Afgelopen week was het weer de finaleweek van De Slimste Mens. Elk seizoen gebeurt er iets in mij zodra de leader begint, alsof ik ieder moment zelf een vraag kan krijgen. Ik ga rechterop zitten, word kinderlijk competitief en dwing mijn man tot een wedstrijd op de bank: wie weet het antwoord het snelst, wie zat er het dichtst op, wie mag zich heel even de slimste van de woonkamer wanen.
Onder dat fanatisme ligt een oud verlangen.
Als kind wilde ik niets liever dan ‘slim’ gevonden worden. Dat was voor mij ongeveer het hoogste compliment dat je kon krijgen. Slim zijn betekende winnen met memory, als eerste van de klas de tafels kennen en vooral: thuiskomen met een rapport dat met trots werd bekeken.
Over de auteur
Sara Khosdelazad is psycholoog in opleiding tot gz-psycholoog, postdoctoraal onderzoeker en activiste. In de maand april is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid. Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ik groeide op in een gezin waarin leren ertoe deed. Diploma’s stonden voor discipline, inzet en mogelijkheden. In die nadruk zat liefde, maar ook een geruststellende belofte: gebruik wat je in huis hebt, dan kom je vooruit. Zo werd slim zijn voor mij al vroeg een vorm van houvast.
Misschien schuilt daarin ook de diepere aantrekkingskracht van zo’n quiz. Niet alleen in de lol van kennis etaleren, maar in het oude geloof dat wie het juiste antwoord weet, verder komt. Dat de wereld overzichtelijk is en vragen oplosbaar, mits je maar snel genoeg denkt.
Laten we eerlijk zijn: die vorm van intelligentie wordt rijkelijk beloond. Analytisch vermogen en snel denken openen deuren, geven zelfvertrouwen en leveren applaus op. Bovendien laat het zich prachtig meten in cijfers, scores, diploma’s en kennisquizzen. We houden van wat zich laat rangschikken. Maar juist daar begint ook de overschatting.
Al in 1995 wees psycholoog Daniel Goleman op het belang van emotionele intelligentie: het vermogen om emoties te herkennen, te begrijpen en te reguleren. Vermogens die niet glanzen op een rapport, maar wel bepalen hoe iemand zich tot zichzelf, tot anderen en tot tegenslag verhoudt. Vroeg of laat ontdek je dat veel weten je niet automatisch helpt wanneer het leven zich niet laat oplossen.
Je kunt scherp analyseren en toch vastlopen in onzekerheid. Je kunt razendsnel verbanden leggen en nog steeds niet weten hoe je overeind blijft na afwijzing, mislukking of verdriet. Dat is een van de hardste lessen van volwassen worden: dat het leven je zelden vraagt om het juiste antwoord, maar veel vaker om het uithouden van wat niet op te lossen valt.
Daar, in dat ongemakkelijke gebied, schuilt een andere vorm van intelligentie. Het vermogen om niet onmiddellijk te handelen naar je eerste impuls. Om niet alles dicht te praten zodra de stilte begint te schuren. Om je eigen pijn waar te nemen zonder haar meteen op een ander neer te leggen. Om niet weg te lopen voor wat je bang maakt.
Voor zulke processen bestaat geen scorebord. Geen presentator die roept dat je door bent naar de volgende ronde, omdat het je gelukt is je trots even opzij te zetten.
In het echte leven laten de belangrijkste vragen zich niet vangen in een puzzel of een galerij met afbeeldingen. Hoe rouw je om wat niet meer terugkomt? Hoe leef je met afwijzing zonder bitter te worden? Hoe blijf je zacht in een wereld die je voortdurend uitnodigt om harder te worden? Op zulke vragen bestaat geen eenduidig antwoord, laat staan een antwoord dat punten oplevert.
Toch zit ik, zodra het intromuziekje van De Slimste Mens klinkt, weer net iets rechterop. Dat kleine meisje is er nog steeds; ze wil nog steeds bewijzen dat ze het weet. Die honger verdwijnt waarschijnlijk nooit helemaal. Ouder worden is misschien niet dat je haar kwijtraakt, maar dat je leert zien waar haar grenzen liggen. Slim zijn kan je ver brengen. Maar niet overal doorheen.
Mocht de redactie ooit besluiten dat de definitie van BN’er enigszins rekbaar is, dan houd ik me overigens nog steeds van harte aanbevolen. Niet omdat ik denk dat ik alle antwoorden heb, maar omdat een deel van mij nog altijd wil geloven dat sommige vragen, als je maar snel genoeg bent, toch nog te winnen zijn.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant