Peer – De prins op het zwarte paard is hilarisch en rauwdouwerig. Wat moeten schrijver Mohana van den Kroonenberg en illustrator Karst-Janneke Rogaar een lol hebben gehad bij het maken van dit boek voor beginnende lezers.
schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur.
Kabouter Peer gaat het kabouterbos laten zien aan zijn mensenvriend Kai. Maar, zoals te verwachten valt, komen ze daar nooit aan. Wel ontdekken ze al snel na vertrek een prins op een zwart paard. Peer en Kai denken te weten waarom de prins zo geheimzinnig doet: hij zoekt een schat. Als ze daar zelf naar op jacht gaan, vinden ze alleen een slapende prinses. Die moet natuurlijk een kus. Want dan vertelt ze waar de schat is. Toch?
Wat moeten schrijver Mohana van den Kroonenberg en illustrator Karst-Janneke Rogaar een lol hebben gehad bij het maken van Peer – De prins op het zwarte paard, hun tweede boek voor beginnende lezers (7+) over twee vrienden, van wie de ene wel en de andere niet in sprookjes gelooft.
Het eerste deel Peer, dat vorig jaar verscheen en onlangs werd genomineerd voor de Vlaamse Boon Literatuurprijs, heeft intussen veel fans gekregen. En terecht. Kai gaat bij zijn rare tante logeren, die eruitziet als een heks en nog een andere logé heeft: een knorrige kabouter. Ondanks alles worden ze vrienden.
Peer en Kai zijn bovenal jóngens. In het tweede deel hebben de heren er natuurlijk helemaal geen trek in om een meid te zoenen, zeker niet eentje die al honderd jaar op de grond ligt. Maar de pragmatische schatjagers weten ze wat ze te doen staat. Alleen al de tekening van Kai, die met lichte walging zijn mond afveegt, en Peer, die de prinses wakker staat te schreeuwen, is de aanschaf van dit hilarische verhaal waard.
Wat de reeks zo geslaagd maakt, is de samenwerking van de lekker ruige illustraties van Rogaar en de rauwdouwerige verteltoon van Van den Kroonenberg. Precies zó gaan jongens op avontuur: niet zeurend over details, vol zelfvertrouwen, oeverloos ouwehoerend, de verkeerde kant op.
Van den Kroonenberg, die pas in 2022 voor kinderen debuteerde met Dodo, heeft in korte tijd al een klein oeuvre met een aanstekelijke eigen stem opgebouwd. In het bijzonder voor beginnende lezers. En dat is knap: het beperkte aantal toegestane woorden en de extreem korte zinnen maken het een uitdaging om iets te schrijven wat écht spannend of grappig is.
Lange tijd was de productie van dit soort oefenboeken voorbehouden aan de gespecialiseerde uitgeverij Zwijsen. Die levert dankzij hiervoor ingehuurde topschrijvers absoluut aardige verhalen af. Maar door hun al te herkenbare etiketten met een letter en een nummer voor het niveau blijven ze toch een beetje alleen voor op school.
De laatste jaren is er een aantal goed geschreven eersteleesseries in opkomst, bewust juist zonder etiket met moeilijkheidsgraad. Maar ondanks al die aandacht en moeite zijn er zelden échte uitblinkers.
De kortezinnengeestigheid van Vos en Haas van Thé Tjong-Khing en Sylvia Vanden Heeden en Agent en Boef van Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer is al decennia onaantastbaar. Sinds een paar jaar vormt de serie Bob Popcorn van Maranke Rinck en Martijn Van der Linden een serieuze uitdaging. Maar kijk uit: nu zijn er Kai en Peer. Willen jongens niet lezen? Dit wel. (En meisjes ook.)
Mohana van den Kroonenberg en Karst-Janneke Rogaar: Peer – De prins op het zwarte paard. Querido; 112 pagina’s; € 15,99.
Source: Volkskrant