Door de onheilspellende titel lijkt Het oogappeltje van dokter Josef over het vernietigingskamp te gaan, maar de plaats van handeling is een bejaardentehuis in Polen, waar de broze bejaarden worden geconfronteerd met trauma’s uit het verleden.
is schrijver en historicus.
Op Gare du Nord zag ik laatst een hoogbejaard echtpaar gearmd door de stationshal stiefelen. Een vrouw, gebogen over haar wandelstok, met haar moeizaam lopende man. Ze hadden haast. De vrouw trok nog eens aan haar man, richting de roltrap naar de metro’s. Schiet op, straks missen we de trein. Rustig keek ik ernaar, ik had vertraging. Toen maakte de vrouw een fatale fout. Ze plantte haar stok in de roltrap. Haar houvast daalde af. Ze verloor haar evenwicht en stortte met haar echtgenoot het trapgat in.
Niet vaak word je zo blootgesteld aan de kwetsbaarheid van oude mensen. Als je echt oud bent kost alles moeite, niemand kijkt naar je om totdat het fout gaat. Gek genoeg herinnerde ik me dit voorval bij het lezen van Het oogappeltje van dokter Josef van de Poolse schrijver Zyta Rudzka (vertaald door Charlotte Pothuizen).
Een roman met een onheilspellende titel. Dokter Josef is natuurlijk Josef Mengele, de beruchte nazidokter die in concentratiekampen experimenteerde op levende mensen. Ik zag er tegenop. Toch werd ik verrast. Het oogappeltje van dokter Josef is inderdaad gitzwart, maar de titel zette me op het verkeerde been.
De plaats van handeling is niet het vernietigingskamp, maar een bejaardentehuis in Polen. Een handvol bejaarden wacht op de zomer, ze brengen hun laatste dagen met elkaar door op dezelfde afdeling. Op die afdeling gebeurt niets. Ze zijn tot elkaar veroordeeld. Wilt u begraven worden, of gecremeerd?
Het is geen makkelijk boek. Aanhalingstekens ontbreken en citaten worden afgesloten met een nieuwe regel. Daarmee zorgt Rudzka voor oponthoud: het is niet altijd eenvoudig om te achterhalen wie wat zegt. Ook de bewoners van het tehuis haalde ik constant door elkaar. Wie is nu precies wie?
Twee personages springen boven de rest uit. Dat zijn de zusters mevrouw Czechna en mevrouw Leokadia. Samen hebben ze Auschwitz overleefd. Bij Leokadia is haar nummer op haar arm getatoeëerd, bij Czechna op haar dijbeen.
De zussen deden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog voor als tweelingen – in werkelijkheid verschillen ze een jaar. Door deze list ontsnapten ze aan de gaskamers, en werden ze misbruikt voor de experimenten van dokter Josef.
Zoals gezegd: het leek me verschrikkelijk om te lezen over die experimenten, waarbij onverdoofd aan kinderlichamen werd geknutseld om meer te weten te komen over het arische ras. Maar Rudzka laat de gruwel buiten de roman, waardoor alleen de suggestie overblijft. ‘Ooit had ze ook zulk haar gehad. In het kamp. Licht krullend. Het voelde zacht aan. Zelfs na de experimenten. Elke ochtend ging ze er voor de barak mee staan schudden. Er kwam wit poeder uit. De lucht zat er vol mee. Je mond. Allemaal door de rook uit de schoorsteen.’
Mevrouw Czechna schept tegen de anderen op dat ze Miss Auschwitz was, iets wat vervolgens weer door haar zus wordt tegengesproken.
Nooit krijgen we antwoord op de vraag wat zich in Auschwitz met die twee meisjes heeft voltrokken. Waarom heeft Czechna maar één arm? Is die echt pas geamputeerd na de oorlog? Het kamp is nooit ver weg, maar meer als een oude droom dan als gruwel.
Niet het verleden, maar het heden en de toekomst zijn beangstigend – de zomer is een seizoen waarin bejaarden kwetsbaar zijn. De bewoners hebben weliswaar kinderen, maar die komen allang niet meer. Ze wachten op kun kinderen, op de dood, en houden elkaar bezig met eindeloze gesprekken, waar vaak maar moeilijk grip op te krijgen is. Het is één lang wachten op het einde.
Tegelijkertijd is iedereen bang voor het einde. En voor bruin tandvlees, voor incontinentie; geen man wil prostaatproblemen. De bewoners vrezen de verzorgers. Ze zijn bang voor het huis aan het meer, waar je naartoe wordt gestuurd als je kwetsbaar bent. Niemand keert terug van het huis aan het meer. De bewoners drijven elkaar tot waanzin. Wilt u begraven worden, of gecremeerd?
Op een zomernacht wordt de muur aan de straatkant van het bejaardentehuis beklad met de leus: DOE WAT JE WILT. Een kreet die doet denken aan de spreuk JEDEM DAS SEINE (Ieder het zijne) op het hek van Buchenwald. Het bejaardentehuis is niet met het vernietigingskamp te vergelijken, maar toch klinken er door de uitzichtloosheid van de ouderen steeds sterkere echo’s uit het verleden.
In Het oogappeltje van dokter Josef verliezen de personages opnieuw hun menselijkheid op een plek waar ze machteloos en angstig uitkijken naar hun einde – en zichzelf in leven houden met verhalen over de tijd dat ze kersen plukten. Net als deze mensen hunkerde ik naar verlichting, maar die komt niet. Bij het dichtslaan van dit boek werd ik doordrongen van de totale zinloosheid van het bestaan. Wilt u begraven worden, of gecremeerd?
Zyta Rudzka: Het oogappeltje van dokter Josef. Uit het Pools vertaald door Charlotte Pothuizen. Koppernik; 264 pagina’s: € 23,50.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant