt. Ieder hoofdstuk begint met een paginagrote stijlvolle afbeelding van steeds een letter van dat mysterieuze woord, alvorens het vervolgt met een treffen tussen de krilldiertjes en een van hun vermeende vijanden. Onder het rake motto „wie niet vraagt, die niet wint”, hoopt het krill een antwoord van ze te krijgen op hun levensvraag. Dat levert heerlijke humoristische scènes op. Zo willen de haringen alleen praten als Krilljoen zijn vredesvlaggetje onmiddellijk wegdoet: boven water doorboren mensen ze al vaak genoeg met vlaggetjes. Grappig is ook Dumon Taks spel met eigentijdse taalgewoonten. Opgewekt drijft ze de spot met Engelstalig jargon en „afko’s”, met als toppunt de spraakverwarring die ontstaat wanneer de „pi’s” (pijlinktvissen) onder luid ‘pies’-geroep zich aansluiten bij de almaar uitdijende opstand der dieren, over wier gedragseigenschappen je ondertussen heel wat leert.

Illustratie uit het boek ‘Wij komen in vrede’ van Annemarie van Haeringen.

Maar hun boodschap liegt er niet om. Dat de ene soort de andere opeet om te overleven en dit niet komt door discriminatie, begrijpt het krill uiteindelijk wel. „We eten jullie met respéct”, verklaren de zeehonden. „Het is hoe de wereld in elkaar steekt.” Totaal onacceptabel echter vinden ze het gedrag van de mens die meer neemt dan hij nodig heeft en het natuurlijk evenwicht verstoort. Even vermoed je een onaangename afloop wanneer het dierenspreekkoor „Dood aan de mens!” scandeert. Maar Krilljoens witte vlag wappert niet voor niets. En Dumon Tak weet dat je kinderen hoop moet geven: hoop is de motor van de verbeelding en die is hard nodig om de wereld te veranderen. Lezen dus, dit fantastische boek, en trek ten strijde – maar wel „in pies”.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Kinderboekrecensies

Lees meer

Lees meer

Kinderboekrecensies

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next