Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
We zaten naast elkaar op de bank, ieder een glas rode wijn, aan het begin van wat onze eerste ‘YouTube-avond’ was. Het idee was dat mijn vrouw en ik ieder een paar video’s zouden uitkiezen die we aan elkaar wilden laten zien. Een soort Zomergasten, alleen dan leuk.
Enigszins bezwaard legde ik uit dat ik midden in een hardnekkige Bruce Springsteen-fase zit. En eigenlijk ging het me niet zozeer om Springsteen, maar om Clarence Clemons, de saxofonist van Springsteens E Street Band. Dit zal misschien een aantal opzeggingen tot gevolg hebben, maar zonder Clarence ‘The Big Man’ Clemons had de muziek van Springsteen de middelmaat nooit ontstegen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zijn geluid transformeerde elke rocktrack in een feest, vol energie en levenslust en plezier. Je wilt dansen. Of in elk geval juichen met gestrekte armen en gebalde vuisten, zoals het publiek in Barcelona in 2002 massaal deed toen Clemons tijdens Prove It All Night zijn solo inzette.
Daarna was het de beurt aan mijn vrouw. Ze had een fragment meegenomen van Tina Turner en David Bowie, die samen Tonight zingen. ‘Laten we gewoon gaan kijken.’ We zagen de lach van Bowie, de ondeugende blik in de ogen van Turner als ze samen dansen, we zagen ook een saxofonist zonder shirt. Haar volgende fragment was de videoclip van Justin Timberlakes Señorita, waarin ook wordt gedanst en wederom een saxofoon klonk.
Mijn beurt: ‘House Party’, de reclame die Adidas in 2008 maakte naar aanleiding van 60 jaar Adidas Originals. Het huisfeestje dat alle andere huisfeestjes een minderwaardigheidscomplex bezorgde, met David Beckham, Kevin Garnett, Missy Elliott, Russell Simmons, Darryl McDaniels, Katy Perry, Method Man, Redman en Estelle. Geregisseerd door Nima Nourizadeh, volledig in slow motion en met een gesamplede versie van Beggin’ van The Four Seasons. ‘Blijkbaar hebben we allebei een enorme behoefte aan feestjes’, concludeerde mijn vrouw naast me.
Dat was nog voordat ik haar ‘Heb jij gezegd dat ik een lul was?’ van Jiskefet liet zien, waarin Kees Prins, na hevig geïntimideerd te zijn door Michiel Romeyn, 3 minuten en 44 seconden met een enorme straal tegen een muur plast. Dit fragment behoefde uiteraard geen enkele toelichting. Het laatste wel.
‘Dit gaat over la condition humaine’, sprak ik als een ware Zomergast. ‘Het vat het menselijk tekort, het verlangen, het geklooi en de tragiek van het bestaan zo scherp dat het bijna tastbaar is’.
Daarna drukte ik op play en zagen we hoe een forse Amerikaanse man een oude, opgevoerde Camaro met overdreven veel toeren een weg opstuurt, te veel gas geeft, waardoor de auto gaat slingeren, het portier openslaat en hij als een gigantische lappenpop uit de auto valt en over het asfalt rolt. Daarna was het wel weer bedtijd.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant