nieuwsbriefNRC Voorkennis
NRC Voorkennis Welke landen zijn de economische winnaars en verliezers van de Iran-oorlog? Deze week presenteert het Internationaal Monetair Fonds nieuwe – hele onzekere – economische ramingen voor de wereldeconomie.
In Antwerpen trok laatst een nogal uit de kluiten gewassen monument mijn aandacht. Het bleek het ‘Schelde Vrij’-monument te zijn, in 1883 opgericht om te vieren dat de Belgische regering twintig jaar eerder de laatste tol die aan Nederland was verschuldigd, had afgekocht. Voortaan was de Schelde vrij en kon Antwerpen aan een nieuwe bloeiperiode beginnen.
Dit is een ingekorte versie van de NRC Voorkennis-nieuwsbrief. Twee keer per week schrijft de economieredactie van NRC daarin over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Voorkennis
Met de tol die Iran nu eist op doorvaart in de Straat van Hormuz, zei een collega laatst op de redactie, gaan we dan eigenlijk niet terug naar de situatie die eeuwenlang in Antwerpen had gegolden? Oftewel: inperking van allerlei belangrijke handelsvaarroutes met tolhuizen? Een andere collega zei: de vrije zeevaart, zoals al bepleit door Hugo de Groot in de zeventiende eeuw, staat op het spel.
Het is waar: met allerlei heffingen (niet alleen tolheffingen, maar ook invoerheffingen) wordt de wereldhandel gaandeweg minder vrij, brute macht verdringt de handelsregels. Dat is iets waar allerlei actoren in de wereldeconomie rekening mee hebben te houden. Reders natuurlijk, en bedrijven, en consumenten die uiteindelijk in de supermarkt de prijs van alle handelsbarrières betalen. Maar ook instituten die zich bezighouden met de wereldeconomie, zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF), moeten zich verhouden tot dit post-vrijhandelstijdperk. Deze week presenteert het IMF tijdens zijn jaarlijkse voorjaarsvergadering in Washington zijn altijd veelbesproken prognoses voor de wereldeconomie, plus aanbevelingen aan regeringen.
In 2023 begon het IMF te spreken van „geo-economische fragmentatie”: de afbrokkeling van de wereldeconomie in rivaliserende blokken van landen. Die term begint al te voelen als een eufemisme. Economische oorlogsvoering (blokkades, sancties, invoerheffingen, exportverboden) bepaalt anno 2026 het beeld, samen met échte, verwoestende oorlogsvoering op meerdere plekken in de wereld. Hoe zal dit doorwerken in de analyses van het IMF?
Héél ruwweg is het economische effect van de Iran-oorlog als volgt: minder economische groei, plus meer inflatie. De olie-en gasprijzen zijn omhoog geschoten en dit maakt ook andere producten duurder (inflatie dus); dit tast de koopkracht van consumenten aan, en daarmee de economische groei. Daarnaast is de onzekerheid rond de Iran-oorlog (en vergeet ook de andere oorlogen en de handelsoorlogen niet) enorm – wat het vertrouwen van consumenten en bedrijven verder schaadt. „Wat we weten, is dat de groei zal vertragen – ook als de nieuwe vrede houdbaar is”, zei IMF-voorzitter Kristalina Georgieva vorige week in een speech in de aanloop naar de vergadering, Maar niet overal op de wereld zullen de IMF-ramingen waarschijnlijk even somber uitvallen. Hier gaan we vooral op letten.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Vorige week gaf het IMF al hoofdstukken vrij uit de World Economic Outlook, waarin in algemene zin de economische kosten van oorlogen in kaart worden gebracht. Daaruit bleek: gemiddeld genomen daalt het bbp direct na het uitbreken van een gewapend conflict met zo’n 3 procent, en daalt dan verder, tot een verlies van 7 procent binnen vijf jaar. Oorlogen zijn economisch schadelijker dan natuurrampen of financiële crises.
Je zou met al deze ellendige onzekerheden bijna vergeten dat er ook nog andere kwesties spelen in de wereldeconomie, en specifiek in het mondiale financiële systeem. Bij de vorige IMF-vergadering, in oktober vorig jaar, deed het Fonds een waarschuwing: de gigantische investeringen die nu plaatsvinden in kunstmatige intelligentie – vooral in de VS – kunnen wel eens minder gaan renderen dan verwacht. Veel van die investeringen worden gefinancierd met schulden. IMF-hoofdeconoom Pierre-Olivier Gourinchas maakte de vergelijking met de dotcom-boom van eind jaren negentig. Op deze zeepbel, gedreven door de belofte van het internet, volgde in 2000 een crash op de aandelenmarkten. Hoe ziet het Fonds deze situatie een half jaar later?
De stressfactor op de markten is de laatste maanden vooral: private credit. Allerlei investeringsfirma’s, waarin geld van beleggers zit, verstrekken leningen. Het zijn eigenlijk banken – maar dan zonder het strenge toezicht, schreef collega Eva Smal laatst. Vooral de laatste paar weken is nervositeit zichtbaar op de markten. Beleggers kloppen aan bij private credit fondsen als Blue Owl om hun geld terug te krijgen. Een deel van het private credit-krediet zit in de AI-sector.
Een klassiek IMF-punt is: overheden, let op uw portemonnee. Die boodschap zal deze week ook zeker weer door de IMF-gangen galmen. Staatsschulden zijn „over het algemeen veel hoger” dan twintig jaar geleden, zei Georgieva vorige week. De meeste regeringen hebben amper ruimte om consumenten en bedrijven te compenseren voor de gevolgen van de Iran-oorlog, hoewel dat vaak wel hun politieke reflex is.
Vraag aan lezers: worden jullie al nerveus van al die financiële risico’s die zich opstapelen, terwijl de inflatie oploopt? Passen jullie je beleggingen of spaarrekeningen erop aan? Mail me op mark.beunderman@nrc.nl.