Home

Sonja Barend was de koningin van de talkshow

Sonja Barend (1940-2026), presentatrice Zonder haar baanbrekende werk zou de Nederlandse televisie er anders uitzien. Sonja Barend genoot ervan het nationale gesprek van de dag te leiden, met iedereen uit alle lagen van de bevolking.

Sonja Barend: „We hebben wel enkele zandkorrels verlegd."

Lang voor Jinek, Matthijs, Pauw of Witteman presenteerde Sonja Barend een talkshow waarin ze amusement en serieuze zaken mengde voor een breed publiek. In haar legendarische tv-programma Sonja’s Goed Nieuws Show, later omgedoopt tot Sonja op Maandag, viel altijd wat te beleven. Vanaf 1977 tot 1996 droeg zij een progressieve, spraakmakende talkshow waar het gesprek van de volgende dag werd gevoerd. Hoe hoog de emoties ook opliepen in de studio, de presentatrice sloot steevast af met de heilwens: „En voor straks: lekker slapen en morgen gezond weer op.”

Sonja Barend, veertig jaar lang een gezaghebbende televisiemaker, overleed zaterdag op 86-jarige leeftijd. Ze laat haar man, architect Abel Cahen, en diens drie dochters achter. Barend en Cahen waren ruim veertig jaar samen.

In haar talkshows liet Barend gewone mensen aan het woord en doorbrak zij taboes door bijvoorbeeld mensen uit gemarginaliseerde groepen uit te nodigen: homo’s, gastarbeiders, verslaafde sekswerkers, pedofielen, ex-gedetineerden, trans vrouwen, BOM-moeders, anorexia- en aidspatiënten. Het programma ging over abortus, euthanasie, vrouwenrechten. „Een kuip vol ellende”, meende De Telegraaf – de rechtse krant was geen fan van de show. Barend en haar vaste eindredacteur Ellen Blazer toonden een goed gevoel voor wat er leefde in de samenleving. In 2011 concludeerde Barend zelf: „Ons ideaal was dat je het hebt over dingen die mensen belangrijk vinden en die wij belangrijk vinden en dat je daar een groot publiek voor kunt vinden. Dat is gelukt.”

‘Er is geen dag dat ik niet aan mijn vader denk’

Geboren op schrikkeldag 1940 (29 februari) als kind van een Joodse vader en een katholieke moeder, werd haar leven bepaald door de Tweede Wereldoorlog. Toen zij twee jaar was kwamen twee „keurig geklede Nederlanders” haar vader ophalen. Hij legde zijn portefeuille in de tafellamp, en zei tegen haar moeder: „Je ziet me nooit meer terug.” De sorteerder van tweedehands jute zakken stierf begin 1943 in vernietigingskamp Auschwitz. Barends moeder begon vrij snel daarna een nieuw gezin. De tweejarige peuter werd tot haar zevende bij haar grootouders in Alkmaar gestald. Ze wist niet beter of ze was het katholieke meisje ‘Sonja de Groot’. Op haar tiende zag ze bij haar tante op de wc ene ‘Sonja Barend’ op de verjaardagskalender staan. „Dat is toevallig”, zei ze tegen haar tante. „Er is nog een Sonja die op 29 februari jarig is”. „Dat ben jij”, antwoordde haar tante.

Pas toen kreeg ze te horen dat haar stiefvader niet haar vader was. Dat haar biologische vader Joods was en dat hij was vermoord door de nazi’s. Vanaf dat moment werd 4 mei voor haar ‘vaderdag’. In haar memoires Je ziet me nooit meer terug (2019), vertelt Barend dat ze als interviewer aan iedereen alle impertinente vragen stelde, maar dat ze tot haar grote spijt zelf nooit durfde te vragen aan haar moeder hoe het werkelijk zat met de dood van haar vader. Waarom had moeder de mannen die hem kwamen halen niet verteld dat haar man niet thuis was? Wie had haar vader aangegeven? Waarom was haar moeder zo snel na zijn deportatie zwanger geraakt en hertrouwd? In een NRC-interview zei Barend destijds: „Er is geen dag dat ik niet aan mijn vader denk. Ik zie hem altijd weer staan voor de open deur van de gang op de tweede verdieping waar wij woonden. Hoed op, regenjas aan, glimmend gepoetste schoenen. Altijd hetzelfde beeld. Alsof ik hem heb gekend en dat laatste beeld haarscherp in mijn hoofd heb opgeslagen. Maar ik was twee jaar en lag te slapen.”

Met haar stiefvader kon ze het niet goed vinden. „Als ik later mijn eigen geld verdien, betaal ik een echtscheiding voor mama”, zei ze als kind. Meisjes hoefden niet door te leren, vond haar stiefvader, dus tot haar verdriet moest Barend naar de Mulo – vergelijkbaar met de huidige vmbo. Op haar vijftiende ging ze werken bij de Twentsche Bank. Ze telde bankgirostrookjes op met een telmachine. Volgens haar memoires oordeelde de bank: „Het is een intelligent meisje uit een zeer net milieu. Is een beetje een praatjesmaker.” Na het werk volgde ze het avond-hbs en studeerde daarna voor beroepskeuzeadviseur.

Op televisie

Via via kon ze in 1966 als scriptgirl aan de slag bij de NTS, de voorloper van de NOS. Haar eerste keer op televisie werd uit nood geboren. Omroep NTS kon in 1967 geen geschikte omroepsters vinden – jongedames die de programma’s aankondigden. Daarom werd ‘mej. Sonja Barend’ ingezet. Ze viel op door haar grote oorbellen. Haar lange rode haar moest ze opsteken, anders stond het ‘hoerig’.

De NTS kon Barend niet vasthouden als omroepster: ze vertrok al snel naar de VARA om jongerenprogramma’s te presenteren, als Jonge Onderzoekers en Yin en Yang. In de redactie van dat laatste programma trof ze Ralph Inbar, met wie ze trouwde, en het komische duo Kees van Kooten en Wim de Bie. Yin en Yang moest een „hip en pittig” programma worden, waarin een stripteaseuse en een travestiet te zien zouden zijn, en „jongens die met elkaar dansen in een soos voor minderjarige homofielen”. Maar na twee weken kregen Barend en de anderen ruzie met de regisseur en verdween het programma weer van tv. Hierna presenteerde ze een heel boeket aan programma’s: het tienerprogramma Fenclub, de opvolger Puntje… Puntje … Puntje, cultuurmagazine Uit Bellevue, en het bejaardenprogramma Dagje ouder. Het Nieuwsblad van het Noorden onderkende al vroeg haar kwaliteiten: „Sonja Barend kan zich nu Kabouter Handjehelp van de Nederlandse televisie noemen: blitz met de blitzers en lief voor bejaarden.”

In 1969 emigreerde Barend naar Israël waar haar man Ralph Inbar werkte voor de net opgerichte publieke omroep. Barend presenteerde op de Israëlische televisie diverse tv-programma’s in het Hebreeuws, maar ze kreeg heimwee en kwam snel terug. Hierna presenteerde ze diverse amusementsprogramma’s voor de Avro. In 1974 kreeg ze haar eigen talkshow: Sonja’s avond.

In 8 november 1977, inmiddels was ze terug bij de VARA, kwam haar grote doorbraak. Sonja’s Goed Nieuws Show moest een ‘luchtig, warm en amuserend’ programma worden waarin gewone mensen hun goede nieuws van die week kwamen vertellen. Man uit de gracht gered, terugkeer van vermiste poes, dat soort dingen. Daar kwam niet zo veel van terecht: de samenleving vroeg om reuring. Reeds de tweede uitzending was het zover. Een item over vloeken werd afgesloten door een lied waarin cabaretier Rob van de Meeberg zo veel mogelijk zware vloeken had verwerkt. De kijkers reageerden met boze brieven en opzeggingen en er kwamen Kamervragen.

En zo bleef het. Het goede nieuws van gewone mensen werd al snel vervangen door brisante kwesties en opzienbarende gasten. „Er moest veel gelachen worden”, zei Blazer in 2006, „en herrie in de hut, want we wilden graag een groot publiek”. Een gast met het syndroom van Gilles de la Tourette kreeg vooraf van de redactie het advies om zijn medicijnen niet te nemen, opdat zijn dwangmatig vloeken („Pokke! Pokke! Kuh-hut!”) lekker door de zaal schalden. Barend interviewde tot woede van het Openbaar Ministerie de voortvluchtige bankrover Stanley Hillis nadat hij uit de gevangenis was ontsnapt. Feministes besmeurden een pornobons met verf en gingen tekeer tegen Maarten ’t Hart wegens zijn boek De vrouw bestaat niet. Cineast Paul Verhoeven kreeg een glas wijn in zijn gezicht omdat hij met zijn film Spetters de homohaat zou aanwakkeren. Barend was in haar programma niet bepaald een afstandelijke, neutrale gespreksleider. Nee, ze deed lekker mee. Als zij zich, met de zaal steevast op haar hand, tegen een gast keerde, kon de uitzending uitlopen in een volksgericht.

Barends talkshow verdeelde de natie. Er waren miljoenen Sonja-fans, die genoten van haar sprankelende presentatie, waarin zij onverbloemd haar eigen plezier, voorkeuren, meningen en afkeer uitte. Maar er waren ook Sonjahaters die in de krantencolumns gehakt van haar maakten, omdat ze het niet eens waren met haar progressieve meningen – zoals De Telegraaf – of omdat ze neerkeken op televisie voor een breed publiek – zoals Jan Blokker en andere linkse intellectuelen. Barend was een keurig en modieus geklede dame met een scheef lachje waarin sommigen afstandelijkheid, zelfs arrogantie lazen. Ze was bovendien een van de schaarse vrouwen op tv met een uitgesproken mening. Een aantal mannen leek daar slecht tegen te kunnen. Kunstenaar Karel Appel, in 1982 te gast in de show, zei geërgerd in het Frans tegen haar: „Mond dicht en mooi wezen!”

Voortaan een dienstbaar gespreksleider

In 1996 stopte haar talkshow. Een jaar later begon ze met Paul Witteman de talkshow B&W, die veel meer lijkt op de huidige talkshows. Dus geen verbale vechtpartijen meer, te midden van een rumoerig publiek. Barend stelde zich voortaan dienstbaar op als gespreksleider en interviewer, en hield haar eigen mening voor zich. In 2006 maakte ze haar laatste programma: een reeks over de erfenis van een halve eeuw televisie in Nederland. Sinds 2009 wordt jaarlijks De Sonja Barend Award uitgereikt, een vakprijs voor het beste tv-interview.

Over het effect van haar eigen televisiewerk was Barend nuchter. „Ik blijf er trots op dat ik aan de wieg heb gestaan van een programma dat de mondigheid vergrootte”, zei ze in De Volkskrant. En tegen De Morgen: „Ik heb ook lang gedacht dat we met ons programma niet zo’n wezenlijke invloed hadden. Dan kwam ik ’s avonds thuis, en zei ik: ‘Zo, we hebben de lucht weer een uurtje laten trillen.’ Meer was het niet, dacht ik. Maar nu ben ik ervan overtuigd dat we wel enkele zandkorrels hebben verlegd.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Film en series

Wat moet je deze week kijken? Tips en achtergronden over boeiende films, series en tv-programma’s

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next