Home

‘Bewustzijn is overal’: Dan Brown zet dat idee weer op de kaart. Maar klopt er ook iets van?

Bewustzijn komt niet voort uit het brein, maar is overal in het universum aanwezig. In de laatste thriller van Dan Brown, het bestverkochte boek in Nederland van 2025, krijgt een oude gedachte ruim baan. Wat zegt de moderne wetenschap erover?

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Het kan haast niet anders of lezers van de nieuwste thriller van Dan Brown huppelen juichend door het leven. Ze zijn ingewijd in The Secret of Secrets, zoals het boek heet (in het Nederlands vertaald als Het ultieme geheim), en weten nu dat de dood niet het einde is. Het lichaam zal vergaan, maar het bewustzijn blijft bestaan: hoera! (Dit is geen spoiler, het wordt in de proloog onthuld door een moordenaar die zijn stervende slachtoffer geruststelt met de mededeling dat hij zelf al vele malen is doodgegaan.) Natuurlijk, de thriller is fictie máár, schrijft Brown: ‘Alle experimenten, technologieën en wetenschappelijke resultaten in dit boek berusten op waarheid.’

The Secret of Secrets verscheen afgelopen september en werd onmiddellijk een wereldwijde bestseller. In Nederland was het het bestverkochte boek van 2025. Een deel van de verkochte exemplaren zal inmiddels ook gelezen zijn, wat leidt tot de vraag waarom Browns boek niet overal ter wereld hét gesprek van de dag is. Want de schrijver beweert nogal wat.

In zijn boek voert Brown een ‘noëtisch wetenschapper’ op die op het punt staat haar ‘baanbrekende onderzoek’ over het bewustzijn te publiceren. De kern van haar verhaal is dat het bewustzijn ‘non-lokaal’ is, niet plaatsgebonden. Bewustzijn is geen product van het brein, zoals de wetenschap beweert, maar een van de fundamentele natuurkrachten en dus overal in het universum aanwezig.

Het brein, aldus deze noëtisch wetenschapper, speelt vooral een rol als ‘ontvanger’. Onze hersenen zijn voorzien van een vernuftig filtermechanisme, gereguleerd door de neurotransmitter GABA, waardoor maar een deel van het alomtegenwoordige bewustzijn binnenkomt. Ze vergelijkt het brein met een radio die uit het overvloedige aanbod maar één frequentie oppikt, een metafoor die in Nederland eerder werd gebruikt door cardioloog Pim van Lommel in zijn boek Eindeloos bewustzijn, over de bijna-doodervaring.

Alleen onder bepaalde omstandigheden (bepaalde middelen, epilepsie, naderende dood) vangt de mens een glimp op van het grote geheel. Verlichte geesten krijgen daar ook iets van binnen, zegt de noëtisch wetenschapper, daarom worden ze in de kunst vaak afgebeeld met een nimbus; een stralenkrans of een schijf van licht om het hoofd.

In interviews zegt Brown heilig te geloven in de beweringen die hij zijn wetenschapper over het bewustzijn in de mond legt. Volgens hem is een paradigmaverschuiving aanstaande. ‘De gangbare opvatting van wat bewustzijn is, is net zo achterhaald als het geocentrische wereldbeeld’, zei hij tegen de Los Angeles Times. ‘Ik ben ervan overtuigd dat mijn onderzoek onze kijk op de wereld zal veranderen.’

Intens gevoel van eenheid

Dat onderzoek deed Brown vooral bij het Amerikaanse Institute of Noetic Sciences (IONS), dat daar op zijn site trots over bericht. Het IONS werd in 1973 opgericht door onder anderen de Amerikaanse astronaut Edgar Mitchell (1930-2016), die in 1971 met de Apollo 14 naar de maan was gevlogen en op de terugreis naar aarde werd overvallen door een intens gevoel van eenheid en verbondenheid dat later het ‘overview effect’ zou worden genoemd. Het IONS doet niet alleen onderzoek naar het non-lokale bewustzijn maar ook naar verschijnselen als voorkennis en uittredingservaringen.

Maar astronaut Edgar Mitchell was niet de eerste die na een bijzondere ervaring het idee kreeg dat het bewustzijn zich buiten het brein bevindt. Op een ochtend in mei 1953 overkwam de Amerikaanse schrijver Aldous Huxley (1894-1963) iets vergelijkbaars nadat hij 0,4 gram mescaline tot zich had genomen. Mescaline is een stofje dat van nature voorkomt in de peyote-cactus die onder meer in Mexico groeit en al duizenden jaren wordt gebruikt vanwege de geestverruimende effecten. Huxley raakte zijn ‘ik-gevoel’ kwijt en beschreef zijn ervaringen in The Doors of Perception, het boek waarnaar mescalineliefhebber Jim Morrison later zijn band zou vernoemen.

En ook Aldous Huxley was niet de eerste die bewustzijn loskoppelde van het brein. In mei 1911 hield de Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) de tweejaarlijkse Huxley-lezing, ingesteld ter ere van Aldous’ grootvader Thomas Henry Huxley. Bergson, die zijn lezing de titel Life and Consciousness had gegeven, zei dat beweren dat bewustzijn aan de hersenen is gekoppeld net zoiets is als beweren dat spijsvertering gekoppeld is aan de maag: onzinnig. Een amoebe bijvoorbeeld heeft immers geen maag maar wel een spijsvertering. Bij de mens is bewustzijn ontegenzeggelijk verbonden met de hersenen, aldus Berson, maar dat betekent niet dat voor bewustzijn beslist hersenen nódig zijn.

En ook Henri Bergson was niet de eerste die bewustzijn loskoppelde van het brein. In 1897 stelde de Amerikaanse filosoof en psycholoog William James (1842-1910) in zijn Ingersoll-lezing Human Immortality dat ons brein best een ‘overdrachtsorgaan’ zou kunnen zijn dat slechts een deel van de ‘echte werkelijkheden’ toelaat. Hij vergeleek het brein met gekleurd glas dat wit licht tot zachte tinten zeeft.

En natuurlijk was ook William James niet de eerste die bewustzijn loskoppelde van het brein. Ideeën over een onsterfelijk bewustzijn kom je in allerlei religies en levensovertuigingen tegen, van de hindoes tot Plato en van het christendom tot het spiritualisme. De meeste stammen uit een tijd waarin er nog geen apparatuur bestond waarmee het brein kon worden bekeken. Dat kan nu wel. Wat zegt de moderne wetenschap over het non-lokale bewustzijn?

‘The hard problem’

In de kelder van het Nijmeegse Donders Instituut laat Floris de Lange (1977), hoogleraar waarneming en cognitie aan de Radboud Universiteit, diverse scanners zien waar zijn collega’s en hij dagelijks mensen in stoppen om hun bewustzijn te bestuderen, of beter gezegd: om te zien welke prikkels tot welke hersenactiviteit en daaraan gekoppelde bewuste ervaringen leiden. Want het bewustzijn is geen orgaantje of andersoortig afgebakende unit. De Lange: ‘Het bewustzijn is een proces.’

Hóé dat proces precies werkt wordt door wetenschappers al jaren ‘the hard problem’ genoemd, het moeilijke probleem. Maar over de vraag wáár het bewustzijnsproces zich afspeelt, zijn ze het wel eens, zegt De Lange: in het brein. ‘Alle moderne bewustzijnstheorieën zijn materialistisch, dat wil zeggen: gebaseerd op de aanname dat bepaalde mechanismen in het brein ertoe leiden dat je al dan niet een bewuste ervaring krijgt. En daar is ook meer dan genoeg bewijs voor. Je kunt vrij goed aanwijzen welke gebieden bij welke ervaringen of syndromen zijn betrokken; je kunt het bewustzijn van iemand ook wegnemen, bijvoorbeeld door hem onder narcose te brengen.’

Wannéér wetenschappers het brein als zetel van het bewustzijn aanwezen, is niet helemaal duidelijk. De Lange: ‘Het is vermoedelijk een gradueel proces geweest. Eerst moesten mensen er überhaupt achter komen dat hersenen nuttig zijn voor denken; de oude Grieken dachten nog dat denken vooral in het hart gebeurt.’

En lang was bewustzijn als onderzoeksgebied in de wetenschap taboe. De Lange: ‘Begin 20ste eeuw werd die wetenschap gedomineerd door de behavioristen, die vonden dat je vooral het gedrag moest bestuderen, en ver weg diende te blijven van processen die we niet kunnen zien. Bewustzijn is natuurlijk echt iets wat je niet kunt zien, het is een heel subjectieve ervaring. Mensen die zich over bewustzijn bogen, zaten meer in de spirituele of parapsychologische hoek.’ Eind 20ste eeuw bundelden psychologen en biologen hun krachten en ontstond de cognitieve neurowetenschap, die zaken als menselijk gedrag, geheugen, emoties en bewustzijn bestudeert.

Floris de Lange houdt zich vooral bezig met het ‘voorspellende’ brein. ‘Als je een pak melk uit de ijskast pakt, denk je niet na over alle handelingen die je verricht; je bewustzijn slaat pas aan als dat pak leeg blijkt te zijn terwijl je dacht dat het vol was, waardoor je het met veel te veel kracht oppakt. Zo is je brein steeds heel erg bezig met voorspellen, het vult dingen in op basis van eerder opgedane kennis.

‘Van het gros van de dingen die het brein doet, zijn we ons totaal niet bewust. Dat is maar goed ook, anders zou je gek worden, maar het betekent ook dat je bewustzijn nooit het hele plaatje vertelt. Als wij proefpersonen in een scanner een reeks afbeeldingen laten zien en we stoppen daar iets afwijkends tussen, dan zeggen ze vaak dat hun niks bijzonders is opgevallen, terwijl wij zien dat het brein die afwijking wel degelijk heeft geregistreerd.’

‘Enorm veel neuronen’

De neurotransmitter GABA, die Dan Brown in zijn boek een essentiële rol toekent bij het filteren van informatie, heeft inderdaad een remmende werking, maar op een heel andere manier dan Brown beschrijft, zegt De Lange. ‘In ons brein zitten enorm veel neuronen. Los van elkaar zijn die neuronen dom, maar door ze op een slimme manier aan elkaar te schakelen krijg je een krachtig mechanisme waaruit intelligentie kan ‘emergeren’, zoals dat heet. Dat schakelen gebeurt via de elektrische en chemische signalen die de neuronen afvuren. Daarbij zijn voortdurend twee processen gaande: excitatie, oftewel activiteit; en inhibitie, oftewel het dempen van die activiteit. GABA is vooral betrokken bij inhibitie. Maar in die hele excitatie-inhibitiebalans zijn nog tal van andere stofjes actief: dopamine, serotonine, noradrenaline, om er een paar te noemen.’

De meeste van onze ervaringen zijn het gevolg van ‘feedforward’- en ‘feedback’-processen, zegt De Lange. ‘Bij feedforward, de voorwaartse route, komt een beeld van bijvoorbeeld een concrete appel het bewustzijn binnen via de ogen en het netvlies. Bij feedback, de achterwaartse route, worden de visuele gebieden in het brein geactiveerd door de gedáchte aan een appel, die vervolgens tamelijk nauwkeurig in je hoofd opdoemt. Het interessante is dat je in de hersenen bij de simulatie van de appel, dus bij de feedback-route, voor een groot deel dezelfde patronen ziet als bij het zien van de echte appel.’

Wat er precies in het brein gebeurt als iemand een ervaring heeft zoals die van astronaut Edgar Mitchell of schrijver Aldous Huxley, is niet bekend, zegt De Lange. ‘Maar vermoedelijk is dan sprake van een tijdelijke vermenging van die twee processen. Normaal gesproken kun je die twee dingen, realiteit en mentale representatie, wel onderscheiden. Je ziet de appel voor je als je eraan denkt, maar je weet heus wel dat je hem niet écht ziet. Bij de ervaringen die jij noemt, lopen die processen door elkaar, net zoals bij hallucinaties.’

Dus geen non-lokaal bewustzijn? De Lange: ‘Nee zeg. ​Ik ken ook niemand die daar onderzoek naar doet. Maar de wetenschap houdt zich ook al een tijdje niet meer bezig met alchemie. Daar zijn we wel uit: het bestaat niet.’

Toch is het non-lokale bewustzijn nog niet door alle hersenwetenschappers afgeschreven. In zijn net verschenen boek A World Appears doet de Amerikaanse journalist Michael Pollan verslag van zijn jarenlange zoektocht naar het bewustzijn. Daarin behandelt hij ook de verschillende varianten van de overtuiging dat bewustzijn overal in het universum aanwezig is, zoals het ‘panpsychisme’ (álles is bezield, ook je keukentafel) en het ‘idealisme’ (bewustzijn is een fundamentele natuurkracht).

Een van de mensen die Pollan sprak is de befaamde Amerikaanse neurowetenschapper Christof Koch, die net als Pollan zelf op zeker moment aan de psychedelica was gegaan om te kijken wat dat met zijn brein deed. ‘Ik kreeg toegang tot een universele geest’, zei Koch na die ervaring tegen Pollan. ‘Dat is de enige manier waarop ik het kan beschrijven. Het was wat Aldous Huxley beschrijft in The Doors of Perception. Er was een Mind at Large, een Alomvattend Bewustzijn.’ Christof Koch noemt zichzelf inmiddels geen materialist meer.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next