Hij werd al eens tweede, derde en vierde. Maar dit jaar was er niemand, ook niet wereldkampioen Tadej Pogacar, die Wout van Aert, ondanks twee lekke banden, kon verslaan. Na een sprint op de wielerbaan in Roubaix nam Pogacar genoegen met plek twee: ‘Wout heeft het verdiend.’
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.
Als Wout van Aert en Tadej Pogacar met z’n tweeën de wielerbaan in Roubaix opdraaien, gaat het publiek los. Ze schreeuwen, klappen, gillen, beseffen dat ze iets heel bijzonders te zien gaan krijgen. Na ruim 250 kilometer spektakel, waarin alle hoofdrolspelers meerdere keren pech kenden en wonderbaarlijk terug wisten te keren, wordt het óf de wereldkampioen die zijn vijfde monument zal pakken, óf de Belg die na al die jaren ongeluk nu toch eindelijk de ‘Hel van het Noorden’ gaat winnen.
Terwijl het geluid van de motoren, de helikopters en het applaus van de toeschouwers samensmelten, is het Van Aert die als eerste de sprint aangaat. Pogacar probeert te volgen, maar tegen zoveel kracht kan ook hij vandaag niet op. Van Aert steekt zijn vinger in de lucht, wijst naar de hemel en wint voor het eerst in zijn carrière Parijs-Roubaix. Jasper Stuyven zal dertien seconden later als derde finishen, net voor Mathieu van der Poel, die na twee lekke banden vierde wordt.
‘Hij heeft het verdiend’, vertelt Pogacar een klein uur na de finish tegen tientallen journalisten in de aanpalende wielerbaan. Hij is moe, zijn benen zijn op, het zand en stof zitten nog op zijn wangen en lippen, maar hij wil de tijd nemen om vragen te beantwoorden. Hij vertelt hoe knap hij het vindt van Van Aert, dat de 31-jarige Belg nooit opgeeft en altijd terug weet te komen, ondanks alle pech.
‘Vandaag kon ik hem niet lossen. Elke keer als ik het probeerde, zat hij in mijn wiel’, aldus de wereldkampioen. ‘Iedereen, ook Wout, had pech vandaag. Maar dat is hoe deze race gaat.’ Tuurlijk, hij had graag deze wedstrijd willen winnen, het laatste ontbrekende wielermonument aan zijn toch al wonderbaarlijke palmares willen toevoegen, maar vandaag was er iemand beter.
Minuten na de finish, terwijl er om de haverklap groepjes renners de wielerbaan op komen, vertelt een glunderende Richard Plugge, ploegbaas van Visma-Lease a Bike, op het middenterrein hetzelfde. Hoe erg Van Aert dit verdiend heeft, na alles wat hij heeft meegemaakt. Hoe hij ondanks alle pech, ook deze editie met meerdere lekke banden, het nu wel voor elkaar heeft gekregen. Hoe ze morgen in Vlaanderen allemaal een vrije dag zullen hebben.
Zaterdag hadden ze nog samen gefietst. Van Aert had een sprintje gedaan en gevoeld dat het goed zat. ‘Als ik morgen zo sprint, dan win ik hem’, had hij gezegd. Tegen wie, dat maakte niet eens uit. Zondagmiddag kon Van Aert ook de beste wielrenner van het moment in de sprint verslaan.
Als ze na drie uur koers het Bos van Wallers inrijden, zit Van Aert perfect. Hij draait als eerste de kasseistrook op, voor Van der Poel, en weet dat Pogacar net een flinke inspanning heeft moeten leveren om na een lekke band terug te keren. De Sloveen zakte met nog 120 kilometer te gaan ineens naar achter. Lek. En omdat de ploegwagen niet in de buurt is, moet de wereldkampioen het eerst doen op een blauwe leenfiets van de organisatie.
Hij wisselt terug, moet een minuut dichtrijden, maar komt nadat zijn ploegmaats zich stuk hebben gereden, net voor het bos van Wallers terug bij de kop van de wedstrijd. Dan zien Van Aert en Pogacar hoe Van der Poel voor het eerst in de problemen raakt. De Nederlander wist voor de start al dat hij meer dan kneitergoede benen nodig had om hier te kunnen winnen. Niet te veel pech hebben, dat was net zo belangrijk.
Maar op de belangrijkste strook van de dag rijdt Van der Poel niet één, maar twee keer lek. Tussendoor probeert hij tevergeefs van fiets te wisselen, verwisselt zelfs zijn teamgenoot Tibor del Grosso zijn voorwiel, maar pas aan het einde van het bos van Wallers lukt het Van der Poel om weer goed te fietsen. Het gat is dan al meer dan twee minuten. Het lijkt gedaan, maar opgeven is geen optie. Terwijl de kilometers en kasseien voortgaan, wordt de afstand naar de kopgroep alsmaar kleiner. Zeker als Pogacar en Van Aert allebei opnieuw lek rijden.
Er zijn nog 54 kilometer te gaan als Van der Poel het kleine kopgroepje met Pogacar en Van Aert kan zien. Het perfecte moment om de aanval te plaatsen, besluit Van Aert. Het is alleen Pogacar die hem kan volgen, en ze blijven met z’n tweeën over. Tegen de 60 kilometer per uur knallen ze over de kasseien. Pogacar probeert Van Aert te lossen, maar krijgt de Belg niet uit zijn wiel. Maar in Vlaanderen durft niemand te hopen op een wonder.
Maar als langzaam de wielerbaan in zicht komt, en ook het gat met de achtervolgende groep met Van der Poel niet verder afneemt, begint ook in Roubaix langzaam het geloof te komen. Misschien lukt het vandaag toch echt.
Een paar kilometer later vloeien de tranen over zijn wangen. Van Aert springt in de armen van Plugge. Dan volgen knuffels met zijn vrouw, kinderen, een oerschreeuw van zijn vader. Van Aert kan niet meer stoppen met huilen. Alles komt eruit. Hij werd eerder al tweede (2022), derde (2023) en vierde (2025), maar winnen nee, dat lukte maar niet. Tot vandaag.
Als Van Aert bij de persconferentie verschijnt, hebben de tranen plaats gemaakt voor een lach. Hij is blij, trots en ook zeker opgelucht. ‘Het was een droom van Richard Plugge om deze race te winnen’, vertelt hij. ‘Ik was altijd degene die het moest doen, dus ik ben heel blij dat ik het heb kunnen afmaken.’
En dan was er nog iemand, waar hij vandaag veel aan moest denken. Op het moment dat Van Aert de finish passeerde, ging zijn vinger de lucht in. Naar de hemel. Voor Michael Goolaerts, vertelt hij na afloop. Zijn toenmalige ploegmaat kreeg tijdens Parijs-Roubaix in 2018, het eerste jaar dat Van Aert aan de start stond, een hartstilstand.
‘Het is sindsdien mijn doel geweest om hier te winnen, en dit voor hem te kunnen doen’, vertelt Van Aert. ‘Ik wil graag geloven dat hij me wat extra kracht heeft gegeven vandaag.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant