Home

Te vroeg gepiekt: het voorjaar valt steeds vroeger, en dat brengt soorten in problemen

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

Koolmezen leggen steeds vroeger eieren, de Japanse kers bloeit steeds eerder: oude natuurwetten moeten herschreven. Niet de sterkste, maar de flexibelste zal overleven.

En? Nog paaseieren gezocht vorig weekend? Goeie kans dat u een verrassing aantrof: de eerste koolmeeseieren. Al op 21 maart, twee weken voor Pasen, werd het eerste koolmeesei gevonden, in Oosterhout bij Nijmegen, in nestkast 138, een van de tweeduizend nestkasten die het NIOO (Nederlands Instituut voor Ecologie) sinds 1955 nauwgezet in de gaten houdt. Die datum is een record in zeventig jaar koolmeesonderzoek, zo maakte het NIOO bekend: nooit eerder werd zo vroeg in het voorjaar een koolmeesei gevonden. Vijftig jaar geleden was midden april gebruikelijk voor de eerste mezeneitjes.

Welkom in de nieuwe tijden: de traditie van het ‘kievitseieren rapen’, waarin het eerste kievitsei trots aan de burgemeester werd overhandigd, is goeddeels voorbij (en dat is maar goed ook, want de weidevogelstand is bedroevend gedaald). Daar is het eerste koolmeesei voor in de plaats gekomen, al wordt dat niet geraapt, maar enkel gezien door een onderzoeker die na het openen van de nestkast in haar gebied vijf eieren aantrof in een nestje van mos, dons en zacht haar.

Net als de koolmeeseieren werden die kievitseieren trouwens ook steeds vroeger gevonden. Dat meldde het toenmalige Milieu- en Natuurcompendium in 2009 al, dus niets nieuws onder de voorjaarszon. Al is ‘niets nieuws’ geen reden om het niet in de krant te zetten.

In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.

Want de vondst maakt volgens de onderzoekers duidelijk zichtbaar hoe de lente door klimaatverandering gemiddeld steeds vroeger begint en hoe mezen zich proberen aan te passen. Ze vertragen hun leg bij koude dagen, waarna het grote gokken losbarst: zullen er voldoende rupsen voor de kuikens zijn wanneer die uitkomen? Of hebben rupsen hun eigen agenda in deze nieuwe tijd?

Het was vast toeval – maar in de kern ook weer niet – wat het KNMI voor Pasen meldde: ook de Japanse kersenbloesem valt ieder jaar vroeger. Nu ruim tien dagen eerder dan sinds het begin van de waarnemingen, die maar liefst dateren uit het jaar 812. De Japanse kersenbloesem; de sakura – een tijd waarin de vergankelijkheid van schoonheid en het leven wordt gevierd, zoals de rubriek Beeldvormers al beschreef.

Wie afgelopen Pasen de vergankelijkheid wilde aanschouwen, moest in het Amsterdamse Bos wezen. Daar kun je je al jaren in het vroege voorjaar laten betoveren door de sprookjesachtige roze bloesem van vierhonderd kersenbomen, geschonken door de Japan Women’s Club. Helaas, hoe eigentijds: deze Pasen was het feestje in Amstelveen al voorbij. Temperatuur, wind en neerslag hadden met hun zwaard van Damocles de bloesem de nekslag al toegediend. Te vroeg gepiekt.

De lijst van fenologische verschuivingen is oneindig veel langer. ‘Door een steeds warmer voorjaar lopen hele voedselketens in het honderd’, schrijft het NIOO-KNAW op de eigen website. Idealiter zouden alle organismen onder dezelfde veranderende omstandigheden gelijk op meeveranderen. Helaas: niet overal tekent de opwarming zich in gelijke mate af en niet elk organisme reageert even soepel. De schakels tussen plant, planteneter en vleeseter sluiten niet meer overal op elkaar aan, aldus het NIOO. Nieuwe vragen doemen op. ‘Hoe breng je als koolmees je jongen groot, als je lievelingsrupsen verdwenen zijn?’

Oude natuurwetten kunnen herschreven. In de natuur geldt niet langer het recht van de sterkste, maar van de flexibelste. De soort met een ruggengraat die soepel genoeg is om met alle winden mee te buigen. Die winden zijn vast ook warmer dan ooit.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next