De Spaanse premier Pedro Sánchez is in Beijing voor zijn vierde bezoek in vier jaar tijd. Dat zijn regering het steeds beter kan vinden met China, leidt tot woede in het Witte Huis en groeiende bezorgdheid in Brussel.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Voor Pedro Sánchez is het inmiddels een vast uitstapje. Zaterdag arriveerde de Spaanse premier in Beijing, voor alweer zijn vierde bezoek in vier jaar aan China. Ook zijn vrouw Begona Gómez is deze keer mee. Beiden schuiven dinsdag aan bij een banket met de Chinese president Xi Jinping, ter viering van de steeds hechtere vriendschap tussen de landen.
Inderdaad: geen andere leider van een groot EU-land spande zich de laatste jaren zo in om de betrekkingen met Beijing te verbeteren. En niet alleen hij: ook de Spaanse koning Felipe VI werd in november vorig jaar getrakteerd op een staatsbanket. Bij die gelegenheid noemde Xi de relatie tussen de twee landen ‘een model voor vriendelijke coëxistentie’.
Het nieuwste bezoek van Sánchez vindt plaats op een delicaat moment. Door Trumps oorlog in Iran staat de trans-Atlantische as nog meer onder druk dan daarvoor. Tegelijkertijd is de EU zich steeds bewuster van de gevaren van een te grote economische en technologische afhankelijkheid van China, die andere grootmacht.
Officieel wijkt Sánchez niet af van de lijn van de Europese Commissie. Die heeft China bestempeld als ‘partner, concurrent en systemische rivaal’. De Spaanse premier kiest er evenwel voor om alleen het partnerschap te benadrukken.
Natuurlijk zijn er ‘meningsverschillen’, zei Sánchez tijdens zijn bezoek in 2024. ‘Maar wat we gemeen hebben, is belangrijker.’ Zijn land was vastberaden om ‘bruggen te bouwen’, niet om ze op te blazen.
De Spaanse interesse voor China is relatief nieuw. Buiten Europa richtte Madrid zich lang vooral op de handel met Latijns-Amerika. Met China was de relatie vriendelijk, maar nooit een prioriteit.
Dat is veranderd met de snelle technologische opmars van het Aziatische land. Vooral de Chinese doorbraken op het gebied van duurzame energie en autobatterijen zijn interessant voor Spanje. Dat hoopt zelf een knooppunt van groene energie te worden én beschikt over een forse auto-industrie die moet worden gemoderniseerd.
De totale Chinese investeringen in Spanje zijn vooralsnog beperkt, maar één project springt in het oog. Eind vorig jaar startte de Chinese batterijfabrikant CATL met de bouw van een megafabriek voor accu’s in een Noord-Spaans dorp. Met het project, een samenwerking met de Europese autofabrikant Stellantis, is in totaal 4,1 miljard euro gemoeid.
Andersom is China minder geïnteresseerd in wat de Spanjaarden economisch te bieden hebben. Wat Beijing begeert, is ‘geopolitieke invloed’ op de besluitvorming in de EU, zegt Laia Comerma. Aan de Vrije Universiteit Brussel onderzoekt de Spaanse Comerma de relatie tussen China en de EU, met speciale aandacht voor de mediterrane landen.
Een voorbeeld uit 2024 toont hoe die invloed eruitziet. In dat jaar besloot de Europese Commissie tot invoerheffingen op elektrische auto’s uit China, die met staatssteun worden geproduceerd. Daarmee was volgens de Commissie sprake van oneerlijke concurrentie.
Dat besluit moest nog wel worden goedgekeurd door de lidstaten. In eerste instantie sprak Spanje zijn steun uit voor de invoerheffingen. Na een bezoek aan Xi, en uit vrees dat China zou terugslaan met heffingen op Europees varkensvlees, een belangrijk exportproduct voor Spanje, kwam Sánchez terug op de steun. Hij onthield zich van stemming. Ook riep hij andere landen publiekelijk op hun stem te heroverwegen.
De uitkomst veranderde daarmee niet: er was nog steeds een meerderheid voor de heffingen. Toch laat het zien hoe China via bevriende lidstaten meepraat in de boezem van Brussel. Twee maanden na de stemming sloten CATL en Stellantis officieel hun akkoord voor de Spaanse accufabriek.
De Spaans-Chinese flirt is zeer tegen de wil van de Amerikaanse president Donald Trump, toch al geen fan van Sánchez. Trumps minister van Financiën, Scott Bessent, zei vorig jaar dat Spanje ‘zijn eigen keel zou doorsnijden’ als het de handel met China zou opvoeren.
Toch is het juist dankzij Trump dat Sánchez zonder al te scherpe binnenlandse en Europese kritiek zaken kan doen met Xi, stelt onderzoeker Comerma. Waar China lang werd gezien als de grootste bedreiging voor de vrije wereldhandel, is die rol nu overgenomen door de Verenigde Staten.
‘Sánchez wil aan zijn relatie met China werken én zich opwerpen als een leider die de liberale wereldorde verdedigt. Door Trump lijken die doelen nu niet met elkaar in tegenspraak. Want ook China zegt het multilateralisme te willen beschermen.’
Opvallend is dat Sánchez zich daarbij weinig zorgen lijkt te maken over mogelijke Chinese toegang tot gevoelige data. Zo gunde zijn regering vorig jaar een contract aan telecomgigant Huawei voor de opslag van telefoongesprekken die door politie- en veiligheidsdiensten worden afgeluisterd.
In de VS gingen daarna stemmen op om geen inlichtingen meer uit te wisselen met Spanje. Ook de Europese Commissie uitte haar zorgen en waarschuwde dat samenwerken met Huawei ‘een groter materieel risico’ met zich meebrengt dan de samenwerking met andere telecomproviders. Zelf zag Spanje geen enkel probleem in het contract.
‘Zeker in regeringskringen en onder ambtenaren bestaat er een heel, héél groot gebrek aan kennis over China’, zegt Comerma daarover. Ook in de pers is er weinig aandacht voor de risico’s die samenwerken met Chinese partijen met zich meebrengt. Eventuele druk op de regering om niet langer met Huawei en andere bedrijven in zee te gaan, zal volgens haar dan ook ‘vanuit Europa’ moeten komen.
Source: Volkskrant