Asielwetten Een kritische Eerste Kamer behandelt de asielwetten van het kabinet. Er is veel op de senaat aan te merken, maar het instituut is hard nodig.
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Doet de Eerste Kamer er nog toe? Die vraag wordt regelmatig gesteld in Den Haag. En de afgelopen paar jaar was daar meer dan genoeg reden toe. Tijdens het kabinet-Schoof had de senaat vrijwel niets te doen, omdat het kabinet nauwelijks met wetgeving kwam. De dinsdagse vergaderingen voelden vaak als bezigheidstherapie voor verveelde politici. Daarbij viel de Eerste Kamer ten prooi aan interne chaos: de ene na de andere senator splitst zich af, begint voor zichzelf of sluit zich aan bij een andere fractie.
Inmiddels bestaat de senaat uit twintig fracties, waarvan zeven uit één zetel bestaan. Het is het recht van iedere volksvertegenwoordiger om dat te doen, maar met democratie heeft dit gedrag niets te maken. Het is op langere termijn schadelijk voor het instituut dat senatoren, verkozen door de leden van de Provinciale Staten, doen alsof ze een mandaat van de kiezer hebben. Sommigen wekken de indruk er vooral voor zichzelf te zitten en maken een onprofessionele indruk. Met name BBB is een kweekvijver voor politieke avonturiers geworden: van de zestien zetels zijn er nog maar elf over. Dat zegt iets over de werving, begeleiding en misschien ook de kwaliteit van senatoren.
Toch is de Eerste Kamer een instituut om te koesteren. De 75 senatoren hebben de Grondwettelijke taak wetsvoorstellen te toetsen en de hoofdlijnen van kabinetsbeleid te controleren. Ze doen dat in een wat bedaagde, om niet te zeggen belegen omgeving. Psychologisch ver weg van de Haagse ophefmachine, in een rustiger tempo en los van partij- of coalitiebelangen, kunnen de senatoren doen wat de Tweede Kamer vaak nalaat. Juist de scheiding van beide kamers maakt grondige controle op wetgeving mogelijk.
Deze weken laat de Eerste Kamer zien allerminst tandeloos te zijn. De oppositie veegde vorige week, tijdens het debat over de regeringsverklaring, een kabinetsplan om de AOW-leeftijd te verhogen van tafel. In de Tweede Kamer was dat eerder niet gelukt. En deze week moet minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie, CDA) twee asielwetten van zijn voorganger Marjolein Faber (PVV) verdedigen. Hij weet dat steun allerminst zeker is, en hij zal veel moeite moeten doen om de asielwetten goedgekeurd te krijgen. Ook binnen de drie coalitiefracties, D66, VVD en CDA, heerst onvrede. Dat gaat met name over de voorgenomen strafbaarstelling van illegaliteit. Coalitiepartij D66 heeft al aangekondigd tegen te stemmen.
Die houding wijst erop dat in de Eerste Kamer de kracht van het argument zwaarder weegt dan coalitiedwang, en dat is toe te juichen. Politieke autonomie is een zeldzaamheid in Den Haag. Dezelfde houding zal te zien zijn bij de behandeling van begrotingen die de komende tijd ook door de senaat moeten. Zo dreigt de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking te sneuvelen. De Eerste Kamer gebruikt de eigen macht zelden; vorig jaar blokkeerde de senaat maar één wetsvoorstel (een verbod op motorbendes). Maar áls de senaat een keer brult, dan kan er veel gebeuren. Zolang de Tweede Kamer deze relatieve autonomie niet kent, is de Eerste Kamer hard nodig in het Nederlandse staatsbestel.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag