Europa verandert in een ‘gerontonomie’: een economie ten dienste van ouderen. Stugge pensioenstelsels kannibaliseren de investeringen in haar toekomst. In Nederland zijn de pensioenen nog wel betaalbaar, maar ook hier stapelen de negatieve gevolgen zich op.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de financiële sector.
Frankrijk vierde in 2025 een aantal dubieuze mijlpalen. Allemaal hadden ze te maken met een van de revolutionairste, succesvolste, maar ook politiek gevoeligste uitvindingen ooit: pensioenen.
Voor het eerst sinds 1945 stierven er meer Fransen dan er werden geboren, wat vroeger alleen gebeurde tijdens oorlogen, hongersnoden of epidemieën. Franse 65-plussers bleken bovendien gemiddeld hogere inkomsten te hebben dan hun werkende landgenoten, als vermoedelijk eerste gepensioneerden in de wereldgeschiedenis, becijferde de Financial Times. En dan was er nog de 50ste verjaardag van het begrotingstekort: al sinds 1975 geeft de Franse staat jaarlijks meer geld uit dan er binnenkomt, een gouden jubileum.
Net als alle Europeanen veranderen de Fransen stilaan in een volk van grijsaards. Ze tellen inmiddels meer bejaarden dan kinderen. Dankzij hun hoge levensverwachting en lage pensioenleeftijd genieten de Fransen bovendien extreem lang van hun oude dag: Françaises gemiddeld vier jaar langer dan Nederlandse vrouwen.
Het resulteert in een van ’s werelds duurste verzorgingsstaten. De Fransen spenderen 14 procent van hun bbp aan pensioenen, ruim het dubbele van Nederland. Niet gek dus dat Frankrijk enorme begrotingstekorten heeft, ver boven de EU-grens van 3 procent, en een dito staatsschuld, van 118 procent van het bbp.
Maar net als in zoveel Europese landen zijn de Franse pensioenen bijna even onhervormbaar als de tien geboden. President Emmanuel Macron zette in 2023 het parlement buitenspel om een geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd te forceren van 62 naar 64 jaar. De maatregel bracht miljoenen demonstranten op de been en ontketende een vuilnisstaking die Parijs omtoverde tot een lopend buffet voor ratten.
Premier François Bayrou kwam vorig jaar mede ten val doordat hij weigerde Macrons hervorming terug te draaien. Zijn opvolger Sébastien Lecornu overleefde slechts door de verhoging van de pensioenleeftijd op de lange baan te schuiven.
‘Collectieve zelfmoord’, noemt econoom Maxime Sbaihi (1986) het. Hij publiceerde onlangs een boek over de vergrijzing: Les balançoires vides (‘De lege schommels’).
‘Frankrijk is een paradijs voor zijn 17 miljoen gepensioneerden, maar de werkenden betalen het gelag’, zegt Sbaihi telefonisch. ‘Wij Fransen proberen een kolossaal begrotingstekort te verkleinen door wél te bezuinigen op onderwijs, onderzoek en andere investeringen in de toekomst, maar niet op de grootste uitgaven: pensioenen en zorg. Een morele fout, waarvoor we komende decennia zwaar zullen boeten.’
Frankrijk staat niet op zich. De pensioenen vreten langzaam maar zeker Europa’s economie op. Bijna overal op het continent kannibaliseren stijgende pensioenkosten het benodigde geld voor de toekomst, zoals overheidsinvesteringen in R&D, infrastructuur en defensie.
Een zorgeloze oude dag vormt het hart van elk sociaal contract. Maar voor werkenden is het steeds meer een wurgcontract.
Een ‘gerontonomie’, noemt Oxford-econoom Tim Vlandas het: een economie in dienst van ouderen. De groeiende kiezersmacht van gepensioneerden, die trouwer stemmen dan werkenden, leidt tot democratisch verkozen stagnatie, ziet Vlandas, doordat de belangen van ouderen uit politieke angst prevaleren boven langetermijninvesteringen. Tekenend waren bijvoorbeeld de woorden van de Duitse bondskanselier Friedrich Merz toen CDU-jongeren onlangs pleitten voor pensioenhervormingen: ‘Daarmee, liebe Freundinnen und Freunde, winnen we geen verkiezingen.’
Was de eurocrisis nog een kwestie van noord versus zuid, het pensioenprobleem raakt vrijwel alle regeringen – van Rome tot Berlijn, van Warschau tot Madrid. Ook Nederland, dat wel een solide pensioensysteem heeft en relatief weinig vergrijst, zal de gevolgen voelen, waarschuwt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: hogere inflatie, kwakkelende handelspartners en spanningen met andere landen.
Met een doorsneeleeftijd van 43 jaar heeft Europa de oudste bevolking van alle werelddelen. Van de Italianen – mediane leeftijd: 49 jaar – heeft bijna de helft al Sara of Abraham gezien; alleen Japanners zijn bedaagder.
Het Avondland verandert in een levensavondland, waar het gereutel van stervenden vaker klinkt dan het gehuil van pasgeborenen. In vrijwel heel Europa ligt het sterftecijfer hoger dan het geboortecijfer; in Nederland sinds 2022, Italië sinds 1993, Duitsland sinds 1972. Onze bevolkingspiramiden zijn allang niet piramidaal meer, met een brede basis van kinderen en een smalle top van ouderen, maar lijken eerder een grafsteen of urn.
Natuurlijk is vergrijzing een succesverhaal. Nooit eerder boekten mensen zo veel terreinwinst op Magere Hein als de voorbije eeuw. Blies de gemiddelde Nederlander rond 1900 maar 49 kaarsjes uit op zijn laatste verjaardag, tegenwoordig halen vrouwen de 83 en mannen de 80. Ouderen blijven bovendien steeds langer kwiek. Nederlanders van 65 kregen er sinds 2000 bijna drie gezonde levensjaren bij. De huidige 70-jarige is even sterk als een 56-jarige uit 2000, becijferde het IMF, en cognitief even bij de pinken als een 53-jarige destijds.
Maar 70 mag dan het nieuwe 50 zijn, de meeste 70-jarige Europeanen genieten allang van hun pensioen. In 2024 was de gemiddelde leeftijd waarop Nederlanders de arbeidsmarkt vaarwel zeiden 64,7 jaar voor vrouwen en 65 jaar voor mannen, zo’n twee jaar eerder dan de officiële pensioenleeftijd. Spaanse mannen stoppen al kort na hun 62ste, Belgische vrouwen ruim voor hun 61ste.
Amerikaanse, Nieuw-Zeelandse en Japanse mannen zwaaien gemiddeld pas rond hun 67ste af, Chilenen als ze 69 zijn. Onder 70- tot 75-jarige vrouwen werkt ruim een derde van de Koreanen, een kwart van de Japanners en een zesde van de Amerikanen nog. In Nederland gaat het om één op de 18 vrouwen, in Frankrijk één op de 40 en in Spanje niet eens één op de 100.
De verklaring is simpel: Europeanen hebben relatief riante pensioenen. Daardoor hoeft lang doorwerken niet zo nodig. In Nederland houden Jan en Miep Modaal na hun pensionering netto 96 cent per euro over van hun oude salaris, in Spanje 86 cent en in Frankrijk 70 cent – veelal meer dan buiten Europa, tonen Oeso-cijfers. Stond ouderdom ooit synoniem voor armoede, tegenwoordig is het armoedecijfer onder Europese 65-plussers bijna overal lager dan onder jongere leeftijdsgroepen.
Riante pensioenen zijn geen probleem zolang landen even riante pensioenpotten vergaren. Dit doen werknemers bijvoorbeeld, zoals in Nederland, door premies te betalen aan pensioenfondsen. Nederlanders spaarden daarmee een vermogen ter grootte van 150 procent van het bbp, anderhalf keer onze economie.
De meeste Europese pensioenpotten zijn echter schrikbarend leeg. Het Franse pensioenvermogen bedraagt slechts 13 procent van het bbp, het Duitse 6,4 procent. In absolute zin bezitten Nederlanders zes keer zoveel pensioenvermogen als Duitsers, terwijl Duitsland vijf keer zoveel 65-plussers telt.
Door de lege pensioenpotten zijn de meeste Europese ouderen afhankelijk van wat we in Nederland AOW noemen. In zulke ‘omslagstelsels’ betalen werkenden van nu via belastingen, heffingen en premies de pensioenen van de werkenden van vroeger.
‘Onbewust denken veel mensen dat pensioenen als manna uit de hemel vallen’, vertelt econoom Marek Góra (1956), bedenker van het huidige Poolse pensioenstelsel, per videoverbinding. ‘In werkelijkheid zijn het veelal jongeren die voor ouderen betalen.’
Jongeren zijn echter steeds schaarser. Rond 2050 heeft Duitsland naar verwachting minder dan twee werkenden per 65-plusser, en Italië en Spanje zelfs maar drie werkenden per twee bejaarden. Door de stijgende levensverwachting ontvangen Duitse ouderen bovendien steeds langer pensioen, constateert econoom Jens Boysen-Hogrefe (1979) van het Kiel Instituut per telefoon. ‘In 2003 was dat in doorsnee 16,8 jaar, in 2024 al 20,5 jaar.’
Veel alternatieven voor pensioenhervormingen zijn er niet. Immigratie – cru gezegd: premiebetalers importeren – verlicht de pensioenlast, maar is geen panacee. Ook immigranten gaan ooit met pensioen. Bovendien kan concurrentie om immigranten spanningen creëren tussen landen, bijvoorbeeld wanneer schaarse Italiaanse jongeren massaal naar Nederland zouden gaan, en zo de Italiaanse verzorgingsstaat verzwakken.
Meer kinderen krijgen dan maar? Van de Hongaarse premier Viktor Orbán hoeven vrouwen met minstens drie kinderen geen inkomstenbelasting te betalen. De Duitse AfD belooft 20 duizend euro Willkommensprämie per spruit.
Los van de vraag of het niet totalitair is wanneer staten zich met zoiets intiems als voortplanting bemoeien, is het resultaat van hun bedilzucht gering, toont de onderzoeksliteratuur. En zelfs als de ooievaar het de komende jaren premiebetalertjes laat regenen boven Europa, zijn de pensioenen niet gered, legt Elsa Fornero (1948), Italiaans minister van Arbeid van 2011 tot 2013, per telefoon uit. ‘Het duurt immers zeker 25 jaar voor de financiële voordelen van een geboortegolf zichtbaar worden.’
‘We moeten bidden om robots’, zegt de Spaanse pensioenexpert Javier Díaz-Giménez (1960), hoogleraar economie aan de IESE Business School, telefonisch. ‘Met het geld dat robots in het laatje brengen, kunnen we de verzorgingsstaat betalen. En robots hoeven geen pensioen.’
Willen regeringen de pensioenen op peil houden, dan hebben ze weinig aanlokkelijke keuzes. Ze kunnen bedrijven en werkenden extra winst en salaris laten afdragen aan ouderen. Die afdracht is nu vaak echter al erg hoog, wat nadelig is voor de arbeidskosten en concurrentiepositie van Europese bedrijven.
Ze kunnen ook bezuinigen op andere zaken, zoals de energietransitie, woningbouw of spoorwegen. De recente treinramp in Adamuz en de Iberische stroomstoring staan volgens Spaanse economen niet los van het feit dat in Spanje van elke 3 euro aan overheidsuitgaven nu al 1 euro wordt opgeslokt door pensioenen. Hierdoor rest er al jaren weinig geld voor infrastructureel onderhoud.
De komende jaren zal de pensioenvraat alleen maar verergeren. Zelfs als landen hun pensioenen weten te versoberen, knaagt de oude dag steeds meer van de economie af. Nu al gaat van elke 100 euro die de Belgen jaarlijks verdienen 13 euro naar pensioenen. Over twee decennia zullen dat er 15 zijn, verwacht de Europese Commissie. Spanje gaat van 14 naar 17 euro.
Het lijken misschien kleine stijgingen, tot je ze afzet tegen wat EU-staten de laatste jaren gemiddeld uitgaven aan bijvoorbeeld defensie (1,30 euro per 100 verdiende euro’s), politie (90 cent), hoger onderwijs (80 cent) of woningbouw (70 cent). En als pensioenhervormingen uitblijven, vallen de stijgingen hoger uit.
‘Trump heeft gewoon gelijk dat de Amerikanen betalen voor de Europese verzorgingsstaat’, zegt Díaz-Giménez. ‘Want elke cent die Amerikanen kwijt zijn aan onze verdediging, houden de Europeanen over voor hun pensioenen. Hoe meer tanks of drones we zelf moeten kopen, hoe minder geld er is voor onze oude dag.’
Kiezers beseffen dat het zo niet verder kan, maar zijn tegen veranderingen. Zo toonde een recente YouGov-enquête dat de meeste Duitsers, Fransen, Italianen en Spanjaarden hun systeem onbetaalbaar vinden. Tegelijkertijd zijn ze merendeels tegen een hogere pensioenleeftijd of lagere oudedagvoorzieningen.
Politici zien pensioenhervormingen dan ook als electorale suïcide. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld durft noch Labour, noch de Conservatieve Partij te tornen aan de ‘triple lock’ die garandeert dat de Britse AOW elk jaar stijgt met de inflatie, de loonstijgingen óf met 2,5 procent – afhankelijk van wat het gunstigst is voor gepensioneerden. Dit mechanisme kost de staat drie keer zoveel als verwacht.
In Polen wonnen de conservatieven van Recht en Rechtvaardigheid (PiS) de verkiezingen van 2015 doordat ze beloofden de naar 67 verhoogde pensioenleeftijd terug te draaien. Dat het liberale Burgerplatform nu weer aan de macht is, was alleen mogelijk nadat partijleider Donald Tusk had gezworen de pensioenleeftijd ongemoeid te laten.
Het thema is zo explosief dat de grote ongelijkheid tussen mannen en vrouwen – de pensioenleeftijd van Poolse vrouwen is 60, van mannen 65 – louter te verkleinen is door mannen eerder met pensioen te sturen, in plaats van vrouwen later, zoals de vrouwelijke minister van Sociale Zaken onlangs vaststelde. ‘Absurd, maar electoraal gezien kan het niet anders’, zegt econoom Góra.
Toch zijn in Portugal en Griekenland de pensioenen wél hervormd. Waarom? ‘Omdat ze bankroet gingen, waarna de mannen in zwarte pakken van het IMF en de Europese Centrale Bank kwamen’, zegt Díaz-Giménez. ‘Zij hervormden de pensioenen door de democratie buiten werking te stellen.’
In Italië gebeurde iets soortgelijks, al is pensioeneconoom Elsa Fornero, de vrouw achter Italiës laatste grote pensioenhervorming, geen man in zwart. In november 2011, midden in de eurocrisis, vroeg de technocratische premier Mario Monti haar een nieuwe pensioenwet uit de grond te stampen. ‘Ik vroeg: hoelang heb ik?’, vertelt Fornero telefonisch. ‘‘Veertien dagen, maximaal’, antwoordde Monti. Het werden er twintig.’
Dankzij de ‘Riforma Fornero’ behoort de officiële Italiaanse pensioenleeftijd, die net als in Nederland is gekoppeld aan de levensverwachting, nu tot Europa’s hoogste: 67 jaar. Fornero: ‘Het was een onvermijdelijke, maar impopulaire ingreep, waar verkozen politici helaas niet de vingers aan durfden te branden.’
Fornero won er geen populariteitswedstrijden mee. Twee keer organiseerde de rechts-radicale Lega-leider Matteo Salvini pal voor haar ouderlijk huis een betoging tegen Fornero. Huidig premier Giorgia Meloni dankte haar verkiezingswinst in 2022 deels aan haar plan om Fornero’s wet te ontmantelen, een belofte die Meloni door de benarde toestand van de Italiaanse staatsfinanciën nog niet heeft kunnen inlossen.
‘De Duitse economie is kaputt, de Franse dood als een pier’, vat Díaz-Giménez Europa’s toestand samen. De twee grootste EU-economieën groeien nu al niet of nauwelijks, nummer drie Italië al evenmin, terwijl de vergrijzing nog op stoom moet komen. Ook voor Nederlanders is dat slecht nieuws, gezien onze afhankelijkheid van Europese consumenten: 72 procent van de Nederlandse export gaat naar andere Europese landen.
Ook de staatsschulden zijn een risico voor Nederland. Mede door de pensioenen zijn de staatsschulden in vijf landen – Spanje, België, Frankrijk, Italië en Griekenland – inmiddels groter dan de hele economie. Dit kan, zoals tijdens de eurocrisis, de hele eurozone schaden. Bovendien zetten hoge staatsschulden de ECB onder druk om de rente laag te houden, bijvoorbeeld door schulden van noodlijdende staten op te kopen. Dit wakkert echter de inflatie aan, ook in Nederland.
De geschiedenis heeft een wrang gevoel voor ironie. Staatspensioenen begonnen eind 19de eeuw als verkapte omkoping. De Duitse rijkskanselier Otto von Bismarck (1815-1898) introduceerde de eerste pensioenen om een socialistische revolutie te voorkomen. ‘Mijn idee was om de arbeiders voor me te winnen – of moet ik zeggen: om ze om te kopen’, zei hij.
Tegenwoordig riskeren politici juist een revolutie door aan de pensioenen te komen. ‘Eerlijk gezegd zit ik een beetje met mijn handen in het haar’, zegt econoom Boysen-Hogrefe van het Kiel Instituut. ‘Populistische partijen als AfD of Die Linke hebben geen serieuze oplossingen, louter loze beloften over hogere pensioenen en lagere pensioenleeftijden. Daarmee oogsten ze zo veel succes dat andere partijen geen impopulaire maatregelen aandurven.’
‘Politici lijken kiezers alleen nog naar de mond te praten met cynische illusies over pensioenrechten’, zegt Fornero. ‘Maar wie betaalt die rechten? Jongere, vaak armere mensen. Sommige rechten kunnen ontaarden in onrechtvaardige privileges.’
Hervormen zal pijn doen, voorspelt Marek Góra, de man achter het Poolse pensioenstelsel. ‘Ooit hadden milde, evolutionaire veranderingen nog gekund, nu is het te laat.’
‘Hoe langer we het pensioenprobleem ontkennen, des te lelijker en gewelddadiger de botsing met de werkelijkheid zal zijn’, waarschuwt econoom Sbaihi. ‘Het roer moet om, anders veranderen Frankrijk en Europa in één groot Huize Avondrood.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant